PAINTINGPROJECT in the Jalchatra Hospital of Madhupur forest, Bangladesh

04 - 17 augustus 2002

mmv DAMIAANACTIE

12 vrijwilligers uit West-Vlaanderen startten in augustus 2002 met de schilderwerken van het Jalchatra Hospital in de wouden van Madhupur. Dit lepra- en tbc-ziekenhuis is reeds dertig jaar speerpunt van de Damiaanactie in Bangladesh. Onderstaand reisverslag is een selectie van de vele herinneringen aan dit micro-bouwkampproject.

Luc: " Maandag 5 augustus… luc.descheemaeker@skynet.be

Kruimels van kapotgeklopte baksteen boetseren de gaten in het wegdek.

eindelijk terug in Bangladesh. Na de vorige inleefreis met Carolien en Bea liggen de verwachtingen hoog: de volgende veertien dagen worden een blij weerzien met een land dat alle verbeelding tart. Bangladesh is een land van de extremen en dat merken we reeds wanneer wij de vlieghaven verlaten en de bloedhete en vochtige heksenketel van Dhaka binnentuimelen. Onze reisgenoten zijn sprakeloos. De hectische toestanden in het verkeer zijn een waar spektakel voor de westerlingen die gewoon zijn van in een geordende structuur op te groeien. De riksjas, baby-taxies en vrachtwagens verwelkomen ons met toeters en bellen…

Na een kleine rust- en opfrisbeurt in Guesthouse 'The Golden Goose' rijden we met de drivers van de Damiaanactie naar Old Dhaka. Onze aanwezigheid in de straten van het oude Dhaka schept verwondering. Het typische 'staren' van de bengalen is volop op ons gericht. Aan hun starende blikken ontsnappen kan niet meer en wij voelen ons als een vreemde atraktie. Willem bestelt zes riksjas en in konvooi - lees: 'file' - verkennen wij via kleine steegjes de binnenstad. Hotsend en botsend voorbij de 'tanneries' bereiken wij Fort Lalbag.

De rust in het naastliggende park is een welgekomen verademing en het amerikaanse flesje frisdrank een godendrank. Bij het regeringsgebouw bezoeken wij een straatklasje voor straatkinderen. Het parlement zetelt die middag, dus worden wij door gewapende bewakers vriendelijk verzocht op afstand te blijven.

In het huis van Willem wacht ons die avond een heerlijk wekomsdineetje. Voor de eerste maal leren wij de kookkunsten smaken van Santos, de duivel-doet-al in Willems huishouden."

" Dinsdag 6 augustus…

de eerste angst voor het onbekende is weg. Vandaag snellen wij met twee jeeps en een busje richting het Jalchatrahospital in het noorden van Bangladesh. Het platte land toont de volledige tocht zijn afwisselende bedrijvigheid. De sterk overstroomde paddies -rijstvelden- worden geploegd, beplant en geoogst. Vrouwen werken langs de weg aan de verwerking van de hennepplanten. Jutevezels hangen te drogen. De slechte wegen worden door vrouwen bijgewerkt met de blote hand. Kruimels van kapotgeklopte baksteen boetseren de gaten in het wegdek.

Hoe dichter wij het noorden naderen hoe meer ananasboeren deel uit maken van de kleine straatmarkten.

Het Jalchatrahospital is een oase van rust na de helse tocht langs de dodenweg. Mister Subash verwelkomt ons met een frisdrankje en even later is dokter N onze gids tijdens de rondleiding in de verschillende paviljoenen van het ziekenhuis. Salhudin - het melaatsenjongetje uit denieuwe promotiefilm- volgt ons op de voet. De confrontatie met de vragende blikken van de patiënten is bevreemdend. Uit het kamertje van Beronika klinkt hindu-muziek. Deze tocht door Jalchatra getuigt en bevestigt. Leprosy en tb blijven een gevreesde ziekte. Het werk van de Damienfoundation is nodig - de gedrevenheid van de verschillende medewerkers opvallend. Dit ziekenhuis probeert met weinig middelen het leven van de zieken. Het ziekenhuiscomfort laat te wensen over. Morgen starten wij met zijn allen de renovatiewerken van de vervuilde muren.


Bea: " Woensdag 7 augustus…
bart.mostrey@pandora.be

Geld geven is één iets, maar geven met je hart dat is belangrijk.

Mister Subash had ons bij de rondleiding in het Jalchatra ziekenhuis al verteld dat onze bijdrage voor het paintingproject uit ‘polishen’ zou bestaan. Wat dat werk precies inhield zouden we vlug aan den lijve ondervinden. Voor het schilderwerk zelf(we hadden al gedroomd van mooie geschilderde lokaaltjes) is het regenseizoen niet aangewezen wegens te vochtig.

In onze werkkledij en gewapend met een groen chirurgen stofdoekje voor de mond togen we aan de arbeid. Polishen werd door Jeroen al vlug vrij vertaald als "schuren" maar dan met een Torhouts accentje. Met een niet te stuiten enthousiasme namen we de muren van het ontruimde paviljoentje onder handen. Het ziekenhuis was eigenlijk al overbevolkt en patiënten waren omwille van de werken herverdeeld over de verschillende kamers, tot zelfs in de refter waren bedden geplaatst. Met schuurpapier en stalen borstels het kalk van de muren verwijderen: dat was onze opdracht. In een oogwenk ontstond een dichte mist van stof en we ondervonden vlug dat ‘goed en degelijk materiaal’ eigenlijk efficiënter zou zijn dan onze verwoede handenarbeid.

Stofbrillen werden tevoorschijn getoverd maar die werden te donker bevonden en vlug weer afgevoerd. Ons enthousiasme werd er niet minder door en een aanstekelijke lachbui hield ons gaande.Ondanks het feit dat Korneel door ziekte vlug moest opgeven en Sien wegens haar stofallergie ook op afstand moest blijven, bleven we dapper doorschuren.Vele patiënten kwamen eens kijken hoe die vreemde bezoekers daar aan het werk waren. Jammer genoeg verstonden we hun commentaren niet maar het leek hen wel te amuseren, zo was er daar ook nog iets te beleven voor hen. Ze waren ook zeer geïnteresseerd in het fototoestel van Sien en zo konden ze toch een gesprekje opbouwen.

Mister Subash, de projectverantwoordelijke van Jalchatra, hielp duchtig met ons mee. Op mijn vraag waarom hij dat deed antwoordde hij:’Ik kan jullie toch niet vragen iets te doen wat jullie niet gewoon zijn als ik het zelf niet kan." Dit wijze antwoord van deze hindoe deed me terugdenken aan een passage uit de film Ghandi waar hij zijn eigen vrouw terechtwijst dat ook zij niet te goed is om latrines te reinigen. Subash had ons trouwens al eerder bedankt voor de financiering van dit schilderproject maar hij had er ook uitdrukkelijk op gewezen dat de manier waarop je iets geeft minstens even belangrijk is. Geld geven is één iets, maar geven met je hart dat is belangrijk.

Het was inderdaad zware arbeid en in stilte hield ik mezelf voor dat ik nooit geen oordeel meer zou vellen over mensen die even uitrusten na zware handenarbeid.Vooral het vele stof en de hitte (boven de 30° en een hoge vochtigheidsgraad) maakten het tot een lastig karwei. De mannen zweetten zich kapot, maar Caroline en Veerle lieten zich niet kennen en werkten ijverig door, zelfs in de zon buiten op het dak.We hielden het samen vol tot 15 uur en dan was een koude douche het mooiste wat ze ons daar in Bangladesh konden schenken.

Na deze opfrisbeurt bezochten we een ‘caritas’ project. Een fabriekje waar vrouwen weven en spinnen. Ze maken prachtige sari’s in zijde en werken vele uren voor een volgens Bengaalse normen redelijk loon. Deze keer(vorige reis bezochten we dit project ook)onthoud ik vooral de grote hitte op de binnenplaats waar enkele meisjes water kokend moesten houden om geverfde stoffen te spoelen. Het was al zo warm zonder deze intensieve arbeid. Maar de werkdag zat er ook voor hen bijna op en we waren blij voor hen.

Terug dan naar ons verblijf in het hospitaal waar Korneel aan een grondig onderzoek was onderworpen door een van de dokters daar. Gelukkig werden alle heel ernstige ziekten uitgesloten en vernamen we dat de nodige rust en aangepaste medicatie hem wel vlug zou doen herstellen. Geen polish werk meer voor Korneel maar platte rust, ook de volgende dag. Dat hij niet de laatste was van de groep die bezweek dat wisten we toen nog niet, maar we leefden wel met hem mee en hoopten dat de buikgriep ons bespaard zou blijven."

 

Carolien: Donderdag 08 augustus.... caroliendeparck@hotmail.com

hoe komt het dat in een land met zo’n groot bevolkingsaantal we zo weinig zwangere vrouwen zien?

In de voormiddag hebben we weer naarstig in een drukkende hitte geschuurd. Het zweet druppelde weer van m’n lijf, maar ik heb doorgebeten. We begonnen op het dak van het gebouw waar we gisteren aan begonnen waren. Daarbij hebben we kunnen kennismaken met enkele Bengaalse dieren: enkele kanjers van spinnen die zo’n 1.5 meter ver konden springen, enkele kevers, kakkerlakken en ook nog een heleboel padden.

Daarna zijn we begonnen aan het gebouw ernaast, waar de mensen nog binnen zaten. De deuren hielden we daarom zo goed mogelijk dicht (stof!).

In de pauze tussenin proberen we zoals enkele toeschouwers gehurkt te zitten met de voeten plat op de grond. Dat lukt bij mij niet echt. Ook een fiets die daar ergens geparkeerd stond, wordt uitgeprobeerd. Salau Oudin komt ook even goeiedag zeggen. Hij legt ons uit dat hij op zijn leraar wacht. Gisteren heb ik zijn les eventjes bijgewoond. Toen heb ik gemerkt dat hij al goed kan lezen in het Engels. Daar is hij natuurlijk ook trots op. Hij probeert op mijn arm zo’n nep-tatoeage te kleven, maar door m’n zweet en het stof blijft het niet kleven. Ik heb het dan maar een plaatsje gegeven op mijn nota-boekje. ‘k Voel me wel vereerd door dit gebaar: hij gaf het aan mij. Als we beginnen aan een ‘nieuwe’ zijmuur, zien we twee mannen een soort damspel spelen: een rooster in de aarde getekend, en twee soorten steentjes als pionnen. Leuk om te zien. Als ik ’s middags een douche neem, zie ik er door al het stof in m’n haar en op m’n gezicht als een grijs vrouwtje uit.

In de namiddag rijden we naar Mymensingh. Onderweg passeren we verschillende soorten winkeltjes en werkplaatsen. Vooral de heel mooi afgewerkte uitgesneden meubels doen vreemd aan op de plaats waar ze tentoongesteld worden: naast de weg, in open lucht, op een doek of plank. Ook zijn er werkplaatsen waar gelast wordt. Dat gebeurd op de grond, zonder beschermende kleding: noch schort, noch bril.

Op een verkeersrotonde moeten we even wachten. Ik zie een oudere vrouw. In haar armen draagt ze een hele magere, oude man. Ze is aan het bedelen. De meeste mensen lopen gewoon voorbij. ‘k Zou het eigenlijk beter vinden als ze haar aankeken en ‘neen’ zeiden; dan zou toch tenminste erkend worden dat ze bestaat.

Ik keek uit naar dit bezoek; de vorige keer had ik er zo’n goeie ervaringen gehad. ( Ontmoeting met de prachtige dames die me omringden met nieuwsgierigheid en goede wensen. ). Ik weet ook wel dat de gebeurtenis van toen niet kan overgedaan worden, maar alleen al het gebouw terugzien met die goeie herinneringen, vind ik fantastisch. Bij aankomst gaan we eerst naar boven. Daar krijgen we wat te drinken en stellen de drie dokters zich kort voor. Dr. Saki ken ik nog van het vorige bezoek. Op de bovenverdieping gaan we eerst kijken naar een kamer waar een computer staat waar alle gegevens over de patienten bijgehouden worden. Daar zie ik aan een computer de man zitten die tijdens m’n vorige bezoek me geholpen had als tolk. Ik ga meteen naar hem toe, en zeg hem dat ik hem zeer dankbaar ben voor wat hij toen heeft gedaan voor me, en dat het zeer veel voor mij betekend heeft. Hij viel natuurlijk even uit de lucht, maar nadat ik hem meer vertelde over wat ik bedoelde, zag ik een glimlach van herinnering op zijn gezicht verschijnen. Hij schudde stevig mijn hand.

De volgende kamers waren nette, goed verluchte ziekenkamers waar vooral tbc-patiënten lagen. Nog die ochtend was er pas een nieuwe patient binnengebracht. Een oude vrouw, vergezeld van haar dochter. De dokters vertellen ons dat ze niet zeker zijn of de oude vrouw het zal halen; ze ziet er dan ook heel mager en levensloos uit. Een baxter zou de oude dame meer kracht moeten geven. Haar dochter zit naast haar. Aangezien ik liever zou hebben dat mensen die in mijn kamer komen vriendelijk goeiedag zeggen, doe ik dat ook tegen hen. Sommigen knikken bescheiden terug, anderen staren of kijken weg. Op deze manier bezoeken we een paar kamers. In een aparte kamer zitten de multi-drug-resistant patienten. Dat betekent dat de ‘gewone’ medicatie niet meer helpt voor hen. Deze mensen zijn vroeger al eens begonnen met de gewone medicatie, maar hebben er te vroeg mee gestopt. Daardoor kon hun lichaam weerstand tegen de medicatie opbouwen. Ook de ziektekiemen die ze uithoesten zijn multi-drug-resistant. Voor de mensen die door hen besmet worden, baat de gewone medicatie dus ook niet meer. Door dit risico worden ze in een afzonderlijke ruimte geplaatst waar er voldoende luchtcirculatie is. ( Het gevaar op besmetting is dan ook het grootst in een donkere, weinig verluchte ruimte. Zo zien de meeste woningen er in Bangladesh echter uit.)

Op het gelijkvloers zitten de patienten net zoals de vorige keer op ons te wachten voor het weken van de voeten. (Normaal gezien doen ze dat in de voormiddag, maar omdat ze wisten van onze komst hebben ze het verschoven naar de namiddag.) Ze zitten in een halve cirkel met hun voeten in het water en met hun rug naar het binnenplein ons op te wachten. Ook deze dokter herken ik van de vorige keer. Hij legt uit dat de voeten dagelijks minstens een uur geweekt moeten worden omdat hun voeten niet meer zweten door de lepra. Daardoor krijgen ze veel eelt, en eelt kan barsten, en geschonden worden. Die wonden gaan verzweren, rotten... Om die redenen moeten ze hun voeten weken en de eelt wat afkrassen met een steen. Helaas wordt er voor dat weken onvoldoende, of geen tijd in hun dagelijkse bezigheden vrijgemaakt. Tijdens de uitleg van de dokter ga ik op m’n hurken zitten. Wanneer een meisje teken doet dat er naast haar op het bankje nog plaats is, ga ik naast haar zitten. Ze begint heel gezellig tegen me te praten in het Bengaals. Ik lach vriendelijk terug en doe met spijt teken naar haar dat ik er niets van snap. Ik tracht dan maar de dokter nog wat te volgen. Na zijn uitleg komt hij naar ons toe, en neemt de voet van het meisje dat naast me zit. Hij toont me haar voet: ze heeft een ronde etterende wonde. Hij neemt een mes, en snijdt de etter weg. Het gat in haar voet groeit terug dicht, legt hij uit. Ook is het blijkbaar niet ongewoon dat de patiënten regelmatig terugkomen met dergelijke wonden als ze zich niet voldoende verzorgen. Het meisje blijkt er al gedurende acht jaren af en toe terug te keren, ook de twee andere dames blijken regelmatig terug te moeten komen. ( Als ik het goed begrepen heb, kwam een van de oudere dames er al meer dan 20 jaar.) Ik vraag hem of het aangepast schoeisel na hun vertrek nog altijd beschikbaar is; ik bedoel, als hun eerste paar versleten is. Het blijkt dus dat zo’n schoenen ongeveer 6 maand meegaan en nadien mogen ze altijd om nieuwe komen. Gratis.

Wanneer de anderen besluiten om te vertrekken zeg ik de dokter dat hij hen veel geluk moet wensen van me, en ik voeg eraan toe dat ze zich goed moeten verzorgen. Hij knikt enthousiast, en vertelt het hen meteen. De dames lachen vriendelijk, en daarom vraag ik ook maar of ik nog een foto van hen mag nemen. Na de foto geef ik hen nog een hand. Bij het weggaan zwaaien we naar elkaar.

We krijgen nog een drankje aangeboden, en daarbij komt de kans op een losse babbel. Het gesprek komt traag op gang. Eerst complimenteren we hen met het feit dat de kliniek werkelijk heel proper is. ( Vooral ter vergelijking met de kliniek in Jalchatra.) Saki vertelt dat de muren dagelijks gewassen worden. Gelukkig zal de kliniek in Jalchatra nu ook met een gelijkaardige wasbare verf beschilderd worden. Als dr. Saki vertelt dat hij net vader is geworden komen de dames in actie. Bea stelt hem de vraag die eerder bij ons was opgekomen : hoe komt het dat in een land met zo’n groot bevolkingsaantal we zo weinig zwangere vrouwen zien. In het Westen zijn de vrouwen trots op hun buikje, en hier blijken ze zich ‘te verstoppen’. Dr. Saki antwoordt dat de vrouwen in hun land ‘verlegen’ zijn. Het is niet de gewoonte dat zwangere vrouwen buitenshuis komen. In feite is het helemaal niet de gewoonte dat vrouwen alleen buitenshuis komen, zeker niet in de stad, en zeker niet bij de ‘rijkeren’.

Een beetje later vergelijken we de levensstijlen van beide landen. Volgens dr. Saki leeft het Westen te georganiseerd. Hij vond het tijdens zijn bezoek aan
België bizar dat de mensen eerst telefoneerden om te vragen of een bezoek hen zou schikken. In Bangladesh plannen ze ook niet op zo’n extreme manier. Hij wist bijvoorbeeld nog niet wat hij vanavond ging doen; als hij iemand wil bezoeken, dan doet hij dat gewoon. (Als man kon hij zich die levenswijze permitteren, vrouwen hebben meer plichten en beperkingen.) Op die manier kan hij zelf ook altijd bezoek verwachten. Qua organisatie vonden wij dan weer dat hun verkeer wel wat meer regels kon gebruiken…

Korneel: " Vrijdag 09 augustus… korneelwarlop@tiscali.be

hoe komt een land in zo’n situatie ?

uiteindelijk hadden Jeroen en ik dan toch de beste manier gevonden om goed te kunnen slapen in het o zo zengende gouden rijk van de bengalen : doodsimpel, in het salon van het hospitaal onder een reuzenventilator !

Ik voelde me voor het eerst sinds de aankomst in Jalchatra weer kiplekker, de ziekte was dankzij de goede nachtrust als een dief in de nacht verdwenen. Tijdens mijn ontbijt werden de inmiddels zacht geworden vitabiskoekjes andermaal naar hun waarde geschat.

Jammergenoeg moesten we afscheid nemen van Sien, die inmiddels een gelijkaardige ziekte opliep, en van Leen die als een professioneel verpleegster bij haar zou waken. Na een vlotte verdeling van de rest van de groep over de wagens, werden we als koningen met palmtakken uitgewuifd door de plaatselijke bevolking. Katholiek als ik ben waande ik me heel eventjes Jezus. Die gedachte verdween echter snel, toen de beschermende ‘westerse’ poorten van het hospitaal achter ons gesloten werden. Klaar voor een helse autotocht bij een temperatuur van om en bij de 33 ° en een vochtigheidsgraad van bijna 100% ! ! !
Taferelen schoven mij voorbij : overstroomde velden, volgeladen kleurige riksja’s, spelende kinderen, prehistorische visnetten …

Halfweg de trip hielden we even halt in een ‘wegrestaurant’. Als penningmeester van dienst wandelde ik het gebouwtje binnen en zocht direct naar de frigo, en jawel, voor ik het wist stonden er 10 drankjes klaar met een reeds gebruikt rietje. Voor dit alles betaalde ik 200 taka, met de wetenschap dat hij me er zeker voor 75 taka had bijgezet ; dat is voor hun glimlach. Ondertussen had iedereen van de groep, onder groot jolijt van de bengalen, wel iets gekocht en maakten we het onszelf moeilijk om door de menigte onze wagens te bereiken.

Terug onderweg was er één typerend fragment die me altijd zou bijblijven : de overbrugging van de Jamuna. We waren met z’n allen aangenaam verrast toen we dit bouwwerk zagen : een degelijke betonnen constructie met een asfaltweg ( !) en nieuwe, betrouwbare vangrails. Er was zowaar verlichting voorzien ! Wij maar denken dat de bengaalse regering toch eens in iets nuttig geïnvesteerd had…

Op het einde van de brug stond er alweer een mooi bord met het volgende opschrift : This bridge has been built with the support from the world bank and the united nations organisation.

Dergelijke opschriften zetten me aan het denken ; ik wilde graag een antwoord vinden op vragen als ; hoe komt een land in zo’n situatie ? Hoe komt een land uit zo’n situatie, op eigen kracht of met externe en internationale steun en bovenal, vindt de eigen bevolking dit wenselijk …

Diep in gedachten verzonken overmande de hitte me, en viel ik in een diepe slaap. Toen ik de driver hoorde zeggen dat we de stad binnenreden, besefte ik dat ik niet de enige was die geslapen had… Jeroen en Filip wreven net als ik het zweet van het gezicht, en slaakten een veelbetekenende zucht. Met glunderende ogen snoven we bij het uitstappen van de auto de stoffige, stinkende lucht op…we waren in Rajshahi ! "

Jeroen: " Zaterdag 10 augustus ... jeroeneman@hotmail.com

multiculturaliteit is alles behalve een sprookje

nog maar eens te vroeg uit bed maar in tegenstelling tot eerdere verblijfplaatsen wel na een voldoende nachtrust in kamers die gezegend zijn met de gave van de air–conditioning. De koelte van de kamer maakt de confrontatie met de groezelige en broeierige drukte van Rasjahid echter enkel zwaarder. Gelukkig verlaten we, na een rijkelijk en typisch Europees (waarom passen die twee woorden zo goed bij elkaar?) ontbijt vlug Rasjahid om het Bengaalse platteland in te trekken. Al vlug voltrekt zich het gekende patroon. De helft in de jeep ligt na een kwartier in slaap, af en toe een uitstapje om enkele foto’s van een fotogenieke Bengaalse bejaarde te schieten, eindeloze vergezichten over een biljartlaken dat met rijstplanten is bedekt en totaal verzopen lijkt en enkele Bengalen die opmerken dat er een kolonne witte en bezwete negers aan hun neus voorbij raast en hierdoor zowat achterover vallen om vervolgens een half uur aan de grond genageld te staan… En toch voltrekt zich in deze voorspelbaarheid opeens de eerste verrassing van de dag. Ik ben ervan overtuigd dat bijna niemand het heeft opgemerkt, maar in de verte vallen opeens zowaar de eerste en enige hoogteverschillen van de reis waar te nemen. Echt waar, in een land dat vlakker is dan het gemiddeld voetbalveld in 4de provinciale viel er iets waar te nemen dat met de omschrijving ‘heuvel’ door het leven zou kunnen gaan.

Na een vrij lange tocht brengen de voertuigen ons naar een veldhospitaal. Al vlug blijkt echter dat het begrip veldhospitaal met de nodige nuance moet benaderd worden. Het eerste deel van het woord lijkt nog wel correct. We bevinden ons inderdaad niet in Madison Square Garden in New York of op de Place de la Concorde in Parijs maar nogal zeer letterlijk op het ‘veld’. Het tweede deel van het woord valt echter moeilijker want het gebouw dat we bezoeken voldoet niet meteen aan wat wij onder hospitaal begrijpen. Vooreerst wordt er een nieuwe definitie gegeven aan het begrip ‘eivol’ gegeven. Vanachter iedere balk en vanuit iedere hoek komt er wel een bengaal te voorschijn. Daarnaast lijkt enige vorm van medische apparatuur totaal onbestaand, bedden zijn niet meer dan vier poten met een plank erop en het lijkt dat dat zelfs niet voor iedereen is weggelegd. Al vlug bekruipt je dan ook een ongemakkelijk gevoel en de vraag "Wat heb ik hier te zoeken"? Dit belet de Bengalen echter niet je met veel enthousiasme te ontvangen en je met trots in hun hospitaal rond te leiden. Het maakt het onbehaaglijke er enkel maar groter op. Na wat uitleg over de praktische behandeling van lepra en TBC volgt een demonstratie van gezondheidsvoorlichting aan de bevolking. Met prenten wordt duidelijk gemaakt wanneer iemand besmet is, dat men bij behandeling iedere dag de medicijnen moet innemen… De aandacht van de Bengalen is echter zo mogelijk nog lager dan bij een klas pubers die de vrijdagnamiddag het laatste uur scheikunde ingelepeld krijgen.

Dat vreemde groepje blanken daarentegen krijgt meer aandacht dan ze zelf wensen. Langzaamaan begin ik dan ook te begrijpen waarom een publiek figuur als Michael Jackson is wat hij nu is, namelijk knettergek. Het voelde dan ook als een opluchting aan als we de jeep betreden en onze toch door het Bengaals platteland hervatten.

Na een kort ritje komen we aan in het dorpje Bogalat. Ontstentenis alom, vanaf het moment dat we een voet op de grond zetten lijkt alle sociale activiteit in het dorp stil te staan. Kinderen komen uit bomen gesprongen, duiken op uit het water, komen met dozijnen tegelijk uit een hut aangerend…maar in tegenstelling tot het onbehaaglijke gevoel in het veldhospitaal brengt al deze aandacht en tumult eerder een uitgelaten en euforisch sfeertje teweeg. Let wel, we spreken hier over een dorp maar denk hier niet aan een verzameling idyllische hutjes in de wilde natuur. In Bogalat wonen zo’n vijfduizend mensen op een uitzonderlijk kleine oppervlakte wat meteen een onwaarschijnlijke drukte veroorzaakt. Constant word je omstuwd door mensen die vanalles duidelijk proberen duidelijk te maken maar waarvan je geen yota snapt. Veel verder dan wat schaapachtig geglimlach komt de verstandhouding niet. Als er al iemand is die vijf woorden Engels spreekt beperkt het gesprek zich meestal tot clichés als ‘fine’, ‘hello’ en ‘beautiful’. Een reis naar een afgelegen Bengaals dorp tegen de Indische grens maakt dan ook duidelijk dat alle retoriek over onze ‘geglobaliseerde wereld zonder grenzen’ of ‘de wereld: mijn dorp’ meteen naar de prullenmand mag verwezen worden. Mensen die in alle toonaarden de wonderen der telecommunicatie bezingen lijken soms wel eens te vergeten dat telecommunicatie niet de enige voorwaarde is om tot communicatie te komen. Echte communicatie komt pas tot stand wanneer taalkundige, culturele, wereldbeschouwelijke en nog andere barrières kunnen weggewerkt worden en neem van me aan dat de barrières tussen een 21 – jarige West – Europese student en een 21 – jarige inwoner van Bogalat immens groot zijn. Je voelt op een pijnlijk duidelijke manier aan hoe toevallige omgevingsfactoren bepalend zijn in de vorming van je wereldbeeld en hoe moeilijk het is om los te komen van die omgevingsfactoren. Probeer b.v. maar eens aan een inwoner van Bogalat die niet meer heeft gezien dan zijn rijstveld, zijn hut en zijn dorp duidelijk te maken wat een begrip als toerisme inhoudt. Laat staan hoe moeilijk het is om bij hem een bewustzijnsproces op gang te trekken waarin begrippen als ontvoogding, sociale strijd of secularisering centraal staan of loop ik nu ook al in de val van het arrogante westerse eenheidsdenken? Alvast één van de dingen die de dag naar Bogalat maar eigenlijk ook de hele reis naar Bangladesh me duidelijk maakten is het volgende: multiculturaliteit is alles behalve een sprookje waarbij iedereen doorheen zijn culturele verschillen elkaar moeiteloos begrijpt. Multiculturaliteit is echter veel eerder een uitzonderlijk complex vraagstuk en een lijdensweg die we, met de onvermijdelijke communicatiestoornissen, genoodzaakt zijn te bewandelen.

Ter illustratie dit: op de terugweg van Bogalat naar Rasjahid kom ik het volgende tegen. Bij een van onze tussenstops blijf ik in de auto zitten om een sandwich te eten. Meteen komen een tiental nieuwsgierige Bengalen rond de jeep samen troepen om met aandacht te volgen wat ik aan het eten ben. Vanuit één of ander (misplaatst?) empatisch gevoel beslis ik enkele sandwiches uit te delen. De eerste Bengaal die de sandwich aanneemt snuffelt wat aan het broodje, kijkt vervolgens verschrikt in mijn ogen om het vervolgens op een lopen te zetten. Zoals ik al zei: communicatie is een werkwoord."

Chris: " Zondag 11 augustus… christine.mallet@wanadoo.be

af en toe het rochelende geluid van iemand die zijn neus ophaalt : een walgelijke gewoonte hier.

na een goede nacht onder een muskietennet in onze kamer met airco vertrekken we naar de office van Arif voor een ontbijt : toast met ei of confituur en wat fruit voor de stoelgang, hoewel niet iedereen dat nodig heeft. En dan op weg met de jeeps. Tine heeft duidelijk last van haar gekneusde ribben na haar val in een open riolering. Dapper verbijt ze de pijn en gaat voor de zekerheid vooraan in de auto zitten. Hopelijk voelt ze daar weinig schokken want aan de staat van het wegendek valt niet veel te veranderen.

Onderweg kijken we weer onze ogen uit. We zien o.a. hoe de vezels van de in het water geweekte jutestengels getrokken worden.

In een klein ziekenhuis bezoeken we het deel dat door de Damiaanactie gebruikt wordt en krijgen er dezelfde uitleg als bij vorige bezoeken. Kwestie van de les niet te vergeten. Maar op aanraden van Willem vragen we om ook eens een andere ziekenzaal te mogen zien. Daar zijn de bedden maar half bezet. Op vraag van Bea hoe dat komt, antwoordt de dokter : ‘they will come’. Ziekenzorg is voor de Bengalen gratis, dokters worden door de overheid betaald. Niet elke dokter is even gemotiveerd.

Op het ziekenzaaltje zien we o.a. een klein kind met longontsteking, een jong meisje dat vergif genomen heeft om te ontsnappen aan een slecht huwelijk (huwelijken worden nog veel geregeld) en een pasgeboren baby van een half uur oud. Prompt krijgt Sien de baby in haar armen geduwd. Ook ik kan het niet laten om dat nieuwe leven even vast te houden. Wonderlijk ! Moeders in Bangladesh zijn zo jong.

Vandaar gaan we op weg naar een dorpje gesticht voor landlozen en gefinancierd door de overheid met steun van een NGO. Nog steeds veroorzaken we volkstoelopen en worden we aangestaard en aangesproken. ‘Your country’ vragen vooral jonge mannen die een paar woorden Engels kennen.

We volgen er een sessie gezondheidseducatie en deze keer staan niet alleen vrouwen en kinderen te luisteren, maar ook mannen wat heel ongewoon is. Als belangrijke gasten moeten wij gaan zitten. Ik voel me er wat ongemakkelijk bij.

Bij een wandeling in het dorpje, komen we bij een klaslokaaltje. Een 20-tal kinderen zitten netjes naast elkaar op de grond met een leesboekje. Als we binnenkomen, staan ze recht, begroeten ons en zingen een liedje. Zo eenvoudig, zo mooi, zo aangrijpend.

 

Op de terugweg naar Rashahi stoppen we voor een stukje cultureel erfgoed: een prachtige Hindoetempel die jammer genoeg in verval raakt: geen geld voor onderhoud.

Na de lunch halen we onze bagage op en vertrekken voor een 8 uur durende treinreis naar Khulna. Het afscheid van Arif is hartelijk. Hij was een enthousiaste en uiterst vriendelijk begeleider. Minder aangenaam is het afscheid moeten nemen van Leen en Luc die om gezondheidsredenen niet meer met ons mee kunnen.

Onze lunchpakketten krijgen we mee: mooie kartonnen doosjes met een appel en toast met tonijnsla.

We reizen zeer luxueus : 2 gereserveerde slaapcoupés. We vertrekken met vertraging en proberen ons ondertussen koelte toe te wuiven met onze gekochte waaiertjes. Als « rijke » toerist laat Sien haar schoenen poetsen tot ze spiegeltjes zijn. Vanop het perron worden we aangestaard en horen we af en toe het rochelende geluid van iemand die zijn neus ophaalt : een walgelijke gewoonte hier. Ook zie je veel mensen met rode tanden van het kauwen op betelnoten. Kruimels van kapotgeklopte baksteen boetseren de gaten in het wegdek.

Wanneer we dan eindelijk vertrekken, wordt het vlug donker zodat we niet veel zien van het landschap.

Om de haverklap komt een jongen ons vragen : ‘drink ?’. Op den duur werken we hem vastberaden naar buiten en sluiten de schuifdeur. We letten wel op dat we niet teveel drinken want een bezoek aan het toilet is best te vermijden.

Ondertussen heeft Korneel al één van zijn voetbaltruitjes weggegeven. De gelukkige brengt ons waarachtig zijn muziekinstallatie (aangesloten op een batterij van een auto) om te luisteren naar Hindi muziek.

Uiteindelijk komen we veel later dan voorzien in Khulna aan. Mr. Saki staat ons op te wachten en brengt ons naar een zeer luxueus hotel. Jammer dat het maar voor één nacht is."

Veerle: " Maandag 12 augustus... inghelbrecht_veerle@hotmail.com
vreselijke armoede is een onrecht die wij, als Westerse maatschappij moeten bestrijden

De treinreis naar Mongla: een moment om eindelijk eens na te denken. Terwijl ik wat probeer te lezen, ben ik eigenlijk aan het wegdromen, aan het nadenken over al het gebeurde. Een vraag die al de hele reis door mijn hoofd speelt, borrelt terug op: "Zijn deze mensen gelukkig, ondanks hun (in Westerse ogen) ellendige toestand?" Een vraag die van heel groot belang is, aangezien wij, stervelingen, al vanaf het begin der tijden enkel dit nastreven: hét geluk. Dankzij deze reis werd dit mij iets duidelijker.

Mensen lijken hier wel gelukkig. Ze leven rustig, ze zitten bij elkaar, ze luisteren naar elkaar… Maar laten wij niet gaan 'romantiseren'…Voor ons (mij) lijkt dat fantastisch: het ware, pure leven. De werkelijkheid is wat gruwelijker. Doordat al die mensen steeds zo dicht op elkaar leven, en er geen hygiëne is, worden mensen ziek, veel kindersterfte, mensen leven niet zo lang...

Zijn de Bengalen nu gelukkiger dan wij, rijke Westerlingen? Weegt de solidariteit in de familie, het primitieve, pure leven op tegen een ontzettende onwetendheid (90% van de bevolking is analfabeet, geen wereldbesef), een corrupte regering, mannenmaatschappij waarin de vrouw bitter weinig te zeggen heeft, ziektes waaraan men niets kan doen wegens te weinig middelen…

Ik denk dat je Bangladesh en België misschien niet kunt vergelijken. Het zijn twee compleet andere werelden en levensvormen. Het lijkt net alsof Bangladesh is blijven steken in de middeleeuwen. Over het al dan niet gelukkig zijn kan ik me niet uitspreken en ik zal het wellicht nooit echt weten . Maar één ding is zeker: onwetendheid en ziekte die voortkomt uit een vreselijke armoede is een onrecht die wij, als Westerse maatschappij moeten bestrijden. Iedereen heeft recht op onderwijs, hygiëne…(weet je nog, de universele mensenrechten…)
Waarschijnlijk vraagt de lezer van deze kronkels zich af wat hij of zij nu eigenlijk kan doen. Wat kunnen wij, als 'stomme', niets-te-zeggen-hebbende Belgen doen? Ik denk dat een bewustwordingsproces iets heel belangrijks is. Nu is er maar een kleine minderheid die er zich van bewust wil zijn dat er iets grondig mis is. 'De kloof wordt steeds groter…'. Daardoor denk ik dat het belangrijk is om mensen uit je omgeving te inspireren. Hoe meer mensen die vinden dat er iets aan gedaan moet worden, hoe meer kans dat dit ook werkelijk zal gebeuren. Dan zal onze nationale regering niet anders kunnen dan iets ondernemen. Of is ons Belgenland weeral eens te klein om van zich te laten horen? Het is verdorie onze verantwoordelijkheid, door onze uitbuiting en natuurlijk tal van andere redenen is het zover kunnen komen!!

Dit waren zo ongeveer mijn gedachtenkronkels op deze treinreis. Deze werden af en toe verstoord door een Bengaal die ons iets wilde verkopen, onze schoenen wilde poetsen, of gewoon een reden zocht om de Westerse vrouwen (meisjes) aan te staren.

Dit alles is zo vreemd, zo 'anders', ik voel me als in een film, die maar niet wil stoppen. Na vijf maanden kan ik nog steeds niet geloven dat deze reis reëel was… Ik ben blij dat ik van de trein kan stappen, we worden opgewacht door iemand van de Damiaanactie die ons zal voeren naar één of ander luxueus hotel. Daar is de grote kloof weer… en ik ga weer eens met een dubbelzinnig gevoel slapen.

Sien: " Dinsdag 13 augustus… sien82@hotmail.com

Leerlingen die te lang naar ons staren of in de weg lopen krijgen een oorveeg

Ons privebootje dat ons naar Joymony moet brengen is speciaal uitgedost tegen de regen. Dit is de eerste keer dat we iets merken van het regenseizoen in Bangladesh. Het regenscherm op het dek helpt niet veel, maar met een paraplu en een kaweetje valt het best mee. De regen voelt ook warmer aan dan in ons Belgi‘landje.

We zien al van ver dat de plaatselijke bevolking ons staat op te wachten. We worden verwelkomd door de "teacher" die ons, voor de regen met bakken uit de lucht valt, laat schuilen in het plaatselijke schooltje. Tientallen moslimoogjes staren ons aan... De kinderen zitten hier per zes aan kleine bankjes waar nauwelijks plaats is voor twee. De boeken worden bovengehaald, en er wordt druk gepraat en gewezen. De camera van Filip heeft weer succes. Naast het klaslokaal voor de jongsten is er een klein lokaaltje waar de jongens van elf tot vijftien les krijgen. We krijgen een demonstratie van een Engelse les waarbij de leerlingen de zinnen van de leraar moeten herhalen. De jongens blijken de verkeerde bladzijden te lezen maar dat is niet zo erg want het Engels begrijpen we toch niet. Zou het hun Bengaals accent zijn of ligt het aan ons?

We trekken door de regen verder naar een ander schooltje waar meisjes en jongens ons het volkslied zingen. Het lijkt wel alsof ze allemaal iets anders zingen, maar het geheel klinkt prachtig samen. De luide stem van hun grijsbaardige leraar klinkt overal boven. Een streling voor het oor en het oog, als je niet let op de zwarte tanden van de leraar...

In de middelbare school wordt thee gemaakt voor ons, en de leraar biologie haalt zijn telescoop boven. De "teacher" bewijst dat hij België echt wel weet liggen op de wereldkaart (volgens hem ergens tussen Kroatië en Bosnië). Aan entertainment hebben we hier in geen geval tekort. De teacher vertelt ons wilde verhalen over Bengaalse tijgers. Al 17 keer heeft hij een tijger gezien. Een keer lag hij met zijn studenten ergens in openlucht te slapen toen zo'n gevaarlijke tijger vanuit het woud op hen afkwam. Als we zijn handgebaren mogen geloven had die tijger de grootte van een olifant. We merken onmiddellijk dat hij overal een schepje bovenop doet, maar de glinstering in zijn ogen en de mimiek waarmee hij vertelt zijn gewoon onvergetelijk. Hij vertelt ons ook over zijn rol in de film en over Jean, het blijkt zijn allerbeste vriend te zijn.

We worden ook hier weer als ware VIPS behandeld. Leerlingen die te lang naar ons staren of in de weg lopen krijgen een oorveeg van onze geliefde "teacher". We verlangen ernaar hem te zien in de film, hij is duidelijk de ster van 't veld, al is dat veld nu tijdelijk overstroomd.

Na een bezoek aan de herberg, die we ook zullen terugzien in de film, wandelen we naar het hutje van Salauddin, al is er van wandelen weinig sprake aangezien we plots tot aan onze knie‘n in het sop staan. Mister Saki is duidelijk de slimste geweest want hij heeft zijn schoenen afgedaan... Terwijl het steeds harder regent, beseffen we dat de neerslag die we thuis gewoon zijn nog zo erg niet is. Hier gaat het leven echter gewoon door, met of zonder regen.

We zijn inmiddels nat tot op ons vel en het valt moeilijk onze camera's droog te houden. Terug op het bootje beseft Jeroen dat het warmer is in bloot bovenlijf dan met een doorweekt T-shirt. Wij vrouwen kunnen daarin moeilijk volgen en ik val dan ook samen met Katrien in slaap in de zetel. De regen maakt moe, of is het het lekkere eten dat we mee kregen uit het hotel?

Bij aankomst in Mongla staat een blanke man ons toe te wuiven van op de kade... En jawel, bij nader inzien is het Willem! We hebben heel wat te vertellen, en beseffen dat we hem echt wel gemist hebben.

Iedereen gaat vroeg gaan slapen want morgen nemen we al heel vroeg de steamer...

 

Tine: " Woensdag 14 augustus… Tine.vaneeghem@skynet.be

"Eerste klas", daar mogen wij verblijven."

vandaag moet er alweer een serieuze afstand afgelegd worden. Er wordt voor de stoomboot gekozen. Dit is helemaal niet verwonderlijk als je weet dat Bangladesh 8.000 km bevaarbare waterwegen heeft. Bovendien wordt de chaotisch drukke en gevaarlijke autoweg op die manier gemeden. Het wordt een heerlijke 24 uur. Er werd dus goed gekozen!

In alle vroegte, genietend van een kopje koffie, zien en horen we de Steamer aankomen. We nemen vlug pak en zak, varen direct met een veerbootje naar de overkant om uiteindelijk aan boord van de Steamer te klimmen. "Eerste klas", daar mogen wij verblijven."
Kleine maar comfortabele slaapcabines geven aan de ene kant op het buitendek uit en aan de andere kant op de grote eetzaal. Het schip werd door Engelsen gebouwd, alles ademt de koloniale stijl uit, de glorie van weleer.

Sommigen van ons verkiezen het bed te proberen na dat korte nachtje. Ik installeer me op het dek, kijk naar het landschap en laat mijn gedachten de vrije gang.

We kruisen een kloeke boot. Hij neemt een twintigtal vissersloepen op sleeptouw mee, naar visrijke wateren.

Steeds weer komt datzelfde monotone beeld: veel water, veel groen…
Maar precies dàt maakt Bangladesh zo mooi. Het geeft je de nodige rust in dit anders zo lawaaierige en overbevolkte land. Zalig genieten is dat.

Maar, regelmatig worden we weer in die drukte ondergedompeld. De steamer doet namelijk een viertal stopplaatsen aan gedurende die dag. Zo’n wissel zien is een belevenis op zich.
Jongetjes springen al de boot op nog voor deze de kade bereikt heeft. Onvoorstelbaar beangstigend. De loopplank is nog maar voor de halve breedte gelegd en velen drummen al om er als eerste over te lopen. Jonge kinderen proberen van huisgemaakt eten of drinken zo snel mogelijk geld te maken. De Steamer komt trouwens niet elke dag langs. Vrachten worden massaal gelost door mankracht. Militairen stappen af met grote lege emmers en brengen ze terug mee gevuld met rijst en groenten. Het wemelt er van bedrijvigheid. Voor mij is dit gestructureerde chaos.


Wij reizen eerste klas, maar dat is niet voor iedereen weggelegd. Dus zijn we eigenlijk wat nieuwsgierig en dalen we naar de tweede en nog wat dieper naar de derde klas.
Het is er duidelijk anders. Geen tafel, geen bed, geen stoel, … mensen hebben er hun doeken gespreid, zitten, liggen in een open ruimte. Geen bescherming tegen nachtelijke kou of oorverdovend lawaai van de motoren. Wat een enorm verschil binnen enkele meters hoogteverschil. Weerom zijn wij bij de gelukkigen… "

Katrien: " Donderdag 15 augustus… debo@online.be

Filip droomt er eventjes van om oorlogsjournalist te worden

om kwart voor zeven word ik gewekt door het gefluit van de steamer. Ik spring het bed uit en ga een kijkje nemen op het dek. Bea en Willem zijn ook al uit de veren en staan gezellig te kletsen op het bovendek, terwijl ze de oevers bewonderen. De baksteenfabrieken rijzen als paddestoelen uit de grond, volgens Willem zijn we reeds in Dhaka. Nog ongeveer een half uurtje varen vooraleer we de haven bereiken. Ik neem vlug mijn fototoestel en ga nog eventjes een kijkje nemen in de tweede en derde klasse. Tot mijn grote verbazing is het veel minder druk dan de avond voordien. Vele passagiers hadden de steamer verlaten in de vorige stopplaats De nog aanwezige passagiers beginnen zich klaar te maken om eveneens de steamer te verlaten. Slaapmatjes en dekens worden opgeplooid. Eenmaal aangelegd aan de kade, verlaten de bengalen de steamer en verdwijnen in de massa. Wij hoeven ons niet te haasten vandaag want er mogen namelijk geen auto’s rijden van 6 tot 12h.

Willem en enkelen van de groep verlaten eveneens de boot om een wandelingetje te maken rond de haven. Zalig, er heerst een drukte van jewelste op de fruitmarkt.

Eenmaal terug op de steamer staat het ontbijt op ons te wachten, en is de rest van de groep eveneens uit de veren. Na enig overleg met dokter Saki, besluit Willem om te voet te vertrekken richting Golden Goose Guesthouse. Alle bagage wordt in een kajuit geplaatst en dokter Saki blijft aan boord bij de bagage.

Wij vertrekken richting Golden Goose Guesthouse, het zou een 10 km lange wandeling worden. Willem gidst ons zonder moeite door een wirwar van kleine straatjes, we hebben ogen te kort en zien iedere keer iets nieuws. Geregeld wordt halt gehouden aan winkeltjes waar sommigen van ons een souvenir kopen. Ondertussen zijn we aangekomen op de grote weg bij het busstation. Willem vertelt ons dat deze plek niet zo veilig is en dat we best goed doorstappen en samenblijven. En ja, Willem heeft gelijk…. Plots bevinden we ons in een nare situatie. We zien dat er een betoging bezig is en dat het er heel luid aan toegaat. Zonder dit te willen bevinden we ons tussen twee rijen politie in gevechtskledij. Vooraan geraken de betogers door de eerste rij politie. Filip en ik treuzelen, we willen dit op video en dia, maar helaas het filmke is juist op en de filmbatterij is leeg. Ondertussen is Willem ons komen zoeken. Hij beseft de ernst van de zaak en beveelt ons: "Wegwezen hier…..Lopen…". Ja, Filip droomt er eventjes van om oorlogsjournalist te worden, wat lijkt dat spannend.

Tegen elf uur komen we aan in het meest luxueuze hotel van de stad. We kunnen allemaal best een drankje nuttigen. De meeste houden het bij een frisdrank, alhoewel de echte bierdrinker 300 taka betaalt voor een biertje. Ondertussen doet Sien haar inkopen in één van de boetiekjes in het hotel. Ze ziet er stralend uit wanneer ze verschijnt in haar bengaalse sari.

Voor de resterende afstand naar het Golden Goose Guesthouse besluiten we een riksja te nemen. Aangekomen, bestellen we de lunch. De Thaise soep smaakt heerlijk, maar van de noedels hebben we veel te veel besteld. We vragen de ober om het overschot te bewaren voor het avondmaal.

In de namiddag brengt Willem ons naar enkele betere winkels in de stad waar we inkopen kunnen doen. Er is keuze in overvloed, T-shirts, stoffen, boeken, enz. Met volgeladen zakken keren we terug naar de Golden Goose. Na nog eventjes na te praten gaan de meeste van ons vroeg slapen."

Filip: " Vrijdag 16 augustus… debo@online.be

een bende mannen die blijkbaar nog nooit een blanke vrouw gezien hadden

dit wordt onze laatste dag Bangladesh. Vandaag kunnen we lekker uitslapen. Afspraak met Willem om 10 uur. We rijden nog even langs bij Willem thuis waar we nog kunnen genieten van een kop koffie. Intussen gaan Willem en ik op zoek naar een extra taxi die we voor de hele dag huren. Ik vind het leuk om Willem te horen onderhandelen in het Bengaals.

Vooraleer onze dagtocht te starten, stoppen we nog even bij de bakker waar Korneel en Sien onze lunch kopen. Dan vertrekken we richting "Dhamrai Hindu Village". Halverwege houden we eventjes halt bij " The National Martyrs’ Monument at Savor". Deze betonnen constructie vind ik van dichtbij wel heel indrukwekkend.

We zetten onze weg verder naar Dhamrai Hindu Village. Eenmaal aangekomen in het dorp verlaten we de jeep en taxi, en verkennen het dorp te voet. We hebben geluk want het is juist marktdag. Er heerst een drukte van jewelste. We brengen een bezoek aan een kunstenaar die gespecialiseerd is in het maken van Hindoe beelden. De man geeft een woordje uitleg over het procédé dat wordt toegepast. Sien ziet onmiddellijk de gelijkenis met wat zij toepast in de glaskunst. Na de rondleiding in het atelier, brengen we nog een bezoekje aan de showroom. Er staan prachtige werkjes.

Katrien, Sien en Tine zijn het meest onder de indruk van de klankschalen en kunnen niet weerstaan om er één te kopen. De vader van de kunstenaar biedt ons eveneens een kopje thee aan.

Vervolgens gaan we iets verder in de straat, aan een eetstalletje onze grootste honger stillen met een soort pannenkoek. We wandelen tot aan de brug waar we de boot zullen nemen. Helaas zit de boot al overvol en een bijkomende boot is er niet, dus onze plannen worden gewijzigd. Na onze sandwich verorbert te hebben, wandelen we terug naar de jeep en taxi.

We rijden terug tot aan een andere opstapplaats voor boten en nu hebben we geluk. Een boottochtje van ongeveer een uurtje brengt ons naar het dorp van de slangenbezweerders. Tijdens onze tocht worden we vergezeld door een bende uitgelaten Bengalezen die naast ons komen varen. Het was een bende mannen die blijkbaar nog nooit een blanke vrouw gezien hadden. Willem moest eventjes ingrijpen wanneer hun boot te dicht naast ons kwam varen. Dat was de tweede keer dat ik Willem zo kwaad zag.

Aangekomen in het dorpje staan de mannen met hun houten kisten ons al op te wachten, waaruit ze een tiental slangen toveren. Na een wandeling, door de modder, terug naar de jeep. Deze brengt ons terug naar de Golden Goose. Om 20 uur komt Willem ons oppikken voor het " laatste avondmaal". Willem brengt ons naar één van de beste restaurants van Dakha. Het is er sjiek en een groot buffet staat op ons te wachten…

(Eind september beëindigde een Bengaalse verfploeg de schilderwerken in het Jalchatrahospital.)

 

BOUWKAMP Bangladesh 2003