Fietskamp Damiaanactie Bangladesh 

Krokusvakantie  24 februari - 06 maart  

foto's...

 

 

uit het dagboek van Maarten...

Zaterdag 25 februari, Dhaka

"...12 blanken zetten om half zeven voet aan grond in Bangladesh. Benieuwd naar wat komen gaat begeven we ons naar de mysterieuze man waar we al zoveel over gehoord hadden, Willem. In de chaos van Dhaka begeven we ons met de jeep naar ons hotel. Ik moest eerst nog bekomen van enkele ongewone taferelen op het vliegveld. Honderden Bengalen stonden achter tralies ons aan te staren. Een vreemd en nieuw gevoel dat deze inleefreis niet meer zal weggaan.  Onderweg kreeg ik een eerst indruk van het land. Ik zag langs de kant van de weg bakstenen steengruis, ijzer, onafgewerkte bouwwerven,… Alles zag eruit of er ooit jaren terug een oorlog was geweest maar dat het herstel was uitgebleven. De echte reden was waarschijnlijk armoede.

Na enkele uren rust begon de 1e confrontatie met de Bengalen op de beestenmarkt. Ze kijken je daar aan, klampen je vast, vragen geld of eten, het is een raar gevoel. We waren een soort van attractie. Toch lachen ze altijd ondanks hun miserie. Bengalen hebben een mooie lach en kunnen spreken met hun ogen. Een dergelijk beeld kende ik van op foto’s maar echt oogcontact is indringender.  

De rest van de dag maakte we enkele typische Bengaalse dingen mee. Ik zag langs de oevers Bengalen onmenselijke handenarbeid verrichten. Dit was choquerend. Zij deden het enkel en alleen om te overleven; Met manden op hun hoofd liepen ze af en aan met grind, zand of bakstenen. Het was bloedheet maar ze gaven geen krimp. Dit zijn naar Belgische normen middeleeuwse toestanden, hier is het normaal.  

De groentemarkt in Old Dhaka confronteerde mij opnieuw met schrijnende beelden van armoede. Zoveel op een dag was ik niet gewoon van te zien. De riksjatocht toonde mij de drukte van Bangladesh. Ontelbare riksja’s, bussen, auto’s reden door elkaar zonder 1 enkele botsing wat mij nog steeds verwondert. De tocht met de jeep naar het hotel was hetzelfde, drukte tot en met. Alles zat vast en iedereen claxonneerde erop los.    

Opnieuw geen gewonden. In het hotel gebeurde iets typische Bengaals, stroompanne. Het hotel had een noodgenerator maar bij de mensen op de straat en bij Willem thuis waar we een feestmaal hadden staken de kaarsen aan. De gezelligheid kwam naar boven. Een lekker diner kregen we voorgeschoteld van Willem’s kok Santosh. Waarschijnlijk het laatste degelijke eten voor even want morgen vertrekken we op tocht..."

uit het dagboek van Emma...

Zondag 26 februari, Dhaka

“…De dag kwam letterlijk nogal traag op gang: we hadden ’s avonds aan de receptie gevraagd om ons rond 7u30 te wekken. Om 7u35 belde Sofie, Hermien en mij ‘hysterisch’ wakker: “Hebben ze jullie ook niet wakker gebeld?” Dit was inderdaad het geval geweest… We haastten ons om zo snel mogelijk beneden te zijn, maar toen we daar aankwamen, zat alleen Rik op ons te wachten. Hij had net aan de receptie gevraagd of ze ‘toevallig’ iedereen hadden vergeten wakker te bellen… Natuurlijk was dit het geval geweest… Rik had hen onmiddellijk de opdracht gegeven om dit dan toch maar iets later te doen. Enkele minuutjes later zagen we alleen Mark naar beneden komen: de rest hadden ze opnieuw vergeten wakker te bellen!  Mark belde dan maar zelf iedereen wakker.

Na het ontbijt kregen we een uitvoerige uitleg over de werking van de DF in Bangladesh. Dit vond plaats in het hoofdgebouw van de Damiaanactie zelf. Dokter Selim en Saki namen het voorwoord.

Vervolgens begonnen we aan onze tocht over ‘de dodenweg’ met de 3 wagens… De naam zegt genoeg: het is echt geschift... De auto’s houden geen rekening met tegenliggers, of met om het even welk voertuig. Ze steken elkaar constant voorbij en wijken pas op de laatste seconde (letterlijk!) voor hun tegenliggers. Het gebeurt zelfs dat een vrachtwagen of bus die op het verkeerde baanvak rijdt, helemaal niet wijkt voor zijn tegenliggers: hij is groter en sterker, zij moeten maar wijken…

Op een bepaald moment stopten we langs ‘de dodenweg’ om een wandelingetje te maken. We kwamen een meisjesschool tegen en natuurlijk stonden we weer onmiddellijk in het midden van de belangstelling. Ze dansten voor ons, en na een tijdje probeerde we hen de plopdans te leren. Helaas mislukte dit een beetje, want een lerares (die de kinderen met een stok sloeg als ze niet luisterden) hield de kinderen op afstand (met behulp van de stok wel te verstaan…). We vervolgden onze tocht over een bamboebrug en we kwamen in een dorpje, waar Sofie en Virginia rijkelijk ballonnen, petjes & latjes uitdeelden.  

Uren later kwamen we eindelijk in Mymensingh aan. We staken in een bootje een rivier over, om op de andere oever een ex-leprapatiënt de bezoeken, die van de DF een koe gekregen had om opnieuw wat geld te verdienen. De man die ons wat uitleg gaf, gaf de aanleiding tot de ‘running joke’ van de hele reis. Hij zei:” The man has no feeling in the ‘peet’. “ (Bengalen kunnen de ‘f’ namelijk niet uitspreken en vervangen deze door een ‘p’, met alle gevolgen vandien…) We keerden terug naar onze slaapplaats met de riksja. Terwijl het al begon te schemeren kozen we onze fietsen uit.  Hier en daar werd nog wat gesleuteld .

De fietsen en wij zijn volledig klaar om morgen aan onze eerste tocht te beginnen…"  

 

uit het dagboek van Hermien 

Maandag 27 februari, Mymensingh

"...Vannacht werd ik om 1u00 wakker gemaakt door een mug rond mijn oor. Ik heb er 2 nachten op zitten wachten en nu was het zover. Na een grondige insmeerbeurt met plakkerig muggenspul ben ik uiteindelijk terug in slaap gevallen. Om 10 voor 6 moesten we al ons oververhitte kamertje in Caritas verlaten. Na een stevig ontbijt beseften we dat vandaag het echte begin van onze reis stond te wachten. We gingen eindelijk fietsen!! We wachtten allemaal ongeduldig op het vertreksein van de chef, Willem.

Na een korte beproeving op de grote weg (inclusief chaos, riksjas en belgerinkel…) verlieten we de ‘bewoonde wereld’ startte onze eerste cyclocrossoefening voor we het wisten snelden we al door de rijstvelden. Ons eerste kleine dorpje (en dan bedoel ik wel heel klein) hadden we al opgeschrikt door een spectaculaire klapband- actie van Rik. Hij was zo enthousiast dat zijn band niet meer meekon. Ondertussen konden wij iets verder al uitrusten en starende kindjes animeren en fotograferen.  

Na onze eerste rustpauze fietsten we door open velden en over veel te smalle wegjes langs de oude Brahmaputra (een zijrivier van de BRahmaputra die in India loopt). Het was lastig maar tevens indrukwekkend om al die ongerepte natuur te doorkruisen. Het leukste is om door de kleine dorpjes te rijden en zien hoe de mensen wonen, werken en gelukkig zijn, maar ook hoe hard ze wel kunnen staren naar die witte apen op een fiets die zomaar eventjes voorbij komen in hun dorp.

De auto’s wachtten ons enkele kilometers verder op en daar werden we voor de tweede keer geconfronteerd met het hoopje testosteron in Bangladesh. Terwijl Willem en Marc een fiets terug in orde maakten, was Luc de Bengali Tiger aan het nadoen (tot grote vreugde van al die kindjes) en waren de rest van de mannen nergens te bespeuren. Daar stonden we dan, helemaal ingesloten en als schapen bij elkaar gedreven. Als meisje voel je in zo’n land pas wat het is om een man naast je te hebben. Als we ons eindelijk uit de mannencirkel gewurmd hadden fietsten we weer verder, steeds dichter naar onze bestemming toe.

De impulsieve en niet-geplande stops zijn de beste en dat vond Willem ook dus hebben we halt gehouden aan een steenbakkerij.

In de middaghitte moesten kleine gastjes 160 keer proberen heen en weer te lopen met bakstenen op hun hoofd. Daarvoor verdienden ze ongeveer 1 euro. Één euro en dat kon je dus op een dag verdienen. Als ze lopen halen ze misschien 320 keer en dan krijgen ze ongeveer 2 euro… Volgens één van de opzichter was het kleinste jongentje 8 jaar. Terwijl Luc een foto probeerde te nemen van een paar jongens kwam er plots van achter een grotere jongen, een klein jongentje tevoorschijn. Hij was amper 5 jaar oud en droeg al een plankje in de hand om bakstenen op te stapelen… Alle kinderen werden terug aan het werk geroepen en wij voelden dat we beter zouden vertrekken want zij verdienen anders geen geld… Willem gaf ons nog een beetje uitleg over de werking van zo’n steenbakkerij (in openlucht!). Telkens je voorbij een opzichter wandelt met stenen op je hoofd krijg je een bonnetje in een kleur naargelang de hoeveelheid stenen je meedraagt.

We hielden ook nog een paar heel korte pauzes, aan een waterpomp, om ons wat te verfrissen en bij een eendenboer (zeer fascinerend om zo iemand bezig te zien).

Daarna reden we in 1 stuk door naar Netrakona, ons eerste DF-hospitaal. Toen we aankwamen kregen we er lekker eten (rijst met kip en groentjes) om wat bij onze positieven te komen, we werden echt verwend. Na wat genoten te hebben van een rustpauze gingen we een kijkje nemen bij het schooltje dat net naast het hospitaal ligt. Daar heb ik voor het eerst in mijn hele leven een 4 maanden oud bengaaltje vastgehouden… een onbeschrijflijk gevoel!

Tijdens de rondleiding in het hospitaal worden wij voor het eerst geconfronteerd met TBC en lepra, de twee armoedeziekten. We zagen gewoon in het echt wat we als klein kind op school leerden. De man met TBC op zijn beenderen zal voor altijd op ons netvlies gebrand blijven. Gewoon een skelet met broze huid erover gespannen, een man die lag te wachten tot hij verlost werd van zijn pijn. Aangrijpend en griezelig tegelijk.

In Netrakona hebben ze ook een labo waar ze de 4 medicijnen tegen TBC kunnen testen op de TB- bacillen van een patiënt. Zo weten ze hoe ze die bepaalde patiënt kunnen behandelen. Even bekomen van alle shocks die op ons afkwamen en we zaten al weer op onze fiets.

Nog 7 km trappen naar Sabalumby, waar we overnachtten. Voor het eten konden we nog even naar het winkeltje van de handcrafts om er een echte Sjawal-kamiz te kopen. Na het avondeten (kip met rijst en chapatas) genoten we van onze welverdiende nachtrust… Slaapzacht Bangladesh, tot morgen!..."

 

uit het dagboek van 'Murgi' (Virginia)

Dinsdag 28 februari, Netrakona .... in kleine lettertjes...

'.... vandaag laat opgestaan, halfacht om precies te zijn. eerst naar Sabalumbi, de handicrafts gaan bekijken. dit project is er om vrouwen en kinderen op te vangen die werden verlaten door hun man. ze krijgen er les, opvoeding, eten, onderdak en een cursus hoe ze zelfstandig moeten zijn in deze maatschappij. dit doen ze door hen onder andere te leren hoe ze kleren maken, en nog van die spullen. het is echt zo verfijnd! we keken er eventjes in de leslokaaltjes en gaven de kinderen latten, pennenzakjes en nog van dat. het is gek hoe blij ze daar mee zijn, terwijl ja, bij ons wat oen kinderen daarmee? hoeveel kinderen krijgen in de winkel voor sinterklaas een zakje snoep met een latje erbij? ik wel, en wat doe je daarmee? je gooit de lat bij de rest en kijkt er niet meer naar. hier niet, hier gaan ze trots hun buit aan de anderen tonen. je voelt je goed na zoiets, niet zo dat je denkt de wereld te hebben verbetert, maar wel de dag van 1 kind.

hierna zetten we koers naar birisiri om er de staatskliniek te bezoeken. we gingen binnen in de eerste ziekenzaal, de mannelijke afdeling en alweer zie je een zaal vol doodzieke mensen jou richting uitkijken. eerst en vooral voelde ik me schuldig, daar sta ik dan, kerngezond, ik heb alles wat ik moet hebben en meer, en zij liggen er ziek, met niks anders dan een familielid naast hun.

We zagen er een doodziek, graatmager, oud mannetje, hij was gewoon volledig ingevallen, een levend (!) skeletje! het is een eng zicht en zeer shockerend. het ergste is dan nog dat hij de hele tijd en het Bengaals zei: 'help me, help me!' daar krijg je kippenvel van. je staat daar maar te kijken hoe een oude man ligt te verkommeren en je kan niks doen! 

Spijtig genoeg is dit nog niet het ergste, er komt nog! het meest droeve verhaal moet nog komen! toen we n,et binnengingen in de tweede ziekenzaal, de vrouwelijke afdeling, waren we getuige van een ongelofelijk erg moment. een kleine baby lag in z'n moeders armen en stierf ter plekke. we zagen het kleine kind niet meer ademen, het hartje klopte niet meer en al wat de dokter deed was nog eens luisteren naar het hart, het was te laat! ik kon echt beginnen huilen! de moeder werd gek van verdriet, en al die mensen staan daar gewoon rond haar! ze had geen enkel moment alleen met haar dode kind. ik kon niet meer en we vonden het niet gepast om als een bende aasgieren op sensatie te zitten kijken naar het leed van deze jonge moeder. ik leefde zo met haar mee! 'k wou delen met haar pijn om haar minder ellendig et zien! ik zag haar kleine wezentje daar liggen, dood, met het mondje open.

het ziekenhuis verkeerde dan ook in erbarmelijke toestand - naar westelijke mening. vuile muren, verroeste bedden, totaal geen hygiëne, de wachtzaal, een vuil bebloed deken op de gang... in de damiaan-ziekenhuizen die we bezochten was dit helemaal zo niet! daar werd rekening gehouden met de broodnodige hygiëne! dit is een staatsziekenhuis, maar wil dat dan zeggen dat er daarom minder rekening moet worden gehouden met de gezondheid van de mensen?!   het wrede is dat bij ons, in België, de baby nog een kans zou hebben gehad, door middel van reanimatie, infuus, wat dan ook! hier niet!

de dokter wou ons verder begeleiden, maar voor ons was dit bezoek over, gedaan!  Na enkele malen slikken en m'n gevoelens proberen te relativeren poogde ik mezelf iets harder te maken om open te staan voor dit soort dingen. dit is tenslotte waar we voor gekomen waren, niet? de waarheid zien, realiteit onder ogen DURVEN komen, wel ik heb genoeg realiteit gezien vandaag, wat ik zag heeft geraakt, niet even van 'och, hoe spijtig', maar echt geraakt, iets dat niet over het hoofd zal worden gezien bij mijn verslagen thuis. de rest van de tijd zag ik het gezichtje van de koter steeds voor me, staat op je netvlies gebrand.

daarna reden we goed door en kwamen we weer twee ingezakte bruggen tegen. dat was ook weer een zicht, bij de bengalen allemaal geen probleem! kan je ernaast, dan is er niks gebeurd. de laatste kilometers vlogen er letterlijk door, nog een laatste spurt en we kwamen aan bij het YMCA van Birisiri. we hebben eerst gegeten in een plaatselijk restaurant. vertaling: vier golfplaten tegen elkaar, wat stoelen en tafels et voila. het eten was uitzonderlijk straf. pure pepers die je naar binnen duwt. maar, het IS het eten van de avond, dus je eet, wat echt nodig is, je moet voldoende energie hebben om e volgende dag terug de fiets op te kunnen. later op de avond begin ik het te voelen in mijn buikje en dat terwijl we morgen tegen de 80 km moeten fietsen! ai! tot morgen dan maar..."  

 

uit het dagboek van Bernard

Woensdag 01 maart, Birisiri

"...Deze morgen om 7 uur vertrokken en daarom geen ontbijt genomen.
Het peloton bewoog zich door de straten waar het niet te warm was. Het heetste van de dag moest nog komen. Bij een steengroeve hielden we een eerste pauze. We zagen mensen stenen uithakken in de diepte. Anderen brachten die stenen in manden op hun hoofd naar boven.
Hun dagloon bedraagt 160 taka (2 euro).  

We namen onze fiets en reden verder over smalle zandweggetjes op weg naar onze ontbijtplaats. Zoals gewoonlijk aten we er ei met paratas.

Het smaakte heerlijk na die kilometers op de fiets. Na het eten volgde een lange rit in de hitte richting de Mandiefamilie. Langs smalle wegen met veel putten kwamen we bij hen aan.
Daar werden we hartelijk verwelkomd! Ieder van ons kreeg zelfs een bloem.
Op de tafel stonden koekjes, water en rijstwijn. We proefden even maar niet te veel om op volle krachten te blijven. Even verderop lag het ziekenhuis van Dobaura. We brachten er een kort bezoekje aan het labo.  

Viriginia was te ziek om met de fiets verder te gaan daarom besliste ze om de rest van de tocht met de auto te doen.
Langs nog slechtere wegen reden we verder. Het bewijs: een platte band (Luc), nog een platte band (Luc) en een spectaculaire koprol (Luc). Op het einde van het traject kwamen we nog een paar ‘bergjes’ tegen. Waarschijnlijke de hoogste van gans Bangladesh.

We passeerden ook vele bruggetjes waaronder enkele bamboe-exemplaren waar we ons toch niet zo veilig op voelden. Ondertussen reden Manik en Virginia met de auto naar Boromari waar wij ’s avonds ook zouden aankomen. Ze kenden onderweg enkele vertragingen omdat er een truck in panne stond in het midden van de baan.  

In het klooster/weeshuis van de zusters van Baromari werden we hartelijk ontvangen. Onmiddellijk kregen we cake, iets wat we hier nog nooit hadden gezien. Het smaakte heerlijk en iedereen kreeg er weer energie van.
De zuster toonde ons India in de verte en waarschuwde ons voor de wilde olifanten die hier soms rondstormen. Als avondmaal kregen we een westerse maaltijd. Iedereen at zoveel hij kon. Als bedanking gaven we de zusters een voorraad geneesmiddelen...
"

 

uit het dagboek van Murgi (2)

pechdag!

het eten van gisteren is me enorm slecht bevalen! bij het opstaan was het al moeilijk, eens op de fiets voelde ik mij echt slecht! na iets over de 20 kilometer protesteerde mijn lichaam en was ik kapot. ik ging bij Mannick in de jeep en rustte uit voor morgen. ik kon niet echt veel slapen, mijn rust werd al vlug verstoord. nu ja, als enige blanke meid in een damiaanjeep op het platteland in de sloppenwijken van Bangladesh... alle bruine kijkers op mij gericht.

we waren bijna in Baromari, ons doel, toen de jeep tot stilstand kwam bij ALWEER een ingezakte brug en een vrachtwagen die stilgevallen was. mannick stapte uit en ging kijken wat er aan de hand was. we hebben zo'n 2 uur stilgestaan in de hitte tussen al de nieuwsgierige bengalen. serieus! duizend vragen en drie huwelijksaanzoeken. op den duur begint het lastig te worden, deze mensen zijn zo opdringerig met momenten, zo naïef, maar niet verkeerd verstaan hé, ze bedoelen het totaal niet zo! ze weten gewoon niet beter, ze zijn het niet gewend hier een blank meisje te zien . de dagelijkse portie beeldschone kinderen onder een dikke laag vuil vulden de straten rond me. door hun vragende blikken kon ik niet anders dan uitstappen en me onder de menigte begeven. als ik daar dan toch zolang wachten moest, kon ik even goed een poging tot een conversatie proberen. ik legde de mannen uit dat het niet onze cultuur is dat jonge meisjes zo vlug trouwen, en al keken enkele jongens me maar raar aan, ik wist dat ze wel een deel begrepen. uiteindelijk heb ik alles dat ik bij me had, koekjes en kleine reisspelletjes, mooi verdeeld.

peuters met lange snottebellen, mensen in lompen gekleed, kinderen die spelen met kapotte autobanden, ik heb het weer allemaal gezien. Bengalen zijn echt zo'n vriendelijke mensen, en een trots volk. jammer genoeg hebben ze niet de middelen om dit ook naar de buitenwereld duidelijk te maken. maar ze maken er echt overal het beste van. een van de prachtige dingen hier is het evenwicht tussen mens en natuur! hoe veel reservaten we ook hebben in België, niks klopt dit. man, vrouw, kind, dier,... ze wassen zich allemaal in dezelfde vijver even verderop. ok, niet echt hygiënisch, maar ik denk niet dat wij in België zoiets zouden doen hé?! natuurlijk, hoe raar het ook klinkt maar de mensen hier kunnen er precies allemaal tegen. het maakt hen niet uit dat even ervoor de koe werd verfrist in het water waar zij net hun mond mee spoelden. mochten wij dit doen, gegarandeerd lopen we een ziekte op. het is echt gek, nu ik hier ben en dingen zie die ik anders nooit zou zien heb ik de tijd en de gelegenheid alles op te schrijven wat ik voel, wat ik denk, ik merk aan mezelf dat ik hier een andere manier van schrijven heb dan in België, waarschijnlijk omdat ik elke dag onder de indruk ben van wat ik te zien krijg. prachtig maar ook ontroerende beelden!

na 4 ongemakkelijke uren in de jeep, bekeken door mijn persoonlijk record aantal bengalen, kwamen we eindelijk aan bij de nonnetjes. Fantastische mensen! wat een ontvangst! ook de kamers zijn super-de-luxe! onze "matrassen" zijn dikker dan 5 cm, douche op de kamer, wel koud, maar dat doet er hier niet toe! en een zittoilet! vooral dat laatste is echt fantastisch, eens iets anders dan die franse toiletten. ik ga echt een rustige avond tegemoet!

ik ben hier echt in rust, maar elke avond bekaf! laat gaan slapen, vroeg op. al heb ik vandaag bijna niet gefietst, de rit in de jeep was net een safaritocht, nu ja, tegen 70 km per uur in de diepe putten, kan geen deugd doen hé. de asfaltbanen van Bangladesh, dat is toch ook een echt fenomeen! geen meter is zonder scheur, verzakking of put!. ben blij hier aangekomen te zijn, de zustertjes zijn superlief!

de groep wordt steeds hechter en hechter. we zijn niet meer wachtebeke, gent en torhout, we zijn de fietsgroep uit Bangladesh. dat we een goede groep vormen valt ook te zien aan de humor die simpeler en simpeler wordt, maar dat geeft niet, toch? zolang we lachen kunnen is alles in orde, dit prachtige land is daar het perfecte voorbeeld van!

Slaapwel en tot morgen..."

 

uit het dagboek van Tyana

Donderdag 02 maart, Baromari

"...Om half zeven stond ik op, deed vlug mijn kleren aan en klopte bij iedereen op de deur om ze wakker te maken. Achteraf bleek dat ik één kamer vergeten was, maar ze waren toch nog op tijd wakker. Na het ontbijt bezochten we het weeshuis waar we allemaal geplukte bloemen kregen en waar er voor ons gezongen werd door de weesjes. Aan de nonnen gaven we onze pennenzakjes en stiftjes af die zij gingen uitdelen aan de weesjes. Nog een kleine rondleiding in het toekomstige weeshuis die geschonken was door een rijke Engelse dokter en we konden aan onze rit beginnen. De meeste vertrokken met weinig goede moed omdat de rit rond de 80 km ging zijn. De meeste meisjes dachten dat ze het niet gingen aankunnen omdat het een zodanig groot getal leek.

Na 20 km zeer goed te kunnen doorrijden op aan asfaltbaan stopten we voor het eerst die morgen aan een rijstfabriek. Vrouwen waren bezig hopen met rijst open te trekken om te laten drogen.'s Middags stopten we aan een restaurantje om wat te eten waar de politie iedere Bengaal moest wegjagen uit het restaurant omdat er zoveel belangstelling voor ons was. De agenten stonden voor de ingang met stokken om de fietsen en ons te bewaken. Ongeveer 25 km verder moesten we een rivier over en we besloten te voet te gaan door het water aangezien het toch niet zo diep was. Iedereen genoot van het frisse water en we waren weer klaar voor de rest van de tocht.

We stopten bij een priester waar we thee met koekjes kregen om te vragen of er de volgende morgen mis was. Toen we buiten kwamen zag ik iets wat ik niet had verwacht in Bangladesh te zien. Er waren wilde apen die zich boven ons in de bomen bevonden. Het was gewoonweg fascinerend om te zien hoe iedere aap van tak naar tak en van boom naar boom sprong. Toen we aan de laatste 15 km begonnen, kwamen we niet al te ver. Nog geen 50 meter na ons vertrek besloten we om terug te keren en het Mandiwinkeltje te bezoeken waar vele mensen iets kochten. Nog eens 100 meter verder stopten we aan een ander winkeltje. Uiteindelijk konden we onze tocht dan toch verder zetten mist wat vertraging door een vrachtwagen die grote bamboestokken van wel ongeveer 10 meter vervoerde. Tijdens de laatste kilometers was het uitzicht niet zo mooi als tijdens de andere tochten, maar het was toch tof om tussen banaanbomen te fietsen.

Uiteindelijk kwamen we aan in het damiaanziekenhuis van Jalchatra. Iedereen was blij omdat we de langste tocht van ons vakantie allemaal hadden kunnen uitfietsen zonder veel problemen. Het was een lange tocht maar de vele asfaltbanen maakten het veel minder lastig als we dachten. We konden goed met elkaar praten wat anders niet zo goed ging op de andere baantjes omdat die smaller zijn en vol met putten zaten. Tijdens één van die gesprekken kwam ik te weten dat Rik mijn gezelschap miste tijdens de tochten. Tijdens de oefenritten in België reed ik altijd achteraan omdat ik nooit meekon met de groep en in Bangladesh was dat niet het geval. En omdat Rik altijd achteraan moest rijden, reed ik nooit meer naast hem. In Jalchatra was ons verbazing groot toen we echte coca-cola kregen en toen we hoorden dat we de volgende dag frietjes gingen krijgen. 's Avonds werd mijn dag pas echt goed toen ik de oplossing vond van een Japans kinderspelletje dat Luc bij had en waarvan ik al drie dagen de oplossing van zocht. Ik was blij dat ik in mijn bedje kon kruipen met voor de eerste keer een echte matras op en al snel viel ik in een diepe slaap..."

 

uit het dagboek van Mariebel

Vrijdag 03 maart, Jalchatra

"...  Dag 7 begon al heel vroeg alhoewel het vandaag een rustdagje was aangezien we niet moesten fietsen. We verbleven nog steeds in Jalchatra. Om 5.30 stonden we op om de Garo-mis bij te wonen. Die was (sorry Rik)wel fijner dan onze missen in België. De mannen zaten aan de linkerkant van het altaar en wij de meisjes recht tegenover het altaar. De priester(Amerikaanse missionaris) die we de dag ervoor al ontmoet hadden leidde de mis, voor zover je het leiden kan noemen aangezien die bijna niets gezegd heeft. De meisjes deden de lezingen die afgewisseld waren met liedjes die we samen uit volle borst probeerden meezingen. Dan was het tijd voor de communie en gingen we om de hostie,wat ook niet helemaal lijk bij ons was. We moesten onze hostie zelf in de wijn doppen. Na de mis hebben we nog even de tijd genomen om enkele winkeltjes op de bananenmarkt te bezoeken. Toen we terug aan het hospitaal waren zijn we de patiënten gaan bezoeken.

Eerst degene die hun behandeling in het verleden niet helemaal juist gevolgd hadden(te vroeg met de medicatie gestopt).Zij moesten nu zwaardere medicatie nemen aangezien ze resistent waren geworden tegen de normale medicatie. Het was zeer aangrijpend om al die jonge,zieke meisjes te zien liggen waar ik de sociale stand nog niet van verteld heb. Verschrikkelijk ,velen worden al op zeer jonge leeftijd (15j)uitgehuwelijkt waar hun man hun na een tijdje verlaat (vb. omdat ze zogezegd geen kinderen kunnen krijgen).Je moet wel weten dat vrouwen die in dat land scheiden van hun man nergens meer staan. Eén meisje was depressief geworden en heeft daardoor miskraam gehad,verschrikkelijk. Daarna hebben we nog enkele mannelijke patiënten bezocht,om onze kleren gegaan en die uitgedeeld. Ik had een paar schoenen aan een jongen gegeven,fantastisch om te zien hoe blij die daarmee was.

Na het middagmaal zijn we naar de markt vertrokken,groenten,vis,kip,gedroogde vis,kruiden,schalen,kleren,alles vond je daar.

Vele nieuwsgierige bengalen omsingelden ons en staarden ons aan. Daar hebben we ook een groepje melaatsen gezien die bedelden op de markt,dat heeft me erg geraakt.

De markt was nogal snel gedaan aangezien de mandi's op ons aan het wachten waren voor het feest. Echt een prachtige bedoening. De verwelkoming bestond uit een paar mooie kindjes die voor ons met hun prachtige sari’s een dansje uitvoerden gevolgd door 2 meisjes die ons met bloemen bestrooiden,een fantastisch gevoel. Daar mochten we aan tafel gaan zitten en kregen we na hun gezang bloemetjes. Vele dansjes hebben die kleine brachten voor ons gedaan. Wij ondertussen geboeid kijken en proberen de rijstwijn die we gekregen hadden maar niet bij iedereen in de smaak viel op te drinken. Na een paar glazen rijstwijn die we niet durfden weigeren stonden we al snel mee te dansen en hen de plopdans te leren. Het was echt een avond om nooit meer te vergeten. Het was echt een zot feest,iedereen deed mee van de kleinsten die nog niet zolang konden lopen tot de volwassenen die genoten van hun rijstwijn. We hebben ook broeder Jacobs met hen gezongen,dit kenden ze ook(in hun eigen taal weliswaar).Was echt leuk hoe iedereen meedanstte.2 verschillende culturen mengden zich tot één geheel. Daar zaten we dan midden in de brousse een feestje te bouwen.

Helaas kwam er op het hoogtepunt van de avond een einde aan het feest. Maar ons enthousiasme kon er niet uit,in de Jeep bleven we maar zingen. Toen we aan onze verblijfplaats toekwamen kon ons geluk niet op,eindelijk eens geen pikante kip met curry en rijst maar FRIETJES. Na het eten waren we nog wat aan het praten toen Rik weer eens een mopje maakte en Anne( die nog een beetje last had van de wijn) superhard moest lachen,met de vuisten op tafel en er maar niet uitgeraakte,hilarisch gewoonweg..."

 

uit het dagboek van Sofie

Zaterdag 04 maart

"...Vandaag was het onze laatste dag (snik). Optimaal genieten dus ! We kregen alle tijd om op te staan, want we mochten “lang” blijven liggen. Dit was voor ons tot 8 uur. Ons ontbijt stond keurig klaar op tafel om 8 u 30. Tijdens ons verblijf in Mymensingh was trouwens alles heel erg verzorgd ( buiten de kakkerlakken en de gekko’s gerekend). Ons ontbijt bestond uit: de platte ronde broden die enorm melig smaken, omeletten, groenten, jam, koffie en thee. We hadden nog nooit zo lang ontbeten. We zaten tot 9 uur aan tafel.

Na het maken van onze valies, vertrokken we met de jeeps naar het Damiaan hospitaal in Mymensingh. De eerste indruk dat je krijgt als je voor het gebouw staat is bizar. Je hebt het gevoel dat het enorm klein is en het minst mooi van alle ziekenhuizen dat we tot dan bezocht hadden. Maar bij het binnenkomen is een waar paradijs. Het lijkt op een oud Grieks gebouw, met in het midden een prachtige tuin (rijk gevuld met planten en een grote boom), maar dan in een moderne versie. We hadden eerst een kort gesprekje met een dokter uit de kliniek en deden een kleine evaluatie van onze reis. We kregen er ook uitleg over de werking van Damiaan in het hospitaal van Mymensingh. Daarna kregen we een rondleiding in het hospitaal zelf. We hebben het operatiezaaltje gezien voor kleine ingrepen (wegnemen van een teen, vinger, …), het werkterrein van de fysiotherapeut waar de patiënten leren om hun handen terug te gebruiken via massage. We bezochten ook het atelier waar ze speciale schoenen maken voor personen die lepra hebben aan de voeten. Dit is voor de patiënten allemaal volledig gratis. Ze hoeven voor de gehele behandeling niets te betalen. Als laatste zagen we ook de patiënten hun voeten. Daar zaten ze dan, keurig op een rijtje, elk met hun voetjes in een badje met daarin een steen om te weken. De dokter vertelde ons dat ze dit elke morgen moeten doen om de dode huid bij lepravoeten terug los te maken. Ze halen de dode huid weg met een ruwe steen. Niet zo aangenaam om naar te kijken naar mijn mening. En vooral niet als je weet dat er weeral een oh zo heerlijk kip met curry en rijst ligt te wachten op jou!!! De mensen in de kliniek waren heel vriendelijk, en wilden je over alles uitleg geven. Je voelde aan het gesprek met de dokters dat ze ook enorm veel liefde delen met hun patiënten, en dit door het strelen over hun hoofd, of door het geven van een hand. En op een of andere wijze slaat die liefde ook door op jou.  

Na het bezoekje in de kliniek moesten we nog een tijdje wachten op ons eten.  Daardoor besloten we om nog een kleine wandeling te maken op het marktje dat iets verder lag. Enkelen hielden halt bij een Bengaals spel dat gespeeld werd, en de rest liep rond om nog even te shoppen. Ik kocht een biologie boekje voor mijn zusje in het Bengaals. Daarna kregen we een soort “meeneem Bengaals” of hoe dat je het ook mag noemen. Deze maaltijd bestond uit: kip met curry en rijst. Rond 1 uur stonden de jeeps voor de laatste keer te wachten op ons om ons te brengen naar het beruchte treinstation in Bangladesh. Dat was de belevenis van mijn leven. We vertrokken een station vroeger om zo plaatjes te hebben op de trein, want in Mymensingh stappen er enorm veel mensen op. Bij deze halte stonden de Bengalen letterlijk tegen mijn neus geplakt, om ononderbroken naar mij te staren( het staren van de Bengalen was wel even wennen de eerste dag). Er lopen ook constant mensen rond in het station om je dingen te verkopen (bananen, brood, sigaretten, blaadjes waar ze op kauwen). De trein zelf ziet er aan de binnenkant niet echt uit als een trein. Harde houten stoelen met open raampjes en enorm veel starende Bengalen rond ons. Er was blijkbaar iets speciaal te zien in onze wagon??? We zaten er gedurende vier uur op. Normaal hadden we er nog op gerekend om een beetje te kunnen winkelen, maar door de vertraging van onze trein was er niet veel tijd meer over.

We kwamen toe rond 18u30 en het was ondertussen donker geworden. Na een korte stop aan ons hotel waar we de eerste dag verbleven, vertrokken we naar de winkel “Aranja”. Daar kochten we allerlei cadeautjes. We vertrokken rechtstreeks van de winkel naar het laatste Bangla feest. We waren uitgenodigd bij Brunhilde (Vlaamse) en haar Bengaalse man met twee kindjes. De tafel was rijkelijk gevuld met koude groenten en lekkere pasta’s, scampi’s, kip, worstjes, … Nadat we ons buikje rond gegeten hadden, trad het typische Bengaalse bandje op dat Willem mee had. Ik was aan de praat geraakt met een Bengaalse man die daar werkt. Dat was heel aangenaam. Ik kreeg zijn e-mail om contact te houden over de toestand daar. Na ons feest hadden we nog een uurtje of vier over om een frisse douche te nemen en nog wat bij te slapen voor ons vertrek naar de luchthaven. Het was dus onze laatste nacht in Dhaka. Het rijden naar de luchthaven ging vrij vlot. Willem ging nog mee tot dat we onze valiezen kwijt waren en daarna ging het vrij vlug. Na een vermoeide vluchtreis kwamen we terug aan in Zaventem, allemaal met het mooie Bangladesh in ons achterhoofdje. Het weer was ook een grote shock (van 35 graden naar regen en sneeuw)!!  

Het was voor mij een enorm avontuur om mee te gaan op deze reis. Ik had er niet zo een goed beeld van wat Damiaan actie precies deed in Bangladesh, en nog minder in het algemeen. Na deze reis is me dit duidelijk geworden. Het is een “onderneming” die zich heel hard inzet voor mensen die het minder goed hebben dan wij westerlingen. Je hoort wel van, de mensen hebben lepra of tbc, maar wat dat precies betekend wist ik niet. De medewerkers voor Damiaan zijn een heel toffe bende mensen en overal waar je komt wordt je hartelijk onthaald . Ze geven ook enorm veel liefde aan hun patiënten en je merkt dat de dokters enorm hun best doen om al het mogelijk te doen voor de mensen. Ook al zijn ze er heel slecht aan toe, toch blijven ze proberen. Het moet waarschijnlijk niet altijd even makkelijk zijn om iemand te zien sterven of afzien (wij waren getuige van het overlijden van een baby’tje). 

Deze mensen blijven toch gaan voor hun werk. Damiaanactie geeft ook de kans aan jonge mensen om deze cultuur te ontdekken en ik ben hen daar heel dankbaar voor. Via deze weg zou ik graag ook iedereen willen bedanken die mij de kans gaf om deze schitterende ervaring te beleven. Mijn oogjes zijn open gegaan. Het is een enorme cultuurshock. Nu  pas besef hoe slecht dat wij als westerlingen bezig zijn in het uitgeven van dingen die totaal overbodig zijn. De mensen daar hebben “niets” en toch zijn ze tevreden. Bij ons willen de mensen altijd maar meer, en het is nooit genoeg. Dat was voor mij het moeilijkste om te aanvaarden. Soms gaat het maar over banale voorwerpen. Denk nu aan een CD, bij ons kost die 20 euro. Maar voor de mensen daar betekent dat enorm veel geld. Ik voel me ook schuldig als ik mijn bord laat staan, omdat ik weet dat er daar mensen zijn die geen eten hebben. Ik had ook zo een idee van Bangladesh dat het een “raar” land was, een land waar veel criminaliteit is, en veel conflicten, maar tot mijn verbazing is dat niet het geval. Ik vind het heus niet erg om over straat te lopen, ik denk dat je er niet echt bang moet zijn.  

Ik heb al veel verteld, maar ik kan nog veel meer vertellen over mijn fantastische ervaring, ik kan nog uren doorgaan. Ik hoop om ooit nog eens terug te kunnen gaan, en ik zal al terug beginnen sparen. Ik raad ook iedereen aan om zijn kijk open te stellen voor andere landen. Je geest en ziel veranderen erdoor, je staat opener tegen het leven. Ik hoop dat als ik groot ben, om ook voor een organisatie te kunnen werken als Damiaan, en om me net als alle medewerkers in Bangladesh in te zetten voor mensen die het niet zo goed hebben als ons, en om hen ook het gevoel te geven dat ze niet alleen zijn op deze wereld. Liefde kunnen geven aan deze mensen moet een grote voldoening geven, en hopelijk lukt het om mijn droom in de toekomst te kunnen vervullen.  

Dank aan iedereen die meehielp om alvast een stukje van mijn droom waar te maken. En ook vele dikke kussen aan de mensen die mee waren tijdens onze fietstocht..."