Reportage Copyright Het Nieuwsblad 'van onze verlaggever ter plaatse Dirk Musschoot'
West-Vlaamse jongeren halfweg op hun fietstocht door Bangladesh

"Wij zijn echte Flandriens"
Wat voorafging. Precies een week geleden, op zondag 21 december, vertrokken negen laatstejaars van het Sint-Jozefscollege, één laatstejaars van de Katho in Torhout en drie volwassen begeleiders op fietstocht door Bangladesh. De tocht loopt zon 750 kilometer over soms moeilijk terrein, volgt grotendeels de grens met India, en heeft als eindbestemming het hospitaal van de Damiaanactie in Jalchatra. Vandaag is de groep, bij wie zich ook onze reporter Dirk Musschoot heeft gevoegd, halfweg. Terwijl u dit leest, hebben de avonturiers hun fietsen op een boot geladen waarmee ze in twee dagen een moeras hopen over te steken om tegen morgenmiddag te arriveren in de Noord-Bengaalse stad Kalmakunda.
Een fietstocht door Bangladesh. Sla er de boekjes op na en je weet hoe laat het is: Bangladesh is het armste en meest corrupte land ter wereld, Bangladesh is het land waar ze van kinderarbeid geen probleem maken. In zon land zijn we nu al een week onderweg. Eerst met de trein, kwestie van zo ongeschonden mogelijk weg te geraken uit de stinkende hoofdstad Dhaka, waar fietsers en voetgangers vogelvrij zijn. Sinds vorige dinsdag rijden we kilometers lang door theeplantages en rijstvelden, en schuift het ene betoverende plaatje na het andere voorbij. Schijn bedriegt, zal later blijken. Ik schrijf deze reportage in Sylhet, waar we na dagen weer eens elektriciteit én telefoon hebben.

Sylhet, een heksenketel. De belangrijkste stad van het noord-oosten, 1,6 miljoen inwoners (ter vergelijking: de hoofdstad Dhaka telt er 8 miljoen), en één van de meest lawaaierige waar ik ooit ben geweest.
Sylhet laat zich niet zonder slag of stoot innemen door een stelletje Vlaamse fietsers. Toen we hier na een helse tocht van 76 kilometer binnenreden, dienden we eerst nog een gevecht op leven en dood te leveren met riksjas aangedreven door mensenkracht of door een motortje, brommers, personenwagens en vrachtwagens. Die leken allemaal dezelfde opdracht te hebben: namelijk ons zo snel mogelijk van onze sokken te rijden. Zelfs de molenwiekende politieagenten, stofdoekje voor de mond, op de ronde punten en kruispunten speelden dat laffe spelletje mee. Ik kan u zeggen: het is hen allemaal niet gelukt; we zijn heelhuids in hotel Polash aangekomen. Hotel Polash, stel er u maar niet te veel van voor.

Nooit eenzaam in Bangladesh
Bangladesh is een schitterende plek voor al wie zich met de feestdagen en ook daarbuiten in ons land eenzaam voelt, in de steek gelaten, gedumpt. Ga naar Bangladesh en u krijgt meer aandacht dan u op kunt. Ze zien in dat land zo zelden een bideshi (blanke man/vrouw), en zeker nooit een witte op een goed uitgeruste fiets, dat waar je ook komt, je minstens honderd fans aan je broek hebt.
Bengalen staren. U leest het goed. Fietsers en automobilisten stoppen in het midden van de straat om te zien wie die witte gasten zijn. Als we in een theehuisje iets nuttigen, verzamelt zich buiten al snel een duizendkoppige menigte die geduldig wacht op wat komen gaat. En dat is niets, behalve dan dat die bleke fietsers straks weer hun rossen bestijgen en er vandoor gaan. Voor veel Bengalen is dat de gebeurtenis van de dag. Een Bengaal die Engels spreekt, wil wel eens dichterbij komen en vragen van welk land we zijn en wat we hier in godsnaam komen doen. Niets, luidt ons antwoord, we rijden gewoon het land door. De Bengaalse mannen (vrouwen mogen niet komen kijken, laat staan ons iets vragen) glimlachen dan even niet-begrijpend en wachten dan tot we helemaal weg zijn.
Die Bengaalse aandacht gaat soms zo ver dat de politie eraan te pas moet komen omdat de straat van het eethuisje waar we onze middagstop hebben, helemaal is dichtgeslibd en nodig dient te worden ontstopt. Een risksjarijder reed bij het zien van onze collonne pardoes van de weg af; een plaatselijke fietsenhandelaar viel bijna in katzwijm bij het zien van ons fantastische fietsmaterieel.
"Beter dan Bobbejaanland en Bellewaerde samen"
Fietsen in Bangladesh is geen lachertje. Ik bespaar u de details, maar sommige deelnemers aan deze tocht hebben al meermaals de vergelijking gemaakt met de Hel van het Noorden, Parijs-Roubaix. "Wij zijn Flandriens!" Dat djokkeren, ik kan het u verzekeren, is niet bepaald prettig voor bepaalde lichaamsdelen. Ook die fietsen zien af. Voorlopig zitten we aan een gemiddelde van twee lekker banden per dag en dat valt absoluut mee en een veelvoud aan fietskettingen die aflopen.

Maar wellicht het grootste obstakel op zon tocht is _ tenzij er ons volgende week dingen staan te wachten waar we nu nog geen idee van hebben _ een rivier. Stel u voor: een rivier dwars over (door?) de weg en geen brug om er overheen te gaan. Woensdagochtend was het van dat. In het droge seizoen mag de Dhalai-rivier maar een schim zijn van wat ze is als de moessons voorbijwaaien, maar wie droog aan de overkant wil geraken, zal enkele takas (1 taka is 0,6 frank) aan de veerman moeten betalen. Die veerman heeft zijn vlot elf gebouwd: enkele bussels bamboe volstaan. Ik hoef u niet te vertellen hoe dat was. Het deed Patrick Adam, in het dagelijkse leven directeur van een basisschool in Torhout, zeggen: "Dit is beter dan Bellewaerde en Bobbejaanland samen!"

Het pretparkgehalte is de dagen daarna nog gestegen. Om de Kushiara over te steken moeste we halsbrekende toeren uithalen op een brugje van twee bamboestokken groot. En de Bengalen maar lachen! Maar ze hebben er goed aan verdiend. We het niet zag zitten om zelf zijn fiets over het brugje te zeulen, kon een beroep doen op dragers. Zij blij, wij blij.


"Happy Christmas"
Kerstavond in het gastenverblijf van de theeplantage Rangichara, en omdat er binnen niet genoeg plaats is, zetten we buiten vier tentjes op _ voor de liefhebbers. Het is 24 december en avond en dus hopen we op toch iets Kerstmis-achtigs. Maar iedereen is moe en van een feestmaal lijkt er niet veel in huis te komen. De kok van de theeplantage serveert samosas (met groenten gevulde deegwaren in een driehoekje gevouwen) en daarna thee en dus denken wij dat dat alles is. Dus worden er mini-salamis bovengehaald, en een doos zeevruchten van Gylian, tot één blok chocolade gesmolten. We maken een fles Ricard en een fles witte wijn soldaat en dan komt de kok met een uitgebreide Bengaalse rijsttafel aanzetten.
We vertellen grappen en we gaan nog voor de middernachtmis slapen, want morgen wacht een zware fietstocht. Het is koud, die nacht. En vochtig in het tentje. En ik word uit mijn slaap gehouden door jankende jakhalzen. s Anderendaags is iedereen vergeten dat het Kerstmis is. Alleen een van onze chauffeurs niet. Die zegt: "Happy Christmas". Hij is moslim.
19de-eeuwe toestanden
We fietsen door prachtige glooiende theeplantages en stoppen als we de pluksters aan het werk zien. Ze werken van zonsopgang tot zonsondergang. En daar krijgen ze 20 taka. Wat later stoppen we aan een steenbakkerij waar de tijd wel lijkt te zijn stilgestaan. "Is dit de 19de eeuw?" vraagt iemand. We zien mensen sleuren en trekken, zware klei aan een onmenselijk tempo in bakken scheppen en tot bakstenen persen. En we zien een jongen die beweert dat hij twaalf is en 100 taka verdient.
"We vergapen ons op al die idyllische beelden", zegt Inge Demuynck, onderwijzeres uit Lichtervelde. "Mooie dorpjes, lachen mensen, vrolijke kindergezichtjes. Maar welke ellendige werkomstandigheden! En die vrouwen maar zwoegen terwijl de mannen naar onze fietsen staan te kijken."

"Het grootste leed zit in de steden", weet Marie Glorieux uit Roeselare. "We hebben lang nog niet alles gezien. Lepra en tbc komen er volgende week aan, als we de ziekenhuizen van de Damiaanactie zullen bezoeken. . Ik heb geen idee hoe ik daarop zal reageren."
Reportage Copyright Het Nieuwsblad 'van onze verlaggever ter plaatse Dirk Musschoot'
Jonge West-Vlaamse fietsers na twee weken weer thuis uit Bangladesh
"Daar gaan ze nog jaren aan terugdenken"
Wat voorafging. Precies twee weken geleden, op zondag 21 december, vertrokken tien laatstejaars van het Sint-Jozefscollege in Torhout en drie volwassen begeleiders op fietstocht door Bangladesh. De tocht liep zon 750 kilometer over soms moeilijk terrein, volgde grotendeels de grens met India, en had als eindbestemming het hospitaal van de Damiaanactie in Jalchatra. Onze reporter Dirk Musschoot smeerde zijn kuiten in, trok zijn koersbroek aan en fietste mee, notitieboekje tussen zijn tanden en fototoestel om zijn nek.
In de editie van de Daily Star - andere Bengaalse kranten kan ik niet lezen - staat dat in Kurikaunia twee vissers en een (houthakker) door een tijger zijn opgepeuzeld; in Rangpur zijn maar liefst 25 mensen, voornamelijk kinderen en bejaarden, omgekomen door de kou; en ergens in het zuiden is een bomaanslag gepleegd op een garnalenkweker. Maar maak u geen zorgen, ondanks dat en een stakingsdreiging van de piloten van de nationale Bengaalse luchtvaartmaatschappij Biman, zijn alle fietsers weer veilig terug in t land. In hun hoofd en op hun tong: verhalen over een toch wel uitzonderlijke kerstvakantie.
Ik heb u vorige week al verteld over het water dat ons hier in Bangladesh parten speelt. Waar vorige week geen rivier ligt, ligt er vandaag wèl een. Het pad van pakweg een maand geleden is vandaag opgegeten door de vloed. De Bengalen maken van die problematiek handig gebruik. In geen tijd bouwen ze bamboebruggen zodat voetgangers en fietsers weer verder kunnen. Of ze slepen bootjes aan waarmee ze een ferrydienst aanbieden. Tegen betaling natuurlijk. Two taka, sir! Aan zon prijs kunnen we nog duizend brugjes en bootjes nemen. Zoveel hebben we er niet gedaan, maar toch een flink pak. Met als allerlaatste: de overtocht van de machtige Brahmaputra. Vandaag, in het droge seizoen, is de rivier maar een schim van wat ze in de moessontijd moet zijn. In afwachting van die zwelling nemen honderden rijstboeren bezit van de vruchtbare rivierbedding.
Welcome in Waterworld !

Maar nergens in Bangladesh zie je zo goed hoezeer dit land door het water wordt beheerst, als in de talrijke estuaria in het zuiden, en in de beels, de grensoverschrijdende moerassen ten noord-oosten van de hoofdstad Dhaka.
Het is zondag 28 december _ de feestdag van medefietser Sam Sulmont, wordt hier gegrapt _ als we in Sunamganj bij het krieken van de dag onze fietsen op twee boten laden. Het doel is Kalmakunda, een stad die we zullen bereiken na twee dagen en één nacht op de vaak ondiepe wateren van het moeras. Alleen de bemanning weet hier de weg; ik kan me voorstellen dat wie hier verloren vaart nooit vanzeleven nog boven water komt. Ik weet op een bepaald moment zelf absoluut niet meer waar ik ben en dat geeft me eerlijk gezegd een benauwd gevoel.
We varen in platte schuiten met een bovendek waarop de fietsen liggen en de stuurman het primitieve roer bedient; en een benedendek waar je alleen gehurkt binnen kunt en waarin we slapen, koken, eten en naar het toilet gaan. Dat toilet? Gat in een plank en laten vallen maar!
Ik zie voor het eerst in mijn leven visarenden in het vrije natuur. Niet ééntje, maar tientallen! En allerlei exotische vogels die ik alleen maar kende uit de filmpjes van David Attenborough. In die twee dagen zie ik honderden vissers, mensen die in gammele schuiten hun kostbare koopwaar versjouwen, mannen en vrouwen die zich staan wassen, en nu en dan veel te zwaar beladen scheepjes waarvan er af en toe eentje aan de grond loopt. Onze boten schuiven langzaam maar zeker de beels in. Als onze koksmaatjes niets te doen hebben, spelen ze patience. In Bangladesh is dat niet anders dan bij ons.
Zes uur s avonds. Het is al pikdonker en we leggen aan bij een schuilpost op hoge poten _ ze weten hier hoe hoog het water kan stijgen. We worden welkom geheten door een handjevol politiemensen die de grens met India moeten bewaken en stropers afschrikken. We staan op een sompig eilandje en er overvalt me een zeer ver van huis-gevoel. Dat wordt er niet beter op als een van de politiemensen zegt: "Welcome in Waterworld". De mannen zingen een mooi Bengaals liedje, onze wederdienst geraakt niet verder dan Cherie van Eddy Wally.
Vrouwen de baas
Na alweer een koude nacht ik ben deze keer met een longi (doek die de Bengaalse mannen dragen) om mij heengeslagen in mijn slaapzak gekropen _ en urenlang schuiven over een schier eindeloze watervlakte, bereiken we Kalmakunda waar het nieuws van onze aankomst zich als een lopend vuurtje verspreidt en zich binnen de kortste keren een duizendkoppige menigte op de smerige oevers van de rivier verzamelt. Duizend mensen. Ze komen van overal. Tweeduizend ogen die ons aanstaren.

Die avond slapen we in Birisiri, en dat is in Mandi-gebied. De Mandis zijn een christelijke volksstam in Bangladesh. Je zièt dat ze christelijk zijn. Her en der hangen kerstlichtjes te pinken, her en der fladderen Merry Christmas-slingers, en ze zèggen het ook: Zalig Kerstfeest!
Dat de Mandis christenen zijn heeft voor ons het absolute voordeel dat we voor een keer de enige keer tijdens deze trektocht niet s ochtends om een uur of vijf vanaf een minaret worden wakker gezongen. We overnachten in de YMCA, door Japan geschonken als toevluchtsoord bij overstromingen. Het wordt improviseren, want de terreinwagens met onze bagage laten op zich wachten. Ze komen pas in het holst van de nacht aan. Ze hadden zich nabij de stad Tongi vastgereden in een bedevaart met drie miljoen moslims
We dokkeren van Birisiri naar Durgapur naar Dabaura naar Haluaghat. Van een christelijk dorp naar een hindoedorp naar een moslimdorp. De christelijke _ katholieke zelfs _ Mandi komen uit buurt van Tibet. Dat zie je aan hun ogen en hun huidskleur. In tegenstelling tot de moslims zwaait bij de Mandis de vrouw de plak. Ik ondervind dat aan den lijve als ik in een Mandi-dorp door een vrouw bij de arm word genomen. Ze stopt me een glas wit vocht in de hand. Rijstwijn. Ik begrijp geen bal van wat ze zegt, maar je moet geen Bengaals kennen om te weten wat de bedoeling is: uitdrinken! Sommigen van ons gezelschap zullen dat meer dan één keer doen en zich s avonds niet echt lekker voelen.
In Boromari, onze eindbestemming voor dinsdag 30 december, zwaaien ook vrouwen de plak: de nonnetjes van Maria Immaculata. We mogen slapen op het stro. Mannen hier, vrouwen ginder. En buiten staan een kerstboom en een kerststal zoals thuis, en klinken kerstliedjes uit een muzikale wenskaart.

Happy New Year
De laatste dag van het jaar, en onze eindbestemming komt in zicht: het ziekenhuis van de Damiaanactie in Jalchatra. Sommige fietsers zijn er niet gerust in, want daar, in het woud van Jamalpur, zullen ze voor het eerst en van dichtbij melaatsen en tb-patiënten zien.
Maar eerst moeten we nog van oud naar nieuw. Menneke, de chef-kok in Jalchatra _ hij heeft het vak destijds van de Vlaams missionarissen geleerd _ serveert kip met friet. De jonge fietsers worden er zowaar euforisch van; de voorbije dagen gingen hun gesprekken immers almaar meer over frieten en bitterballen _ "Ik weet een nachtwinkel waar je er voor 1,5 euro vijftig krijgt!" _ en Bicky Burgers.
Voor de eigenlijke stap naar 2004 moeten we naar de Garos, nog zon christelijk volk dat van feesten houdt. Hoewel, het is zo koud buiten dat zelfs liters rijstwijn er niet in slagen de temperatuur omhoog te krijgen. Om de tijd naar middernacht te doden laten enkele meisjes van de groep zich bij het kampvuur met hennatekeningen opsmukken. Om twaalf uur wordt er wat Happy New Year heen en weer geschreeuwd en dat was dat. Zelden zon koele oudejaarsnacht meegemaakt. Ik heb er echter wel een mooi souvenir aan overgehouden: een cassetje met Bengaalse muziek, gekregen van Lien van de velowinkel in Torhout.
"Het was confronterend"
Slecht geslapen, koppijn, rumoerige darmen, pijnlijke polsen of een blauw zitvlak. Naarmate de fietstocht vorderde, kwam hij s ochtends wat moeilijker op gang. De ochtend van 1 januari zat de klad er helemaal in, hoewel er die dag niet meer moest worden gefietst. Het had met een nakende confrontatie te maken: die met de lepra en tb-patiënten in het ziekenhuis.

"Ik was niet geschokt", zegt Rien Deleu na de rondgang. "Maar het was wel confronterend. Op school krijg je een foldertje in je handen gestopt met daarop Onverschilligheid doodt. Damiaanactie geneest. Ja, dat zal wel, denk je dan. Maar je kunt je daar weinig bij voorstellen. Tot je hier die mensen op krukken hebt gezien, zonder tenen en bijna zonder voeten, en met etterende wonden. Dan sta je daar wel even bij stil. Gisteravond deden we nog onnozel op ons eindejaarsfeest en nu, op nieuwjaardag, krijgen we dit op ons bord. Dat kan tellen. Maar ik vind die confrontatie goed. Het is de enige manier om echt te weten te komen wat lepra en tbc betekenen."
En wat doet een jong mens nu met die ervaring? "Ik weet het nog niet", zegt Evelien Dereu. "Het is allemaal nog te vers voor mij. Maar straks, op het vliegtuig. Of volgende week, thuis. Dan gaat dat in dat hoofd van mij beginnen spelen. Dat weet ik wel zeker. En dan zullen we zien wat we met die ervaring doen."
Het laatste woord is voor Luc Descheemaeker, de leraar van al die jonge fietsers: "Dag na dag hebben ze fysiek hun grenzen verlegd; samen zijn ze vertrokken en samen zijn ze aangekomen. En ze hebben een stukje Derde Wereld van binnenuit leren kennen. Daar gaan ze nog jaren, sommigen zelfs hun hele leven, aan terugdenken."
Meer info over de inleef-fietstocht van Damiaanactie door Bangladesch: www.damiaanactie.be