REISVERSLAG FIETSKAMP
BANGLADESH 22 december 2006 - 4 januari 2007
| Bekaert Lionel, Roeselare | lionel.bekaert@skynet.be |
| De Bie Riet, Roeselare | rietdebie@yucom.be |
| Descheemaeker Luc, Torhout | luc.descheemaeker@skynet.be |
| Deseyne Geert, Rumbeke | geertdeseyne@yahoo.com |
| Deseyne Sien, Roeselare | sien.deseyne@telenet.be |
| Huyghe Marijke, Roeselare | marijkehuyghe@skynet.be |
| Lagae Marc, Roeselare | marclagae@skynet.be |
| Logie Koen, Dadizele | koenlogie@yahoo.com |
| Portier Ilse, Roeselare | bart.deheegher@burgerschool.be |
| Tournicourt Arlette, Roeselare | arlette.tournicourt@skynet.be |
| Verbanck Lieven, Roeselare | lievenverbanck@yucom.be |
| Vergote Tine, Roeselare | tinevergote@yahoo.com |

uit het dagboek van Riet en Lieven FOTOALBUM: http://picasaweb.google.com/luc.descheemaeker
dag
1 Vrijdag
22 december ’06 “Dat
ik besta is eeen eeuwigdurende verbazing die het leven is..”
(Rabindranath Tagore)
Half
vier ’s morgens….Zes mannen en zes vrouwen verzamelen zich bij ons in
Rumbeke om “op trot” te gaan naar Bangladesh: Lionel, Marc, Lieven, Luc,
Geert, Koen en Arlette, Marijke, Riet, Sien, Ilse, Tine. Drie koppels en zes “losse”, en
- behalve Arlette- allemaal
leerkrachten. Het was Lionel die bij de Damiaanactie in Brussel voorstelde om ook eens leerkrachten
kennis te laten maken met de Damiaanprojecten. Hij stuurde
uitnodigingen naar de Roeselaarse scholen en gaf samen met Luc, die al 8 keer in
Bangladesh was, twee info-momenten. Hun enthousiasme werkte alvast voor mij
aanstekelijk en zo stonden we klaar om het grote avontuur in te duiken!
Dat
avontuur begon al meteen, want door de dikke mist op Heathrow, waren er op deze
22 december geen vluchten van Zaventem naar Londen. In drie auto’s en met
een klein hartje reden we toch, op aanraden van Luc, om ons op het afgesproken
moment aan te melden aan de balie van British Airways. Volgens het normale
schema zouden we vanavond al om 21.30u in Dhaka landen… maar dat zou anders
lopen!
5
uur… Weinig leven bij British Airways. Terwijl Lionel en Luc aanschuiven aan
de balie, zien wij het nog steeds positief in…
6
uur… De rij achter Lionel en Luc wordt alsmaar langer. Een BA-medewerkster, met de
prachtige naam “Niemandsverdriet”, probeert ons blij te maken met een
doenbaar vluchtschema naar Dhaka. Tine heeft vannacht niet geslapen en het
trimestereinde eist zijn tol. We installeren ons op de inpakkartons voor de twee
fietsen die we meenemen en wachten af. We krijgen allerlei scenario’s
doorgebrieft. Met twaalf mensen een alternatieve route vinden is moeilijk en we
moeten misschien wel in 2 of 3 groepen gaan reizen. Radio één- journaliste
Veerle Devos heeft ons in de vertrekhal opgemerkt. We vallen wel op met de grote
Damiaanstickers op onze bagage. Ze interviewt Lionel. Zo hoort heel Vlaanderen
in het 7-uurjournaal hoe het gaat met de gestrande reizigers op Zaventem en met
de groep die voor de Damiaanactie naar Bangladesh vertrekt..
Als we dan uiteindelijk van Luc een duim in de lucht krijgen dat we weg kunnen,
geven we een luid applaus voor 'Marianne' van British Airways. Sien krijgt via
haar gsm van haar man Fred te horen, hoe we straks zullen vliegen. Onze
communicatiemaatschappij ten voeten uit! We kunnen dus rond 16u vertrekken en
zullen via Birmingham en Dubai op kerstavond in Dhaka aankomen. We leveren onze
bagage in bij de balie van SN-Brussels Airways, gaan iets drinken, doen nog 2
uurtjes een tukje in of vlakbij de gebedsruimtes op Zaventem en eten een
hapje…Het is lang wachten, maar in groep en met de vliegtuigen zo vlakbij lukt
dat best.
17
uur... We zijn opgestegen naar Birmingham en na een uurtje zetten we voet op
Engelse bodem.

dag 2
Zaterdag 23 december ’06
( Dubai, een stad met
“grootheidswaanzin”…)
5
uur... Hier in Dubai is het 8 uur als we landen. Vanuit de lucht lijkt Dubai een
heel grote stad met een kilometerslange kustlijn vol torenhoge gebouwen. We
worden opgehaald door iemand van het hotelletje waar we één nacht zullen
logeren. Iemand van de Damiaanactie in Brussel heeft dat netjes geregeld en een
bordje met “Mister Bekaert” wijst ons de weg. Hier bruist een stad op een
plaats waar amper 20 jaar geleden nog woestijn was.
We
rusten even uit op de kamer en om 14u maken we samen een wandeling. De lucht is
helder blauw en het is 25 graden. We wandelen tot aan het water waar heel wat
oude houten boten aangemeerd liggen. Er is veel activiteit van laden en lossen
van goederen en alles lijkt nogal wanordelijk. Hier lijkt het leven even stil te
staan en dat in tegenstelling met de nieuwe buildings rondom. Platte houten
boottaxi’s vervoeren mensen naar de overkant van het water. Kilometers verderop
ligt het chique dure centrum van Dubai. Daar staat het hoogste
hotel ter wereld met een tennisveld op de top…en bouwt met het hoogste
gebouw van de wereld, zo’n slordige 800m hoog… 'Grootheidswaanzin' noem ik dat.
En dat
staat dan in schril contrast met de armoede en miserie van heel wat arbeiders
uit landen als India, de Filippijnen, Bangladesh die hier dagelijks veel uren
moeten kloppen voor een hongerloon. Vrouwen ook die hier als dienstmeisje een
onmenselijk leven moeten lijden. Het stond zelfs in de krant die dag: een meisje
dat probeerde te ontsnappen uit een flatje via aaneengeknoopte lakens, was
zwaargewond geraakt toen ze naar beneden viel… We zien ze ook bezig de magere
mannen in gele werkpakken..Ze weven een stalen geraamte voor de buildings die
overal opgetrokken worden.
Door
kleine straatjes en langs kleine winkeltjes wandelen we terug naar het hotel.
Daar hebben we op de achtste verdieping een zicht op Dubai bij valavond. We eten
beneden in het hotel. Luc, Lionel en Lieven gaan nog even op wandel maar ze zijn
niet zolang weg want we zijn allemaal content dat we op tijd het bed in kunnen.

dag 3
Zondag 24 december ’06
(Van Dubai naar
Dhaka…eindelijk in Bangladesh!)
8
uur in Dubai. We ontbijten samen in
het hotelletje bij schreeuwerige westerse muziek en videobeelden op een scherm
voor ons. Zijn we hier in het Oosten of in het Westen? En heeft Dubai wel een
eigen identiteit of is het alleen maar een schreeuwerige namaakstad? Sommigen
hebben slecht geslapen door lawaai buiten en op de gang. Anderen hadden daar
weinig last van en hebben met veel deugd haast de klok rond geslapen. We zijn
klaar voor Bangladesh!
14
uur... Een boeing 777 van de Emiraten brengt ons via Zuid-Pakistan en
Noord-India naar Dhaka. Op een schermpje in de zetel voor je, kan je de vlucht
mooi volgen en je hebt er ook een keuze uit een hele hoop films. Materiaal
genoeg dus om je gedurende de 3u en
een half durende vlucht niet te vervelen. Wij kijken naar de film van Al Gore:
“The inconvenient truth”. We krijgen een goed beeld van de oorzaak en de
gevolgen van de opwarming van onze aardbol en zien o.a. ook dat Bangladesh, door
de stijging van de zeespiegel, één van de eerste slachtoffers
dreigt te worden!
17.30
uur... We landen in Dhaka. Het is hier nu 19.30u, Bengaalse tijd. Zia international
airport is sober maar wel proper. Hier zijn wij als blanken nu duidelijk in de
minderheid. Soldaten met blauwe potten op het hoofd en een oud Engels geweer
over de schouder, patrouilleren in het luchthavengebouw.
21
uur... Het heeft een uur geduurd en dan hadden we al onze bagage. Ook de fietsen
zijn mee en dat heeft een of andere ambtenaar ook gezien. Hij mompelt iets van
taks betalen en zegt dat hij eens gaat informeren…Uiteindelijk handelt hij de
zaak af met wat stempels en moeten we toch geen taks betalen…(of heeft er hem
iemand wat ballonnen en balpennen gegeven?) Zo staan we plots buiten en worden
we verwelkomd door Willem Gees! Hij feliciteert ons al meteen wegens het record
gebroken: zo lang heeft nog geen enkele groep erover gedaan om hier te raken! De
3 jeeps passeren het hek en even later maken we kennis met de verkeerschaos in
Dhaka! Alles en iedereen rijdt hier kriskras door mekaar…in het beste geval mét
verlichting. De onderbroken middenstrepen dienen om jezelf op te lanceren om
voorbij te steken en dat gebeurt bij voorkeur luid toeterend. Plots remmen en je
dan lanceren op het andere rijvak, in tegengestelde richting natuurlijk, dat kan
ook… Voor ons is een kleine vrachtwagen volgeladen met in kooien opeengepakte
kippen. Ze steken als ze al kunnen hun kop door de kooien maar worden dan meteen
bedwelmd door benzinegeuren... We
raken dan toch uit dit kluwen een zijstraat in en worden afgezet voor een hotel
in een blijkbaar rustigere buurt van Dhaka.
22.30
uur... We worden met een drankje verwelkomd. Even opfrissen op de kamer en dan
samen te voet naar het huis van Willem even verderop. Willem heeft een gezellige
living en we krijgen ook een lekkere warme maaltijd voorgeschoteld… want ja,
het is kerstavond…dat waren we even vergeten… We verrassen hem met wat
Belgische lekkernijen. Willem haalt de kaart boven van Bangladesh en toont ons
de reisroute voor de volgende 10 dagen: noordwaarts tot aan de Indische grens.
Het
wordt een gezellige avond en het is al over middernacht, Bengaalse tijd, als we
onze bedden opzoeken. Morgen moeten we vroeg op pad…en dat op Kerstmis.

Dag
4
Maandag 25 december ’06 (
fietsinrijtoer: 60km ten N. van Dhaka)
“Een
bezoek aan dit overweldigende land, is niet enkel een reis-ervaring…het is ook
een levens-ervaring.”
Het werd een korte nacht… Van op straat drongen er heel de nacht allerlei geluiden door : blaffende vechtende honden, ruziënde mensen, geklop…? En dan om 5 uur plots luid geruis en het luide gebed van de ‘muezzin’ over de “slapende” stad…”Allah ahba…” Opvallend mooie toonaarden vind ik terwijl ik noodgedwongen luister…maar wel te vroeg op de morgen. Is het Kerstmis vandaag ? Slapen lukt nu ook niet meer. Dus douchen en de valiezen maken om om 7uur zo fris als ’t kan beneden te staan. Ik probeer een mailtje te verzenden naar het thuisfront om iedereen een gezellige kerst te wensen en hen op de hoogte te brengen van onze aankomst.
We
drinken nog iets in het hotel en met onze fietstassen in de hand stappen we naar
Willems woonst. Tijd om een fiets uit te kiezen. Wie neemt er “Lobke”
“Inge”, “Johanna” of “Loek”? … de namen van de ”jongeren” die
de eerste keer op deze fietsen de fietstocht maakten. Geert ontpopt zich al
direct als een fietstechnieker eerste klas. Nog wat banden blazen en dan
vertrekken we voor 500km Bangladesh! Willem moet nog iets regelen in het hotel
als Koen merkt dat hij zijn fietstas achterliet. Met Willem rijdt hij terug en
merkt…dat hij alleen maar de verkeerde fiets genomen had...
En dan zijn we écht weg!
8.15 uur... Eerst rijden we door brede, nog rustige straten met de eerste riksja’s en de eerste verbaasde Bengalen. We dwarsen een hele brede weg vol chaos om dan plots de kleine volle winkelstraatjes in te rijden. Meteen de confrontatie met het overbevolkte land, de stoffige straatjes, vlees dat uitgestald hangt, voetgangers, fietsers, riksja’s, karren…. En wij die ons in een lange sliert daar doorheen worstelen. Zo zouden we mekaar kunnen uit het zicht verliezen. En dat is voorzien, want Willem die eerst rijdt, staat via een walkie-talkie in verbinding met “rode lantaarn” Luc.
De
mensen zijn verbaasd en enthousiast als ze ons opmerken. Ze roepen naar ons al
het Engels dat ze kennen: “Are you??” en “Hello!!” en “Good
morning!!”… Het is plots zo’n andere wereld, dat ik me afvraag waar ik nu
ben en ik welke tijd een of andere teletijdmachine me gedropt heeft. De
wriemelende straatjes kronkelen eindeloos door en we zien na een tijdje hier en
daar al wat velden op de achtergrond verschijnen. We stoppen even bij een
marktje en Tine begint meteen foto’s te trekken. Ze heeft onmiddellijk een
zwerm kinderen rond haar die haar en de foto’s nieuwsgierig bekijken. Ook een
oude man vindt het grandioos als hij zichzelf (en zijn gebit) op het schermpje
ziet. Het wordt te druk en we rijden door.
9
uur... We komen aan een rivieroever en laden onze fietsen op twee aangemeerde
houten boten. We zetten ons “bovendeks” en genieten van de plotse rust. Het
water is hier en daar overwoekerd door waterhyacinten en het ruikt vervuild en
ziet er ook zo uit. Ook de boten die we voorbijvaren zijn allemaal beschilderd
met vogel-en bloemmotieven, met Bengaalse landschappen. Langs de oevers graven
mannen klei uit en vervoeren het in manden op hun hoofd naar een boot die het
naar een steenbakkerij zal vervoeren. In de verte zien we de schoorstenen roken.
We
meren aan, hijsen onze fietsen uit de boot en op de oever en komen meteen in een
smal en druk straatje terecht. We parkeren onze fietsen en worden alweer
omzwermd door Bengalen. Een meisje van een jaar of acht klampt zich heel de tijd
aan me vast en vraagt geld. Ze geeft niet op. Willem waarschuwde ons echter om
in zo’n massa volk niets uit te halen of te geven… Het is lastig hieraan te
weerstaan.
10
uur... We zetten ons even in een klein “eethuisje” voor het ontbijt. Een
jongen van een jaar of elf, is van dienst en Willem vraagt hem wat broodjes en
roerei en wat drank. Buiten worden de deegpannenkoekjes gebakken en op een stuk
krant op een bord worden ze ons voorgeschoteld. Arlette en Willem gaan op zoek
naar bananen. Boven ons hoofd zwaait vervaarlijk een ventilator. Hij hangt
eigenlijk wat laag voor de langsten onder
ons…
Nu
rijden we op het platteland en dat is heel anders. We fietsen door heel wat
kleine dorpjes. Luc blijft af en toe achter om foto’s te trekken. Als hij op
een bepaald moment goed doorfietst om ons weer bij te halen, ziet hij te laat
een serieuze bult op de weg. .Hij vliegt over zijn stuur en kwetst zich vooral
aan zijn rechterarm.
Dan
gaat de tocht terug. Al snel zien we de skyline van Dhaka in de verte. Het
lijkt mistig in de verte, maar waarschijnlijk is het de smog over de stad. We
krijgen nog “een strand” voorgeschoteld, een woestijnachtige strook waar we
met veel moeite onszelf en de fietsen doorheen duwen. Overal ook wordt er land
opgespoten, opgehoogd ook met de hand. Daar zullen straks nog meer flatgebouwen
verrijzen. De verstedelijking neemt ook hier heel sterk toe en ook Dhaka blijkt
zeer snel uit te breiden.
Bij
de ondergaande zon rijden we de Dhaka-heksenketel binnen. Iedereen belt en
toetert er op los en af en toe zie je politie: ze staan erbij en kijken er naar!
We zijn dus heel tevreden als we zonder nog meer ongelukken tot bij Willem
geraken.
17.30
uur... aan het huis van Willem wacht Lolita ons op met haar baby. Lolita is een
meisje uit de slums van Dhaka. Willem helpt haar als het nodig is. Af en toe
komt ze langs. Maar Willem wil nu eerst met Luc naar het ziekenhuis. Lieven wil
mee. Ze rijden naar een nieuw ziekenhuis, gebouwd door India en voor heel wat
Bengalen onbetaalbaar.Wij installeren ons met een drankje in de zetels... De
bagage wordt nog opgehaald in het hotel en de fietsen opgeladen want we moeten
vanavond nog
19.30
uur... Willem belt Lionel op en zegt dat we al met 2 jeeps én de vrachtwagen
met de fietsen, moeten doorrijden. We rijden over de zogenaamde “dodenweg”
en we ontdekken al snel dat die weg zijn naam eer aan doet! Links en rechts
rijden riksja’s, fietsers en wandelen mensen met of zonder kar of koe, terwijl
langs hen heen vrachtwagens, bussen en auto’s razen ! Velen hebben geen of
nauwelijks verlichting. Onze chauffeur toont ook zijn rijkunst en
vanaf de middellijn vliegt hij regelmatig auto’s en bussen voorbij,
luid toeterend. ’t Lijkt een computerspel, maar ‘k vrees dat we hier toch
maar één leven hebben en ‘k prevel af en toe een schietgebedje of knijp mijn
ogen toe…
21
uur... Een grote zucht van
verlichting want we zijn er zonder kleerscheuren geraakt. We worden hier wel erg
mooi geïnstalleerd. Het blijkt een soort trainingscentrum te zijn van de
organisatie BRAC. We verfrissen ons even en gaan dan eerst iets eten.
23
uur... Willem, Luc en Lieven zijn ook aangekomen…met minder goed nieuws ...
Het blijkt een barstje te zijn in de elleboog en dus is het voor Luc gedaan met
fietsen. Hij weet niet wat nu te doen. Maar we zijn eigenlijk allemaal heel moe.
Morgen is het ook weer een nieuwe dag in Bangladesh en tijd brengt raad!

dag
5
Dinsdag 26 december ’06
Rajandrapur- Mymensingh
We
moesten er weer vroeg uit en Luc had duidelijk genoten van zijn nachtrust. Hij
kon met zijn arm weer boven zijn hoofd, een oefening die hij van de dokter moest
doen. Natuurlijk kon hij in die toestand niet meer fietsen. Hij zou vandaag
beslissen of hij al of niet vervroegd naar huis zou gaan. Er was weer een warm
buffet met warme groenten, vlees en pannenkoeken. Er is oploskoffie en dat zal
wel zo blijven tot we terug in Dhaka zijn. De fietsen worden grondig nagezien en
alle tandwielen en kettingen krijgen de olie waar ze recht op hebben. Geert
blijkt een handige hersteller maar dat wist ik al.
Om
halfnegen rijden we richting noord. Geert rijdt achteraan en heeft nu walkietalkie.
We zijn nog niet goed weg of hij vloekt dat zijn snelbinder in zijn wiel
vastgedraaid zit. Gelukkig verstaan de vrome moslims die toekijken de
draagkracht noch de betekenis van deze typisch Vlaams aanroeping van hogere
machten niet. Dit had de start kunnen betekenen van de War of Civilizations !
We
rijden naar omhoog. Eigenlijk stijgen we maar een goede
Langs
de weg zien we bomen met papaja’s en palmen met kokosnoten en betelnoten. Als
de Bengalen die kauwen krijgen ze van die griezelig rode tanden. Hun lach druk hier de
grondprijzen! Om weer wat toonbaar te zijn, wrijven ze hun tanden in met een
pasta van bicarbonaat. Het blijft behelpen. Bij een suikerrietveld zijn ze aan
het oogsten en de groep gaat kijken. Ilse maakt van deze schijnbeweging gebruik
om het suikerrietveld in te duiken om de toekomstige oogst te voorzien van extra
bruine suiker. We denken even niet aan soortgelijke démarches van inboorlingen
als we de halfgeraffineerde suiker proeven. De stengels gaan door een pers die
aangedreven wordt door een luidruchtige Chinese motor. Het sap komt via een
vieze goot in een dito blik terecht. Alles gaat in een grote pan die op een
vuurtje staat te sudderen. Het ingedikte sap wordt als een schepbare brij
weggeschraapt en verder gedroogd. Het opgelucht gezicht van de net opgedoken
Ilse wijst op een geslaagde missie.
Een
viskwekerij rijden we ook niet voorbij. Een leraar heeft dit als bijberoep en
ook hier laat hij zijn gezag gelden. Hij geeft ook wat graag uitleg. Na een
ingewikkelde uitleg in zijn beste ‘pidgin English’ begrijpen we dat het
eigenlijk poepsimpel is. Bij ons is het net zo. Alleen laten ze bij ons geen
vreemden toe uit vrees voor besmetting. Dit is hier geen probleem. Even verder
worden we door een vriendelijke man uitgenodigd om zijn tuin te bewonderen. We
hadden al zijn mooie visvijver gezien met verzorgde trap. Hij wil van het
geheel een picknickplaats maken voor dagjesmensen. Van overal komen kinderen
naar ons kijken. Voor Sien is dat de gelegenheid om haar sponsors te plezieren
met enkele mooie plaatjes. Een groep Bengalen staat in een wip te pronken met
petjes een shirts van Picanol. Bij het
middageten in een groezelig baanrestaurantje worden we weer omstuwd door
Engels-onkundige Bengalen. Een riksja stopt met een heer die het nodig vindt om
zich als katholiek voor te stellen. Pas later begrijpen we de draagwijdte van
zijn verzuchting.
Luc
was hier eerder dan wij en heeft in een achterbuurt een hindoegemeenschap van
pottenbakkers gevonden. Ze leven afgezonderd van de anderen en doen het onreine
werk voor de anderen. Met grote zwier krijgen we een demonstratie van een
vliegwiel waarop een jonge man met grote behendigheid een grote pot draait. Op
het pleintje staat een kleine hindoetempel en de dames zoeken een ander
tempeltje op. Er worden stoelen aangesleept. Armoede maakt gastvrij. Luc sist
dat wij bij het zien van een groep rondneuzende buitenlanders al de politie zouden
verwittigd hebben. Een pak balpennen lichter ( hebben ze wel papier ? ) nemen we
de fiets en nemen prompt de verkeerde weg. Willem zwaait ons op het rechte (nu
ja ) pad en trakteert weer met prachtige landschappen. Speciaal voor ons staan
twee boeren hun prachtig zwarte waterbuffel te boenen. Willem knikt goedkeurend
en de ene boer knipoogt terug. Nu weet ik waarom hij voortdurend zijn GSM
gebruikt.
Zijn
truckendoos is nog lang niet leeg wat even verder moeten we over een
bamboebrugje. Twee jongetjes schudden een spitse schuit uit het water en helpen
ons bij het oversteken. Lionel wil nog eens indruk maken op Arlette (?) en
probeert de oversteek met het bootje. Hij valt bijna in het water en redt zijn
eer via de wankele brug. De fiets van Riet raakt wel per boot over. Het regent
dan balpennen en ballonnen voor de kijklustigen.
De
volgende episode is minder leuk, een beeld om nooit meer te vergeten. Een kar
vol dekens, geduwd en getrokken door triestige mensen, blijkt een hand te
bevatten met onzichtbaar onder de dekens een vrouw die net verlost is van een
dood kind van acht maanden. Ze heeft het net gehaald en wordt nu terug naar huis
gebracht. Hier sterven nog heel wat vrouwen door zwangerschap en geboorte.
De
avond valt hier heel snel en plots moeten we met onze zaklantaarn rijden. Willem
zoekt een vrachtwagen om ons de laatste twintig kilometer op de dodenweg naar
Mymensing te besparen. Zo staan we aan de rand van een brede weg te wachten op
Willem en zijn truck. Een onwaarschijnlijk grote menigte Bengalen komt ons
bekijken. Door onze gebrekkige talenkennis blijven ze gewoon staren. Het licht
viel plots uit ! Niet ongewoon in dit land. De druk rond het trosje Belgische
fietsen wordt steeds groter. Een fiets met versnellingen en licht! Onze
hoofdlampen zijn hier ook een nieuwigheid. Plots is de verlossende truck daar en
in een mum van tijd staan alle fietsen er op. Willem geeft nog enkele duidelijke
aanwijzingen en springt zelf in de vrachtwagen zodat de chauffeur zich niet in
de weg zou ‘vergissen’.
Het
wordt een dolle rit door de nacht! Onze chauffeur is misschien nog bij het
verzet geweest want het Britse bevel om links te houden wordt af en toe straal
genegeerd. De riksja’s zijn meestal niet verlicht en omdat de driver een
bruine snoet heeft zie je hen maar op het laatste ogenblik opduiken . Overal
zijn er putten en bulten die niet worden aangegeven. Verkeerstekens ontbreken
want ze worden toch genegeerd. Een twintigtal zware overtredingen later worden
we nog vergast (nomen est omen) met/op een dodenrit door Mymensing.
Het
guesthouse ligt aan de rand van de stad. Vlug naar de kamers en dan huren we een
riksja om ons naar een Chinees restaurant te brengen. We moeten ons geen zorgen
te maken want die drivers kennen de stad op hun duimpje. Toch vraag ik nog even
de weg en volg met mijn kompas. Riet verwijt me mijn geringschattend gedrag
tegenover een inboorling als ik hem wil laten stoppen omdat hij mijns inziens
verkeerd aan het fietsen is. Een dolle rit later stoppen we bij een gloednieuw
hotel. Terstond is mijn gebrek aan vertrouwen gecompenseerd door een overschot
aan gelijk. De drivers maken ruzie en uiteindelijk komen we toch aan bij onze
Chinees. De anderen staan al lachend op ons te wachten. Ook verkeerd gereden?
We
zijn alleen in het restaurant want Bengalen gaan pas veel later eten. De
rijsttafel is al besteld en we kunnen onmiddellijk beginnen. Luc ziet er al veel
beter uit en heeft besloten te blijven. Omdat hij niet fietst heeft hij nu extra
tijd om te fotograferen. Zijn boek Banglakids II komt eraan. Aan de andere kant
van de tafel (net iets te ver voor mij) is Willem zijn verhaal aan het doen. Hij
was ingenieur maar in zijn jonge jaren was hij bij Oikonde beland en hadden
jongeren hem van de criminaliteit gered door met hem naar Compostela te trekken.
Daarna hebben langdurig werklozen hem boten leren bouwen in De Loods en in
Landegem heeft An hem van zijn hersenverlamming afgeholpen. En toen heeft de DF
hem van zijn lepra genezen in Bangladesh. Misschien heb ik niet alles goed
gehoord maar de airco stond naast
mij te janken.
We
rijden terug en ik geef een extra fooi aan mijn driver omdat hij de riksja met
Riet heeft kunnen bijhouden. Hij is heel gelukkig en ik ook want ik mag er niet
aan denken dat Riet hier verkeerd rijdt. Na dit Chinees avontuur moet ik
dringend naar de WC. Bijna te laat. Ik maak me zorgen voor morgen.

Dag
6
Woensdag 27 december ’06 Mymensingh
- Netrakona
8
uur… We vertrekken vanmorgen
zonder ontbijt. De fietsen zijn weer nagekeken en gesmeerd en hebben tot nu toe
bewezen net als wijzelf, dat ze tegen een stootje kunnen. Het is nog fris en we
zitten al direct in de chaos van “de ochtendspits”. Er hangt een dikke mist
als we de brug over de Brahmaputra overrijden. De zon doet verwoede pogingen om
er doorheen te geraken en wij ook. Net over de enorme brug draaien we naar
rechts: een smal zandpad naast de rivier.
Voor
ons verschijnt een spoorwegberm waar we onze fietsen opduwen en -trekken. We
horen in de verte een toeterende trein naderen en wachten tot hij voorbijtjokt.
We passeren een madrasa - een koranschooltje - en horen de kinderen de tekst opdreunen. Door het
kleine raampje zie je ze daarbij ritmisch heen en weer bewegen. We mogen het
niet bezoeken. Willem zegt dat deze schooltjes slecht onderwijs
geven. Hun afgestudeerden slagen hoogstzelden voor een staatsexamen.
We
moeten nog een kleine rivierarm over klauteren en dan komt de Brahmaputra in
zicht. De overkant zien we nauwelijks door de mist. Enkele kleurrijke bootjes
dobberen op het rustige water, ook de Titanic schijnen ze hier goed te kennen.
Haveloze kinderen op kouwelijke blote voeten volgen ons al een tijdje en we
delen ballonnen uit. We moeten haast tussen de rijstplantjes rijden alvorens we
een hoge dijk op kunnen, weg van de rivier. Ondertussen is het al 9 uur voorbij en
Willem gaat op zoek naar chapati’s in de dorpjes die we voorbijrijden. Overal
zorgen we voor “entertainment”, zelfs al op dit vroege uur. Hilariteit ook
bij de kinderen als Sien plots wegglijdt in het mulle zand. Ze vinden dat
blijkbaar grandioos en lachen zich een breuk. Als het brood gevonden is, worden
de bankjes buitengezet op de stoffige weg en verdringen vooral de mannen en de
jongens (waar zitten de vrouwen en de meisjes??) zich om een glimp van ons op te
vangen. ’t Ziet al gauw, letterlijk en figuurlijk, weer zwart van ’t volk.
Eten terwijl er zoveel volk op je vingers staat te kijken, dat is wel wennen.
Maar we hebben honger en de chapati’s, de roereieren en de bananen smaken
goed.
Voor
Marijke wordt het even allemaal te veel. Gelukkig zijn we op zo’n momenten
samen en wat bemoedigende woorden helpen wel. Ondertussen moet er af en toe een
fietser door de mensenmassa, worden kinderen die zich naar voor wurmen weer naar
achter geduwd of geslagen, durft een schurftige hond zich tot in de kring te
wagen Die wordt er meteen weer uitgeschopt. (als je die beesten bekijkt ,weet je
dat ze hier andere zorgen aan het hoofd hebben dan dierenzorg..). Koens blote,
harige fietskuiten trekken duidelijk ook de aandacht. “Boxing-champion
Belgiumdesh” maakt meteen indruk en de Bengalen duwen al direct een
tegenstrever in de ring . Lionel kiekt de twee uitdagers en de strijd wordt dan
wijselijk niet gestreden. Geert, alias ‘Maestro Gerardo’ zorgt voor de
afleiding door zijn “tok-tok”- goocheltruck uit zijn mouw te schudden.
Succes verzekerd! Het is voor iedereen een verademing als we even later weer op
de fiets zitten in de rust van het platteland. Oef!
Het
is dus alweer een verademing als we weg zijn van de drukte. Maar de mensen
blijven overal naar ons staan staren of je ziet de kinderen soms letterlijk
schrikken en een hand voor de mond slaan.
17u
en we komen aan in Netrakona. Ook de twee jeeps zijn hier al aangekomen. We
zetten de fietsen binnen en laden mee de bagage uit. Lieven geraakt net op tijd
op het toilet en moet vanavond dus nog even goed uitkijken wat hij eet. Als we
om half zeven nog een warme maaltijd krijgen is het alweer donker. Het eten
smaakt weer en na een dag overvol indrukken, praten we nog even na. Maar de
vermoeidheid slaat snel toe. Iedereen zoekt een bed op. De koppels slapen per
twee, Willem alleen en de zes singles slapen samen op een kamer. Kan je nagaan
dat er daar weer gelachen is!

Dag
7
Donderdag
28 december ’06 Netrakona
Daarna
bezoeken we een dorpsschooltje. Met zes fietsers en gegidst door een jeep rijden
we er naartoe. De anderen bezoeken een identiek schooltje in een ander dorp.
Deze schooltjes zijn door Sabalambi zelf opgericht voor kinderen die om allerlei
redenen door de mazen van het schoolnet vallen. Vaak moeten hun ouders hard
werken om te kunnen overleven waardoor dat ze geen tijd hebben om zich met hun
kinderen bezig te houden. Ze zijn zich niet echt bewust van het nut van
onderwijs. Vaak komt er één groep in de voormiddag en één in de namiddag.
Zesentwintig kinderen tussen zeven en elf jaar krijgen hier taal-en wiskundeles
en een beetje Engels, drie uur per dag. De meeste leerlingen zijn meisjes en dat
is een bewuste keuze! Ook zang en dans staan op het programma. We krijgen van
alles een demonstratie en op het einde zingen ze zelfs “We shall overcome”.
De Bengaal die ons begeleidt, geeft de juf geen kans om haar klasje in handen te
nemen en dat geeft ons een “ambetant” gevoel. We delen nog schrijfgerief uit
aan de kinderen en geven een zangdemonstratie: “five little ducks” worden er
plots wel “tien”… en zo is een uurtje op school voorbijgevlogen. Maar we
moeten snel terugfietsen want in het opleidingscentrum is een afscheidsfeest bezig…
De
mensen die hier komen krijgen de verzorging gratis. We zien de verzorgde
ziekenzaaltjes en bedden. Een zieke mama draagt een klein baby’tje. Het ziet er
eigenlijk pasgeboren uit, maar blijkt al drie maanden te zijn. De mama had al
tbc toen ze in verwachting was. We vragen of we een foto van haar en haar kind
mogen nemen en krijgen haar kind bijna cadeau. Ze meende het! Een vrouw zit
achter haar zieke man op het bed om hem te verwarmen. Hij wil wel op de foto en
doet zijn best om er ‘waardig’ op te staan.
Bij
de ondergaande zon fietsen we terug, het hoofd vol met informatie en indrukken.
Voor vijf frank per riksja, rijden we dan naar het “winkelcentrum” van
Netrakona.

Dag
8: Vrijdag
29 december 2006
Netrakona - Durgapur - Ranikong
We
zijn vandaag 25 jaar vader en moeder want vandaag wordt Maarten 25. Bij Marc en
Marijke is het hun oudste dochter die ook net vandaag jarig is.
Bij
het morgenmaal bespreken we het nachtelijk gehuil van de jakhalzen. Weer heeft
de muezzin ons uit onze laatste slaap gehaald. We moeten ook onze bagage
sorteren want door een ingestorte brug kunnen de jeeps ons niet meer de hele
reisweg volgen. Deze middag moet alles in een fietstas en een klein rugzakje.
Back to basics. Jammer dat we voortdurend naar beneden moeten kijken want er is
zoveel te zien!
Stop!
Een trein vol mensen. Wie er niet in kon, zit boven op het dak of hangt aan elk
mogelijk uitsteeksel. Voor ons een visser die midden in de rivier een
driehoeknet in de gaten houdt. Op eenvoudig verzoek haalt hij het even op. Dan
komen we in het dorp Purbadhala. Daar staat al heel wat oproerpolitie. Mannen
met zwarte bandana’s en ultramoderne machinegeweren zijn er bij. Herken ik
hier FN minimi’s? Graag zou ik even dichter willen kijken maar ik heb nog
genoeg verstand om dat niet te doen. Pas later zullen we horen wie die mannen
zijn. Willem wil ons niet bang maken en houdt de griezelige details voor de
laatste dag.
Op
de terugweg worden we verrast door een betoging. Voorzichtig in ganzenpas
doorrijden, de blik naar beneden, fingers crossed. De betogers zien ons, zijn
verbaasd en zien terzelfdertijd de oproerpolitie met hongerige matrakken en
geweren. Ze laten ons passeren. Oef! Om 14 uur is er in Birisiri een eetstop. We
sms’en naar Maarten: “Proficiat met je 25 jaar!”. Weer een betoging. De
temperatuur stijgt precies met het uur. Om halfvijf zal Awami beslissen of ze
zullen meedoen met de verkiezingen.
Onder
een prachtige boom zit een oude schoenpoetser. Zonder smeer poetst hij mijn
bestofte schoenen. We halen ons overlevingspakket uit de valiezen en zeggen Luc
vaarwel. Langs een brug in aanbouw over de Brahmaputhra
stappen we door een bijna droge bedding. Ze zijn al zes jaar bezig aan
die brug. De locals hadden de bedding hier nog nooit droog gezien: global
warming. In Durgapur kunnen we nog even shoppen. Ik vind het cadeautje voor
Koen: een Indisch fietszadel. Ook een sjaal en een lunghi kunnen nog mee. Ik
blijf even staan bij onze fietsen. We hebben hier weer veel bekijks. Een
apotheker kent heel goed de DF. En de eigenaar van het huis waar de fietsen
staan, nodigt me uit voor de thee. Ik was graag meegegaan maar ik voel me nog
altijd misselijk en zou niet graag de tapijten van die vriendelijke man
versieren. Ik weet ook niet hoe lang we hier blijven. In de uitstalramen zien we
heel wat christelijke afbeeldingen en beeldjes. We zijn in christelijk gebied.
Bij de zoveelste wankele overtocht (met twaalf in één bootje), zien we in een
bootje langs de kant, een tiental moslimmannen bidden. We moeten uitstappen
middenin een beestenmarkt. De dieren weten niet dat ze nog hooguit een dag te
leven hebben.
We
fietsen nog een eind langs de oever van de rivier. Het is hier prachtig...
zouden
we hier niet wat tentjes opzetten? We zien aan de overkant ook voor het eerst
bergen: de Megalaya, de voorbodes van de Himalaya. Na
een flinke klim rijden we de missie van Ranikong binnen. Het ziet
er veel verzorgder uit dan we verwacht hadden maar we hebben nog niet
alles gezien.. De pater is een Mandi met dat duidelijk Tibetaans uiterlijk. Hij
heet ons uitbundig welkom. Vooral Willem ziet hij graag weer. Later begrijp ik
waarom. We worden verwelkomd met taart en cake, thee en koffie. Father Simon
vertelt over het leven hier, nogal eenzaam en afgelegen en ook vochtig en warm
en vol muggen en slangen, vooral in het regenseizoen. We zoeken elk een bed uit
en al is de douche koud, het doet deugd om al het stof van je te spoelen.
Om
19 uur is er voor ons voor een rijstmaaltijd gezorgd. Ik eet niet veel want ik
voel me nog niet goed. Geert toont de pater en zijn personeel nog wat
goocheltrucjes. En of dat succes heeft! Mooi om te zien hoe ze ervan genieten.
We zetten ons nog even buiten. Het is volle maan. We
zitten hier op een boogscheut van de Indische grens, aan de overkant van de
rivier en in gevaarlijk malariagebied. Zeker de klamboe niet vergeten!

Dag
9
Zaterdag 30 december ’06
Ranikong - Boromari 60
km
Er
komt veel volk kijken en we delen weer balpennen uit. Er is een hut in de buurt
van een vriendelijke Mandi die vlot Engels spreekt. We worden bij hem thuis
uitgenodigd. Ook hij is christen. Andreas is een observer van Brac en verdient
5000 taka per maand. De vrouwen van daarnet krijgen maar 60 taka per dag! Hij
vertelt ons heel wat over de groeve. De brokstukken worden door de mannen met
karren naar de boten getrokken over de stoffige wegen en gaan zo naar de
porceleinfabrieken van Dhaka. Daar worden o.a. porceleinwerk voor Ikea mee
gemaakt… Om 10 uur worden we weer met zo’n platte schuit overgezet.
Om
11 uur worden we bij meneer Ali ontvangen. Hij is van de Mandi-people. De pater
had hem al getelefoneerd dat er een zieke deelnemer aankwam. We krijgen bloemen
als welkom en rijstsap met thee en koekjes. Zijn schoonzus had nog een cursus in
Londen gevolgd en zo had ze ook “Belgium” (Brugge, Brussel) bezocht. “Het
is bij jullie allemaal zo netjes. Jullie gehoorzamen de wetten. Als jullie
binnen 10 jaar terugkomen, zal er hier al veel veranderd zijn..”
Om
15 uur weer een bamboebrugje. Even later is er een steile afdaling naar onze
geliefde Brahmaputra. Het paadje dat er geen is, is glibberig en Arlette kan
zich plots niet meer in evenwicht houden. In een flits zag ik het prachtige
beeldhouwwerk dat mijn vader ter ere van zijn patroon gemaakt had: St-Joris die
jonge, frêle maagden uit de muil van een schuimbekkende draak redde. Daar wilde
ik vroeger op lijken! Niet op die frêle maagden maar op St-Joris. Hoewel deze situatie niet helemaal conform is met mijn
vroegere ambitie, maak ik een tijgersprong die mijn leraar turnen met
verstomming zou geslagen hebben. Fiets en Arlette worden gestabiliseerd en ik
blijf nog staan ook. Door de plotse adrenalinestoot ben ik verlost van mijn
misselijkheid die me al heel de dag kwelde. Dank je, Arlette ! In het volgende
dorpje kijken we nog even binnen bij een timmerman en nemen dan nog een serieuze
helling naar de missiepost van de zusters. De mannen willen eerst aankomen.
Alles
is hier verzorgd en proper. De school en het weeshuis zijn leeg door het nakende
feest. Enkele maanden geleden werd hier nog een wachter gedood door wilde
olifanten; nu hebben de weesmeisjes een eigen betonnen gebouw met dikke tralies
om de dikhuiden tegen te houden. We zijn weer op een steenworp van Indië.
Boromari ligt boven op een heuvel en helemaal boven is er een kruisweg. In
oktober is hier veel katholiek volk… als de moslims het toelaten. We laten
heel wat medicamenten en spullen achter (o.a. Pfaff-handdoeken ). Sommige
bijsluiters zijn niet in het Engels en we moeten vertalen. Dat die slimme
dokters daar niet aan gedacht hebben.Het eten bij de zusters is extra goed. Ik
blijf voorzichtig om mijn maag te laten rusten.
Boven is er nog Ricard en Luc toont een trucje met een Japans speeltje. We krijgen een geruststellend sms’je vanuit België van Maarten : alles is goed. Zelf neem ik nog water met een zout-glucose oplossing. Sadam is opgehangen. In een moslimland kan dit voor spanningen zorgen. Het is een schurk maar het is HUN schurk. We zijn heel moe en stellen ons geen vragen meer … of toch. Bij het tandenpoetsen vraag ik mijn spiegel of ik nu toch niet een beetje op St.-Joris leek. Hij toonde alleen een schuimbekkende draak. Slechte spiegel !

Dag
10 ZONDAG
31 DECEMBER
Om
8u30 starten we langs goede wegen richting zuiden. Luc heeft weer een riksja
gevonden om mee te rijden. Op een brug moeten we even op hem wachten. Weer komen
de Bengalen op ons af. Willem leert ons dat we alleen onze rechterhand mogen
gebruiken als we iets geven. Waar we stoppen om te eten zijn ze een bordspel aan
het spelen. Met schijfjes schuiven ze naar vier gaatjes in de vier uithoeken.
Karambol, één van de spelers overklast de drie anderen duidelijk. Ongelooflijk
hoe trefzeker hij de ene schijf tegen de andere kan pitsen. Ik word aangesproken
door een student diergeneeskunde die informeert of hij in België kon verder
studeren. Hij wil ook weten of er veel racisme is en natuurlijk wil hij ook mijn
adres. Dat heb ik beleefd afgewimpeld.
De
rijst staat tot in de rivier en we zien prachtige waterbuffels. Langs de weg
wordt al duchtig geslacht. Als we door een dorp rijden worden we achternagezeten
door een joelende horde kinderen. Geert springt van zijn fiets en doet “
boe”. Is dat schrikken! Ze stuiven als mussen uiteen. We belonen hun ontzag
met balpennen en ballonnen. Omdat we de vele gapers toch een beetje beu zijn,
stoppen we ver van een dorp en eten op een stoppelveld. Er zit een gewonde
jongen (van een hoge stelling gevallen) en die krijgt van Sien wat pijnstillers.
Het ijs is dadelijk gebroken en ze komen zelfs met water zodat we onze handen
kunnen wassen. Een student stopt om me te zeggen dat hij in de rouw is om de
dood van een groot moslimleider (Saddam Hoessein). Ik wil hem vragen wie zijn
leraar geschiedenis is. Even wil mijn leraarsinstinct de bezem halen door zoveel
onwetendheid en hem het programma van de baathpartij onder de neus wrijven. Maar
mijn voorzichtigheid wint en ik zwijg. Ik ben met vakantie. Terwijl ik mijn
etende tochtgenoten vervoeg, moet ik toegeven dat Saddam gestorven is als Jezus:
hangend en met veel bloed aan zijn handen.
De plaatselijke laten zich weer gewillig fotograferen en zijn heel blij met de
cadeautjes. Er komt een riksja voorbij met een batterij en geluidsversterking.
Ze maken propaganda voor de verkiezingen. Koen neemt even de micro om de
Damiaanfietsers tot spoed aan te zetten… hier worden geen drie tenten gebouwd.
We rijden nu meer en meer over wegen waar de boeren hun rijststro drogen. Dat
blijft in onze versnellingen haken en zo moeten we telkens stoppen om dat eruit
te peuteren. De situatie wordt grimmig. De Awami-liga & friends roepen de
algemene blokkade uit na het nieuwjaarsfeest. Dan zijn we net weg. Wel nipt
hoor. Als ze maar niet vroeger beginnen. Willem krijgt een telefoontje van zijn
thuisfront dat de werkloze textielarbeiders in Dhaka in opstand zijn gekomen.
Dat belooft. Riet krijgt een dipje. Dit
had niets te maken met het pas binnengekomen bericht, gewoon even wat energie
tekort. Een hapje tussendoor maakt het weer goed.
Geschrokken
grabbelen we al naar onze geloofsbrieven als de poort openzwaait : we worden
duidelijk verwacht. De ommuurde tuin met de witte gebouwtjes straalt een rust
uit die we sinds thuis niet meer geproefd hebben. Oorspronkelijk was het van
Amerikaanse nonnen maar de DF nam het over. Vroeger was dit hier nog de
wildernis, ideaal dus voor een Molokaï.
Daarna
zitten we weer aan onze kolonialentafel om naar de dansjes te kijken. Hoewel het
een matriarchale maatschappij is ,voeren de mannen het woord. Dat ze dat voor
ons in het Engels moeten doen, is misschien de oorzaak. De rijstwijn wordt al in
een groot vat gegoten en vermengd met voor ons onbekende ingrediënten. Onze
ongerustheid stijgt ten top als ze ons eerst laten proeven. Het goedje smaakt
als de inhoud van een vergeten nachtemmer waar men enkele asbakken heeft in
gekieperd! Walgelijk! De jungle wordt even de Hof van Olijven: ”Laat deze beker
aan ons voorbijgaan...” Tweehonderd ogen doen ons drinken. Wie handig is,
kiepert een deel op de wortels van de palmen achter ons. De enkele stroompannes
die ons zegenden met totale duisternis helpen daarbij. Alleen Mark en Willem
laten het zich smaken. De Mandimannen zijn er ook niet vies van en raken stilaan
boven hun theewater. Onze dames die naar het toilet moeten, eisen een escorte.
Wijs.
Even kan ik de slaap niet vatten. Ik pieker over onze smadelijke afgang met onze Toast Marginal van daarnet. We hadden beter uit volle borst een Vlaams liedje gezongen. Willem zou het wel verkocht hebben als ons nationaal volkslied. Iets waar we de tekst nog van kennen. Liefde gaf u duizend namen, of iets dergelijks. Ik keek nog even onder mijn bed. Dat was lang geleden.

Om
8 uur… ontbijt met chapati’s met ei . De gelegenheidskok sprak van een
‘snottebel’. Hier hebben onze voorgangers hun sporen nagelaten. Boudewijn
gaat zeker vrijuit, Laurent ( de Belgique ) daarentegen… .
Tine
is duidelijk ziek, ze rilt en heeft maagpijn. Voor Sien roepen we even de
dokter. We zijn bijna te laat om met de 4x4 naar de Mandi-missie te rijden. De
chauffeur komt op zijn dooie gemak aansloffen. Willem, Lionel en Arlette,
Marijke en Marc en Riet rijden mee. De anderen doen het even rustig aan. De kerk
van pater Humrich eenvoudig maar heel net. De schoenen blijven buiten en
iedereen zit op de grond. Voor Riet zit een grijzende asceet die later een
Nieuw-Zeelandse dokter blijk te zijn. De oude pater doet als zittend de mis en
heeft er duidelijk zin in. Vooral de vrouwen zorgen voor het gezang, het kleine
orgeltje dat we gisteren zagen, is er ook. De
muren zijn versierd met eigen tekeningen. De eigen weergave van de kruisweg
verraadt enige soepelheid met kerkelijk dogma’s. Wacht tot ze hier de Da
Vinci-code in het Bengaals kunnen kopen. Op 1 januari wordt wereldwijd een mis
gelezen voor de vruchten der aarde. De talrijke opkomst en de gedrevenheid van
hun gebeden tonen dat ze nog heel goed beseffen dat de natuurlijke rijkdommen
geen vanzelfsprekendheid zijn. Wonderfull people noemt pater Humrich zijn Mandi.
We kunnen inderdaad wat van hen leren. Zij ook van ons ?
Van
het sermoen en de rest begrepen we weinig of niets. Even verwijst de pater naar
zijn bezoekers want iedereen kijkt in onze richting en we krijgen een applaus.
Na de mis worden we nog op de thee uitgenodigd door de assistent van de pater.
Boven de tafel vol koekjes hangt een primitieve waaier die door een plankpedaal
heen en weer kan bewogen worden. De jonge pater heeft zo zijn bedenkingen over
de werkwijze van de Nieuw-Zeelandse dokter van daarnet. Al zijn medewerkers zijn
Bengalen en moslims en na zijn dood nemen die dat zeker over. Je kon in zijn
kritiek de angst van de Mandi horen om door de immer talrijker wordende buren
overspoeld te worden. Hij vertelt waarschijnlijk geen sprookjes. In dit doodarme
land worden overal nieuwe moskeeën gebouwd. Nu de islam duidelijk oprukt,
krijgen de christelijke enclaves hier klamme handjes. Na de dood van pater
Humrich zal de geldstroom uit Amerika vlug opdrogen. Ze zijn er zich van bewust.
De jonge pater zucht dat de Mandi (strijders!) veel te vredelievend zijn en de
kaas van hun brood laten nemen door de veel flamboyantere Bengalen.
Op
de terugweg heeft Willem het over leuke ziekten die fruitetende vleermuizen op
de lokale bevolking overbrengen. Na hevige koortsaanvallen sterf je binnen de
twee dagen. De auto stopt plots na een kort bevel. Omdat mijn haar nog
rechtstaat, zie ik niet onmiddellijk dat Willem ons wilde apen in een naburige
boom wil tonen. Het is een familie roodbuiklanguren die hij “ingehuurd
heeft” om voor ons hun kunstjes te tonen. Door de ontbossing moeten ze af en
toe over de grond lopen waar ze de prooi worden van de honden. Zo worden ze
zeldzaam.
Om
11 uur toont dokter Mihir ons zijn hospitaal en zijn zieken. Eerst wordt een
leproze binnengebracht voor zijn voetverzorging. Dr. Mihir is duidelijk niet
tevreden over de inspanningen die een patiënt doet om de gevoelloze
verwondingen aan handen en voeten goed te verzorgen. ”Als hij zo verder doet,
moet ik zijn voet afzetten”. Verdenk de arts bij deze niet van ongevoeligheid,
patiënten moeten hier kordater aangepakt worden dan bij ons. Er is nog zoveel
onwetendheid. Intussen werd Ganesh, een muzikant, door twee verplegers
aangepakt. Zijn klompvoet vertoont gaten waar hele kompressen met
ontsmettingsstof in gepropt werden. Met een tangetje wordt dat er dan weer
uitgepeuterd. Intussen geeft dr. Mihir uitleg en antwoordt hij op onze vragen.
Hij heeft in Rusland gestudeerd en werkt al lang voor de DF. Na het bezoek aan
de tbc- paviljoenen verwonderde ik me bij hem over de moslimvrouwen die hier
probleemloos door mannelijke dokters en verplegers worden behandeld. Hij begreep
het probleem niet. Toen ik vertelde dat bij ons moslims vrouwelijk medisch
personeel eisten voor hun vrouwen en dochters wilde hij me niet eens geloven.
Pas toen hij zag dat de andere bezoekers bevestigend knikten, nam hij mijn vraag
ernstig. Hier in Bangladesh, een moslimland, had hij dat nog nooit gehoord.
“Die moslims proberen interessant te doen”, beet hij van zich af. In een
land met zo weinig dokters had ik duidelijk de verkeerde vraag gesteld. Hier
hebben ze geen tijd voor pietluttigheden. Beter oppassen als ik nog iets vraag.
Wat
mij van dr. Mihir zal bijblijven is zijn grote bezorgdheid voor zijn vele patiënten
en zijn totaal gebrek aan eerbied voor zijn beroepsgeheim. De wet op de privacy
is hier nog niet door het parlement geraakt. Van elke patiënt wordt het
ziektebeeld uit de doeken gedaan. Dit blijkt hier heel gewoon te zijn. Nadat we
al die wonden en ingevallen wangen van de tbc-lijders van dichtbij zagen, gingen
we eten.
De
rest van de dag verloopt rustig. Onze zieken slapen eens goed uit en wij gingen
naar het dichtste dorp om te kijken of we nog iets voor het thuisfront konden
kopen. Door het feest was alles gesloten. Alleen de slachters maakten overuren.
We gingen eens kijken naar de verdeling van al dat vlees. Tussen de bomen lag
het vol bananenbladeren en daarop lagen hoopjes vlees die met een eenvoudige
weegschaal eerlijk verdeeld worden. De armen stonden geduldig te wachten. Bij
ons heet dat paternalisme en hebben we dat vervangen door de sociale zekerheid.
Dit gebruik komt ons hier wel goed uit. De armen hebben zeker de eerste dagen
hun buikje vol en barricaden worden alleen gebouwd
en bemand met een lege maag. We hopen dat we weg zijn tegen dat het
rommelt. Wat zijn we weer cynisch.
Willem
krijgt weer een telefoontje uit Dhaka. Zijn geruststellende uitleg contrasteert
met zijn gelaatsuitdrukking van daarnet. Hij zegt niet alles om ons niet
ongerust te maken. De werkloze textielarbeiders zouden nog altijd amok maken in
Dhaka. Als het maar dat is! Als alle duiven wakker of terug zijn,toont Willem de
rest van de Bangla-presentatie op zijn laptop. Het is gewoonweg niet te geloven
hoe één land op zoveel rampen en mistoestanden kan geabonneerd zijn. Noem een
onheil en het is hier gebeurd, het is aan het gebeuren of men verwacht
een spoedige demonstratie ! De doorlichting is hier nog niet geweest, ze
zien er waarschijnlijk geen doen aan.
Na
weer een portie ellende gaan we slapen. We hebben de bedden tegen elkaar
geschoven om één muskietennet te delen. De valiezen gaan dicht om geen
“brilslangen” te vangen, maar het is een gekko die plots op het uiteinde van
het bed van Riet verschijnt. We horen hem roepen in de kamer als de lichten uit
zijn. Ik kijk nog even onder het bed. Weer geen brilslang.

Dag
12: DINSDAG
2 JANUARI 2007
Om
5 uur vindt de plaatselijke muezzin dat we genoeg geslapen hebben. Vanop zijn
minaret beweert hij dat er maar één god is en dat mohammed er meer van weet.
Daar we alleen het eerste deel geloven, slapen we nog wat verder. Toch moeten we
er op een onchristelijk uur uit. Om 7u is alles opgeladen en zitten we al aan
ons ontbijt: chapati’s met snottebellen. Riet gaat samen met Arlette nog naar
Ganesh, onze melaatse muzikant die gisteren onder zijn voeten kreeg (sic).
Arlette geeft hem nog T-shirts. We nemen nog enkele foto’s van het paviljoen
waar de koning verbleef.
We
eten om 13u 30 op een verlaten stoppelveld. Koen en Geert nestelen zich in een
hooimijt. Eindelijk rust, geen groepen Bengalen die het eten uit onze mond
gapen. Dit klinkt brutaal maar eigenlijk hebben we weinig Bengalen gezien die
honger hadden. Er is wel een groot tekort bij veel mensen aan een gevarieerde
voeding. Als er weer genoeg kinderen staan, toon ik hen de foto van Ward met
zijn uil. Ze denken dat al mijn leerlingen in de klas een uil op hun arm hebben
om beter te kunnen studeren. Zelf staan ze maar wat graag op de foto. Voor de
eerste keer vragen ze geld om gefotografeerd te worden. We zijn niet meer ver
van een grote stad, zoveel is zeker.
Koen heeft een nieuwe bat gekocht en wil die ruilen voor een doorleefd en gebruikt exemplaar. Plots zien we een twintigtal jongens op een veld cricket spelen. Koen erop af. We delen onze laatste petten uit en de deal is vlug gesloten. Koen heeft zijn oude bat in handen en demonstreert nog even dat hij nog veel moet leren om wat dan ook ermee te raken. Een grote roofvogel zweeft loom boven deze smadelijke afgang. We duiken de drukke stad in en Willem rijdt weer veel te snel tussen al die Riksja’s door. Is hij dan niet bang om iemand van ons te verliezen in deze heksenketel? Geert rijdt achteraan met de walkietalkie. Hoewel het feest nog bezig is, is het hier heel druk. Plots herkennen we ons weer en we staan vlug voor de vertrouwde poort van Caritas. Nu is het nog licht en we zien grote vleermuizen aan de elektriciteitsdraden hangen : dood.
Het is donker geworden. Lionel wil nog naar een muziekwinkel en ik wil wel mee maar Riet wil naar huis (Caritas dus). Ze zal wel alleen een riksja nemen. No way! Als zij gaat, ga ik zeker mee. Terwijl Willem een driver vindt die heel zeker de weg weet, krijg ik een preek over mijn gebrek aan vertrouwen (in riksjadrivers) en over vrouwenemancipatie. Stiekem volg ik elke richtingsverandering op mijn kompas. Nu rijden we met een fietstaxi zonder licht door aardedonkere steegjes. Uit het niet duiken dito riksja’s op die we telkens nipt ontwijken. Plots stoppen we voor de missiepost… van de Hare Chrisna. Hem uitschelden heeft geen zin want hij verstaat geen woord Engels. Eigenlijk spreken wij niet genoeg Bengaals maar ik ben te kwaad om even deze nuance te smaken. De omstanders ( in dit land zijn er overal omstanders ) hebben ook nog nooit van Shakespeare gehoord en natuurlijk roepen we Molière, Goethe en Gezelle niet ter hulp. We moeten voortmaken voor er hier een paar minder frisse elementen zien dat we de weg kwijt zijn. Aan de manier waarop ze mijn arm vastneemt, voel ik dat ik die preek van daarnet over vrouwenemancipatie niet zo letterlijk moet nemen. Dit ideaalbeeld kan zeker even wachten tot we weer op de grote weg met al die stinkende koeienvellen zijn.

Vandaar kennen we
weer de weg naar de echte missie. Ze deelt nu ook mijn dada voor nautische
instrumenten. Even kijken: de driver reed over de spoorweg en week sterk af naar
het westen. We zijn nog niet aan de dwarsweg die uitkomt aan het verkeersplein
dicht bij die Chinees. Als we nu zoveel mogelijk naar het oosten gaan en de
kleine steegjes vermijden, moeten we weer op die bekende noordzuid-as geraken.
We stappen flink door om niemand op verkeerde ideeën te brengen. Al naar het
oosten zoekend, gaan we door gelukkig steeds breder wordende weggetjes. Steegjes
worden straatjes, straatjes worden straten met hier en daar een lantaarn. Plots
staan we op een brede laan. Die volgen we naar het zuiden en aan het plots
lossen van haar stevige greep weet ik dat ze een eerste herkenningspunt heeft
gevonden. Riet is daar nu eenmaal beter in dan ik. We vonden de stinkende vellen
weer en dan het drukke verkeersplein en de internetwinkel waar Luc en Ilse zich
laven aan de enkele druppels beschaving die de bouwvallige computers doorlaten.
We lopen liever dan nog een riksja te nemen. Aan de spellingsfout moesten we een
aardedonker steegje in en bijna op de tast vinden we de poort van Caritas. Geert
en Sien die samen met ons vertrokken zijn er ook nog maar net want ze hadden ook
zo’n slimme driver .
Wat
later zitten we samen te eten. Lionel is trots op de muziektrommeltjes die hij
gevonden heeft en Mark probeert ons
van zijn bovennatuurlijke gaven te overtuigen. Tevergeefs, we blijven liever
“blij”-gelovig. Bedtijd! We horen nog een luidruchtige betoging, dan een
straatruzie, dan… niets meer.

Dag
13: WOENSDAG
3 JANUARI 2007 : MYMENSING - DHAKA
De
nacht was onrustig. Er was een grote betoging en een scheldpartij. Vroeg in de
morgen maakt de muezzin reclame voor zijn octrooi op de hemel. Mijn verlossing
zoek ik voorlopig op het toilet en dat niet zonder succes. Dat lucht op! Nog
even slapen. Na het eten moeten we nog een bezoekje brengen aan het plaatselijke
DF-hospitaal. Het is maar vijf kilometer en omdat ons vertrouwen in de
plaatselijke riksjadrivers nog ver onder het vriespunt zit, nemen we onze
fietsen die al gehoopt hadden op enkele weken rust. De echte reden is dat Willem
met het ontmoedigende bericht kwam dat we nog maar
En
zo zag een stalend wit gebouw twaalf fietsers aankomen na een ontspannende rit.
We zijn al wat gewoon. Een groot bord dat de sponsors uit het verleden en de
toekomst bejubelt, ondergroef een beetje de vrijblijvendheid van hun warme
gastvrijheid. Maakte de confrontatie met zoveel armoede en onrecht mijn al wat
cynisch? Het is zeker mijn handelsmerk niet.
Bij
het zien van de verbaasde Bengaalse gezichten die weer een grote inspectie van
de Founding Father Himself vreesden, was ik op slag genezen. Onder het portret
van De Veuster wachten we op de verwarring van de baas van het ziekenhuis . Die
was van dat slimme soort dat altijd stipt op tijd zijn huiswerk maakt: Damiaan
was al meer dan een eeuw dood en ik was een maar matige lookalike van die grote
man van Molokaï. Hij was gewoon van blanken te zien. De stielbederver heette
meneer Subash en alhoewel hij geen arts was,
leidde hij ook het ziekenhuis van Netrakona. Een team van 216 mensen
weten dat er met hem niet te spotten valt. Bij een verfrissing liet hij er geen
twijfel over bestaan: lepra bleef een belangrijk aandachtspunt maar de grote
killer is hier de tbc. Bij de rondleiding viel de netheid van het geheel weer
op. Dit was een gesloten geheel met een binnentuin. In een land waar alles moet
bewaakt worden is dat nog zo handig. Een groep melaatsen zat de voeten te weken
om daarna verzorgd te worden. Het was de bedoeling dat ze dat dan thuis zelf ook
deden. Dit wil niet altijd lukken in al dat stof van het droge seizoen en de
modder van straks tijdens de moesson. Na de rondgang in
het labo, de ziekenzalen met voornamelijk tbc- patiënten en de eigen
schoenmakerij vroeg men ons iets vriendelijks te schrijven in het gulden boek.
Mijn tochtgenoten gingen er verkeerdelijk van uit dat mijn Engelse schrijfkunst
van een superieur niveau was en keken naar de Chinese vrijwilliger die dan maar
enkele zinnen neerkreunde. Ik eindigde met: We will not let you down. De
directeur wilde het onmiddellijk lezen. Schuldbewust gaf ik mijn miskleun af en
hij las mild over mijn fouten heen. De laatste zin deed hem iets want hij las
die luidop. Dit ligt hier gevoelig. Heel wat Bengalen werken voor een NGO’s
maar ze weten dat die plots hun werking kunnen stopzetten. De DF werkt hier al
heel lang maar ze weten dat fundraising
afhankelijk is van de goodwill van het thuisfront.
Buiten
herhaalde ik nog eens voor de groep wat ik geschreven had om de directeur die
ons uitgeleide deed een hart onder de riem te steken. Het werkte. De fietsen
stond dicht bij elkaar op een kleine vrachtwagen en de jeeps ronkten al. Ze
hadden een soort handdoek rond hun hoofd gebonden. De Japanse kamikases deden
dat ook maar deze oosterlingen hadden het waarschijnlijk gewoon koud. Riet
stapte in de andere jeep. Thuis wachten nog twee kotstudenten. Dit illustreert
ons vertrouwen in de Bengaals stuurmanskunst. Ik klap de deur toe en zoek
vergeefs naar de veiligheidsgordel. Even vertoef ik weer bij Dante: Laat varen
alle hoop, gij die hier binnentreedt. Het valt al bij al nog mee. We worden niet
op het inferno maar alleen op het purgatorio (vagevuur) getrakteerd. Eerst even
tanken voor we de dodenweg naar Dhaka opdurven. De politieke posters langs de
weg en in de eetstalletjes verraden de stijgende koorts. Eens het feest voorbij
zal het er gaan stuiven! Rijstvelden, een diepe put midden in de weg, toeteren,
remmen voor een riksja. Overal liggen gedemonteerde runderen en even dreigt een
riksjadriver hetzelfde lot te ondergaan als hij een pas geschilderd zebrapad van
drie extra strepen voorziet. Een zebrapad in een land waar men niet eens een
stoplicht respecteert! Is er dan toch hoop voor dit land? Na twintig zware en
honderd twintig lichtere overtredingen, enkele fantastische uitwijkmanoeuvres,
een straal genegeerd stoplicht en een boel opgestoken vuisten ( een meer subtiel
gebaar is hier nog niet bekend en het is niet aan ons om dit hier te
introduceren) later zijn we weer in ons geliefde Dhaka. De straat voor het hotel
zit afgeladen vol mensen die voor het huis van een politicus die in volle
verkiezingsstrijd nog de tijd had om aan zijn religieuze plichten te denken,
zitten te wachten op hun portie vlees.
Willem
wil ons nog eens laten winkelen en we moeten weer in ijltempo uit het hotel naar
het centrum van de stad. Daar wachten enkele winkelcentra op onze taka’s.
Textiel is hier overvloedig aanwezig en het past zo goed in onze valies. Rond
een kleine parking stoppen we om de dames de gelegenheid te geven parels te
kopen . Dit wordt een half uur wachten. Willem vertelt langs zijn neus weg dat
er ook antiekzaakjes op de gaanderij zijn waar oude scheepsspullen verkocht
worden. Een half uurtje maar ! Nooit
zagen ze hier een westerling met een hoed op zo snel de trap oprennen! Voor ik
binnen ben, zie ik al patrijspoorten en scheepsklokken blinken. En
binnen…WAW… de grot van Ali Baba ! Cardanisch opgehangen kompassen,
katrollen, scheepschronometers, telegrafen, antieke klokken uit Hindoetempels,
bellen van Boedhisten, muziekinstrumenten, nautische instrumenten waar ik jullie
de namen van bespaar, roepen om het hardst om cultureel asiel in België. Met
pijn in het hart red ik een klein Hindoebelletje en een antieke sextant (nee mis, het is een nautisch instrument ) red ik van de ondergang. Dat prachtig
kompas en die grote Hindoeklok schreeuwen hun teleurstelling uit. Te zwaar! De
toeter van de jeep wordt ongeduldig. Voor één euro koop ik nog vlug een
koperen fluitje dat de zeven zeeën zag. Waarom moest er mist hangen in Londen?
De dames kiezen nog rustig wat parelsnoeren. Nu moet alles vlug gaan. Willem
gaat naar zijn huis om nog wat op te ruimen en wij proppen onze valiezen vol.
Handige Geert maakt met het karton van de fietsen een groot pak voor het
speelbord van Ilse. Onze twee jukken passen er diagonaal in. De fuik en de
manden binden we samen.
Niet
getalmd, we worden verwacht in het huis van mister Joe. Een volle aflaat later
staan we voor het zwaar versterkte huis. In de traphal zien we het al, ze zijn
christenen. Eens binnen laten de vele religieuze afbeeldingen van het soort dat
in mijn prille jeugd de wachtkamer van het klooster van tante non sierden.er
geen twijfel over bestaan: hier moeten christenen zich schrap zetten om te
overleven. De postconciliaire softheid van bij ons zou hen hier binnen de
kortste tijd wegvegen. Een mechanische kerstman bracht een heidense noot die ons
na korte tijd toch op de zenuwen begon te werken. Handige Geert zorgde voor een
plaatselijke stroomonderbrekening die hem ( de kerstman ) het zwijgen oplegde.
De pater familias brengt bier en andere drank. Recht van de taxfree van de
luchthaven wordt er gefluisterd. Alleen drinken in het openbaar door moslims is
hier verboden. In Arabië is men veel strenger. We krijgen ook te eten en ze
kenden duidelijk de zwak van de Europeanen voor sterk gekruid voedsel. De
dochter werkt in de internationale school en ze polst al meteen of iemand van
ons hier wil blijven. We zien er blijkbaar heel competent uit. Ook wil ze weten
hoeveel gewapende mannen we voor onze fietstocht ingehuurd hadden. Onze
ontkenning lacht ze weg met de opmerking dat dat natuurlijk alleen maar mogelijk
was omdat we blanken zijn. Ook de pas binnengekomen bankier doet een racistische
duit in het zakje: hij wil Willem in zijn bestand en geeft zijn kaartje. Hij kan
voor DF heel wat regelen wat andere banken niet kunnen. Willem wil hem
ontmoedigen door zich financieel zwak voor te stellen maar dat ontmoedigt de
bankier geen zier. Hij wil gewoon een westerse naam in zijn klantenbestand om
anderen over de brug te halen. Zoals ik al zei: privacy stelt hier niet veel
voor. We kunnen niet langer blijven want Joe vertrekt morgen naar Australië om
zijn MBA te halen en wij moeten nog een paar uurtjes slapen voor we naar het
vliegveld vluchten. Morgen eindigt het grote nieuwjaarsfeest. We
gaan zo snel mogelijk slapen en spreken af wie wie
zal wekken want we mogen ons zeker niet overslapen. Na de douche dommelen we
vlug in. Een antieke klok en een teleurgesteld schommelend kompas kijken mij
triestig aan als ik de ogen sluit.
We
grijpen onze gereedstaande valiezen na een kattenwas en rennen naar de hall waar
Willem al ongeduldig op ons zal wachten want hij gaat ook mee naar België. Hij
zal nog minder geslapen hebben want hij moest zijn huis nog wat ordelijk
achterlaten. Dit is natuurlijk Bangladesh . De jeeps zijn er nog niet en Willem
ook niet. Het begint te spannen. Eindelijk kunnen we vertrekken maar de
chauffeur van onze jeep krijgt de valiezen niet allemaal gestapeld en we
vertrekken een stuk later. De wegen zijn zelfs op dit onchristelijk uur niet
verlaten maar de drukte is weg. Zo komen we bij het verlichte luchthavengebouw
en het lijkt groter dan toen we vertrokken. Toen was het contrast met dat van
Dubai groot (paleis-parochiezaal). Het inklaren verloopt vlot. Er is nog niet
veel volk. Nog even langs de tax-free. Koen heeft voor een jaar sigaretten mee.
Al onze taka’s hebben we voor Lolita aan Willem gegeven. Geert koopt nog vlug
een Bangla-shirt. De controle voor het vliegtuig is wel scherp ( schoenen uit ).
Om 4 u 30 stappen we in de boeiing 777 van Britisch Airways. De Zweedse familie
van Netracoma is er ook. We krijgen onmiddellijk te eten. Jammer dat ik niet aan
een raampje zit om de Himalaya te kunnen zien. Even kan ik een glimp opvangen.
Om 9 u zoek ik Sien op die helemaal achteraan aan stuurboord bij een raampje
zit. Zo kan ik nog de prachtige Karakorum bewonderen met in de verte de K2.
Prachtige landschappen in Pakistan en Afghanistan. Een les aardrijkskunde over
erosie! Begrijpelijk dat de laatste succesvolle veroveraar Alexander de Grote
was. Even slapen en ontwaken boven de Kaspische Zee. We vliegen
boven Baku en Grozny en scheren net boven de zee van Azov. Boven Warchau
krijgen we weer te eten. Boven Nederland maakt iedereen zich klaar voor de
landing. Een baby die bijna heel de reis gehuild heeft, begint nog harder de
krijsen. De druppeltjes van Sien werken niet meer. Even over de Noordzee en dan
wat cirkelen boven Londen. Een zachte landing. We moeten nog wat wachten voor
onze aansluiting naar Brussel. Even wat boeken bekijken in de taxfree. Samen
bekijken we de foto’s van Willem op zijn laptop en stellen vast dat het goed
was.
Een
klein vliegtuig brengt ons naar Brussel. We vinden vlot onze valiezen maar de
fuik en manden van Geert zijn niet mee. Dat moet even administratief geregeld
worden. Van alle reizigers ben ik de enige die door de douane aangesproken
wordt. Als hij hoort dat we voor de DF leprozerijen bezocht hebben in Bangladesh
bekoelt zijn werkijver meteen en mijn valies mag gesloten blijven. De schrik
voor lepra zit er nog in. In de hall worden we opgewacht. Oma en Kaatje,
Marie-Paule en Bieke staan er al. Bijna iedereen heeft wel een bekende die hem
komt halen. En natuurlijk staat Gust op de eerste rij! We nemen vlug afscheid
want Klaas en Pat zijn in aantocht met de minibus. Ik kan niet mee naar Gent
want de auto van Luc staat nog bij ons in de garage en Marc en Marijke willen
natuurlijk ook naar huis. Ik eigenlijk ook. Riet gaat mee naar Gent om onderweg
nog wat te vertellen. Klaas rijdt want ik ben nog wat ‘links’ georiënteerd.
Pat gaat mee met Kaatje.
In
snel tempo rijden we naar huis en er wordt nog druk nagepraat. Hoe anders is ons
land. Het eerste wat opvalt is het uitblijven van getoeter.
Luc heeft haast. Hij komt met Gust mee, maar door parkeerproblemen zijn wij nog
eerst thuis. Luc stuift weg naar Torhout. Direct naar het ziekenhuis en in het
gips. Het was geen barst maar wel een breuk.
Riet
is om 20 u thuis. We vallen in ons bed. Voor ons is het nu 2 u ’s nachts. Riet
wordt wakker omdat ik luidop droom. Ik
roep voortdurend :”Bult!”
Riet
en Lieven
januari 2007 FOTOALBUM: http://picasaweb.google.com/luc.descheemaeker