|
Foto's |
Dagboek |
Sponsoring |
DAGBOEKFRAGMENTEN BOUWKAMP NICARAGUA 2006
foto's Luc Descheemaeker
Uit
het dagboek van Michiel ...
Drukte-Regen-Onvriendelijkheid-Welvaart
Nicaragua ineens ver weg (voor even)
Confronterend maar geen echte crash
Later die dag wel
Eerste keer in bad
Badkamer is villa
Huis moet dan wel villawijk zijn
Tweede keer in verhalen
Vertellen doet deugd en is kortstondig herbeleven maar
Verleden tijd maakt duidelijk dat België geen tussenstop is
Wel de plaats waar ik woon (voor altijd)
Laat nu verhalen even rusten
Moeilijk te snappen voor sommigen, zelfs teleurstellend
Vraag hen te wachten tot foto’s gereed zijn
Als
Nicaragua me niet meteen bij mijn aankomst doorheen heeft geschud, doet het dat
nu wel
Traag, op zijn Latijns-Amerikaans
Grondig
Uit het dagboek van Thomas...
"Dinsdag 25 juli 2006"
Vandaag is een dag waar we allemaal
hebben naar uitgekeken; na 2 dagen Managua vertrekken we naar
Ok, het is zover, aankomst op het
ziekenhuisdomein van
Daar komt de directeur, een sympathieke
dertiger met een stevige handdruk. Hij neemt ons mee door het hospitaal, we
passeren pediatrie, materniteit, orthopedie, labo, … De kamertjes zijn vrij
klein, maar lijken ok. Toch valt direct op dat het ‘niveau’ beduidend anders
is dan datgene wij kennen; de uitrusting van consultatiekamers, toestellen, …
lijkt op het eerste zicht sterk verouderd, en niet zo uitvoerig als bij ons. Bij
het binnenkijken zie ik patiënten liggen op hun bed, maar ik wend vlug weer af.
Enkele jonge moeders zitten op een bank in de gang, met hun frisse zoon of
dochter op de arm. Het operatiekwartier is er slecht aan toe; we zien nog de
letsels van de orkaan Mitch, die in 1998 enorm tekeer ging in Midden-Amerika.
Foto’s aan de muur tonen hoe erg het wel geweest was. Wat verder op het
domein, in een afzonderlijk gebouwtje, vinden we de tbc-patiënten. Het is een
klein gebouwtje met veel organisch afval er rond en heel wat rotsblokken en
stenen, ze waren uit de bergen naar beneden gerold door orkaan Mitch.
Met
de hele groep gaan we naar het huisje waar we de komende 3 weken zullen logeren.
Ze hebben hun best gedaan om op het laatste moment nog alles op punt te stellen,
zo hangen er nieuwe gordijnen. Het huisje is proper, elk neemt zijn
(ziekenhuis-)bed in, hangt zijn muskietennet en verdeelt de bagage in de
legkasten. Alle materiaal dat we mee hebben om uit te delen (kledij,
knuffelbeertjes, balpennen, ballonnen, …) leggen we samen. In de namiddag
maken we een verkennende wandeling naar het dorp.
Uit
het dagboek van Karel
"Een
fiesta cultural voor de TBC-patiënten"
Zo
had Toon, in het Spaans natuurlijk, onmiddellijk mijn suggestie vertaald, toen
we op de dag van aankomst een kijkje namen in het verblijf van deze patiënten.
Meteen zag je iets oplichten in hun ogen, maar dat werd snel vertroebeld door
argwaan en een vraagteken van ‘moeten wij dat geloven ?’.
Alleen de kleine Bianca bleef met sprankels in de ogen en een heel blij,
verwachtingsvol gezichtje.
Tja,
beloofd is beloofd. En uit een brainstorm, een dichtbundeltje,
scoutie-inspiratie van Willem, CM-ervaring van Katrien, en inbreng van vele
anderen groeide een leuk programma.
Gewapend met een gitaar, in ‘liefde’ uitgeleend door de romantische
buurvrouw voor wie vele serenades getokkeld werden, gewapend met een wastobbe
vol geschenken en een linnen slaapzak vol waterige ballonnen, trokken we op een
dinsdagmorgen naar hun verblijf.

Thomas
leidde luimig in, in vlot Spaans met wat grapjes erbij. Hij las een bekend
gedichtje van de nationale held Ruben Dario voor. (We kenden het geboortehuis
van deze poëet zéér goed, Ramon had ons tot aan dit wonderlijke gebouw
gevoerd tijdens de eerste week…)
Deze
spelen waren een schot in de roos, wij lagen allen in een deuk van het lachen
(hilarisch) en de patiënten schaterden en de bouwvakkers op het veldje kwamen
kijken en ‘kletsten op hun billen van het lachen’. Tussen al dat gebulder
door (herinner je hoe Michiel A. zich als eerste aanbood voor de
ballon-met-water en hij echt tot in zijn broek gedoucht werd of hoe de ballon
van mij aan het ‘piesen’ ging!) was er toch ook een moment van diepe stilte.
Toen de verpleegster het juiste antwoord gaf op de vraag van welke ziekte
ik genezen was (tbc). De patiënten staarden mij zo sterk aan, “is dat
zo ?” lazen we in hun ogen. En toen kwam de vraag: “Hoe oud was je toen ?”
En opnieuw stilte, en dan aarzelende goedkeuring en een glimp van hoop.
Blijkbaar is er nog veel overtuigingskracht nodig om hen te doen geloven dat tbc
geneesbaar is.
De
afsluiter ‘Vrolijke vrienden’, meerstemmig en met swingende gitaarakkoorden,
klonk gezwind en uit volle borst, we waren echte vrolijke vrienden. En Bianca
zong uit dank van alle zieken een mooi poëtisch liedje voor ons. Een moedig
meisje om voor zo’n grote groep zonder begeleiding een lied te zingen. Handjes
op de rug, vlechtjes op de schouders en die ontwapenende blik.
We
beulden wat af op ons veld, we versleepten 20 ton aarde. Maar wie weet, of deze
fiesta niet opwoog tegenover al dat harde werk… De empathie die wij betoond
hebben, voelden de patiënten aan als een heel groot medemenselijk geschenk.
Meestal voelen zij zich de dupe, de verstotenen. Nu kregen zij een fiesta
cultural aangeboden en waren zij de feestvierders. Wij
doorbraken hun saaie dagen van wachten tot zij als
tbc-patiënten weer bij anderen
in huis mogen leven of naar huis mogen gaan.
En
ze kregen allemaal een ‘verdiend’ pakketje mee, waarvoor de inbreng van
Louis zeer groot was.
Geluk zit in kleine dingen: wat humor, een liedje, een geschenkje
en vooral vriendelijke bezoekers met een groot hart. En een sprankel hoop op
genezing.
uit het dagboek van Luc...
"Home-run"
Alweer
een zware werkdag achter de rug. We verzetten hier letterlijk een berg. Het
afgraven van het bouwperceel gaat trager dan verwacht.
De hete zon maakt het veld keihard, de plotse bui tovert het stof tot
lompzware klei…
Na
het avondmaal besluit ik een wandeling te maken naar de met krotjes bebouwde
helling op twee kilometer van de kliniek. Thomas en Stijn willen mee, het is
eens iets anders dan een avondje internetten of het klassieke wandelingetje naar
het dorp. Een versleten taxi zet ons af op de stoffige weg tegen de helling.
Traag stappen we terug langs de kleine bouwvallige en simpele bakstenen
stulpjes. Nieuwsgierige bewoners komen verrast kijken naar de gringo’s … We
worden heel stil wanneer we uitgenodigd worden om ergens binnen te stappen. Een
aarden vloer, wat simpele meubels, een oude houten
crèche met twee krijsende peuters…
Een oude man vult plastiekzakjes met
een oranje sapje. Met een zelfontworpen gloeidraadsysteem, aangesloten op het
peerlampje smelt hij de plastiekzakjes dicht. Eén van de jongens zal morgen het
zoete spul op straat aan de man brengen. Twee twintigers hangen op verhakkelde
stoeltjes voor de latino-soap
van
de Nicaraguaanse
zender. Een kip scharrelt
wat
voor ons voeten, twee
honden –vlooienbakken- snuffelen
voorzichtig in onze richting. De vrouw des huizes, een
twijfelende glimlach op het
grauwe gezicht, neemt één van de krijsende peuters op de arm en sust. De
oude man knikt fier wanneer wij zijn machinerie bewonderen. Dit gloeidraadje
levert ‘m dagelijks 20 cordobas op, nauwelijks een euro …
een pensioentje van 30 euro per maand.
We
klimmen een rotssteegje omhoog en komen zo voorbij een colawinkeltje, een
bananenkot en wat hogerop spelen een
viertal jongens baseball tussen de varkens… een
home-run stelt hier niet veel voor.
Hier voelen wij dat achter het masker van de macho/latinocultuur veel armoede en ellende schuilt… Het zijn die omstandigheden die de basis vormen voor tbc. Onze wandeling door de achterkant van La Trinidad is de voorbode van datgene wat wij in de heuvels van Waslala zullen meemaken…

Uit het dagbnoek van Thomas...
"Dinsdag 1 augustus 2006"
Walter met zijn tatoeages en Ricardo die
pas getrouwd is en in Managua woont. Ze zijn amper 20 jaar oud, en werken al
vanaf hun 13 jaar in de bouw, in combinatie met hun schooljaren. In de bouw
werken verdient hier 10 à 12 USD per dag. Een leraar bijvoorbeeld verdient heel
wat minder; 3 à 4 USD per dag. Het werktempo van de locals is heel gezapig,
zoals het hele latino-ritme, terwijl wij er stevig willen invliegen en
voortmaken. Maar dat worden we al vlug afgeleerd, want de warmte en brandende
zon doen ons puffen! Nu en dan een waterpauze doet veel deugd, we hebben ze
nodig om op adem te komen. Na het middagmaal van onze keukenprinses Maria gaan
we verder met het werk. Met een beetje geluk halen we de eerste laag er vandaag
helemaal van! In de namiddag hebben we veel bekijks: jongeren, kinderen uit de
buurt, verpleegsters komen erbij staan en kijken hoe we het doen. Ook uit de
ramen van de ziekenkamers zien we telkens heel wat nieuwsgierige hoofden mee
volgen. Sommige van de toeschouwers helpen zelfs mee kruiwagens naar boven te
sjouwen. Daar is Bianca, het meisje uit het tbc-zaaltje! Ze zwaait eerst eens en
komt dan een briefje afgeven, geschreven door Norma –één van de
verpleegsters van de tbc’s-, waarin ze nog eens bedankt voor onze presentatie
van eerder. De patiënten hadden er zo van genoten, hun lange en dikwijls
eenzame dagen werden eens ‘gebroken’, Anderzijds vraagt ze ons of we haar
een woordenboek Spaans-Engels kunnen aanbevelen. Niet veel mensen spreken
Engels, slechts een paar losse woorden, bovendien niet altijd goed verstaanbaar
door een zwaar Spaans accent of gewoon slechte uitspraak, maar toch voel je dat
sommige mensen heel graag meer Engels zouden willen kennen.
Bijna de hele eerste laag grond is weggeschaffeld! Alleen het laatste stukje is moeilijk met die harde steengrond en er zitten massa’s grote mieren! Een paar seconden blijven stilstaan is niet aangeraden, want je bent direct overgeleverd aan al die beestjes! Willem en Louis maken ineens een gek dansje, maar het is wel duidelijk waarom … ! 17.00: schaftijd! Onze eerste werkdag (toch wat het gebouwtje betreft!) zit erop! Met een tevreden en voldaan gevoel keren we huiswaarts, tijd voor een frisse douche!
uit het dagboek van Koen...
"10
augustus 2006"
We slalommen van de ene put naar de andere. In het
begin zijn de wegen verhard, maar dan hotsen we verder op onverharde wegen. We
beseffen dan snel dat we in een minder bedeelde regio van Nicaragua
terechtkomen.
De als maar mooier en ruwer wordende natuur krijgt door
de fikse regenbuien iets poëtisch.
Deze gezondheidsposten werden met steun van de
Damiaanactie opgericht. Toon en zijn team coördineren de praktische werking van
deze posten. De mensen die in de posten werken zoeken de mogelijke patiënten op
in de dorpen en zijn tevens de aanspreekpunten als de eerste tekenen van
berglepra zich voordoen.
Toon verklaart dat we “geluk” hebben, want er zijn
net berglepra patiënten aangekomen.
Twee zussen bezoeken net de gezondheidspost na een lange tocht van ettelijke uren vanuit hun dorp. Onze groep schaart zich rond de meisjes en we bekijken de wonden. De blikken bij sommigen verstarren, ogen worden vochtig, hoofden worden afgewend. Het jongste meisje heeft typische lepravlekken op haar arm en op haar been. Ik verman me en kijk naar de wonden, met een krop in de keel. Nu foto’s maken kan ik echt niet aan. Het wordt me wat teveel en ga wat met de ons omringende kinderen spelen. Ondertussen hebben anderen van de groep ballons uitgedeeld zodat we de kapoenen wat kunnen vermaken. De meisjes laten me echter niet los, en met een wat hulpeloze blik, kijk ik ze aan. Ik kijk met bewondering hoe Stijn zijn moed bijeenraapt, om met het jongste meisje te praten. Toon vertelt dan dat de behandeling niet kan opgestart worden, gezien de medicamenten niet aanwezig zijn. Het is zo frusterend te horen dat procedures en laksheid binnen het Ministerie van Gezondheid een efficiënte behandeling in de weg staan.

Het maakte me kwaad, maar geeft me wel kracht om met de
oudste zus in gebrekkig Spaans te converseren. Zij tovert geregeld een
voorzichtige glimlach op haar gezicht, ik voel alleen maar diep respect en zou
zo graag willen helpen.
Iedereen die de eerste maal met berglepra
geconfronteerd werd, stapt met een onwezenlijke blik terug de jeeps in. ’S Na
Ook in de tweede gezondheidspost wordt net een patiënt
met berglepra onderzocht. Als ik die onzekere blik zie, is het toch rustgevend
om te weten dat normaal berglepra volledig kan genezen worden. Toon vertelt dat
de laborant van deze post uitstekend is, dat hij er in bijna altijd in slaagt
berglepra te ontdekken zodat vlug de behandelingen kunnen opgestart worden. We
worden goed ontvangen door de directrice en een paar van haar medewerkers. Ze
leggen ons uit hoe alles georganiseerd wordt. Ze benadrukken nog eens de armoede
in deze bergstreek. De mensen leven hier uit noodzaak zo innig samen met de
natuur, dat de parasiet via de huisdieren zeer gemakkelijk de ziekte kan
overbrengen. Als we de gezondheidspost verlaten, worden we met een vijftal van
onze groep gecharmeerd door het wonderlijke uitzicht maar ook door het zo lieve
en spontane machogedrag van een opdondertje van misschien 5 jaar die in ontbloot
bovenlijf een fiere houding aanneemt.
We vertrekken naar Wassalaya, de grootste stad in deze
regio, terrein van de burgeroorlog jaren geleden. Het is een stad, maar alles
wijst hier naar armoede, de huisjes, de bruggetjes, de wegen. Toch heeft deze
stad de grootste aantrekkingskracht op mij van alle deze die we al tegenkwamen.
Het kan wel aan de schemer liggen die nu over de plaats hangt als we aankomen.
Ik kan het niet uitleggen, maar deze plaats steelt onmiddellijk mijn hart, ze
heeft iets heel authentieks.
Vooraleer we ons spookhotel opzoeken, stoppen we nog
aan het plaatselijke ziekenhuis.
We bezoeken eerst het lokaal waar een aantal TBC-patiënten
gelogeerd zijn. Gelogeerd zijn is echter wel compleet overtrokken als je de
realiteit onder ogen ziet. Er staan daar zogezegd bedden met muskietennetten.
Maar in de matrassen zijn blijkbaar ook een leger knaagdieren gehuisvest. Voor
de dagelijkse maaltijd is een budget van 2 cordoba beschikbaar. Werkelijk
schandalig vind ik dat. De woede en machteloosheid komt weer naar boven en zie
ik ook weerspiegeld bij de anderen. Dit troosteloze aanzicht vergeet ik niet rap
meer.
Het besef waarom we in dit project stapten, drong
vandaag zeker in alle hardheid tot ons door.
NICARAGUA
Nicaragua ligt in Midden Amerika, tussen Honduras en Costa Rica. Nicaragua is ruim drie keer zo groot als Nederland en heeft een relatief kleine bevolking van 4,5 miljoen inwoners. Landbouw, veeteelt en de verwerking van agrarische producten zijn de belangrijkste economische activiteiten.
![]()
Waar ligt Nicaragua
op de wereldbol?
Het land heeft een bewogen geschiedenis: Spaanse overheersing tot 1870, daarna jaren van wisselende regeringen en militaire interventies van de Verenigde Staten, gevolgd door het bewind van de dictator Somoza. Een hevige vrijheidsstrijd maakte in 1979 een eind aan deze dictatuur.De nieuwe regering, een coalitie van de Sandinistische bevrijdingsbeweging FSLN, christenen en progressieven, erfde een leeggeroofd land. Er werd hard gewerkt aan de opbouw van een eerlijker samenleving.
Honderdduizenden boeren kregen een stukje land, er kwam gratis gezondheidszorg en onderwijs. Organisaties van boeren op het platteland en wijkorganisaties in de steden behartigden de belangen van de armsten op een manier die internationaal respect afdwong. Democratische verkiezingen toonden aan, dat de Sandinistische regering door een grote meerderheid werd gesteund. Het zat de Nicaraguanen echter niet mee: door gewelddadige acties van de Contra's (door de Verenigde Staten gesteunde tegenstanders van de Sandinisten), een te strak centraal gestuurd overheidsbeleid, een economische boycot door de Verenigde Staten en verschillende natuurrampen kwam het land steeds meer in de problemen.
Velen
vestigden hun hoop op de in 1990 gekozen nieuwe centrum-rechtse regering met
Violeta Chamorro aan het hoofd. Bij de verkiezingen in 1996 verloren de
Sandinisten weer. Toen kwam de rechtse kandidaat Arnoldo Alemán als winnaar uit
de bus. Bij de laatste verkiezingen in november 2001, werd Enrique Bolaños
Geyer (van de liberale partij de PLC) de nieuwe president.
De levensomstandigheden in Nicaragua zijn niet veel verbeterd: de werkloosheid is dramatisch gestegen en meer dan de helft van de bevolking leeft in armoede. Nicaragua is na Haïti het armste land van Latijns Amerika.

officiële
naam: República de Nicaragua
landoppervlakte: 129494 km5 (3,5 keer
Nederland)
hoofdstad:
Managua, 2001: 1miljoen inwoners
inwonertal: (2001) 5,2
miljoen inwoners
leeftijdsopbouw: (2001) 0-14 jaar:
39%, 15-64 jaar: 58%, 65+:3%.
religie: 73% katholiek, 16% protestant, 11%
overig staatsvorm: Presidentiële
republiek
staatshoofd: Enrique Bolaños
Geyer
munteenheid: Gouden córdoba. 1 córdoba=100 centavos=
€