Deelnemers

 Reisschema

Doelstellingen

Nicaragua

Project

Kaart en menu

Foto's

Dagboek

Damiaanactie 

Sponsoring

 

 

DAGBOEKFRAGMENTEN BOUWKAMP NICARAGUA 2006

foto's Luc Descheemaeker

Uit het dagboek van Michiel ...

 “CHAOS IN MIJN HOOFD”

 Aankomst thalys in Brussel-Midi
Drukte-Regen-Onvriendelijkheid-Welvaart
Nicaragua ineens ver weg (voor even)
Confronterend maar geen echte crash
Later die dag wel
Eerste keer in bad
Badkamer is villa
Huis moet dan wel villawijk zijn
Tweede keer in verhalen
Vertellen doet deugd en is kortstondig herbeleven maar
Verleden tijd maakt duidelijk dat België geen tussenstop is
Wel de plaats waar ik woon (voor altijd)
Laat nu verhalen even rusten
Moeilijk te snappen voor sommigen, zelfs teleurstellend
Vraag hen te wachten tot foto’s gereed zijn  

Als Nicaragua me niet meteen bij mijn aankomst doorheen heeft geschud, doet het dat nu wel
Traag, op zijn Latijns-Amerikaans
Grondig

 

Uit het dagboek van  Thomas...

"Dinsdag 25 juli 2006"

 

Vandaag is een dag waar we allemaal hebben naar uitgekeken; na 2 dagen Managua vertrekken we naar La Trinidad ! Allemaal vragen we ons hetzelfde af: hoe zal het eruit zien – de stad, het ziekenhuis, onze logies, zullen de bedden lang genoeg zijn? Gaan we 3 weken aan een stuk rijst met bonen eten? Zullen de mensen vriendelijk zijn en ons graag zien komen? En last but not least: hoeveel werk is er aan de winkel? Hoe zal alles verlopen? … - Op al die vragen krijgen we nu spoedig een antwoord. De zon gaat alweer hevig tekeer en het is nog geen 8.00 in de morgen. We pakken onze bagage in en tegen 8.30 staan Xavier en Toon er al, elk met hun jeep. We laden alle bagage + aankopen van gisteren in de laadbak. Willem en Michiel Ansoms kruipen achterin, en tegen 9.00 rijden we de straat uit, op naar La Trinidad ! Al direct buiten Managua merken we verschillen met de hoofdstad. Verkeersdrukte, uitlaatgassen en volgebouwde (krotten-)wijken tegen mekaar maken plaats voor uitgestrekte groene vlaktes, omgeven door hoog gebergte. Nicaragua! Onderweg proberen we via Toon zoveel mogelijk te weten te komen over zijn werk als dokter, de werking van de Damiaanactie hier en over Nicaragua. Tijdens de rit enkele sfeerbeelden; verzamelplaatsen van horden gieren, witte reigers, een jongen heeft leguanen te koop –lekker vlees naar het schijnt!- , … Toon legt uit hoe hij al 20 jaar werkzaam is in verschillende dorpen die we passeren.

 

Ok, het is zover, aankomst op het ziekenhuisdomein van La Trinidad ! We zijn allemaal zo benieuwd! De eerste indruk geeft ons een mooi verzorgd terrein, het groen geschilderde ziekenhuis centraal, een groep lokale werkers is volop bezig aan de omheining, allemaal jonge gasten. Wat zijn ze al goed opgeschoten! Al heel wat palen staan recht, vastgezet in beton. Toon vergezelt ons om kennis te maken met Dr. Flores, directeur. Zijn bureau is naast de consultatiegang in het hospitaal. Binnen zijn mensen met van alles in de weer, een oud vrouwtje is de hele centrale hal aan het uitvegen. Desondanks is het vooral een plaats van rust. Het vrouwtje –en heel wat andere mensen- kijkt verwonderd op, want enkele blanke gringo’s hadden ze hier natuurlijk niet verwacht. De lach van het oude vrouwtje geeft ons direct een vertrouwd en welkom gevoel. 

Daar komt de directeur, een sympathieke dertiger met een stevige handdruk. Hij neemt ons mee door het hospitaal, we passeren pediatrie, materniteit, orthopedie, labo, … De kamertjes zijn vrij klein, maar lijken ok. Toch valt direct op dat het ‘niveau’ beduidend anders is dan datgene wij kennen; de uitrusting van consultatiekamers, toestellen, … lijkt op het eerste zicht sterk verouderd, en niet zo uitvoerig als bij ons. Bij het binnenkijken zie ik patiënten liggen op hun bed, maar ik wend vlug weer af. Enkele jonge moeders zitten op een bank in de gang, met hun frisse zoon of dochter op de arm. Het operatiekwartier is er slecht aan toe; we zien nog de letsels van de orkaan Mitch, die in 1998 enorm tekeer ging in Midden-Amerika. Foto’s aan de muur tonen hoe erg het wel geweest was. Wat verder op het domein, in een afzonderlijk gebouwtje, vinden we de tbc-patiënten. Het is een klein gebouwtje met veel organisch afval er rond en heel wat rotsblokken en stenen, ze waren uit de bergen naar beneden gerold door orkaan Mitch.

 Met de hele groep gaan we naar het huisje waar we de komende 3 weken zullen logeren. Ze hebben hun best gedaan om op het laatste moment nog alles op punt te stellen, zo hangen er nieuwe gordijnen. Het huisje is proper, elk neemt zijn (ziekenhuis-)bed in, hangt zijn muskietennet en verdeelt de bagage in de legkasten. Alle materiaal dat we mee hebben om uit te delen (kledij, knuffelbeertjes, balpennen, ballonnen, …) leggen we samen. In de namiddag maken we een verkennende wandeling naar het dorp. La Trinidad is niet zodanig groot, via een structuur van allemaal ‘cuadras’ naast mekaar wandelen we de zanderige straatjes af naar het centrale plein. De mensen lijken er heel vriendelijk, en een ‘hola’ of ‘buenas tardes’ kan er steevast vanaf. In de bergflanken zien we ook huisjes, maar ze zien er minder comfortabel uit dan de stenen huisjes waar we voorbij lopen. We gaan daar later zeker nog eens naartoe! Op een zeker ogenblik wordt onze aandacht getrokken; 100m voor ons zitten allemaal mensen samen op de stoep, ze kijken allen naar een straat waar heel wat muziek, gejuich en lawaai vandaan komt. Dat willen we wel eens van naderbij gaan bekijken! We worden meteen al met een authentiek stuk folklore geconfronteerd; een levende gans wordt met de poten opgehangen aan een touw dat gespannen wordt tussen 2 huizen, op 3 m hoogte,  over de straat. Een hele groep ‘caballeros’ draaft elk om beurt richting gans en trekt aan de kop van het dier. Het is een hele procedure, maar wie er uiteindelijk in slaagt om de kop van de gans af te trekken, wint het spel! Op de straat liggen enkele koppen van vorige ganzen … Alles gebeurt onder enthousiasme, sfeer en muziek, maar achteraf had ik toch geen honger. De zondag zouden er ook hanengevechten zijn, maar we zien wel wat daar van komt …    

 De eerste avond is louter verkennend, we houden het rustig en praten nog even op het terras, maar niet te lang. De kippen zijn op stok, wij dus ook. Lichten uit. Slapen.

 

Uit het dagboek van Karel ...

"Een fiesta cultural voor de TBC-patiënten"    

Zo had Toon, in het Spaans natuurlijk, onmiddellijk mijn suggestie vertaald, toen we op de dag van aankomst een kijkje namen in het verblijf van deze patiënten. Meteen zag je iets oplichten in hun ogen, maar dat werd snel vertroebeld door argwaan en een vraagteken van ‘moeten wij dat geloven ?’.  Alleen de kleine Bianca bleef met sprankels in de ogen en een heel blij, verwachtingsvol gezichtje.  

Tja, beloofd is beloofd. En uit een brainstorm, een dichtbundeltje, scoutie-inspiratie van Willem, CM-ervaring van Katrien, en inbreng van vele anderen groeide een leuk programma.  
Gewapend met een gitaar, in ‘liefde’ uitgeleend door de romantische buurvrouw voor wie vele serenades getokkeld werden, gewapend met een wastobbe vol geschenken en een linnen slaapzak vol waterige ballonnen, trokken we op een dinsdagmorgen naar hun verblijf.  
De gastvrouwen en –heren zaten ons op te wachten (waarschijnlijk al veel vroeger) en we merkten dat ze allen hun mooiste kleren aangetrokken hadden. Er heerste enige spanning aan beide zijden: plankenkoorts en bange verwachting.  

Thomas leidde luimig in, in vlot Spaans met wat grapjes erbij. Hij las een bekend gedichtje van de nationale held Ruben Dario voor. (We kenden het geboortehuis van deze poëet zéér goed, Ramon had ons tot aan dit wonderlijke gebouw gevoerd tijdens de eerste week…)  En toen we moordenaar en detective wilden spelen, kwam er een kink in de kabel: mevrouw de moordenaar gaf forfait ( dit was nu eenmaal een CM-spelletje, ahum). Dan maar snel overgeschakeld op leuke oerVlaamse volksspelen: bollo smito en  water over je kop gieten, en dergelijke hoogstaande  cultuuruitingen.  

Deze spelen waren een schot in de roos, wij lagen allen in een deuk van het lachen (hilarisch) en de patiënten schaterden en de bouwvakkers op het veldje  kwamen kijken en ‘kletsten op hun billen van het lachen’. Tussen al dat gebulder  door (herinner je hoe Michiel A. zich als eerste aanbood voor de ballon-met-water en hij echt tot in zijn broek gedoucht werd of hoe de ballon van mij aan het ‘piesen’ ging!) was er toch ook een moment van diepe stilte. Toen de verpleegster het juiste antwoord gaf op de vraag van welke ziekte  ik genezen was (tbc). De patiënten staarden mij zo sterk aan, “is dat zo ?” lazen we in hun ogen. En toen kwam de vraag: “Hoe oud was je toen ?” En opnieuw stilte, en dan aarzelende goedkeuring en een glimp van hoop. Blijkbaar is er nog veel overtuigingskracht nodig om hen te doen geloven dat tbc geneesbaar is.  

De afsluiter ‘Vrolijke vrienden’, meerstemmig en met swingende gitaarakkoorden, klonk gezwind en uit volle borst, we waren echte vrolijke vrienden. En Bianca zong uit dank van alle zieken een mooi poëtisch liedje voor ons. Een moedig meisje om voor zo’n grote groep zonder begeleiding een lied te zingen. Handjes op de rug, vlechtjes op de schouders en die ontwapenende blik.  

We beulden wat af op ons veld, we versleepten 20 ton aarde. Maar wie weet, of deze fiesta niet opwoog tegenover al dat harde werk… De empathie die wij betoond hebben, voelden de patiënten aan als een heel groot medemenselijk geschenk. Meestal voelen zij zich de dupe, de verstotenen. Nu kregen zij een fiesta cultural aangeboden en waren zij de feestvierders. Wij  doorbraken hun saaie dagen van wachten tot zij als  tbc-patiënten weer bij anderen  in huis mogen leven of naar huis mogen gaan.

En ze kregen allemaal een ‘verdiend’ pakketje mee, waarvoor de inbreng van Louis zeer groot was.    Geluk zit in kleine dingen: wat humor, een liedje, een geschenkje en vooral vriendelijke bezoekers met een groot hart. En een sprankel hoop op genezing.  

               

uit het dagboek van Luc...

"Home-run"

Alweer een zware werkdag achter de rug. We verzetten hier letterlijk een berg. Het afgraven van het bouwperceel gaat trager dan verwacht.  De hete zon maakt het veld keihard, de plotse bui tovert het stof tot lompzware klei…

Na het avondmaal besluit ik een wandeling te maken naar de met krotjes bebouwde helling op twee kilometer van de kliniek. Thomas en Stijn willen mee, het is eens iets anders dan een avondje internetten of het klassieke wandelingetje naar het dorp. Een versleten taxi zet ons af op de stoffige weg tegen de helling. Traag stappen we terug langs de kleine bouwvallige en simpele bakstenen stulpjes. Nieuwsgierige bewoners komen verrast kijken naar de gringo’s … We worden heel stil wanneer we uitgenodigd worden om ergens binnen te stappen. Een aarden vloer, wat simpele meubels, een oude houten crèche met twee krijsende peuters…  Een oude man vult plastiekzakjes met een oranje sapje. Met een zelfontworpen gloeidraadsysteem, aangesloten op het peerlampje smelt hij de plastiekzakjes dicht. Eén van de jongens zal morgen het zoete spul op straat aan de man brengen. Twee twintigers hangen op verhakkelde stoeltjes voor de latino-soap van de Nicaraguaanse zender. Een kip scharrelt wat voor ons voeten, twee honden –vlooienbakken-  snuffelen voorzichtig in onze richting. De vrouw des huizes, een twijfelende glimlach op het grauwe gezicht, neemt één van de krijsende peuters op de arm en sust.  De oude man knikt fier wanneer wij zijn machinerie bewonderen. Dit gloeidraadje levert ‘m dagelijks 20 cordobas op, nauwelijks een euro … een pensioentje van 30 euro per maand.

We klimmen een rotssteegje omhoog en komen zo voorbij een colawinkeltje, een bananenkot  en wat hogerop spelen een viertal jongens baseball tussen de varkens… een home-run stelt hier niet veel voor.

Hier voelen wij dat achter het masker van de macho/latinocultuur veel armoede en ellende schuilt… Het zijn die omstandigheden die de basis vormen voor tbc. Onze wandeling door de achterkant van La Trinidad is de voorbode van datgene wat wij in de heuvels van Waslala zullen meemaken… 

 

 

Uit het dagbnoek van Thomas...

"Dinsdag 1 augustus 2006"

 Eindelijk dan … De plannen voor het gebouwtje zijn goedgekeurd! Na druk overleg en onderhandelen is de aannemer gekozen, en de prijs is tot een voordelig bedrag kunnen gereduceerd worden. De contracten worden getekend, en dat betekent dat we vandaag aan de werken voor het gebouwtje kunnen beginnen! De verwachtingen liggen hoog en met frisse moed vertrekken we naar het werkterrein. Onze opdracht voor vandaag: van het terreintje van 14 op 8m gaan we een eerste laag afhalen van 10cm diep. We gaan naar de chef van de arbeidersploeg om materiaal te lenen: hij geeft ons kaphouwelen, spades en kruiwagens. Vol energie vliegen we erin en kappen we stukje per stukje grond weg. Gelukkig heeft Louis heel wat ervaring, hij toont ons hoe we het best onze werktuigen hanteren. Kruiwagens worden gevuld met aarde, moedig naar boven weggevoerd en op een braakliggend lapje grond geleegd. 2 lokale arbeiders scheppen het daar dan op en vullen de laadbak van hun vrachtwagen. 2 jongens van de omheiningsploeg werken met ons mee –de anderen werken voort aan de omheining, die moet eerst af-. 

Walter met zijn tatoeages en Ricardo die pas getrouwd is en in Managua woont. Ze zijn amper 20 jaar oud, en werken al vanaf hun 13 jaar in de bouw, in combinatie met hun schooljaren. In de bouw werken verdient hier 10 à 12 USD per dag. Een leraar bijvoorbeeld verdient heel wat minder; 3 à 4 USD per dag. Het werktempo van de locals is heel gezapig, zoals het hele latino-ritme, terwijl wij er stevig willen invliegen en voortmaken. Maar dat worden we al vlug afgeleerd, want de warmte en brandende zon doen ons puffen! Nu en dan een waterpauze doet veel deugd, we hebben ze nodig om op adem te komen. Na het middagmaal van onze keukenprinses Maria gaan we verder met het werk. Met een beetje geluk halen we de eerste laag er vandaag helemaal van! In de namiddag hebben we veel bekijks: jongeren, kinderen uit de buurt, verpleegsters komen erbij staan en kijken hoe we het doen. Ook uit de ramen van de ziekenkamers zien we telkens heel wat nieuwsgierige hoofden mee volgen. Sommige van de toeschouwers helpen zelfs mee kruiwagens naar boven te sjouwen. Daar is Bianca, het meisje uit het tbc-zaaltje! Ze zwaait eerst eens en komt dan een briefje afgeven, geschreven door Norma –één van de verpleegsters van de tbc’s-, waarin ze nog eens bedankt voor onze presentatie van eerder. De patiënten hadden er zo van genoten, hun lange en dikwijls eenzame dagen werden eens ‘gebroken’, Anderzijds vraagt ze ons of we haar een woordenboek Spaans-Engels kunnen aanbevelen. Niet veel mensen spreken Engels, slechts een paar losse woorden, bovendien niet altijd goed verstaanbaar door een zwaar Spaans accent of gewoon slechte uitspraak, maar toch voel je dat sommige mensen heel graag meer Engels zouden willen kennen.

Bijna de hele eerste laag grond is weggeschaffeld! Alleen het laatste stukje is moeilijk met die harde steengrond en er zitten massa’s grote mieren! Een paar seconden blijven stilstaan is niet aangeraden, want je bent direct overgeleverd aan al die beestjes! Willem en Louis maken ineens een gek dansje, maar het is wel duidelijk waarom … ! 17.00: schaftijd! Onze eerste werkdag (toch wat het gebouwtje betreft!) zit erop! Met een tevreden en voldaan gevoel keren we huiswaarts, tijd voor een frisse douche!  

    

 

uit het dagboek van Koen...

"10 augustus 2006"

Eindelijk, de dagen waar ik zo naar uitkeek, zijn aangebroken. We gaan de projecten van berglepra samen met Toon en Martha bezoeken. In Sebaco vertrekken we met 2 jeeps op avontuur. Al vlug wordt duidelijk dat de wegen in de bergstreek aan de rampzalige kant zijn.

We slalommen van de ene put naar de andere. In het begin zijn de wegen verhard, maar dan hotsen we verder op onverharde wegen. We beseffen dan snel dat we in een minder bedeelde regio van Nicaragua terechtkomen.  De als maar mooier en ruwer wordende natuur krijgt door de fikse regenbuien iets poëtisch. Tussen de bananenplanten en de koffieplantages door, worden onze blikken naar de armzielige woonsten van de inwoners getrokken. Die mensen leven met en van de natuur. Net als ik besef hoe hard dit leven wel moet zijn, bereiken we de eerste gezondheidspost.  

Deze gezondheidsposten werden met steun van de Damiaanactie opgericht. Toon en zijn team coördineren de praktische werking van deze posten. De mensen die in de posten werken zoeken de mogelijke patiënten op in de dorpen en zijn tevens de aanspreekpunten als de eerste tekenen van berglepra zich voordoen.  

Toon verklaart dat we “geluk” hebben, want er zijn net berglepra patiënten aangekomen.

Twee zussen bezoeken net de gezondheidspost na een lange tocht van ettelijke uren vanuit hun dorp. Onze groep schaart zich rond de meisjes en we bekijken de wonden. De blikken bij sommigen verstarren, ogen worden vochtig, hoofden worden afgewend. Het jongste meisje heeft typische lepravlekken op haar arm en op haar been. Ik verman me en kijk naar de wonden, met een krop in de keel. Nu foto’s maken kan ik echt niet aan. Het wordt me wat teveel en ga wat met de ons omringende kinderen spelen. Ondertussen hebben anderen van de groep ballons uitgedeeld zodat we de kapoenen wat kunnen vermaken. De meisjes laten me echter niet los, en met een wat hulpeloze blik, kijk ik ze aan. Ik kijk met bewondering  hoe Stijn zijn moed bijeenraapt, om met het jongste meisje te praten. Toon vertelt dan dat de behandeling niet kan opgestart worden, gezien de medicamenten niet aanwezig zijn. Het is zo frusterend te horen dat procedures en laksheid binnen het Ministerie van Gezondheid een efficiënte behandeling in de weg staan.

Het maakte me kwaad, maar geeft me wel kracht om met de oudste zus in gebrekkig Spaans te converseren. Zij tovert geregeld een voorzichtige glimlach op haar gezicht, ik voel alleen maar diep respect en zou zo graag willen helpen.  

Iedereen die de eerste maal met berglepra geconfronteerd werd, stapt met een onwezenlijke blik terug de jeeps in. ’S Na middag s botsen we opnieuw over de aardewegen nog dieper het onherbergzame gebied in op weg naar de volgende gezondheidspost. Hoe dieper de bergen, in hoe ruwer, maar ook hoe verleidelijker. De huisjes zijn soms zo petieterig, dat ik me afvraag hoe die mensen het klaarspelen om met soms vijf kinderen daar te overleven. Er zijn momenten dat ik de natuur niet zie maar dat het beeld van de meisjes in de eerste post op mijn netvlies wordt geprojecteerd.  

Ook in de tweede gezondheidspost wordt net een patiënt met berglepra onderzocht. Als ik die onzekere blik zie, is het toch rustgevend om te weten dat normaal berglepra volledig kan genezen worden. Toon vertelt dat de laborant van deze post uitstekend is, dat hij er in bijna altijd in slaagt berglepra te ontdekken zodat vlug de behandelingen kunnen opgestart worden. We worden goed ontvangen door de directrice en een paar van haar medewerkers. Ze leggen ons uit hoe alles georganiseerd wordt. Ze benadrukken nog eens de armoede in deze bergstreek. De mensen leven hier uit noodzaak zo innig samen met de natuur, dat de parasiet via de huisdieren zeer gemakkelijk de ziekte kan overbrengen. Als we de gezondheidspost verlaten, worden we met een vijftal van onze groep gecharmeerd door het wonderlijke uitzicht maar ook door het zo lieve en spontane machogedrag van een opdondertje van misschien 5 jaar die in ontbloot bovenlijf een fiere houding aanneemt.  

We vertrekken naar Wassalaya, de grootste stad in deze regio, terrein van de burgeroorlog jaren geleden. Het is een stad, maar alles wijst hier naar armoede, de huisjes, de bruggetjes, de wegen. Toch heeft deze stad de grootste aantrekkingskracht op mij van alle deze die we al tegenkwamen. Het kan wel aan de schemer liggen die nu over de plaats hangt als we aankomen. Ik kan het niet uitleggen, maar deze plaats steelt onmiddellijk mijn hart, ze heeft iets heel authentieks.  

Vooraleer we ons spookhotel opzoeken, stoppen we nog aan het plaatselijke ziekenhuis.

We bezoeken eerst het lokaal waar een aantal TBC-patiënten gelogeerd zijn. Gelogeerd zijn is echter wel compleet overtrokken als je de realiteit onder ogen ziet. Er staan daar zogezegd bedden met muskietennetten. Maar in de matrassen zijn blijkbaar ook een leger knaagdieren gehuisvest. Voor de dagelijkse maaltijd is een budget van 2 cordoba beschikbaar. Werkelijk schandalig vind ik dat. De woede en machteloosheid komt weer naar boven en zie ik ook weerspiegeld bij de anderen. Dit troosteloze aanzicht vergeet ik niet rap meer.  

Het besef waarom we in dit project stapten, drong vandaag zeker in alle hardheid tot ons door. We voelen in al onze vezels waarom we hier zijn.

NICARAGUA

Nicaragua ligt in Midden Amerika, tussen Honduras en Costa Rica. Nicaragua is ruim drie keer zo groot als Nederland en heeft een relatief kleine bevolking van 4,5 miljoen inwoners. Landbouw, veeteelt en de verwerking van agrarische producten zijn de belangrijkste economische activiteiten. 


Waar ligt Nicaragua op de wereldbol?

Het land heeft een bewogen geschiedenis: Spaanse overheersing tot 1870, daarna jaren van wisselende regeringen en militaire interventies van de Verenigde Staten, gevolgd door het bewind van de dictator Somoza. Een hevige vrijheidsstrijd maakte in 1979 een eind aan deze dictatuur.De nieuwe regering, een coalitie van de Sandinistische bevrijdingsbeweging FSLN, christenen en progressieven, erfde een leeggeroofd land. Er werd hard gewerkt aan de opbouw van een eerlijker samenleving.

Honderdduizenden boeren kregen een stukje land, er kwam gratis gezondheidszorg en onderwijs. Organisaties van boeren op het platteland en wijkorganisaties in de steden behartigden de belangen van de armsten op een manier die internationaal respect afdwong. Democratische verkiezingen toonden aan, dat de Sandinistische regering door een grote meerderheid werd gesteund. Het zat de Nicaraguanen echter niet mee: door gewelddadige acties van de Contra's (door de Verenigde Staten gesteunde tegenstanders van de Sandinisten), een te strak centraal gestuurd overheidsbeleid, een economische boycot door de Verenigde Staten en verschillende natuurrampen kwam het land steeds meer in de problemen.

Velen vestigden hun hoop op de in 1990 gekozen nieuwe centrum-rechtse regering met Violeta Chamorro aan het hoofd. Bij de verkiezingen in 1996 verloren de Sandinisten weer. Toen kwam de rechtse kandidaat Arnoldo Alemán als winnaar uit de bus. Bij de laatste verkiezingen in november 2001, werd Enrique Bolaños Geyer (van de liberale partij de PLC) de nieuwe president.  

De levensomstandigheden in Nicaragua zijn niet veel verbeterd: de werkloosheid is dramatisch gestegen en meer dan de helft van de bevolking leeft in armoede. Nicaragua is na Haïti het armste land van Latijns Amerika. 

officiële naam:   República de Nicaragua
landoppervlakte: 129494 km5 (3,5 keer Nederland)
hoofdstad
:           Managua, 2001: 1miljoen inwoners
inwonertal:    (2001) 5,2 miljoen inwoners
leeftijdsopbouw:   (2001) 0-14 jaar: 39%, 15-64 jaar: 58%, 65+:3%.      
religie:    73% katholiek, 16% protestant, 11%
overig staatsvorm:    Presidentiële republiek
staatshoofd:        Enrique Bolaños Geyer
 
munteenheid:      Gouden córdoba. 1 córdoba=100 centavos=  0,069 (juli, 2002)