04/07 Luchthaven Bahrein 20u50
Mopje van Jonas: Dag boek!
Duidelijk al een klein beetje moe! De eerste grote
verscheidenheid van culturen hier in de luchthaven van Bahrein.
Vrouwen in zwarte burkas en felroze sportschoenen! J
Nu pas begin ik te beseffen dat we echt naar Bangladesh gaan. Bang ben ik niet meer, maar de spanning voor de allereerste confrontatie met Dhaka groeit Straks checken we in voor de vlucht Bahrein-Dhaka. Nog enkele uurtjes, en dan
05/07 Marinos guest house Dhaka 19u
De eerste tocht door Dhaka
Amai.
Zoveel starende ogen! Geleidelijk aan went dat wel. Maar ik kan
helemaal niet tegen de bedelende kinderen, vrouwen met kleine
kindjes, babys
Ik weet niet hoe ik erop moet
reageren. Ik zou zo graag iets geven, één takka is helemaal
niets voor ons, maar één iemand iets geven zorgt ervoor dat je
gans Dhaka als bedelaar krijgt. Iedereen iets geven, gaat
natuurlijk niet. Dhaka is immers even groot als Brussel, maar
heeft wel zon 10 miljoen inwoners! Ik heb er echt
ongelooflijk veel moeite mee. Hun ogen ontwijken, doen alsof je
hen niet hoort, of verontschuldigend het hoofd schudden... Ik zal
er wellicht nooit aan wennen.
De tocht per riksja was heel fijn. Ik
kwam ogen tekort! En handen ook, om me stevig aan de riksja vast
te klampen. Heel veilig is het toch niet. Hilde is er zelfs
uitgevallen, gelukkig zonder al te veel pijn. Ik was toch
geschrokken. Er zijn behoorlijk diepe putten in de wegen, en de
straatjes zijn er zo overvol! Riksjas, fietsen,
riksjabrommers, autos, karren, en een massa mensen.
Sommigen dragen gigantische pakken op hun hoofd. Pakken met
kunststoffen of metalen potten, papier, graan
We moesten
ons een paar keer bukken in onze riksja om zon pak te
ontwijken. Dhaka lijkt wel een mierennest, dat wellicht nooit
rust kent.
Onze riksja-driver, uitgekozen door
Liesbet, was knap maar
ongemanierd. Hij maakte voortdurend
vreemde geluiden, miauwde als een kat en riep met een hoge stem
naar de andere mensen, voornamelijk mannen. (Er lopen heel weinig
vrouwen op straat.) Luc zei dat de riksjadriver last had
van zijn hormonen. Ik zou zo graag Bengaals verstaan, wat
riep men over ons?
De meesten zijn heel vriendelijk en
nieuwsgierig: Country from?
en
Kotee! (=kom!)
Een bengaal vroeg of hij Liesbet en ik
mocht fotograferen met zijn gsm. En dat moderne snufje tussen al
de armoede
Dhaka is 1 groot contrast tussen zeer rijk en
heel arm. Luxecars, bewaakte villas
overvolle bussen
en riksjas, sloppenwijken
We bezochten ook de haven, Shadderghat.
Schepen die bij ons goed zijn voor het stort, staan tegen de
onstabiele kade, met ertussen de kleine, typisch Bengaalse
bootjes. Verder zagen we ook Lalbach fort, waar een prinses
begraven ligt. Ondertussen viel de regen met bakken uit de lucht
het was de eerste van de grote reeks regenvlagen die we
nog op ons neer zouden krijgen. Het straatbeeld werd een
gewriemel van paraplus. Maar iedereen deed verder. Velen
wijzen naar ons fototoestel, willen dat je hen fotografeert. Ze
poseren met plezier.! Dhaka
wat een stad!
07/07 ngo Sabalamby Netrakona 17u30
Gisteren was een heel fijne dag. s
Morgens werd de werking van Damiaanactie uitgelegd: de
ziekenhuizen, de veldhospitaaltjes, genezen patiënten die andere
zieken zoeken en doorsturen naar DA, villagedoctors
We moesten met de jeep naar Netrakona via
de dodenweg. Ongelooflijk. In Bangladesh moet men normaal aan de
linkerkant rijden, maar iedereen rijdt in het midden. Ook je
tegenliggers. Aan grote snelheid rijden overvolle vrachtwagens
met daarop een groep mensen. De vrachtwagens ontwijken je net op
tijd.
Er was een ongeval gebeurd, niet zo lang
voor wij langskwamen. Een vrachtwagen was van de weg getuimeld en
lag ondersteboven in het water. Erin zat hoogstwaarschijnlijk nog
de chauffeur. Hopelijk had deze vrachtwagen geen groepje bengalen
op zijn dak zitten, want anders
De weg heeft zijn naam dus
absoluut niet gestolen. Gelukkig rijden onze chauffeurs heel
voorzichtig! Manik, de vaste driver van Damiaanactie Bangladesh,
heeft een contract met DA dat hij niet sneller mag rijden dan 80
km/h. De ingehuurde chauffeur moest volgen.
De wegen waren op veel plaatsen
erbarmelijk en werden met bijlen weggekapt. Men had een soort
smeltovens langs de weg opgesteld en zo goot men meteen nieuwe,
kokendhete asfalt op de weg. Mannen in bloot bovenlijf, bij de
brandende stenen
Veiligheidsmaatregelen zoals in België
kent men hier niet. Zo worden ook stellingen gezet met meerdere
verdiepingen uit gesjorde bamboestokken. Hoe die stellingen
overeind blijven staan en er zo weinig ongelukken mee gebeuren,
het is me een raadsel.
Langs de weg naar Netrakona waren er
meerdere markten met maar 1 product: Jakfruit, massas
jakfruit! Die zie je overal aan de bomen groeien, zijn zo groot
als dikke pompoenen en aan de buitenkant heel ruw. Binnenin
zitten er verschillende gele, zoete, slijmerige vruchten met een
pit. Heel apart van smaak, maar ik vond ze best lekker.
We stopten bij Baluka bridge en bezochten
er een meisjesschool. Alle meisjes, in groen en wit uniform,
stonden ons al op te wachten. (De bode had zijn werk al gedaan.)
De meisjes, die eerst keurig naast elkaar stonden, sloten Luc,
Liesbet en ik in, van zodra we dichterbij kwamen. Ze waren
allemaal heel stil, en het geschuifel van hun voeten om rond ons
te komen staan, is een geluid dat ik nooit zal vergeten. In
enkele seconden tijd stonden we volledig omsingeld. Het was een
vreemd gevoel, maar wel fantastisch. Ik kreeg het er koud van.
Majna, één van de laatstejaarsleerlingen, een leuk en knap
meisje, deed als eerste een stap naar voor en sprak ons aan in
voorzichtig engels. Ze toonde ons één van de klaslokaaltjes:
behoorlijk donker, een krijtbord en houten schoolbanken met eraan
vastgemaakte zitjes, zoals wij vroeger gebruikten.
Majna was zot van mijn blonde haar. We
liepen eventjes hand in hand, en na een uitgebreide fotosessie
namen we afscheid. Met een bootje vaarden we naar de andere kant
van de rivier. We hadden natuurlijk veel toeschouwers, die het
grootste plezier hadden met ons gesukkel. Je evenwicht bewaren in
zon bootje is een hele opgave. De bengalen hebben daar
natuurlijk geen probleem mee. Zij zaten met velen heel rustig op
de bootrand, terwijl wij met ons tienen de stabiliteit van het
midden van het bootje zochten. En eruit stappen deden we
langzaamaan, één voor één. Eenmaal veilig terug op de oever,
begon het opnieuw te regenen. We konden schuilen in een huisje
van een Bengaals gezin, en kregen er meteen een rondleiding. Ze
waren redelijk welgesteld; hun huis was naar Bengaalse normen
groot en men had een tv. Ik trok er een foto van onze gastheer en
zijn zus. En ook van Sampa, een kleine meid waarmee ik een korte
Bengaalse babbel had. Ik ben blij dat ik voor het vertrek wat
Bengaalse woordjes geleerd heb. Zo zijn we vriendjes geworden, en
ze liep met me mee tot aan de jeep, waar we haar trotse mama met
pasgeboren kleintje ontmoetten. Baluka bridge was een heel fijne
en vredige plaats. En te bedenken dat in dat dorpje daar, een
tijdje geleden een grote moord gebeurde
Een bende
plunderaars trokken regelmatig door het dorpje, en toen de
inwoners wisten dat ze opnieuw zouden komen, zijn ze hen tegemoet
gegaan, met alles wat ze maar konden gebruiken als wapen. Enkelen
van de dieven konden ontsnappen, de overigen werden vermoord. De
dorpelingen hadden het recht in eigen hadden genomen. De rust was
nu teruggekeerd.
Regelmatig staat er trouwens in de krant
een melding van een publieke moord. Als er iemand in de drukte
roept: Dat is een dief!, dan zal de beschuldigde, al
dan niet schuldig, het geweten hebben
Willem vertelde dat
hij het ooit gezien had, dat een kind beschuldigd werd en de
menigte erop begon te kloppen. Hij was naar voor gegaan en had de
kwade mannen weerhouden om verder te slaan. Hij had de gestolen
buit vergoed en de mannen gezegd dat slaan niet de juiste manier
is. Het kind was er met enkele blauwe plekken vanaf gekomen. Je
kon het kind het stelen niet kwalijk nemen, het had gewoon zoals
zovelen honger
Een arme bengaal lijdt een constante
struggle for life
Na het bezoek aan Baluka bridge, terug
onderweg naar Netrakona, begon ik me slecht te voelen. Ik zou de
eerste immodiumpatiënte worden! L Misschien door de kleine,
zoete banaantjes die Luc onderweg getrakteerd had, of door de
rauwkost bij ons middagmaal, door de vele kinderhandjes, door de
monglas die we aten in een eethuisje met fluogroene tafels
en stoelen
Daar hadden we ook de keuken en bakkerij mogen
zien, waar we heerlijke, verse, warme koekjes mochten proeven.
Heel primitief, maar toch
die bengalen kunnen er wat van!
In de auto waren Liesbet en ik niet te genieten. Liesbet haar
blaas stond op springen en ook ik moest me ongeloolijk
concentreren. Moeilijke opdracht, want Luc was voortdurend
grapjes aan het maken: Hou vol!, Straks krijgen
we een dijkbreuk
Ik was blij als we in het ziekenhuis
aankwamen. Een Bengaalse wc heeft nog nooit zon deugd
gedaan! Het ging gelukkig al gauw wat beter. Ik voelde me
ontredderd, we waren nog maar 2 dagen in Bangladesh en ik had het
al zitten! Ik mocht er niet aan denken om, als het niet beter zou
worden, vroegtijdig terug te moeten keren, zoals Luc, die ziek
geweest was op één van zijn vorige Bangladesh-reizen
Maar
het was gelukkig een ontreddering van het moment, het ging al
gauw weer beter. Vroeger zou ik gegeneerd geweest zijn om dit te
vertellen, maar Bangladesh leert me dat niet te zijn. Bengalen
zijn zo noem ik het heel lichamelijk. Wat wij vies
vinden aan ons lichaam, vinden zij heel natuurlijk en normaal. En
gelijk hebben ze. We zijn tenslotte allemaal mens.
Het eten was zeer lekker en ik stond
versteld van mezelf dat ik zelfs kipbotjes kon afpeuzelen
Ik ben blij dat ik het vegetarisme achterwege liet. Hier moet je
dankbaar opeten wat de mensen je met trots voorschotelen.
We keken naar wat André reeds gefilmd
had, en gingen toen slapen. Liesbet en ik hebben nog lang
nagepraat. Vanmorgen heel vroeg werd ik wakkergeschud door zeer
hevige donder. De grond trilde. Zó hevig had ik de donder nog
nooit meegemaakt
Het was dan ook een echte Bengaalse
thunderstorm.
Na deze korte nacht begon vanmorgen de
eerste werkdag. De kalk werd van de muren gekapt. Lastig, maar
het ging vooruit! Omdat ik niet constant door kan werken door
mijn arm (nog herstellende van een armbreuk), mocht ik van Luc
als pauze fotos nemen. Digitaal zon 100 fotos
(waarvan Luc er dan zon 90tal heeft verwijderd.) Logisch
dat ik zoveel gefotografeerd had, Bengalen staan heel graag op de
foto! Zelfs zeer zieke mensen draperen hun sluiers of gaan
rechtzitten hoe moeilijk dat ook gaat om op de foto
te staan. En als je één patiënt fotografeert, dan kan je de
anderen niet weigeren
De patiënten konden zichzelf zien op
het digitale toestel. Dat moest voor hen wel even schrikken zijn.
Zo zien ze hoe ziek ze er eigenlijk wel uitzien. Maar hen zeggen
dat ze niet mogen kijken op het schermpje, dat gaat natuurlijk
niet. Ik deed dan ook heel enthousiast over de foto en zei hen
dat hij heel mooi of heel goed was. ( Kup shundor! Kup balo! )
Ik heb heel veel lieve patiënten leren
kennen, waarvan ik mijn best doe om de naam te onthouden, maar
simpel is dat niet. Ik herinner me enkel Nadira (de wasvrouw),
Nondon en de 4jarige Giovan (tbc), en Nila, de zus van een
patiënt.
In de mannenzaal waren de patiënten in
het algemeen veel minder ziek dan bij de vrouwen. Bangladesh is
immers een mannenmaatschappij. De man is vrij om te doen wat hij
wil, en stapt dus ook vlugger naar een dokter. Vrouwen moeten
echter voor hun gezin blijven zorgen, of soms mogen ze van hun
man niet op doktersconsultatie gaan. Enkel wanneer de toestand
zeer ernstig wordt, komen ze bij een dokter terecht. Heel vaak is
de ziekte dan al te ver gevorderd en ongeneeslijk, of zijn er
zware letsels.
De tb-patiënten hebben meestal een
ernstig ondergewicht. Ingevallen wangen, diepe oogkassen,
uitstekende schouderblaren, ribben en heupen, ongelooflijk dunne
armen en benen
Nog nooit heb ik zon magere, fragiele
en broze mensen gezien. Het raakte me diep. Zo leerde ik een zeer
lieve tb-patiënte kennen die ik waarschijnlijk kon dragen met
één arm. Ze had nog een lange behandeling voor de boeg. Het was
een hele geruststelling dat ze hier in het damiaanziekenhuis in
Netrakona in goede handen was. Net zoals alle andere zieken
Ik vroeg een heel oude patiënte hoe het
met haar was, waarop haar zus of dochter begon te vertellen. De
dokters zeiden dat de vrouw me vroeg te bidden voor genezing. Ik
heb het beloofd. Terug in België zal ik symbolisch een kaarsje
branden.
Na het werk gingen we terug naar de NGO
per riksja. Onze riksjadriver van deze morgen, Rubel (ik schat
zon 14 à 15jaar), zou ons opnieuw komen ophalen. Hij reed
ons terug
maar niet zonder risico! We reden door een nauw
straatje en een massa mensen deden wild teken aan de kant te
gaan. Dat kon Rubel niet, er stonden reeds riksjas links
van hem aan de kant. Op dat moment reed er een Bengaalse
brandweerwagen in volle vaart de hoek om, het straatje in. De
pompiers konden nog net op tijd remmen en ze scholden Rubel de
huid vol. Ondertussen was ik, van zodra ik de brandweerwagen had
zien afkomen, uit de riksja gesprongen, in een diepe plas. Maar
dat kon me niks schelen. Ik ben nog nooit zó snel uit een
voertuig gesprongen, zelfs niet gisteren toen ik zo hoognodig
moest! De toeschouwers hadden natuurlijk het grootste plezier van
de wereld, nu ze die twee blanke meisjes een duikvlucht uit de
riksja hadden zien nemen
kHeb Rubel dan maar een schouderklopje
gegeven. Die jongen kon er niks aan doen, maar werd nu wel door
velen uitgescholden... We zijn er gelukkig enkel met de schrik
vanaf gekomen. Waren we een meter verder, dan had het misschien
fataal kunnen zijn. We zijn veilig thuisgeraakt en we hopen Rubel
morgen terug te zien. Straks gaan we slapen, hopelijk mét de
ventilator aan, want de elektriciteit valt hier zeer regelmatig
uit. Dan is het maar best dat je niet op het Bengaals toilet zit
ofzo!
Een gekko zit nu op de muur en er
fladderen motten, vliegjes en muggen rond de lamp. Het was me
weer eens een dagje Bangladesh!
08/07 ziekenhuis Damiaanactie Netrakona
10u
Terwijl de anderen al aan het werk zijn,
zit ik op het balkon. Vanmorgen is mijn ontbijt me helemaal niet
bevallen. Ik moet echt aanpassen aan de voeding, maar dat moet
iedereen.
Het gaat nu reeds beter, maar ik mag nog
niet werken. De directeur van het ziekenhuis, Subash, werkt in
mijn plaats mee. Hij grapte dat het wel enkel voor vandaag
was
Ik vind het echt sympathiek dat Subash zich als
directeur niet te goed voelt om mee te werken. Ik betwijfel of
een Belgische directeur hetzelfde zou doen
Ondertussen is
voor mij drinken en voorzichtig eten de boodschap! En rusten, ik
ben nu eventjes zélf patiënte geworden in het
Damiaanhospitaal!
08/07 ngo Sabalamby Netrakona 19u30
Gelukkig, ik ben weer zo goed als de
oude! Toen iedereen ophield met werken het gaat zeer goed
vooruit zijn we weer per riksja teruggekeerd. Onze
riksjadriver was natuurlijk weer Rubel! Hij had zijn haar in
kapsel gebracht met gel. Grappig! Ik vroeg hem hoe oud hij is
(boiosh koto?), maar hij gaf ons een hele uitleg die wij niet
snapten en hij leek nogal verlegen. (Nadien lachte hij beschaamd
met zijn roze tongetje tussen zijn tanden.) Ik vermoed dat hij
gewoon niet weet hoe oud hij is. De meeste bengalen zijn immers
niet geregistreerd en weten hun geboortedatum niet. Het
bevolkingsaantal dat Bangladesh officieel opgeeft, klopt dus
allerminst.
Onderweg stopten we bij een chinees
restaurantje Susang. Het is 1 van de weinige plaatsen waar je nog
stiekem alcohol kunt krijgen. De regering heeft
immers de alcoholhoudende dranken verboden, maar de
restauranthouder heeft nog een grote voorraad blikjes bier.
Daarom heeft hij over het alcoholgehalte op het blikje een
stickertje gehangen met alcoholfree. De sloeber!
Na het restaurantbezoekje zijn we te voet
verder gegaan. We bleven even kijken naar een voetbalmatch: de
truitjes tegen de blote bovenlijven. Op een veld dat eens groen
geweest was, maar nu een heuse modderpoel werd. Naast de
voetbalpoel waren er enkele mannen in een kamertje muziek aan het
maken: percussie, een soort gitaar, een tamboerijn en een
piano-achtig instrument met blaasbalg (systeem accordeon). In
blote voeten mocht ik erbij komen zitten om te luisteren. Eerst
zong de man met het blaasbalginstrument, daarna zong een jongetje
van ongeveer 6à8 jaar. Het was zo ontroerend, ik kreeg het er
helemaal koud van. Een moment om in te kaderen en nooit meer te
vergeten!
10/07 ngo Sabalamby Netrakona
Gisterenmorgen: powerpointpresentatie van
Willem: info over Bangladesh in het algemeen en Damiaanactie in
Bangladesh.
Gisterennamiddag: wandeling door
Netrakona: markten, winkelkraampjes en drukke straatjes. We zijn
teruggegaan met de riksja (met onbekende riksjadrivers) naar het
Susang chinees restaurant voor het avondmaal. Per riksja terug
naar Sabalamby.
Vandaag werd de dag georganiseerd door
Sabalamby, de ngo waarbij we logeren. In de voormiddag bezochten
we een schooltje met 9jarige kindjes. (Roydum Ruhi Non-Formal
Primary school) Het klasje was gemengd en bestond uit 28
leerlingen. Ze zaten allemaal op de grond, op tapijt en jute, in
een grote rechthoek. Voor hen lagen hun boekjes, en een lei en
griffel. Ze leerden er lezen en schrijven. Samen met hun juf
hadden ze gedichtjes, liedjes en dansjes voorbereid. Ik leerde
ook een Bengaalse letter schrijven, maar hem uitspreken was te
moeilijk!
In een ander schooltje (Adolescent
reflect circle) zaten er enkel meisjes rond de 14 jaar. Zij
leerden in welke maand welke ziektes primeren, wat je eraan kunt
doen, enz
In een klein dorpje legde een vrouw van Sabalamby uit aan de plaatselijke vrouwen hoe je handicaps bij babys kunt opsporen, welke voorbehoedsmiddelen er zijn en hoe je ze gebruikt. Normaal zaten alle vrouwen voor die educatie buiten, maar door opnieuw hevige regenbuien, zaten ze allen opeengepakt onder een afdak. Ons bezoekje was eigenlijk niet zo goed, want de lesgeefster bleef verdergaan met haar uitleg, terwijl de meeste vrouwen hun aandacht op ons hadden gevestigd. Maar de juf zal de leerstof nog wel eens hernemen, althans dat hoop ik toch.
s Namiddags zagen we hoe fysio- en
ergotherapie wordt aangeleerd aan vrouwen om toe te passen bij
hun gehandicapte kindjes. Men werkt er aan een
mentaliteitsverandering tegenover handicaps: meer respect, zorg
en liefde. Meestal worden kindjes met een handicap aan hun lot
overgelaten, sterven ze, moeten ze bedelen, worden ze door
iedereen mishandeld. In Netrakona zien we regelmatig een jong
meisje op een karretje, een plank op wieltjes. Haar beentjes zijn
waarschijnlijk lam, of te krom om op te lopen. Ze draagt slippers
aan haar handen en sleept zich dus op haar handjes voort. Voor de
meeste bengalen is het dagelijkse leven echt een struggle for
life, een krampachtig gespartel tegen het verdrinken in de
mensenzee en armoede. Mensen met een mentale en/of lichamelijke
achterstand worden dus meestal aan hun lot overgelaten; men heeft
het te druk met werken om te overleven
Deze
zwakken kunnen niet helpen bij het verdienen van de
kost, en de omgeving is hen dus liever kwijt dan rijk
De mentaliteitsverandering die SUS
(Sabalamby Unnayan Samity) dus teweegbrengt vind ik enorm
positief. Wie weet kan ik (als toekomstige ergotherapeut) ooit
bij hen stage doen
We zagen ook de SUS-boerderij, en de
SUS-ateliers, waar meisjes leren batiken, borduren, naaien en
riet weven, om zo later zelfstandig een winkeltje te kunnen
starten.
Maar ik was toch het meest onder de
indruk van het vluchthuis of shelter van Sabalamby. Daar wonen nu
10 vrouwen tussen de 14 en 25(?) jaar. Er is er eentje jonger,
namelijk Sjondona (12jaar). Ik had Sjondona al eerder ontmoet in
de ateliers van SUS, waar ze leert borduren. Ze lacht altijd en
haar ogen stralen zo, dat je meteen aan haar verkocht bent. Ik
schrok dat ik haar terugzag in het vluchthuis. Ze is amper 12,
maar heeft al ongelooflijk veel meegemaakt. Haar vader was
getrouwd met 7 vrouwen. Sjondona heeft dus veel stiefbroers
en zusjes. Toen haar moeder weg was (gestorven?), heeft
één van haar stiefbroers haar misbruikt. De vader stond achter
zijn zoon. Sjondona kon dus niet blijven, en is gevlucht naar
Sabalamby. Achter die mooie ogen en lieve lach, zit dus een
schrijnend verhaal. Ik kreeg het er echt koud van. Zij is zeker
iemand die ik nooit zal vergeten, en die ik altijd zal blijven
bewonderen om haar levenslust.
12/07 ngo Sabalamby
11/07: Luc en ik stonden gisteren vroeger
op dan de anderen om een dauwtrip te maken. Het dorp begon net te
ontwaken en enkelen waren al druk in de weer. Zo ook enkele
vissers. Van op een brug keken we naar de rivier, die net als in
een oerwoud zich een weg baande tussen een geweldige vegetatie.
In het water stonden gesjorde constructies met visnetten aan een
hefboom. Het was een wondermooi uitzicht. Ik ben blij dat Luc me
de kans geeft om zoiets extras mee te maken.
Verder was het opnieuw een werkdag. De
hele dag kapte ik aan de vloer. Het begint al beroepsmisvorming
te veroorzaken: overal waar ik barsten of stukken uit de vloer
zie, denk ik aan het feit dat je het waarschijnlijk goed kunt
afkappen
s Avonds hebben we met de ganse groep een
gezellige soms luide zangstonde gehouden. Het was
een fijne dag.
Ook vandaag, 12 juli, was een werkdag. Maar toch weer eentje met iets extras! Toen we met de riksja aankwamen bij het ziekenhuis, werden we meteen uitgenodigd bij de familie van onze driver Rubel, die toevallig vlak naast het ziekenhuis woont. Hun vier huisjes met strooien daken en een binnenpleintje staan midden in de rijstvelden. Ze zijn op een dikke pak klei gebouwd, zodat ze een stuk hoger komen dan het normale waterniveau. Het was primitief, maar heel netjes en eigenlijk ook heel gezellig. Ze wonen er met de hele familie; de ouders van Rubel, zijn broertjes en zusjes, grootouders, neefjes en nichtjes, ooms en tantes
Overal liepen er kleine kindjes joelend rond. Er heerste een gezellige drukte. We moesten in elk huisje eens binnen en werden steeds weer op het bed geduwd. Ze boden ons rijst en water aan, die we weigerden omwille van eventuele darmproblemen als gevolg. Ze openden speciaal voor ons een doos koekjes. Die waren niet zo lekker, maar het idee alleen al dat deze arme mensen zoveel aan ons wilden geven, zo gastvrij waren, maakten ze eigenlijk overheerlijk. We gaven een deel van de koekjes aan de kleine kindjes, maar dat vonden de vrouwen niet zo goed. Wíj moesten ze opeten, niet hun kindjes! Liesbet, die ze totaal niet lekker vond en ze bijna allemaal uitgedeeld had, werd haar laatste koekje door één van de vrouwen werkelijk in haar mond gepropt. Daar zaten Liesbet, Jonas en ik, op een bed in één van hun huisjes, omringd door bijna alle vrouwen en kindjes uit de familie.
We probeerden wat te praten, maar met het
weinige dat we konden, geraakten we niet ver. Maar telkens we
iets probeerden te zeggen, en we zagen elkaars gezicht van
onbegrip, schoot iedereen in de lach. Het was een vrolijk gedoe.
Achter ons, op het bed, lag een kindje van nog geen jaar oud. Het
sliep, ondanks de drukte, ongestoord vredig verder. Een peuter
was bang van ons, en telkens we hem aankeken, kroop hij dieper
weg in de armen van zijn moeder. Iedereen lachte om zijn angst.
Ik kan me wel voorstellen dat we voor die kleine kindjes er
moeten uitzien als spoken. Bengalen zijn trouwens heel
bijgelovig: praat absoluut niet over spoken, want dan hebben ze
er echt eentje gezien! (spook = boot [boet] )
Tijdens ons bezoekje was Rubel
voortdurend bezig met een vogeltje die ze getemd hadden. Als het
vogeltje niet op zijn vingers zat, stopte hij het terug in een
knap met riet gevlochten kooitje.
Ik hou van de familie van Rubel; ze zijn
zo hartelijk en warm! Ondanks hun armoede zouden ze je alles
geven wat je nodig hebt. Onvergetelijk! We konden moeilijk weg om
terug aan het werk te gaan. Telkens we opstonden van het bed om
terug te gaan naar het hospitaal, werden we tegengehouden of bij
de arm een ander huisje binnengetrokken. Uiteindelijk konden we
toch duidelijk maken dat we moesten werken
Abar dhàkka
hobe! (=Tot ziens!)
De rest van de morgen kapten we weer de
vloer uit. De Bengaalse werkmannen kwamen met een hele bende rond
Liesbet en mij staan. Ze vonden het blijkbaar heel fijn om te
kijken naar ons: hard werkende, blanke meisjes. We probeerden
duidelijk te maken dat we hun gestaar niet echt appreciëren
tijdens het werk, maar ze begrepen ons niet. De verpleger Attik
en fysiotherapeut Tipu zijn hen dan komen zeggen dat ze ons wat
meer met rust moeten laten. De werkmannen leken eerst heel erg
verontwaardigd en boos. Nu die twee jonge meisjes hen weggestuurd
hadden, voelden ze zich gekrenkt in hun mannelijkheid. Bengaalse
mannen zijn zo trots
Liesbet en ik vonden hun
ontevredenheid helemaal niet fijn, en telkens als er iemand
voorbijkwam zeiden we vriendelijk goeiedag op de Bengaalse manier
(hoofd naar rechts), en als ze een liedje floten, floten we mee.
Dat vonden ze best grappig, en hun ontevredenheid was heel snel
over. Gelukkig!
Eén van de werkmannen, Solomai (die met
beschermingsbril op ons doet denken aan Steve Urkel, maar zonder
bril best knap is), fluit heel vaak. Het grappige is dat het
Bengaalse liedjes zijn: met de nodige kronkels en versieringen.
Zó fluiten kunnen wij niet!
Enfin, alle werkmannen onze
collegas zijn echt super! Ook al zijn ze af en toe
echte machos, ze zijn stuk voor stuk heel aangenaam om mee
samen te werken!

s Namiddags kapten we de vloer
verder uit al zingend. Succes! Niet alleen onze collegas
vonden het fijn, ook voor ons ging het werk vlugger vooruit. We
leerden van de conciërge van Sabalamby We shall
overcome zingen in het Bengaals (Amra korbo joy). Dat
vonden de bengalen heel leuk. Ook alle kinderliedjes zijn de
revue gepasseerd, en de verpleegster Hasna kon na een tijdje al
een klein beetje het banana-liedje meezingen. Lastig
werk doen, is nog nooit zo fijn geweest!
Vanavond bracht Rubel ons terug naar Sus.
Hij had een nieuw hemdje en longi aan, en zijn haar lag netjes
gekamd in de plooi. Waarschijnlijk moest hij dat doen van zijn
moeder Rabya. Hij was zo totaal niet meer hetzelfde jongetje van
bij de allereerste ontmoeting. Toen regende het, en hij had een
kanariepietjesgele regenponcho aan. Het kapje was tot net boven
zijn ogen en achter zijn oren getrokken. Je kon enkel nog zijn
gezichtje en zijn uitstekende oortjes zijen. Het was echt
schattig. Nu was hij zo netjes gekleed en bijna onherkenbaar.
Aangekomen bij Sus werden we weer
omsingeld door een bende Bengalen. Voor we nog een wandeling
gingen maken, richtten Liesbet en ik ons naar Rubel om hem
Tot ziens (abar dàkkha hobe) te wensen. Hij
glunderde tussen al die macho-bengalen.
Op ons tochtje gingen we weer even naar
de brug, en Liesbet en ik wilden de meisjes van het vluchthuis
nog eens begroeten. Vooral Sjondona wilden we terugzien. Haar
gezichtje is zo goddelijk! Maar we waren ook blij de anderen
(Jettie, Mala, Beauty
) terug te zien.
De zon is er vanavond eindelijk nog eens
doorgekomen, en ook het waterpeil is opnieuw aan het zakken
(terwijl men in het Belgische nieuws overstromingen in het
noorden van Bangladesh meldt
).
Het is nu bijna 21u en de hemel is
helemaal opengetrokken. Hier is er geen lichtpollutie, dus kunnen
we genieten van een ongelooflijk sterrengordijn
Adembenemend!
13/07 Sabalamby (Sus) 18u45: werkdag
Deze voormiddag bestond ons werk opnieuw
uit vloer kappen. Als pauze bezochten we eventjes het schooltje
naast het ziekenhuis. Het was een oud gebouw, zwartgeblakerd van
een brand. Er zat geen glas in de vensters en de klaslokaaltjes
stonden vol oude banken. Alle leerlingen droegen een blauw
uniform. Telkens iemand een foto trok, barste er een gejuich los.
Ze vonden Lucs fototoestel enorm boeiend, en drumden om ook
maar even op het schermpje te kijken.
Deze namiddag was ongelooflijk
interessant. We kregen de kans om een operatie mee te maken! Een
75-jarige man met lepra had een grote zweer aan de onderkant van
zijn voet. De zweer werd uitgesneden en enkele pezen en
teenkootjes werden verwijderd. Toen men eraan begon, had de man
nog niks van verdovingsmiddel gekregen, enkel een kalmeringspil.
De zenuwen van zijn voet waren door de lepra immers aangetast,
dus zou hij geen pijn in zijn voet mogen voelen. Toch kreunde hij
voortdurend, en ondanks de kalmeringspil leek hij allesbehalve
rustig. Hoewel de artsen overtuigd waren van de gevoelloosheid in
zijn voet, dienden ze toch wat verdovingsmiddel toe, en kreeg hij
een extra kalmeringsspuit in zijn glucosebaxter. Toen ging het
beter.
Zijn been werd afgebonden en in de lucht
gelegd, zodat er minder bloedverlies was. Eerst hield de
verpleegster Hasna zijn hand tegen ( anders bewoog hij zijn arm
en kon de baxter uit zijn dunne aderen schieten ), maar dat
werkje heb ik met heel veel plezier overgenomen. Ik voelde me er
goed bij, zo kon ik tenminste iets doen voor de man en kon ik hem
ook gerust stellen door met mijn andere hand zijn voorhoofd te
strelen. Zowel hij als ik werden er rustiger van. Ik had echt met
hem te doen.
Nu moet je weten dat we met 5 in de
operatiezaal mochten komen kijken, met onze vuile werkkleren aan
en met vuile handen. (Allé, ik had ze gewassen.) De voet werd
ontsmet en de instrumenten ook, maar de rest was allesbehalve
steriel! Het kamertje naast de operatiezaal had geen deur die hen
scheidt, en dat kamertje was net afgekapt en lag nog onder een
dikke pak stof. De tafel waarop de man lag was hard, en om de man
toch een beetje zachter te leggen, haalde men een stoffig kussen
uit een nabije kamer. Wat een verschil met onze toch wel
overdreven steriele operatiekamers!
De man werd voor de derde keer
geopereerd. Normaal is dat niet nodig, maar hij is helemaal
alleen en verzorgt zichzelf niet zo goed. Daarom heeft hij
telkens nieuwe zweren op zijn voet. Nu heeft hij wel een
achterkleinzoon die zeer af en toe op bezoek komt. Omdat hij zou
terugkomen heeft de fysiotherapeut Tipu het horloge van de
kleinzoon bijgehouden. Op het moment dat dokter Paul dit vertelde
(de man zijn voet dichtnaaiend) ging de deur van de operatiekamer
open (ja, iedereen kan zo binnen en buiten) en
wie kwam er
door een kiertje piepen? Warempel, de kleinzoon!
Vandaag kreeg ik van de lieve
verpleegster Hasna 2 armbandjes in wat zij noemen citygold. Ik
ben er heel blij mee. Jammer dat we elkaar niet zo goed verstaan.
kZou zo ontzettend graag beter Bengaals kunnen spreken! Hasna wou
vandaag ook mijn voet helemaal in verband steken, en dat omdat ik
met de achterkant van mijn bijl een wondje in mijn kleine teen
heb gekapt. Een plakkertje was genoeg hoor, lieve Hasna!
14/07 Sus 18u
Werkdag! En voor de verandering
de
vloer afkappen. Weer enkele blaren bij en enkele meters verder.
Vanavond zijn we al om half vier uit het ziekenhuis vertrokken,
een uur vroeger dan normaal. Liesbet en ik wilden naar de
Sus-shop, die ze speciaal voor ons langer zouden openhouden. We
gaven riksjadriver Rubel zijn verdiende takkas en een
T-shirt. Hij keek nogal vreemd en omdat Liesbet en ik niet wisten
wat we moesten zeggen of doen, zijn we naar binnen gevlucht.
Liesbet heeft nog gezien dat hij ons achternakwam, maar blijkbaar
durfde hij het gebouw niet binnen. We zijn nu wel wat
ongerust
Hoe zal hij morgen reageren? Kwam hij ons achterna
om het T-shirt terug te geven? Om dankjewel te zeggen? Waarom?
15/07 Sus 20u
Vanmorgen werd ik met één gedachte
wakker: hoe zou Rubel reageren? Liesbet was al wakker en zat te
praten tegen een kat, die s nachts onze kamer was
binnengeslopen en zich verscholen had onder mijn bed. Toen ik
mijn hoofd onder bed stak en luid hallo riep, liep
die kat zo vlug mogelijk weg
Ik had beter Nomashkar of
Assalamualaikum gezegd natuurlijk
Enfin, de reactie van Rubel dus
Liesbet en ik keken heel nieuwsgierig over de rand van het balkon
wanneer hij kwam aangereden. En wat had hij aan? Onze T-shirt!
Hij lachte bijna voortdurend en voor het eerst zei hij ook echt
iets tegen ons. Wat een opluchting!
Vandaag hebben we weer de hele dag
gewerkt. Dit keer geen kappen, maar afschuren en schilderen.
Giovan, een vierjarig tb-patiëntje, was vandaag veel zieker dan anders. Hij moest voortdurend piepend naar adem happen en voelde koortswarm aan. De fysiotherapeut Attik vertelde dat de moeder van Giovan eigenlijk niet zo goed voor hem zorgt, en dat het jongetje heel vaak kou vat. Daardoor gaat het van kwaad naar erger.
Zijn mama vroeg ons, zoals zoveel andere
patiënten, om te bidden voor genezing.
Ik kreeg van Nila (zus van een patiënt)
twee zilveren armbandjes. De vrijgevigheid en hartelijkheid van
de bengalen ontroert me telkens weer opnieuw.
Vandaag kregen we ook terug een flink
staaltje machogedrag
Een jongeman zit al enkele dagen aan
de ingang van het ziekenhuis. Hij wou deze namiddag persé met me
op de foto. Toen we wat later uit het hospitaal vertrokken, zei
hij: shes so excellent. Macho! En van machos
gesproken
Mamoon, die secretariaatswerk doet voor het
hospitaal, heeft ons uitgenodigd in het Susang restaurant om te
trakteren voor de verjaardag van Jonas. Ook hij staat op de foto
met zijn moto. Ik ken niemand die meer macho is dan hij. Hij is
het summum!
16/07 Sus
Gisteravond zijn we eerst gaan shoppen.
Gelukkig hadden we een regenjas mee, want het werd een
regelrechte douche! Onze vaste riksjadrivers zouden ons normaal
weer komen ophalen op afgesproken uur en plaats, maar ze waren er
niet. Waarschijnlijk door de hevige regen. We namen dan maar
andere riksjas. Ik hoop dat de onze niet daarna zijn
toegekomen en voor niets in de regen reden
In het Susang zaten macho Mamoon en een
vriend van hem ons op te wachten. Ze hadden een verjaardagstaart
laten maken voor Jonas, met 25 kaarsjes op. Macho trakteerde met
zoveel bier als we wilden (die ik niet dronk) en met frieten. Hij
zat de hele tijd over zichzelf op te scheppen. Dat hij zoveel
vrienden had, en dat niets te duur was als het om zijn vrienden
ging. Hij wist duidelijk niet dat vriendschap niet te koop is. Ik
vond het echt decadent hoe hij met zijn rijkdom omsprong, en ik
voelde me er helemaal niet goed bij. Het was zon immens
contrast met de gewone, arme inwoner van Netrakona. Ik was doodop
en was zijn Hollywood-allures meer dan beu. Lang zijn we gelukkig
niet gebleven.
Vanmorgen ontdekte ik dat mijn schoenen,
die ik onder mijn bed gezet had omdat ik in deze warmte toch
liever mijn sandalen draag, zowel aan de binnen- als de
buitenkant onder een dikke laag groene schimmel zaten. Ook dit is
Bangladesh
De vochtigheidsgraad is hier zo hoog dat alles
wak aanvoelt en beschimmelt. Ik heb hier niets tekort en mis maar
één iets uit België, en dat is een bed met droge lakens en
kussens. Al was het maar voor eventjes, gewoon om terug een idee
te hebben van iets lekker droog, zonder de geur van
schimmel
Ik ben ongelooflijk blij dat we hier nóg
twee weken blijven, maar ook verdrietig dat het eigenlijk maar
twee weken meer zijn
dat we afscheid zullen moeten nemen
van al wie ons nu zo vertrouwd wordt.
Ik heb wel heel vaak nood aan het wat op
zichzelf komen. Gisteren bijvoorbeeld, bij de verkwisting van
Mamoon. Soms zijn de contrasten zo groot dat ik er echt moeite
mee heb om het te verwerken. Subhash, de directeur van het
Damiaanziekenhuis in Netrakona en Rasjahi, zei me gisteren dat ik
veel sterker zal zijn als we terugkomen in België. Hij zal wel
gelijk hebben, maar op dit ogenblik komt alles zo snel op me af
dat ik me zo machteloos voel. Toch primeert het gevoel dat ik het
hier zal missen. Al de vriendschappen, de hartelijkheid en warme
persoonlijkheden, de vreugde
Ik zal het hard missen in ons
toch wel koud en individualistisch belgenland
17/07 Sus 9u
Gisteren bezochten we een Mandidorp. Toen
we vertrokken zag het weer er goed uit, en daarom kropen Liesbet
en ik achteraan in de bak van de pick-up. Dat is veel leuker dan
in de auto zitten en door een raampje te turen. Rechtstaand in de
pick-up-bak heb je een ongelooflijk mooi zicht. Ik vind het er
altijd heerlijk. Gisteren ook, tot stortvlagen en hevige wind
roet in het eten gooiden. Tot overmaat van ramp hadden we ook nog
eens platte band. De jeep, waar wij normaal nog bij konden, was
doorgereden. Daar stonden we dan, nat en omringd door
toeschouwers. De jeep stond een heel eind verder op ons te
wachten. Liesbet en ik reden er per riksja naartoe. De driver was
helemaal doorweekt. Uiteindelijk was de band van de pick-up
hersteld, en konden wij in de jeep doorrijden naar het mandidorp.
We werden er zeer warm onthaald. Ze gaven ons rijstwijn en
koekjes, rijst met curry en eend, die we -zoals het echt moet op
zn bengaals met de handen opaten. De mandis
hadden ook dansjes voorbereid om elementen uit hun cultuur voor
te stellen: het zaaien en oogsten van de rijst, de jacht... Na
hun optredens vroegen ze of ook wij een dansje wilden doen. Samen
met Choi, Libi, Hemma en de andere mandikindjes deden we
Dag mn rozemarijntje en de plopdans. Die kenden ze
nog van toen de
17/7
Vandaag op zoek naar Lucpoint, een
snijpunt van 2 meridianen die we zouden registreren op een
daarvoor bestemde site
Normaal lag dit punt op een met de
auto te bereiken plek. Maar door de zware regenval de laatste
weken moesten we overstappen op een boot om het overstroomde
lucpunt te bereiken. Een volle boot werd aangemeerd en alle
bengalen moesten plaats maken voor ons. Ik begreep het niet. Die
mensen moesten toch geen plaats maken voor ons, ik wou gerust
wachten op een lege boot! Maar de bootbestuurders wilden ons
vervoeren in plaats van de armen, want die blanken zouden hen wel
veel meer betalen
Het was één van de vele druppels die
later deze dag de emmer zouden doen overlopen.
We zaten 7 uur lang op de boot en stonden
door hevige storm een half uur aangemeerd bij een ontvlucht
dorpje dat nu als een eilandje boven het water uitstak. De
jongste van onze crew, ik schat zon 14jaar,
moest constant met een opengesneden fles de boot hozen. Er
sijpelde voortdurend water door de doorroestte wanden van het
bootje.
De bemanning stopte bij een ontzettend
druk havendorp om benzine te halen. Er was geen vrouw te
bespeuren. Liesbet, Gaynor, Stephanie en ik waren meegegaan met
één van de bootmannen. Hij zou ons een toilet tonen, maar al
heel vlug werd duidelijk dat hij onze vraag niet begrepen had en
enkel benzine zocht. We werden door een massa mannen omsingeld.
Daar staan, vier blanke meisjes, tussen al die starende mannen
die nog nooit een blanke gezien hadden, was erg beangstigend. Een
man voelde zich geroepen om ons te beschermen en duwde ons
publiek kwaad van ons weg als ze wat té dicht kwamen. De bootman
was verdwenen in de massa, en we zochten ons een weg naar het
enige gebouw in het havendorp: een politiekantoor. Daar liet een
vriendelijke bewaker (een strengkijkende, bewapende man) ons
binnen om naar het toilet te gaan.
Langs de kade stonden honderden mannen te
drummen om het bootje te zien waarop de blanken zaten. Ze bleven
zwaaien tot we uit het zicht waren. We vaarden over bomen en
rijstvelden, langs ineengezakte huisjes. Het werd me allemaal
even teveel. De armoede, (water)ellende
Mijn
machteloosheid
Het ridicule karakter van het zoeken naar
Lucpoint- een virtueel punt midden in het water
Ik schaamde
me tegenover de bootbestuurders: we betaalden hen in hun ogen
zoveel om wat rond te varen tot op een punt waar de groep voor
applaudisseerde, maar waar er niets te zien was
Ik voelde
me beschaamd om mijn rijkdom. En ik weet, we hebben door die
boottocht opnieuw vanalles meegemaakt, maar toch
Het nam
mijn slechte gevoel over lucpoint niet weg.
Gelukkig was er de 22jarige Mustafa, de
kapitein van het bootje. Hij kwam telkens naast me zitten, en
schreef zijn naam op zn hand en toonde het, zodat ik zeker zou
weten wat zijn naam was. Toen moest ik mijn naam op zijn hand
schrijven, waarna hij een hartje rond beide namen tekende. We
lachten erom. Toen kwam Willem naar ons toe en Liesbet vertelde
hem wat op Mustafas hand stond. Dat had hij blijkbaar
begrepen en hij begon hard over zijn handpalm te wrijven, zodat
zijn liefdesverklaring onleesbaar werd. Die lieve Mustafa vreesde
nu waarschijnlijk dat mijn papa hem een bolwassing
zou geven
Toen ik met gewetenswroeging worstelde en
piekerde, keek hij me stilletjes aan. Hij begreep mijn verdriet
niet.
Ik heb zijn adres gekregen en ik zal
zeker nog eens schrijven. Een dorpsgenoot die wel engels kan, zal
het dan wel voor hem vertalen
18/07 Sus 19u30
Vandaag schuurde ik wat vensters en de
deur van een wc-hok af. Ik had er gezelschap van een grote
kakkerlak en een nest rosse mieren. Naast het ziekenhuis was er
een voetbalmatch aan de gang, opnieuw de truitjes tegen de blote
bovenlijven. Net als de vorige voetbalmatch die we zagen in het
dorp zelf, speelden ze hier in een modderpoel. We supporterden
samen met enkele patiënten van bovenop het dak van het
hospitaal.
We maakten ook een praatje met mister
Rafik, een Damiaan-medewerker. Hij vertelde ons dat als je in
Bangladesh je duim omhoog steekt naar iemand, je eigenlijk wil
duidelijk maken dat je kwaad bent op die bepaalde persoon. Aiai,
en wij maar onze duim omhoog steken als we wilden zeggen dat het
goed was! Hij stelde ons gerust: de bengalen zouden wel begrijpen
dat wij de universele betekenis bedoelen. Gelukkig.
Rubel is even komen kijken in het
ziekenhuis terwijl we aan het praten waren met mister Rafik. Ik
was net aan het uitleggen dat Liesbet en ik geen zussen waren, en
toen stelde ik Rafik Rubel voor als amar bundu. Rubel
lachte. Alleen al voor zijn verlegen lachje zeg je zoiets.
Elke avond na het werk voelen we ons
allemaal heel erg vies, en doet een koude douche (warm water is
er toch niet) heel erg deugd. Vandaag toen ik stond te douchen,
draaide ik me om en keek bijna oog in oog met
een dikke
spin met de grootte van mijn hand! Alle insecten zijn hier veel
groter dan thuis. Bidsprinkhanen bijvoorbeeld zijn zon 10cm
groot. Ze zijn echte carnivoren, nemen hun nog levende prooien in
hun poten en bijten er stukjes van. Soms draaien ze hun kopje in
je richting en lijken ze je echt aan te kijken.
Na de douche wou ik mijn sari rond me
draperen, maar dat is niet gemakkelijk. Enkele vrouwen van
Sabalamby toonden me met plezier hoe het moest. Ze begonnen zelfs
te discussiëren, en mijn sari moest aan, uit, aan, uit
Elke vrouw doet het op een iets andere manier. Uiteindelijk waren
ze het eens met elkaar dat mijn sari goed zat. De vrouwen wilden
dat Liesbet (die ook haar sari aan had) en ik met hen dansten in
het zaaltje waar die dag een bijeenkomst was. Enkele mannen
speelden speciaal voor ons percussie en piano. We voelden ons wat
gegeneerd om enkel met ons tweetjes te dansen voor al die
toeschouwers. Het Bengaalse ritmegevoel is helemaal anders dan
het onze, maar met de percussie erbij ging het gelukkig wel. De
anderen van onze groep hadden al gegeten, en we probeerden
duidelijk te maken dat ook wij gingen eten. Dat vonden de vrouwen
wel goed, want terwijl ze mn sari aanhielpen, voelden ze aan mn
buik en deden teken dat ik meer moest eten. Hun buik was immers
veel ronder en daar waren ze trots op. Ook de vrouwen in het
hospitaal trokken al enkele keren mijn T-shirt omhoog om mn buik
te zien. Ze waren ontzet dat ik mager was.
Wat een omgekeerde wereld! Alsof ik te
weinig voedsel krijg! Ik heb nota bene meer eten dan hen! En hun
bezorgdheid om mijn mager zijn is heel bizar voor me!
21/07 Sus 17u30
Ik voel me nogal rot vandaag. Toen we
gisteren bij onze vaste riksjadriver Rubel wilden gaan zitten,
deed zijn vader teken dat we dat niet mochten. Ik vraag me af of
we iets verkeerds hebben gedaan. Vanmorgen gingen we weg met de
auto met dokter Paul. Vanavond wisten Liesbet en ik niet bij wie
we in de riksja mochten. Gaby voerde ons terug naar Sabalamby.
Het is vervelend dat we hen de reden van de riksjawissel niet
kunnen vragen. Bovendien is het morgen onze laatste dag
Netrakona, en ik zal me altijd blijven afvragen waarom we niet
meer bij Rubel mochten.
Tipu had Liesbet en ik uitgenodigd om
vandaag iets te gaan drinken bij hem thuis. Hij kon niet de hele
bende bij hem thuis ontvangen, want daar was zijn huisje te klein
voor. Omdat hij ons het beste kende, kregen wij zijn uitnodiging.
Hij deed er wel wat geheimzinnig over, en omdat het allerminst
veilig is om als jonge (blanke) meisjes zich alleen onder de
Bengaalse mannen te begeven, zijn we erg op ons hoede. Vandaar
dat we vandaag na heel lang twijfelen voor ons afspraakje
verontschuldigd hebben. Niet dat ik Tipu niet vertrouw, het is
een heel lieve man, maar toch
zon stap in het
vreemde, en zeker hier in Bangladesh, als twee jonge blanke
meisjes
Je weet maar nooit. Hij zag er wel wat verdrietig
uit. Ik vroeg of hij kwaad was. Hij zei van niet. Maar toch, hij
was duidelijk ontgoocheld. Onderweg naar huis kochten Liesbet en
ik een cake, die we morgen aan Tipu zullen geven om het goed te
maken. Ik noch Liesbet wou hem kwetsen en toch hebben we voor
zijn gastvrijheid bedankt. Ik voel me echt schuldig.
Vandaag moesten we afscheid nemen van de
verpleegster Hasna. Morgen, onze laatste dag in Netrakona, moet
ze niet meer werken. We huilden allebei. Het is vreemd dat ik
altijd zo vlug aan iemand gehecht raak. En afscheid nemen,
wetende dat we elkaar misschien nooit meer zullen zien, dat is
zwaar. Dat zal niemand ooit leren.
Gelukkig waren er deze dag ook
lichtpuntjes! Liesbet, André en ik mochten vanmorgen meegaan met
Dokter Paul naar Barhatta, een ziekenhuis van de regering waar
Damiaanactie een postje heeft. Het was een enorm contrast met het
Damiaanhospitaal in Netrakona! Onhygiënisch, wak,
vervallen
Normaal zouden we naar een ander ziekenhuis veel
verder gaan, maar dat kon niet door de overstromingen. Door al
die wateroverlast waren er ook veel minder patiënten in het
ziekenhuis dan gewoonlijk. De mensen hebben geen vervoer
ernaartoe, moeten eerst hun hebben en houden in veiligheid
brengen...
We stopten ook nog even in het
veldhospitaaltje van Damiaanactie in Netrakona zelf. Daar komen
zieken die niet opgenomen moeten worden in het ziekenhuis (ze
zijn aan de betere hand of niet zwaar ziek) naartoe om onder
toezicht van een dokter of verpleger de medicijnen in te nemen.
Als men die medicijninname niet zou controleren, is de kans groot
dat de patiënt met de behandeling stopt. Na een tijdje hervalt
de patiënt, maar dan is hij/zij immuun geworden voor het gewone
geneesmiddel. Het is zeer duur om deze zieken te behandelen, maar
het is wel meer dan noodzakelijk. Want als deze zieke dan gezonde
mensen besmet, zal het gewone geneesmiddel ook bij hen niet meer
werken. Het opvolgen van de medicijninname is dus zeer
belangrijk.
Bovendien wordt er ook telkens uitleg
gegeven over de ziekte, de behandeling, hoe anderen besmet
worden
Dit aan de hand van tekeningen, zodat men, ondanks
het analfabetisme, toch heel goed kan volgen. Alle behandelingen
zijn voor de lepra en tb-patiënten volledig gratis. Het
doet deugd te zien dat dit allemaal kan dankzij de steun van alle
sponsors en Damiaan - sympathisanten.
Liesbet en ik zaten op de banken onder
het afdak naast het ziekenhuis toen Mili ons kwam begroeten. We
vroegen haar erbij te komen zitten en zijn vriendinnetjes
geworden. Ze gaf me een soort chips en we hadden zo goed als het
kon een aangename babbel. Mili is 8 jaar. Ze is een nichtje van
Rubel. De vrouwen van de familie kwamen zeggen dat we morgen
sjahajadi (natuurlijke henna) zullen krijgen. Al gauw
waren we weer omringd door lieve bengaaltjes. Mili stelde Liesbet
en ik aan hen voor: 3 zusjes Aki, raki en Kuki
Verder Habsa
en Tuni. De rest ben ik vergeten. Bengaalse namen zijn in het
algemeen heel moeilijk!
22/07 Sabalamby 22u30
Het is de laatste keer dat ik in
Sabalamby schrijf
De laatste dag Netrakona is voorbij. En
wat voor een dag! Deze morgen besloten Liesbet en ik om onze sari
aan te doen om naar het hospitaal te gaan. We kregen veel fijne
reacties. Blijkbaar ging het in het dorp de ronde dat twee blanke
meisjes een sari droegen, want toen we in het hospitaal onze
werkkleren hadden aangetrokken, kwam dokter Paul aan. Hij vroeg
ons meteen waar onze sari gebleven was. De mensen in het dorp
hadden het hem verteld.
We namen de hele dag Gaby als
riksjadriver, omdat we niet wisten of we bij Rubel konden of
niet. Toen Gaby ons vanavond terugbracht naar Sus, samen met de
andere riksjadrivers, was Gehlim, de conciërge van het gebouw,
erbij. We vroegen Rubel via Gehlim waarom we van zijn vader
Gaslow niet meer bij hem mochten zitten. Of we iets verkeerd
hadden gedaan. Blijkbaar hadden Rubel en Gaslow een discussie
gehad, een soort competitie over wie ons in de riksja mocht
vervoeren. Wij namen altijd Rubel als riksjadriver, maar Gaslow
wou ook eens. Ze zijn het blijkbaar niet eens geworden wie mocht
en daarom moesten we bij Gaby. Rubel zei dat hij ons wél wilde
vervoeren en vroeg of we kwaad waren. Ik was vooral opgelucht dat
er dus eigenlijk niks aan de hand was. Maar toch heeft dit stomme
voorval ervoor gezorgd dat we de laatste riksjatochtjes door
Netrakona maakten met Gaby in plaats van onze vriend Rubel.
Normaal zouden we deze avond per riksja
naar het Susang restaurant gegaan zijn voor een laatste etentje
met directeur Subash en dokter Paul, maar we mochten niet meer.
Het was te gevaarlijk geworden. Een moslimfundamentalist wou met
ons een praatje maken, maar Gehlim weigerde hem de toegang tot
het gebouw. De man was immers een belangrijke politici van een
extreme islampartij, die in verbinding staat met Al Qaeda. Daarop
ontstond op straat een zeer hevige discussie met geduw en getrek.
Uiteindelijk is de stichtster van Sus gekomen, een vrouw met heel
veel gezag! Ze nam de man mee naar haar bureau om het uit te
praten. Om de gemoederen op straat te bedaren mochten we ons ook
zo weinig mogelijk laten zien. We wisten immers niet waarover de
ruzie eigenlijk precies ging. Vandaar konden we de riksjas
naar Susang niet nemen en belde men om de wagens. De
riksjadrivers stonden wel nog steeds beneden en dus werden ze
betaald voor het wachten. We mochten eerst zelfs niet naar buiten
om afscheid van hen te nemen, en dat vond ik verschrikkelijk!
Uiteindelijk werd het donker buiten en kon het gelukkig toch. We
gaven hen een pak T-shirts en ik zei tot Rubel:Bye, amar
bundu (mijn vriend) en hij noemde ook mij amar
bundu. Voor mij was dit heel belangrijk. Een moment dat ik
nooit zal vergeten. Het had een lijn getrokken onder de rare
situatie met Rubel en Gaslow, en zo werd mijn herinnering aan hem
weer eentje om te koesteren.
Toen vertrokken we eindelijk in de auto
naar het restaurant. We zwaaiden alle riksjadrivers uit, en het
besef dat ik hen nu nooit meer zal terugzien is ongelooflijk
vreemd. Aan de hele familie zal ik een mooie herinnering bewaren.
De vrouwen deden deze middag sjahajadi op mn handen. Het was een
dikke pap die ze met een stokje in bolletjes op mijn ene hand
kleefden en op mijn andere hand maakten ze kronkels. Er kwam ook
sjahajadi over mijn vingertoppen en nagels. Het moest twee uur
drogen, maar een half uurtje later moesten we van iedereen
afscheid nemen en wreven we de sjahajadi er al af. Toch was onze
huid al heel fel oranjerood gekleurd. De vrouwen hielpen me
(zoals elke vrouw die we tegenkwamen en telkens op een andere
manier) om mijn sari te draperen. Ze hadden ook mijn T-shirt
omhoog getrokken en knikten bevestigend naar elkaar. Ze zeiden
herhaaldelijk Bra! Bra! Een beha kennen ze wel, maar
dragen ze niet. De vrouwen giechelden erom en ik stond geamuseerd
toe te kijken.
Het was een dag vol afscheid en het viel dus heel erg zwaar. Ik kon het niet helpen, maar alle Bengalen die ons nieuwsgierig kwamen uitwuiven, waren verbaasd een huilend blank meisje te zien. Ik had het echt moeilijk met het besef dat ik de meeste mensen wellicht nooit meer terug zal zien. Van Nila kreeg ik nog een hele reeks paarse armbandjes. Ik zal haar missen. En ook Nondon, een leprapatiënt van ongeveer 16 jaar, kwam me twee maal ontroerend knuffelen als afscheid. We hadden koekjes gekocht en alle patiënten, werkmannen en hospitaalpersoneel hadden er gekregen. Voor het echte vertrek gaf ik iedereen een hand. Vele patiënten vroegen me nogmaals te bidden voor genezing, hielden mn hand vast en wilden hem niet meer lossen. Een zieke vrouw begon hartverscheurend te huilen toen ik haar probeerde duidelijk te maken dat ze zou genezen en haar een troostende zoen op haar voorhoofd gaf.
Ook al ging de communicatie met de
patiënten moeilijk en bleef het heel beperkt, toch had ik een
band met hen opgebouwd. Het afscheid van elke man, elke vrouw
viel me zwaar. Zeker ook van de werkmannen. Vooral van de eeuwig
lachende Abulkalam, de 12jarige Rukon, de lieve Pablo en
Sybullislam
en tmanneke natuurlijk, van wie de
naam ik echt niet kan onthouden. Ook het afscheid van verpleger
Attik en Tipu was allesbehalve gemakkelijk. Tipu had ons deze
morgen uitgenodigd voor de thee. Liesbet en ik gaven hem de cake
die we gisteren gekocht hebben. We kregen een soort papje,
shemai. Het was zeer lekker. Tipu leek het ons
vergeven te hebben dat we zijn uitnodiging om bij hem thuis te
gaan geweigerd hadden. Want toen we een foto lieten maken van
Liesbet, ik en Tipu, namen we elkaar vast en achteraf zei hij
tegen Nila dat hij van ons hield. Het is een lieve man, net als
Attik met zn lieve lach. Macho Mamoon stal bij ons vertrek uit
het hospitaal de show door te huilen alsof we zijn allerbeste
vrienden waren. Hij is één van de weinigen die ik niet zal
missen!
Wegrijden in de riksja, weg van het
ziekenhuis deed veel pijn. Want al die nieuwe vriendschappen
werden nu slechts een herinnering. Een stukje van mijn ziel ligt
nu nog in het hospitaal. Ik wil zeker ooit nog terugkomen en hoe
sneller, hoe liever!
Deze middag hebben we bij Abul thuis
gegeten. Hij is de chef van de werkmannen. We noemen hem Maestro.
Het was fijn. Hun huisje is heel gezellig. Ernaast staat een
klein hokje dat fungeert als keuken. Een ketel op de grond met
een vuur eronder, een zwartgeblakerd plafond. Primitief, maar
toch nog chique voor de bengalen! Deze avond aten we dus in
Susang met Paul en Subhash. We kregen een bedankingscadeautje.
Voor Liesbet en ik waren er juwelendoosjes, omdat we zo
zei dokter Paul van juwelen houden. (We hebben ondertussen
zoveel armbandjes gekregen dat ze er al niet meer bij kunnen!)
Nu zit ik hier voor het laatst op mijn
bed in Sabalamby te schrijven, en ik voel nu meer dan ooit dat
Netrakona mij veel geleerd heeft. Morgenvroeg verlaten we tot mn
groot verdriet deze stad, waar ik net mijn weg begon te vinden en
waar ik me net thuis voelde. Ik heb in dit plaatsje mn hart
verloren aan zoveel mensen. Ik heb er veel gegeven maar ontelbaar
veel meer teruggekregen. Die ervaringen, vriendschappen
mooie herinneringen om te koesteren

23/07/04 Damiaanhospitaal Jalchatra 20u30
Vanmorgen ons laatste ontbijt in Sus
Netrakona
Tot onze grote verbazing hadden we plots bezoek:
Rubel, Gotmia en Gaslow stonden beneden aan de poort! Het was
heel lief dat ze hun werk hadden laten liggen om ons nog uit te
zwaaien! Het was het bewijs dat ze ons niet enkel zagen als die
blanken die hen werk gaven en betaalden, maar ook als vrienden,
net zoals wij hen zagen. Ik had al afscheid genomen van de lieve
Reno, die altijd het eten kwam brengen. En toen ook definitief
van de drivers.
De laatste rit door Netrakona, de laatste
keer de gekende wegen zien, de vertrouwde geur ruiken
Slik.
Op weg naar Jalchatra bezochten we even
Riponmia. Zijn moeder is leprapatiënte en kreeg van Damiaanactie
een koe. De vader werkt als steenkapper en verdient 50 takka per
dag. (70tk = 1) Door de overstromingen heeft hij al een
tijdje geen werk meer en heeft het gezin dus geen inkomen.
Riponmia kan bijzonder goed tekenen. Hij kreeg een tijd terug
zelfs een prijs voor zijn kunstwerkjes. Men had het gezin op de
hoogte gebracht van onze komst en daarom had Riponmia een boel
prachtige tekeningen gemaakt. In totaal hebben we er 7 gekocht,
voor elke tekening 100tk. Voor ons heel weinig en voor hen een
grote hulp! Het gezin (vader, moeder en vijf kindjes) kunnen zo
weer een tijdje verder.
We stopten ook voor een bezoekje aan het
Damiaanhospitaal in Mymensing. Een dokter toonde de
voetverzorging met lauwe weekbaden. Hij stelde ons ook de
patiënten voor met gecompliceerde letsels of vergevorderde
tb-besmetting.
Het hospitaal is heel verzorgd, en
volgend jaar zal er waarschijnlijk een
Deze namiddag, na aankomst in Jalchatra,
vertrokken we terug naar de wekelijkse markt van de nabije stad
Madupur. Het was er enorm druk! Mannen troepten weer rond ons
(vrouwen zie je heel weinig op straat), en als ze konden, raakten
ze me aan. Zo voelde ik me veiliger als ik dicht bij Willem was,
want die hield de mannen een beetje op afstand. Gelukkig! Loop
hier als jong meisje alleen op straat en je wordt zeker en vast
aangerand. Willem, Liesbet en ik stonden weer achteraan in de
pick-up. Het was zalig! We zaten telkens vast in
files; eerst op de ananas-, dan op de bananenmarkt.
Ongelooflijk hoe het verkeer (grote vrachtwagens vol fruit,
bussen, riksjas, fietsen, motos en twee autos
met blanken) kriskras door elkaar, vlot moest verlopen. Je doet
er een half uur over een honderdtal meter! De voertuigen rijden
stapvoets en rakelings langs elkaar, onder een luid geroep en in
een wolk van uitlaatgassen. Hoewel dat om te stikken was, heb ik
me er echt geamuseerd. Mannen die op de bananenvrachtwagens
zaten, riepen ons en gaven ons een massa overheerlijke, zoete
bananen. Ze waren zeer blij als ze zagen dat we ze met veel smaak
opaten.
In de hitte van vandaag was het achter in
de pick-up in volle vaart zalig om de wind te voelen! Ondertussen
ging de zon net onder en het landschap was adembenemend mooi! Een
oranje lucht, de weerspiegeling op het water, de vele
bananenbomen, bengalen langs de weg met manden op hun hoofd of
bij hun visnetten
Ik heb er echt van genoten.
24/07 Jalchatra 11u45
Net een rondleiding gehad door het
ziekenhuis. Er zijn heel veel jonge patiënten. Onder andere een
20jarig meisje met zware lepra en een 22jarige jongen, Asad. Hij
is hier sinds eind juni en bij opname woog hij amper 30 kg! Hij
heeft tuberculose, wat wel een ziekte is die je heel jong kunt
krijgen, zoals de 4jarige Giovan in Netrakona. Maar zon
jong meisje met vergevorderde lepra is wel zeer uitzonderlijk!
Hier liggen ook enkele patiënten die
bijna naast het hospitaal woonden, maar zó lang gewacht hebben
om te komen dat hun gezondheidstoestand nu erg miserabel is.
Blijkbaar is er, ondanks het feit dat er voor de behandeling niet
betaald moet worden, helaas nog steeds een grote drempel om te
overschrijden.
Jalchatra is een uitzondering op alle
Damiaanziekenhuizen, want hier kan men ook voor andere ziekten
buiten TB en lepra op consultatie gaan. Er zijn zon 8tal
bedden voor deze ergste patiënten. Anderen worden medicijnen
voorgeschreven of doorgestuurd naar een ziekenhuis van de
regering. In de gang voor de operatiezaal liggen zakken met in
totaal zon 120 000 sputum-potjes (voor het
onderzoek van opgehoeste slijmen), wat voor dit project alleen al
nog niet genoeg is voor één jaar!
De operatiezaal zelf is ook een
verademing in vergelijking met die in Netrakona. Het is er veel
properder en afgeschermd van de gang van de patiënten. Maar
gelukkig
in Netrakona is zon operatiezaal ook een
toekomstperspectief!
19u
Vanmiddag hebben we terug een mandidorpje
bezocht, waar één van de Damiaanmedewerkers woont. Het was weer
een zalige rit. Aangekomen bij de mandis, werden we
verwelkomd met een speciale welkomsdans waarbij ze bloemblaadjes
op ons gooiden. Toen toonden ze nog een hele reeks dansjes.
Ondertussen kregen wij een soort chips en rijstwijn à
volonté. Uiteindelijk moesten ook wij iets doen. We deden (zoals
in het vorige mandidorp) de plopdans en dag mn
rozemarijntje met de kindjes. Het was heel fijn!
Op de terugweg zijn we nog even gestopt
langs de baan naar Madupur. Daar waren er gisteren heel veel
vissers. Vandaag waren er helaas door lichte regen en duisternis
veel minder. We wandelden langs een overstroomd paadje. Heel veel
kada (slijk) en lekker warm water. Ik genoot van het
uitzicht, van het vallen van de avond, de afkoeling. Het was weer
een heel fijn uitstapje, een extraatje, weer een mooie
herinnering erbij
26/07 boot The guide tours Sundurbans 23u
Gisteren vertrokken we uit Jalchatra. We
hadden een lange rit voor de boeg, maar met de nodige fijne stops
onderweg, werd het toch een fijne dag!
Eerst woonden we een mis bij de
Mandipeople bij. Zij zijn christenen. De mannen zaten er rechts,
de vrouwen links. Er werd muziek gespeeld en iedereen zong mee.
Het was een heel stemmige mis. In Bangladesh zijn de meesten
moslim. Op de tweede plaats is er het hindoeïsme en een
minderheid is christen. Boeddhisme vind je eerder in het noorden,
net over de grens.
Een tweede stop was in Puthia, waar we
prachtige, oude hindutempels bezochten. Ze waren ongebruikt en
vervallen. De meeste hindus zijn namelijk naar India
verdreven.
In Kushtia aten we heerlijke
monglas. Toen we in het eethuisje aankwamen was het er
redelijk rustig, maar toen we vertrokken zat het plots overvol!
We mochten van de eigenaars hun eigen toiletputje gebruiken, dat
achter het gebouw lag. Ze lieten ons door een smalle poort en
meteen drumden de bengalen om mee binnen te kunnen. Op het eerste
verdiep van het vervallen huis hingen Bengaalse jongens al
wuivend en roepend door het venster. Wat een drukte!
s Avonds gingen we op bezoek bij de
Baos, een volk dat vroeger rondzwierf en leefde van muziek.
Nu hebben ze zich meestal ergens gevestigd. Ze zijn humanisten;
voor hen is elke godsdienst gelijk. Aklema was onze zeer lieve
gastvrouw. Men had de grond onder de bomen bedekt met tapijten en
er stonden koekjes, ananas, mango, misti (soort snoepgoed),
koekjes, vijgen en limonade voor ons klaar. De baos
speelden en zongen hun traditionele muziek. Het was al donker
toen we er aankwamen, en met enkele olielampjes was het bijzonder
stemmig. Wij en de muzikanten waren omsingeld door andere
baos en mensen van het dorp. Het schijnsel van de
olielampjes viel op hun gezichtjes. Heel mooi om te zien. Na het
musiceren kregen we van Aklema een lekker, maar zeer pikant
avondmaal. Baos zijn arme mensen, maar toch had ze dit maal
voor ons met plezier klaargemaakt. Het was zo ontroerend
gastvriendelijk. Achteraf hebben we haar de onkosten vergoed.
Helaas voelde Aklema zich niet zo goed; ze had al een hele tijd
last van oorpijn. We gaven haar uit onze reisapotheken een
breedspectrumantibioticum. Als het niet zou helpen zullen Willem
en Ingrid met haar naar de specialist gaan in Dhaka. Hopelijk is
dat niet nodig.
Het was een lange dag geworden en na een
overnachting in Shuadanga vertrokken we naar Mongla, waar we de
boot zouden nemen. Onderweg bezochten we een hospitaal van
Italiaanse zusters, waar er vorig jaar een Damiaan
In Mongla, ons eindstation met de
autos, namen we ons intrek in de boot van The guide tours.
Hier zit ik ook te schrijven. Het is vreemd om hier in deze luxe
te zitten en de bewoonde wereld te verlaten. Op de boot staat
geschreven: With us, you are never a stranger
27/07 The guide tours boot, sundarbans
18u
Zo meteen varen we verder. De hele
namiddag hebben we voor anker gelegen op een plaats in de
Sundarbans.
We maakten een wandeling door de open
vlakte van het woud tot aan het strand. Daar zwommen we in de
enige echte Golf van Bengalen. Fantastisch! Het water is er vier
maand per jaar, waaronder juli, zoet in plaats van zout. Het
lauwe water was een zalige afkoeling in de hitte van vandaag.
Zojuist namen we het roeisloepje om door
de nauwe zijriviertjes in het oerwoud te varen, tussen prachtige
bomen, vogels, vlinders en apen!
Terwijl ik dit schrijf, vertrekt de boot.
Het is echt luxueus, een enorm contrast tussen wij rijken
tegenover de zovele arme bengalen. En dat wringt wel. Ook
gisteren toen we met de auto op een veerpont stonden, kwamen er
enkelen bedelen. Hen negeren, de andere kant op kijken, vind ik
zo laf, maar tegelijkertijd besef je dat je echt niets kunt geven
met die massa bengalen erbij
Ik was blij dat we in Netrakona konden
werken, de dorpelingen wisten dat we hielpen met de verbouwingen
in het ziekenhuis. Maar de laatste dagen, en vooral hier op de
boot, voel ik me een pure toerist, en daar hou ik niet zo van.
Het is hier wel heel rustig, en ik heb
eindelijk de tijd om enkele algemene dingen over Bangladesh te
vertellen:
Moslimfundamentalisme:
Buiten het incident bij Sus de laatste
dag in Netrakona, werden we totnogtoe heel vaak geconfronteerd
met het moslimfundamentalisme. Toen we uitgenodigd waren bij
Abul- maestro (de chef van de werkmannen), konden we ook zijn
slaapkamer zien. Daar hing boven zijn bed een affiche van Osama
Bin Laden. Er stond vrolijk bij: Happy christmas. In
Dhaka zag ik een riksja met op de achterkant geen gewone
versiering of reclame voor een Bollywoodfilm, maar een afbeelding
van Sadam. In een T-shirtshop kon je een T-shirt kopen met de
skyline van New York, waarop de WTC- torens nog rechtstaan, maar
waar een vliegtuigje recht naartoe vliegt. Het zijn steeds kleine
aanwijzingen naar het extremisme dat hier (in mindere mate maar
toch) heerst.
Hartal:
Sinds we hier in Bangladesh zijn, waren
er een stuk of 4 stakingen of hartals. Ik weet niet van alle
hartals de reden, maar heel vaak is die omwille van een politieke
moord. De politieke situatie is hier heel labiel. Er zijn
voortdurend botsingen tussen de huidige regering en de oppositie.
Heel vaak worden politici vermoord.
Overal zie je ook verkiezingsaffiches
hangen. Elke politicus heeft een eigen symbool: een stoel, hert,
olifant
Ook op de stembrieven staan deze tekeningetjes. Zo
krijgt ook een analfabeet (de gewone bengaal dus) de kans om te
gaan stemmen.
Merkwaardig is dat er ook vrouwen opkomen
in de politiek en vooral dat een vrouw ook voorzit, terwijl
Bangladesh op en top een mannencultuur is.
Mandis? Vrouwencultuur!
Bij de mandis is het anders: daar
zwaait de vrouw de scepter! Huwelijken worden niet door de ouders
geregeld. Vaak gebeurt het dat een meisje een jongen moet kiezen,
en ze dan samen in een kamer worden opgesloten. Als de jongen kan
ontsnappen, moeten ze niet trouwen. Als ze zo 3 nachten samen
hebben doorgebracht de vrouw heeft de man kunnen verleiden
dan kan het huwelijk doorgaan. Bij de bezoekjes aan de
mandis was het merkbaar dat de vrouw er belangrijk was. De
sfeer was er voor ons heel erg ontspannen.
Rijst of scampis?
Vele rijstvelden zijn door rijken
opgekocht om er scampis in te kweken. Het water wordt
overdag opgewarmd en is dus een ideale kweekvijver. Voor de arme
bengalen die er werken is dit zeer slecht. Ze krijgen voor het
harde werk een minimumloon. Dat geldt ook voor de meeste
rijstboeren, die ook werken voor een grootgrondbezitter. Maar de
gekweekte rijst heeft niet alleen een afzetmarkt buiten, maar ook
in Bangladesh zelf. De scampis, die enkel voor export
dienen, zijn dus geen voedselbron voor de gewone Bengaal.
Slangengevaar:
De rijstboeren krijgen niet alleen te
kampen met slechte oogsten door overstroming, rotting van de
rijst of ziektes, maar ook met waterslangen. Deze dieren
verschuilen zich in de rijstvelden en vallen heel vaak de
werkende boer aan. Hun giftige beet kan zelfs de dood betekenen.
Nu ook dorpen overstroomd zijn, is de kans een slangenbeet te
krijgen nóg groter
We liggen nu vastgeankerd in het midden
van een brede rivier in het oerwoud. Hier zullen we overnachten.
Vannacht sliep iedereen met de kajuitdeur open. Het was
ongelooflijk warm. Ik had ook opnieuw een vriendje in mijn kamer,
mijn tweede Zaza de kakkerlak
29/07 boot The guide tours, richting
Mongla terug 5u
Gisterenmorgen stonden we om half vijf op
om een dauwtrip te maken door het oerwoud met een klein sloepje.
We maakten ook een wandeling door een moerassig stuk mangrovewoud
tot aan de zee, waar duizenden scherven van potten lagen. Hier en
daar lag er ook nog een ongeschonden exemplaar. Ze dateren van
zon 400 jaar geleden. Er leefde aan deze kust een
hindustam, die duizenden van die potten op het strand zetten en
er zeewater indeden. Telkens het water opgedroogd was, bleef er
een laagje zout in de pot achter. Zo leefden ze jarenlang van de
zoutontginning. Door een enorme vloedgolf heeft de hindustam deze
plek verlaten. Ze lieten alle potten achter. Tot diep in het bos
kom je de scherven tegen. Onder de grond zitten vast en zeker
prachtige potten en kruiken, en misschien wel hun hele
nederzetting. Ik heb er moeite mee dat ook wij zon echte
potten meehebben naar huis. Het voelt echt aan als de rijke,
plunderende toerist. Hoe dan ook, het is een feit dat de Bengalen
er zelfs niet aan denken om alles van die Hindustam op te graven
en te bewaren. Daar is geen geld voor. Onze potten blijven nu
tenminste nog heel. Als dat een excuus mag zijn
:-s
Terwijl ik dit schrijf, varen we voor de
laatste keer terug naar Mongla met de privé-boot. Het zal me
goed doen terug onder de bengalen te zijn, want hoewel de
Sundarbans heel mooi en rustig zijn, voelt het niet aan als
Bangladesh. Ik mis de echte Bengaalse drukte. Straks zit ik er
gelukkig opnieuw midden in.
Helaas nadert het einde van de reis
Steamer,
op weg naar Dhaka 21u
Deze nacht stapten we over van de Guide
tours-boot op de steamer (met Gentse motor!). Wij zitten helemaal
boven, in eerste klasse, samen met enkele rijke bengalen. Op
hetzelfde verdiep, maar afgescheiden van ons, is er de tweede
klasse, waar arme bengalen op de grond slapen, op eigen tapijten
en doeken, opeengepakt. Op het onderste verdiep, heel dicht tegen
het wateroppervlak, slapen de allerarmsten. In het midden van dat
vertrek staat de gigantische motor en aan weerszijden ervan in
het water is er een door de motor aangedreven rad. Het maakt een
immens kabaal, en de Bengalen moeten in dat lawaai en die
vochtigheid slapen. Verschrikkelijk.
Wij hier in eerste klasse hebben
tweepersoonskabines, met zachte bedbakken. Er is een lavabo
waarin donkerbruin water stroomt en er zitten verschillende
kakkerlakken onder onze bedden, maar je hoort me absoluut niet
klagen
We hebben het hier fantastisch goed.
Deze namiddag heb ik erg genoten van het
landschap. De met palmbomen begroeide, hoger liggende oevers, de
knalgroene rijstvelden, de zon die af en toe scheen, de hevige
regenbuien die als een sluier over het landschap vielen, de
ronddobberende vissersboten
Telkens als de Steamer stopt bij een
ophaalplaats is er een drukte van jewelste. Een massa mensen
moeten de boot in en maar weinigen stappen af. Het wordt dus
steeds dichter bevolkt in de boot. Zeker in de derde klasse.
Zolang we aan een opstapplaats liggen, komen er ook verkopers van
onder andere kranten, tabak en nootjes aan boord. Sommigen
blijven op de boot tot aan de volgende opstapplaats, anderen
vliegen meteen weer de boot af. Het gebeurde regelmatig dat er
iemand op de boot zat die er niet mocht zijn wanneer hij vertrok.
Die gooiden dan hun schoenen naar de oevers, sprongen in het
water en zwommen naar de kant. De bengalen staan dan te lachen.
Met diegene die overboord sprong, of met onze reactie erop
dat weet ik niet zeker.
We kregen weer meer dan de nodige
aandacht. Tot vervelends toe kwamen dezelfde macho-bengalen naar
ons toe. Eerst riepen ze ons van op een andere boot naast de onze
op een opstapplaats. Even later stonden ze tot onze grote
spijt op ons verdiep. Ze deden teken dat wij hun horloge
of ketting zouden krijgen in ruil voor ons armbandje. En zoals
gewoonlijk leverden ze weer de Amerikaanse film-commentaar.
You are so nice, hi baby, I love you We lieten goed
merken dat we niet gediend waren met hun praatjes, maar macho-
bengalen zijn heel moeilijk om dergelijke dingen aan het verstand
te brengen. Zelfs negeren helpt niet. De cliché- Italianen
hebben hun concurrenten gevonden
In eerste klasse staat in de zaal een tv.
In het Bengaalse nieuws toonden ze beelden van het overstroomde
Dhaka. Ik hou mijn hart vast voor wat er ons straks te wachten
staat. Onze boot heeft momenteel een uur vertraging en voorlopig
is de aankomst in Dhaka voorzien om 9u. Als we onderweg niet
vastlopen tenminste, want het is Luc de vorige keer met deze boot
overkomen. Eens in Dhaka zullen we de riksja, auto of
boot
moeten nemen naar Marinos guesthouse. Het hangt er vanaf
hoe hoog het water zal staan. De toestand is nu naar het schijnt
heel erg (morgen zullen we er normaal getuige van zijn) maar
wordt nog erger verwacht. Binnen enkele dagen is het volle maan
en dus hoogtij. Daarom wordt er op 2 augustus een hoogtepunt
verwacht. Daarna zal het zeker tot in september een rampscenario
blijven. Niet alleen zal het water blijven stijgen (veel water
komt vanuit het Noorden, uit het hoger gelegen India Bangladesh
ingestroomd), ook breken er steeds meer ziektes uit. Men sprak
gisteren nog over cholera. Drinkwater is een groot probleem
geworden. De regering is begonnen zandzakjes aan te voeren, en
voedselpaketten en kledij te verdelen, maar helemaal niet genoeg.
In Dhaka alleen al wonen er tien miljoen mensen
Bovendien
hebben ze veel te lang gewacht met de hulp en heeft het probleem
de kans gekregen te escaleren.
Liesbet ligt al te slapen terwijl ik dit
schrijf. Het was een lange, maar fijne dag. Toch kan ik me niet
ontdoen van het wrange gevoel dat onze laatste Bangladagen
razendsnel aan het wegtikken zijn. Maar zeker ook het onbekende
overstromingsscenario dat ons te wachten staat, houdt me nog
bezig. Ik vraag me af
31/07 vliegtuig, ergens tussen Dhaka en
Bahrein 10u30
De laatste en enige nacht op de Steamer
was een slapeloze. Telkens we aan een opstapplaats aanlegden, was
er immens veel kabaal. Vooral om 2u was het heel druk. De meesten
stapten dan van de boot af. Ik was s avonds voor het
slapengaan een kijkje gaan nemen in 2e
en 3e klasse. Het
was er onmenselijk overbevolkt. Vooral in 3e
klasse lagen de mensen echt opeengepakt. Niet iedereen kon zelfs
liggen, dus was er een groot aantal die de nacht al zittend
moesten doorbrengen. Het was voor ons al een vermoeiende tocht,
het moet voor hen dus echt ellendig geweest zijn. Na 2u was het
grootste deel afgestapt, en keerde de rust terug. De overblijvers
hadden nu gelukkig meer plaats.
Het is ongelooflijk wat je op het
benedendek en 2e
klasse kon vinden
Niet alleen slapende kinderen, vrouwen en
mannen, maar ook manden met ganzen en kippen die vrolijk kakelen
tussen de slapenden.
Vele verkopers van sjaals, pan
(kauwtabak), sigaretten, fruit, kranten en juwelen komen tijdens
het aanleggen op de boot. Liesbet en ik kochten een sjaal van
zon verkoper, en een krantenjongetje verkocht ons een
Bengaalse krant met fotos van de overstromingen in Dhaka.
We gaven het jongetje een petje. Hij was er heel blij mee.
Niet alleen dat aanleggen op
verschillende plaatsen hield me wakker
Telkens ik
ingedommeld was, werd ik weer wakkergemaakt door Liesbet. Een
kakkerlak bracht haar meerdere keren een bezoekje ( hij bleef
wijselijk uit mijn bed J). Het was natuurlijk telkens schrikken
voor Liesbet om weer dat vieze beest over zich te voelen kruipen.
Nuja, insecten horen werkelijk tot Bangladesh. In mijn valies
hebben mieren en spinnetjes hun nest gebouwd. In Sabalamby zagen
we regelmatig spinnen met de grootte van mijn hand. De Bengaalse
vrouwen die ons het eten kwamen brengen, deden die monstertjes
met plezier weg met hun handen. Voor hen zijn ze doodgewoon. Ze
vonden het erg grappig dat er bij ons paniek uitbrak.
Ik voel wel dat ik er zelf ook aan begon
te wennen. Niet aan die kanjers van spinnen, maar wel aan de vele
kleine kruipertjes die gewoon overal zitten.
En ook de schimmelgeur, één van de vele
typische geuren van Bangladesh, dat zelfs in je kleren hangt,
went na een tijdje. Netrakona had een heel specifieke geur. Het
was, na een uitstapje buiten Netrakona, telkens weer een beetje
thuiskomen als je het rook. Het was de geur van kerosine,
benzine, rottend afval, wierook en kruiden. Het lijkt misschien
heel vies, maar het was zon vertrouwde geur dat ik er echt
naar verlangde. Ik hoop dat ik die geur ooit in België mag
ruiken. Het zou een zalig ogenblik Bengaals thuiskomen zijn
Nu, toen we in Shadderghat (de haven van
Dhaka) aankwamen, leek de overstroming nog beperkt. We hadden de
ondergelopen steenbakkerijen gezien (enkel de torens stonden nog
boven water) en hier en daar een overstroomd huisje, maar
het meeste leek nog ongeschonden. Enkele bagagedragers die we
ingehuurd hadden, droegen onze koffers naar het benedendek via
een andere boot (waartegen we door plaatsgebrek vastgeankerd
waren) tot aan de kade. De man die de zakken van Liesbet en ik
droeg, was behoorlijk oud. Hij was heel mager, had grijs haar en
een lange, grijze baard. Hij had een sjaal rond zijn hoofd
gewikkeld en droeg onze koffers (samen zon 40 kg!) gewoon
op zn hoofd. Hij moest telkens door zijn knieën gaan en zo
gebukt een eindje lopen door een gang of op een trap. Ik was bang
dat hij het niet zou halen, hij was zo knokig mager en hij
beefde. Toen we op de kade stonden vroeg ik hem of hij oké was.
Gelukkig wel. Hij lachte, want hij vond het waarschijnlijk een
beetje bizar dat ik zo bezorgd was om hem.
De autos pikten ons op en achterop
de pick-up, reden we naar Marinos guesthouse, waar het
water zon 5 à 10 cm hoog in de straat stond.
(Marinos guesthouse ligt aan een rivier.) De slums die in
deze straat staan, waren voor de helft overstroomd. Toen we terug
naar het centrum reden om er de laatste inkopen te doen, zagen we
pas hoe erg de situatie op sommige plaatsen was. Het water stond
er een halve meter hoog (of hoger soms). Mensen hadden in
relatief droge straatjes een tentenkamp, een nieuwe
slum, opgezet. Opeengepakt, tussen het rottende afval, in de
vochtigheid
Hier en daar was het water felblauw van kleur.
Dit door ontsmettingsmiddelen. Er ontstaan vlug ziektes en worden
nog sneller verspreid. Dat is niet wonderlijk, als je ziet dat
alle mensen in datzelfde water hun afval gooien, zich wassen,
erin naar het toilet gaan, erdoor rijden, varen, fietsen,
wandelen en
ervan eten klaarmaken en drinken. Het is een
echte ramp.
Men deelt hier en daar chloortabletten
uit om het water te zuiveren, en ook kleren en voedsel. In de
krant stond dat de regering in een bepaald overstroomd dorp aan
elke inwoner iets van 100gr rijst gaf en 0.6 takka. 0.6 takka,
dat is zo goed als niets! (70tk=1, een kopje thee kost 2tk)
En het ergste moet gewoonweg nog komen!
Overmorgen, bij volle maan en springtij. Nog tot september zal
het overstromen, en hoe langer het duurt, hoe onhygienischer, hoe
meer zieken en hoe meer doden. En er zijn er nu al
honderden
Gisteravond, toen we samen met Ingrid,
Willem en Lolita uit eten waren, gaf Willem zijn
speech. Wij hadden, zoals hij zei, inderdaad veel
meegemaakt, en zijn getuige geweest van het rampscenario dat 2
derden van Bangladesh elk jaar opnieuw, maar dit jaar extra hard,
moet meemaken. Telkens als het weer wat beter gaat, valt alles
weer in elkaar. Het zal nog lang duren vooraleer Bangladesh echt
aan de betere hand is en wat stabiliteit gevonden heeft. Maar
mister Rafik van het hospitaal in Netrakona vertelde ons dat de
grootste oorzaak van de armoede in Bangladesh niet de
natuurrampen, maar de corruptie is.
Toen we gisteren nog gingen shoppen,
waren er enkele kindjes die ons bij de hand namen, ons geld en
eten vroegen. Hun huisje was overstroomd. Het kleinste zei dat
het water tot onder zijn kin kwam. Ze konden beiden een heel
klein beetje engels, wij een heel klein beetje bengaals, en met
gebaren erbij verstonden we elkaar wel. We wilden hen bananen
kopen, maar zij wilden mango. Dat vonden Liesbet en ik zo raar
(dat ze wat anders vroegen, honger is honger) en we kochten hen
dan maar niets, hoewel we er erg mee verveeld zaten. Ze waren
heel lief en bleven aan onze hand lopen. Liesbet en ik waren
ontgoocheld dat we naar de chiquere winkels waren gegaan in
plaats van naar de gewone straatkraampjes en galerijtjes. Ik wou
nog curry kopen en thee, maar die aankoop wou ik absoluut niet in
die grootwarenhuizen doen. Ik wou geen geld geven aan de rijken,
als ik hetzelfde ook aan een arme kon kopen. Gelukkig ging Willem
met ons mee naar een marktje. Hij moest plots weg, en wij mochten
er nog wat alleen rondlopen. Ik voelde me niet echt op mn gemak.
In de drukte en tussen de mannen kon er altijd vanalles gebeuren.
Toch, de kindjes aan onze handen en ondertussen ook een moeder
met baby die zich bij ons gevoegd had, stelden me wat gerust. Ze
brachten ons terug naar de chiquere winkels, waar de anderen op
ons wachtten. Zonder hen hadden we de weg misschien niet
teruggevonden. We wilden hen cake of koekjes kopen, maar bewakers
van het winkelcomplex stuurden hen bruut weg. We konden zo niks
meer geven, en dat vonden we erg. Met elk wat takkas in
onze hand, lieten we onze chauffeur stoppen toen we hen gelukkig
nog eens voorbijreden, en door het open raam kregen ze wat ze
verdienden. Achterafgezien had ik beter meer gegeven, maar je
moet toch opletten als je iemand iets geeft. De bedragen die ons
heel klein lijken, zijn voor hen vaak groot en we mogen er dan
ook niet in overdrijven. Maar ik ben toch blij dat we toch nog
iéts konden geven.
Na het etentje had Lolita, één van de
meisjes uit een sloppenwijk, waarvoor Ingrid en Willem zorgen,
uit het restaurant de restjes meegekregen. Ze zou het aan haar
moeder geven. Maar toen we buiten aan het restaurant een slum
passeerden, gaf ze de zak aan een oude vrouw en een man. Ze is
heel lief. Willem vertelde dat haar moeder voorlopig toch niks
tekort had, want momenteel logeerden ze bij Willem en Ingrid
thuis. De slum waar Lolita en haar moeder woonden, is volledig
overstroomd en daarom konden ze gelukkig bij hen intrek nemen.
Gisteravond namen we afscheid van de lieve Ingrid. Vanmorgen op
de luchthaven van Willem. Hij is mijn Banglapapa,
want we kregen vaak de vraag of we vader en dochter waren. Deze
maand heeft hij heel veel voor mij betekend. Maar ook Ingrid, die
mn gevoelens op zoek naar Lucpoint begreep en me erin steunde, is
me heel veel waard.
We lieten in Marinos guesthouse een
briefje achter voor Farook en Russel, die er werken. We hebben
geen afscheid van hen kunnen nemen. Maar ze zullen me zeker ook
bijblijven. We hadden gehoopt dat zij ons vanmorgen vroeg zouden
wakkerbellen, maar het was iemand anders. Als het hen geweest
waren, dan zouden we weer het leuke, gebruikelijke ochtendpraatje
gemaakt hebben. Net zoals de eerste nachten in Marinos. Ze
herkenden mn stem, wensten Miss Lievens of Miss Soen een goede
morgen. Dan vroeg ik hoe het met hen was, waarop zij vroegen of
ik lekker geslapen had en of ik straks naar het ontbijt zou
komen. Ze hadden mijn emailadres gevraagd, dus ik krijg nog wel
een mail van hen.
Manik en Rohoman (of zoiets), onze chauffeurs, brachten ons naar de luchthaven. Het was onze laatste rit door Dhaka. Wij mochten Manik zijn fooi geven en we bedankten onze beide chauffeurs. Ze hebben goed hun best gedaan in dat drukke verkeer. Alle gevaren doorstaan en ons veilig overal naartoe brengen in een land als Bangladesh, dat is een kunst!
In de luchthaven werden we overal eerst
doorgelaten. We zijn blank en rijk en hebben dus voorrang. We
waren wel blij dat we niet te lang moesten wachten, maar het is
toch bizar en ongepast om zo voorrang te krijgen. Het doet me
denken aan toen we de boot wilden nemen om naar Lucpoint te gaan.
Ook toen moesten de bengalen voor ons opzij gaan. En ook toen
voelde ik me er ongemakkelijk bij.
De luchthaven had natuurlijk wel nog iets
goed te maken. Toen mijn bagage door de scanner moest, lag er
zoveel op de lopende band, dat mijn keramieken trommel van het
hellend vlak op de grond gedonderd is. Ze wilden hem niet
vergoeden, maar excuseerden zich wel. Ik was niet kwaad, alleen
wat teleurgesteld. En al die tijd tussen Netrakona en Dhaka had
ik mijn instrument meegesleurd
Voor niets. Maar ah, het is
het einde van de wereld absoluut niet! Scherven brengen geluk,
zeker? Immers, Bangladesh heeft me geleerd niet te treuren en te
klagen over materiële dingen en kleine narigheden, maar gezond
te relativeren. De man in de luchthaven was misschien
onoplettend, maar een fout maken is menselijk.
Ik denk dat ikzelf meer mens geworden
ben. Ik heb veel geleerd over mezelf, en veel geleerd van de
Bengalen. De reis heeft me veranderd en zal ook mijn leven in
België veranderen, want straks wacht me nog de cultuurshock, de
aanpassing en het zwarte gat weer in België te zijn. Het was
werkelijk een keerpunt in mijn leven, hoe cliché dat ook klinkt.
Ik ben dankbaar, ontzettend dankbaar, dat ik de kans gekregen heb
om dit allemaal mee te maken. En ik ben ook heel dankbaar voor
alle steun en aanmoedigingen. Van mijn ouders, broers en zus, van
mijn vrienden. Voor het verrassingsfeestje dat me ongelooflijk
ontroerde de voorlaatste dag voor mijn vertrek, voor de welkome
opkikkertjes die Stéphanie en An me meegaven, voor de
fantastische kans die Luc me gegeven heeft, voor de nieuwe
vriendschappen, voor mijn Banglapapa, voor vanalles en nog wat.
Ik zat hier in het vliegtuig eerst naast
Bibi, een Bengaalse, gesluierde vrouw. Het is de eerste keer dat
ze vliegt. Ik hielp haar en vond het jammer dat we elkaar niet
goed verstonden. Ze heeft op haar plaats geen venster en omdat ik
graag Dhaka vanuit de lucht wou zien (de overstromingen, één
wateroppervlak) wisselde ik van plaats met een Bengaalse man.
Nu zit ik naast de slapende Jonas te
schrijven, met mijn gulfair-sokjes en Bengaals T-shirtje aan.
Door mijn raam zie ik een dicht wolkendek onder ons en erboven
een felblauwe hemel. De gigantische propeller van de linkerkant
hangt schuin achter me, en zo af en toe zie ik wat van de aarde.
We vliegen nu boven India. Straks komen we aan in Bahrein, waar
we 11uur moeten wachten op de volgende vlucht en waarschijnlijk
naar een hotel mogen.
Nu ik hier zo zit, na te denken over de
voorbije maand, voel ik dat het meer dan goed is geweest.
Bedankt iedereen, bedankt thuis, bedankt
Banglabende, bedankt sponsors, bedankt Bengalen, bedankt
.
Het was een fantastisch leren, voelen, ervaren
. Ik heb aan
Bangladesh mn hart verloren en ik hoop dat ik ooit op een mooie
dag nog eens terugkan.
Bangladesh, ami tomaake
balobashi
Abar dàkkha hobe!*
*Bangladesh, ik hou van je
Tot
weerziens!