‘DE MORGEN’-FOTOGRAAF TIM DIRVEN REISDE MET DAMIAANACTIE DOOR EEN ZWAAR ZIEK LAND

De asociaalste ziekten die er zijn, zegt De Morgen-fotograaf Tim Dirven over lepra en tuberculose. “Ze treffen zo goed als alleen de allerarmsten, diegenen die ook zonder ziekte al uitgesloten zijn.” De taferelen die hij zopas in Bangladesh meemaakte, zal Dirven zo licht nog niet vergeten: uitgeputte mensen die have en goed, familie en werk moeten achterlaten om met hun laatste krachten bij het ziekenhuis aan te komen. “Genezing is mogelijk als tijdig de juiste diagnose gesteld wordt”, vertelt de fotograaf. “En vooral: als mensen de voorgeschreven behandeling correct en tot het einde toe blijven volgen.” Om dat doel te bereiken werkt de Damiaanactie samen met ‘dorpsdokters’, dorpelingen die een bijzondere opleiding krijgen om tbc en lepra op te sporen en erop toe te zien dat patiënten hun medicatie tijdig innemen. “Helaas, veel zieken zoeken pas hulp als er geen weg terug meer is. Als het licht in hun ogen al gaat doven. Als je het leven al uit ze ziet verdwijnen.

Mensen komen bij het ziekenhuis aan, denken dat ze gered zijn maar sterven dan.” Met zijn 143 miljoen inwoners is Bangladesh compleet overbevolkt. “Privacy is er amper”, getuigt Dirven. “En met de hygiëne is het slecht gesteld.

Hoewel het land gespaard bleef van de tsoenami en voor een keer niet weer alle ellende over zich heen kreeg, merk je goed dat de mensen er de speelbal van de natuur zijn, van het water dus.

Bangladesh ligt pal in een rivierdelta en lijkt soms één grote modderpoel. “Wat is er één week na mijn bezoek van het twintigjarige meisje Rohima Khatoon geworden dat geen 30 kilo meer woog?”, vraagt Dirven zich af. “Of van die oude, uitgemergelde man? Ik weet het niet. Insjallah, zeggen de dokters als de patiënten hen vragen of ze het er levend afbrengen. Nee, ik wist niet wat lepra en tbc voor deze mensen betekenden.” (LD)

Zondag 26 december 2004  

Zaventem, 4u30, net aangekomen op de luchthaven. In spanning sta ik te wachten op de komst van de rest van de groep. Kleine kriebels in mijn buik verraden m’n zenuwen. Zenuwen voor het onbekende, voor m’n eerste vlucht.De tijd kruipt traag voorbij. Eenmaal onze bagage kwijt, gaan we met de groep iets drinken. Ik ben moe en hoop op het vliegtuig wat te kunnen slapen. En dan kunnen we eindelijk richting douanecontrole stappen. We nemen van afscheid van Luc, want die neemt samen met Eleen een latere vlucht. We zouden hen dan ook maar de volgende dag in Bangladesh terugzien.

 De handbagage gaat door de scanner. Geen problemen tot Willem zegt: “Er zit iets verdacht in mijn zak.” Een man laat hem duidelijk zien niet met zijn voeten te spelen. De zak wordt omgedraaid. Een muggenspray wordt in beslag genomen. De eerste hindernis van de reis zit er al op en we zijn nog maar vertrokken, dat belooft…

Brussel – Londen, de eerste vlucht is achter de rug. Nu is het enkele uren wachten geblazen. We lopen wat rond in de taxfree shops, maar al gauw slaat de verveling toe. We ploffen ons dan maar in de zetels, met zicht op wat vliegtuigen. Bert houdt me wakker met wat droge mopjes, Lander krijgt het wat op z’n zenuwen van die droge mopjes. Dan kunnen we eindelijk inchecken voor de vlucht

Londen – Dhaka. Met wat vertraging hangen we in de lucht.

Ik kan de slaap maar niet vatten, ik probeer de tijd te verdrijven met filmpjes kijken, naar wat muziek te luisteren en een maak een babbeltje in gebrekkig Engels met een Bengaalse man die naast me zit. De uren kruipen voorbij. Mijn ongeduld om voet te zetten op Bengaalse grond neemt toe. Na bijna 10u vliegen wordt m’n ongeduld beloond. De eerste kennismaking met het land waar ik al zo lang van droom… eerst is er de controle van de paspoorten, norse Bengalen wenken je met een knikje. Dan richting bagage. Na 2 uur wachten kunnen we eindelijk kennis maken met Willem! De jeeps staan klaar, de bagage wordt ingeladen en dan kunnen we kennismaken met Dhaka by night. Onderweg zien we mensen te voet langs de drukke baan, oversteken zonder te kijken. De mensen bij me in de auto, krijgen de slappe lach, zelf moet ik ook beginnen lachen. De vermoeidheid en het niet weten hoe te reageren spelen me parten!

We komen aan bij Marino Guesthouse. Onze eerste verblijfplaats. We maken direct kennis met de Bengaalse gedienstigheid. Waag het niet zelf je valies te dragen! Ik deel de kamer met Joke. Onze kamer 302 bevalt ons wel, een grote luxe, dit hadden we niet verwacht. We trekken onze pyjama aan en vallen als een blok in slaap, al zou het maar voor enkele uurtjes zijn…

 

 

Maandag 27 december 2004  

Na wat uurtjes slapen worden we gewekt door een Bengaalse mannenstem. Goodafternoon Mam, this is your wake-up call. M’n gedachten vlogen direct terug naar het dagboek van Sam. De herkenning was groot. Ik sprong uit m’n bed, klaar voor m’n eerste echte dag Bangladesh, ik zag er al naar uit.

Na een verfrissende douche, gingen we naar beneden om iets te eten. Net uit ons bed en we krijgen direct rijst met kip en curry op ons bord. Na het eten maakten we kennis met de eerste armoede. Een wandelingetje onder felle Bengaalse zon doorheen de sloppenwijken net naast ons Guesthouse. Bhundu, Bhundu!! (Bengaals voor vriend) Bengaalse kinderen lopen ons achterna, geven je een hand, kijken je met blinkende oogjes aan. Ik moet er aan wennen. Ze vragen om thaka’s. Ik kan niks geven, want geld hebben we nog niet. De tegenstelling tussen de mooie blauwe lucht en de armoede geeft me een vreemd gevoel. Ik neem mijn eerste foto’s. Ze kennen hier Luc en zijn digitaal fototoestel duidelijk al, want ze willen kijken naar de achterkant van m’n toestel, maar er is niks te zien! Ze zijn wat teleurgesteld! Ik kan er ook niks aan doen!

Na een half uurtje keren we terug naar ons hotel, waar we wachten op Willem om te vertrekken richting Old Dhaka! Luc polst naar m’n eerste ervaring met de armoede. Ik weet niet goed wat antwoorden, woorden om te beschrijven wat ik voel, vind ik niet. Ik haal m’n schouders op en bedenk dat ik waarschijnlijk een beetje last heb van de eerste cultuurshock.

We vertrekken met de jeeps richting Old Dhaka. Ik zit in het gezelschap van Bea, Kristien en Luc. We duiken de drukte van de stad in. Je moet weten dat in Dhaka zo’n 10 miljoen mensen wonen. Een wirwar van riksja’s, vrachtwagens, overvolle bussen die in mijn ogen elk moment uit elkaar kunnen vallen, babytaxi’s, wat auto’s, wandelende bengalen. Een hels lawaai, een enorme vervuiling.

Hier geldt echt wel de wet van de sterkste en van degene die het luidst kan claxoneren. Toen ik dit las in dagboeken van mensen die er geweest waren, kon ik mij het niet goed voorstellen, maar nu weet ik verdorie goed wat het is. Ik kan niet goed begrijpen dat mensen hier kunnen wonen, laat staan overleven! Bea voelt haar niet echt op haar gemak in het verkeer, af en toe een schreeuw naast me of een kneep in mijn arm verraden haar angst.

Over een tocht die normaal zo’n 15 minuten duurt doen we ongeveer 2 uur. Een constante confrontatie met starende ogen, vragende blikken, verkopers die hun producten aan de man proberen te brengen. Een bedelaar kijkt me recht in de ogen, ik draai me weg, het geeft me een slecht gevoel, ik kijk terug en schud verontschuldigend m’n hoofd. Dit zou niet de eerste keer zijn dat ik dit zou moeten doen, ik weet echt niet hoe ik moet reageren. Ik voel me machteloos.

Eindelijk komen we aan in Old Dhaka. Het blijkt dat we een auto kwijt zijn gespeeld. Willem gaat kijken of hij ze niet ziet. Wij moeten wachten, wel geteld enkele seconden en we zijn volledig omsingeld door een groep starende Bengaalse mannen. Ze staren en blijven staren. Ze zeggen niks, ze doen niks, ze staren alleen maar. Ik voel me niet echt op mijn gemak, maar ik zal er hopelijk wel aan wennen. Later kom ik te weten dat het een kunst is van te blijven bewegen dan wordt je niet volledig omsingeld.

Na een tijdje komt Willem terug zonder nieuws over de verloren auto. Net op dat moment krijgt hij bericht dat ze al bij de haven zijn. Ook wij starten dan te voet onze toch door kleine steegjes richting de haven. Ik blijf dicht tegen Willem, dan voel ik me wat zekerder. Nadat Willem onze kaartjes gekocht heeft om binnen te gaan in Sadar Ghat, trekken we de haven binnen. We worden verwelkomd door geroep, gezang en gestaar. We krijgen enorm veel aandacht. Ik stel me de vraag als dit door het feit komt dat we blank zijn of door onze crickettruitjes. Als je dan nog eens weet dat de Bangladesh de avond van onze aankomst in lange tijd nog eens gewonnen hadden bij het cricket spelen, kan je je wel voorstellen wat voor onthaal dat tot gevolg heeft.

Het is een drukte van jewelste, hier in Sadar Ghat.

Schamele bootjes leggen aan. Ik moest verdorie goed kijken waar ik m’n voeten plaatste. Ik probeerde wat foto’s te nemen, maar het werd al donker. Hier valt de avond werkelijk, het werd dan ook tijd dat we terugkeerden naar ons Guesthouse. Ik sliep wat op de terugweg, net als m’n medepassagiers(Bea, Kristien en Lieselot).

Aangekomen in ons hotel, fristen we ons wat op, babbelden wat na op de kamer. Na een kwartiertje moesten we al terug beneden zijn om bij Willem thuis iets te gaan eten. Daar maakten we kennis met Ingrid, Willems vrouw, en Lolita, een meisje uit de sloppen waar Ingrid en Willem voor zorgen.

Het eten was heel lekker. Om 23u keerden we terug om van een verdiende nachtrust te gaan genieten. Ik kroop in m’n slaapzak, liet de dag nog eens voor m’n ogen passeren en viel dan moe maar voldaan in slaap!

 

Dinsdag 28 december

 Goodmorning Mam, It’s 8 o’clock. Ik werd opnieuw gewekt door een wake-up call.  Ik nam een douche en trok naar beneden voor een ontbijt. Ik at wat toast met confituur. Na het ontbijt zond ik vlug een mailtje naar huis en ging m’n valies maken. Toen ik terug beneden kwam, waren de mechaniekers al vertrokken om de fietsen te herstellen. Hugo en Lutgard gingen wat wandelen en wij (Eleen, Willem, Joke, Lieselot en mezelf) moesten wachten tot de auto ons kwam oppikken. We hadden dat toch zo begrepen. We moesten wel heel lang wachten, dus besloten we maar wat te gaan wandelen. En de auto kwam niet, achteraf gezien was er een foutje gebeurd in de communicatie met de driver die ons moest brengen. We waren wat teleurgesteld, we vonden dat we onze kostbare tijd hadden verspild, maar we konden de situatie niet meer veranderen. Maar we waren de situatie gauw vergeten. We vertrokken richting het station van Dhaka, waar we de trein zouden nemen naar Srimangal. We moesten een tijdje wachten op de trein. Opnieuw heel wat mensen staarden ons aan en bedelende kinderen kwamen naar ons toe. Een vrouw met haar kindje vroeg iets te eten voor haar kindje. Bert vroeg of ik nog een koek over had. Ik gaf Bert de koek en hij gaf de koek aan het kindje. De stralende lach van het kindje op de arm van zijn moeder is in mijn geheugen gegrift. Het gaf me een goed gevoel.

En daar was dan eindelijk de trein, met gereserveerde plaatsen voor ons. Ik plofte me in de zetel bij Willem, Joke en Eleen. Ik dacht wat te slapen, maar m’n aandacht werd naar het prachtig landschap getrokken. Prachtige beelden, net een goeie film, trokken aan mij voorbij. Ik wist dat Bangladesh een mooi land moest zijn, maar zo mooi.Telkens als de trein stopte, stonden verkopers en bedelaars bijeengepakt aan het raam. Mensen zonder been, arm, oog… Het deed me pijn dat ik niet echt iets kon geven. Geld hadden we nog steeds niet, alleen wat koeken die we nog hadden konden we uitdelen, maar onze voorraad was rap geslonken.

Als de trein stil stond kropen kinderen op het dak van de trein, tijdens het rijden hoorde je hen dan roepen om thaka’s en als je uit het raam ging hangen met je hoofd zag je voetjes of gezichtjes boven op het dak. We hadden er wel plezier mee.

Op een bepaald moment stopten we voor een kwartiertje in een station. Willem ging wat te eten halen, at zelf wat op het perron, maar liet z’n Singara uit zijn hand pikken. Hij moest er enorm om lachen. En wij vonden het allemaal ook wel grappig.

Een vrouw kwam bedelen, maar een bewaker vond dat ze iets te dicht kwam, hij sloeg haar op de hand, de vrouw zat een eindje verder te schreeuwen en te huilen van de pijn. Ik wist niet goed hoe te reageren, opnieuw een moment van machteloosheid, niet het eerste en zeker niet het laatste.

Het verduisterde, ik vond het jammer dat ik het landschap niet meer kon zien. Ondertussen waren Willem en Luc van plaats gewisseld. Luc zorgde voor wat bezigheid bij Eleen. Een kaartspel met de bermudadriehoek. Het was een soort truc, ik kan er nog steeds m’n hoofd over breken, ik vind de oplossing niet!

Na 6uur trein kwamen we eindelijk aan op onze bestemming. We zouden met de riksja’s richting het DFID gaan, maar kennissen van Willem zeiden dat de weg te gevaarlijk was, ze zouden ons voeren met de wagen. Opeengepakt in de auto reden we over hobbelige wegen.

Aangekomen worden de bungalows verdeeld. Joke, Lieselot, Eleen en ik delen een kamer, de andere kamer is voor Hugo en Lutgard.

We bezoeken nog de Manipuri people. Ze deden wat dansen, we kregen wat te eten en dronken thee. Toen keerden we terug richting onze verblijfplaats voor de nacht. We aten rijst met kip en curry (wat anders??!!). En kropen toen veilig in onze slaapzak onder ons muskietennet.

 

Woensdag 29 december 2004  

Vandaag was de eerste fietsdag. Maar deze dag begon niet echt goed, want de eerste Immodiumpatiëntjes vielen. Joke en Jurrian beslisten dan ook een volledige dag in het bungalowpark van Srimangal te blijven.

Na een stevig ontbijt mochten we onze stalen ros gaan uitzoeken. Ik bestudeerde ze één voor één en besloot dan om met stalen ros ‘Annelies’ m’n dagen door te brengen. Na het oplossen van technische defecten aan de fietsen vertrokken we rond 9u voor een eerste tocht van 53km. We waren nog maar 500m ver en de eerste val was een feit. Kristien maakte kennis met de Bengaalse grond, gelukkig zonder veel erg. We fietsten verder over hobbelige zandwegeltjes op en neer door de theevelden. Het was constant opletten geblazen voor de vele putten en bulten en ondertussen proberen te genieten van een prachtig landschap. De schoonheid van de beelden gaf me een onbeschrijfbaar gevoel. Het leek wel een droom! Het was puur genieten en de pijn aan m’n achterwerk was in de verste verte niet in m’n gedachten te vinden. Na enkele kilometers vroeg Willem of we een dorpje wilden bezoeken. We knikten instemmend. Het was verbazingwekkend hoe mensen er met een glimlacht blijven voort doen. Enkele prachtige beelden werden vastgelegd en we trokken weer verder. En plots verscheen de eerste bamboebrug op onze weg. Het zag er mij niet echt gemakkelijk uit, gelukkig brachten enkele dappere bengalen redding. Toen ontstond plots een waar spektakel, alle kinderen die stonden te kijken, klommen het bamboebrugje op.

Je moet wel goed bedenken dat zo’n bamboebrugje bestaat uit een wankele leuning en 2 dikke bamboestokken tegen elkaar. Willem riep me toe dat ik een foto moest nemen. Net op dat moment gaf ik aan de fietsoverzetters een balpen. Ik werd overrompeld door kinderen die ook een balpen wilden. Willem bracht redding. Hij maakte zich wat boos in het Bengaals en probeerde de kinderen een lijn te laten vormen. Ze kregen toen één voor één een balpen. Maar m’n voorraad die ik bij had was rap geslonken. De teleurgestelde gezichtjes van de balpenloze kinderen gaven me een raar gevoel, maar het gevoel dat het “mijn momentje” was geweest primeerde. Het gaf me een gelukzalig gevoel, het idee dat ik toch iets had gedaan voor hen. De schattige glimlachjes en de blinkende oogjes deden trillingen ontstaan in m’n buik, deze keer niet van de zenuwen. We trokken weer verder met onze stalen ros naar een volgend avontuur. Enkele kilometers verder stopten we in een dorpje om iets te eten. We waren weer het evenement van de dag in het dorp. Een groep Bengaalse mannen staarden ons aan en trokken zich van het verkeer niets aan. De starende blikken, ik begin er toch een beetje aan te wennen, maar gewoon zal ik het wel nooit worden. We fietsten verder richting onze verblijfplaats voor die avond. Berg op, berg af, genieten, stoppen voor een foto en terug het stalen ros op.

Na lang zwoegen en met een pijnlijk achterwerk zijn we eindelijk op de Tea Estate geraakt, we werden verwelkomd met een kopje lekkere Bengaalse thee. Er werd beslist wie binnen zou slapen en wie buiten. Bert, Wouter, Lander en Jurrian besloten de koude van de nacht te trotseren. We fristen ons wat op, aten nog wat rijst met kip en curry en zaten nog wat gezellig samen. Luc hield ons nog wat bezig met een Japans spel, enkele mensen vonden rap de truc, wouter heeft er de hele nacht z’n hoofd over gebroken. Om 23u kropen we allemaal onder de wol, om de volgende dag fris te zijn voor een nieuwe mooie dag!

 

Donderdag 30 december 2004  

We verwelkomen vroeg in de morgen Joke, Jurrian, Willem en Ingrid die hadden geslapen in het bungalowpark van de DFID. Ik voelde me niet zo goed. Het idee dat ik moest eten deed me walgen. Ik had geen zin in curry of chapati’s (wat ik normaal doodgraag eet). Ik kreeg dan ook geen hap door m’n keel. Een koek van Joke deed wonderen, ik voelde me stukken beter.

Onze fietstocht zou ons vandaag naar de waterfalls van Madhabkunda brengen. Een tocht van zo’n 44 km. We begonnen onze dag met een bezoek aan de theefabriek. Willem vertelde me dat vorig jaar alles hier nog met de hand gebeurde, ondertussen waren het allemaal machines. De gids leidde ons rond. Op het einde van de rondleiding kregen we allemaal een pak thee.

Toen kroop ik opnieuw mijn stalen ros op. Het zou opnieuw een tocht worden door de heuvelachtige theevelden. Prachtige beelden passeerden opnieuw de revue. Ik wou er eigenlijk gewoon blijven zitten en uren genieten van de beeldschone natuur. Zo’n uitgestrekt landschappen vind je bij ons niet meer. Het is werkelijk zalig om zo ver te kunnen kijken.

Na enkele kilometers stopten we bij een moslimschooltje. We wierpen een blik in de klasjes. Houten bankjes die dreigden uit elkaar te vallen, er viel geen schoolbord te bespeuren. Ik had wel eens graag gezien hoe ze daar les geven.  Ze nodigden ons uit voor thee, maar we weigerden vriendelijk, we hadden immers nog een serieus aantal kilometers te doen over wegen die bestaan uit putten, zand, en putten en zand.

We namen onze fietsen bij de hand, zwaaiden nog wat naar de kinderen en concentreerden ons dan weer ten volle op de baan. We reden door dorpjes, die ondertussen dagelijkse kost geworden waren. Mensen laten hun werk vallen om te komen kijken, vrouwen zie je schuchter kijken van op afstand. Kinderen moeten lachen. Een vrouw op een fiets is in Bangladesh een nog nooit gezien tafereel en die vrouw is dan nog eens blank, een waar spektakel dus.

Ik moest me weer goed concentreren om geen kippen plat te rijden. Ook moest ik af en toe m’n remmen toetrekken voor een koe of een geit die op z’n dooie gemak de weg oversteekt. Ik begin er aan te wennen, want dat kom je hier dagelijks tegen.

Vandaag moesten we ook heel wat overzetjes trotseren. Per vier met de fiets op  een wankel bootje naar de overkant. Eenmaal aan de overkant beginnen we weer aan de welbekende wegen.

Lander bezorgt ons de eerste platte band. Maar het defect wordt door Jurrian vlug opgelost.

De zon gaat al stilaan onder als we door de laatste theevelden hobbelen. We stoppen nog even voor een reeks foto’s en vertrekken dan weer voor de laatste kilometers.

Onderweg pikt Willem een Bengaal op en voert hem naar onze eindbestemming achteraan op zijn fiet. Ik vond het best wel grappig. 

Aangekomen trekken we nog net voor het donker richting de waterfalls. Veel hebben we er niet meer van gezien wat het was echt wel donker. Enkele schoten in het bos schrikken ons op. Willem vertelt dat het stropers zijn van het volkje dat daar in de bossen woont. Joke voelt zich niet op haar gemak.

Samen met Wouter, Bert, Willem en Luc drinken we iets in een plaatselijke “kroeg”. Wouter doet de schrik van zijn leven op doordat Luc het plezant vindt bedelaar te spelen. Gelukkig kon Wouter er achteraf hartelijk om lachen.

Terug in het Upazilla Guesthouse blijkt dat de elektriciteit wat zoek is, het water werkt wel. Enkele mensen frissen zich vlug wat op, want het eten in de Parjatan wacht op ons. Eerst een aperitiefje, Campari met mangosap, smaakt nog zo slecht niet. Frietjes op z’n Bengaals als aperitiefhapje worden warm onthaald. En dan eten we kip met curry en rijst.

Dan keren we terug naar het Upazilla Guesthouse, de elektriciteit is ondertussen teruggekeerd, maar van het lopend water is niks meer te bespeuren.

We doken in de slaapzak, Kristien hield ons nog even wakker met wat moppen, maar we vonden rap de weg naar dromenland.

 

Vrijdag 31 december 2004

 

De laatste dag van het oude jaar. Vol goede moed sprong ik uit mijn bed, ik zag het zitten en toen ik mijn stalen ros ging begroeten vertelde hij me ook wel zin te hebben in een fietsritje.

We trokken voor een stevig ontbijt richting de Parjatan. Een eitje, wat chapati’s, groenten met curry, ons dagelijks ontbijt dus. We zaten gezellig wat te babbelen tot Lander de boel kwam verstoren met de melding dat hij z’n fietssleutel verloren was. Luc schrokte de rest van zijn ontbijt binnen en ging terug naar de verblijflaats om Lander te helpen zoeken. Toen de rest van de groep aankwam was de sleutel gevonden, later zouden we te weten komen dat de sleutel wegzat bij het cadeau voor Bea. Nog heel wat technische defecten aan de fietsen werden opgelost. En met grote vertraging konden we eindelijk vertrekken. We hadden immers zo’n 73km voor de boeg. Het zou goed doorrijden worden want we moesten voor het donker in Sylhet zien te geraken. Door zo’n drukke stad rijden is sowieso niet alles en als dat dan nog eens in het donker moet gebeuren.

Velen hadden vandaag een fysiek of mentaal klopje, nu net ik in vorm was. Het was weer genieten van het landschap, de mensen. Ik kan me moeilijk inbeelden dat er vriendelijker mensen bestaan dan de Bengalen, al zijn er binnen dit volkje ook wat uitzonderingen, zoals ik later nog zou ervaren. Maar we zullen maar zeggen dat de uitzondering de regel bevestigt.

 

We zijn nog maar goed en wel vertrokken of een remprobleem nekt me. Het contact tussen willem en Luc met de Walkie Talkie.wil niet werken.Bert beslist dan maar een spurtje in te zetten richting de rest van de groep. Ondertussen kan Luc toch contact maken. Willem beveelt de rem los te maken en tot bij hen te rijden zonder achterrem.

Ik zet de achtervolging in, wat te rap naar het idee van Luc. Hij roept me toe:” niet zo rap, je moet je niet forceren, ik kan nu ni meer volgen.” Ik vond het best wel grappig. Als ik aankom is de rest ballonnen aan het uitdelen van De Zondag.

Gelukkig is het defect aan de fiets rap hersteld en kunnen we weer verder.

Na 20 km beslist Lutgard op te geven, ze heeft wat last van een opkomende griep. Mannik voert haar rechtstreeks naar het hotel in Sylhet en wij fietsen verder doorheen een landschap van rijstvelden en steenbakkerijen.

We bezoeken ook een steenbakkerij. Kinderen boetseren de stenen in een hels tempo in de juiste vorm. Kinderarbeid is hier de normaalste zaak van de wereld.

Vrouwen en kinderen dragen tot 10 stenen op hun hoofd richting oven, een man zet streepjes bij het aantal keren ze over en weer lopen. Ze verdienen tot 50thaka per dag!(= ongeveer een halve euro.)

 

Op de middag komen we dan weeral aan een plas water die moest overgestoken worden, deze keer kon dit met een super-de-luxe(naar Bengaalse normen dan toch) ferryboot. Enkele fietsen, wat auto’s en heel wat bedelaars maakten de overtocht. Er was blijkbaar een technisch probleempje met de motor, want de overtocht begon maar niet! Luc nam even een kijkje en verklaarde dat er iets was met het contact met de batterij was, we geloofden hem maar op zijn woord. Een bedelend kindje zonder been staarde me aan, Thaka, thaka en staarde me smekend aan, het is moeilijk om nee te zeggen tegen zo’n blik!

Het huilend geronk maakt me los van de blik van de bedelende kinderen, we konden eindelijk vertrekken richting overkant.

 

Enkele kilometers later, hebben we een volgende stop. Kinderen ploeteren door de modder op zoek naar vis. Kristien koopt van een visser zijn mand op, een cadeautje voor Ingrid op deze oudejaaarsdag. Na een foto springen we weer op de fiets, onze toch richting Sylhet verder zettend.

 

Als we Sylhet binnen rijden, valt de avond al. Het is weer een kwestie van concentreren, niet tegen de riksja, naast je, voor je of achter je,rijden En vooral niet denken in welke wirwar je aan het rijden bent. Gelukkig is ons Hotel voor deze avond vlug in zicht.

Ik deel de kamer met Eleen. Eleen had nog geen cadeau, we trokken dan ook samen de stad in om iets te zoeken. Twee vrouwen alleen op stap door een drukke stad als deze, was blijkbaar niet zo’n goed idee.

We stapten dan ook vlug door, op een gegeven moment komen we Bert en Willem tegen. Ze zitten in een winkeltje te babbelen met de verkoper. We lopen vlug binnen, ondertussen zijn we ook verlost van wat mannelijke Bengalen die achter ons lopen. We maken kennis met Titu, een werkelijk vriendelijke Bengaal. We krijgen een theetje, weigeren lukt ons niet, ook al rammelen we tussen onze tanden er geen zin in te hebben. Maar in ons hart zijn we wel dankbaar voor deze Bengaalse gastvrijheid. De tijd begint te dringen en we moeten dan ook richting Hotel. Titu schudt wel 4 keer mijn hand om mij een Gelukkig Nieuwjaar te wensen en zegt telkens erna, Cool lady cool lady. Hij had er ook vooral veel plezier in dat ik zo klein ben, ik heb namelijk de lengte van een doorsnee bengaal, maar Titu was wel zeker een kop en een half groter dan die doorsnee bengaal. Een grappig zicht blijkbaar voor hem.

En dan zaten we gezellig aan de lange tafel voor ons avondmaal. Willem had chinees besteld. En ik moet zeggen dat het smaakte. Er werd weer heel wat afgelachen en toen was het tijd om de cadeautjes uit te delen. We hadden enkele dagen terug naampjes getrokken en moesten dus een kleinigheidje kopen. Ik had ‘Joke’ getrokken, ik hoopte dat ze tevreden zou zijn. En ja, nadat ik mijn cadeau (van Hugo) in ontvangst had genomen. Een longi… ik was wel tevreden. Joke was blij, alleen blijkt dat ze haar armbandjes niet meer afkrijgt! Sorry, Joke!!!! J

 

We zijn allemaal moe van de zware tocht van vandaag en kruipen dan ook voor de jaarwisseling in ons bed, de meeste toch…

Het Gelukkig Nieuwjaar wensen met de nodige kussen zou dan ook voor de volgenden morgen zijn!

 

 

Zaterdag 1 januari 2005

 

Gelukkig Nieuwjaar en 3 dikke zoenen waren de ochtendrituelen van de dag. Het nieuwe jaar en wat begon het goed voor mij (ehum)!!Het was vandaag mijn beurt om immodiumpatiëntje te worden. Ik zag het niet zitten, voelde me mottig en toen ik mijn stalen ros ging begroeten, fluisterde die ook in mijn oor wat ziekjes te zijn.

Ik besloot niet op te geven en probeerde vol goede moed op mijn fiets te stappen. We hadden opnieuw een zware tocht af te leggen, zo’n 68km zouden moeten afgelegd worden.

M’n spieren, m’n botten, het leek allemaal tegen te werken, maar ik, koppige stier, weigerde in de auto te kruipen. De wegen leken nog slechter dan anders, ik dacht er nooit te geraken.

Na een 3-tal kilometer zwoegen over stenen stopten we bij een moslimschooltje.

We kregen thee en een koekje. Een jongen zong een stukje uit de Koran. Ik hoop dat hij niet te zenuwachtig werd om voor ons, Belgjes, te zingen. Na een klein half uurtje moesten we terug de weg op. Het was ons dagje wel, vele plassen water waren op onze weg te vinden. Opnieuw met een man of vier op een bootje, de fietsen mee en dan wachten tot de rest ook aan de overkant is… Zo verliezen we heel wat tijd, maar we hebben dan ook de tijd wat rond te kijken, de beelden in je op te nemen en er proberen woorden aan te geven, maar eigenlijk zeggen die woorden meestal wat ik niet bedoel!

En toen opnieuw een stop in een typisch Bengaals dorpje… Willem vertelde dat dit dorp enkele maanden geleden volledig weggespoeld was. Er lag wat rijst te drogen, maar ver zouden ze niet meer komen. Bert en Willem liet dan ook wat thaka’s achter! Zo zouden ze hopelijk toch de winter doorkomen.

We stopten voor een middagmaal, chapati’s, rijst, curry, singara’s, onze dagelijkse kost dus… het verlangen bij sommige naar de Belgische boerenkost stijgt, bij mij gaat het redelijk, die chapati’s zijn werkelijk heel lekker. Maar die maag en die darmen willen vandaag echt niet mee, het smaakt me niet, een cola’tje kan ik wel verteren.

Bea brengt af en toe wat te eten richting onze fietsbewaker, howja bewaker…Luc dus…

We stampen weer verder richting eindbestemming, het begint echt wel door te wegen, op en neer door het zand

We stoppen om wat te drinken, ik ontdek dat m’n fietszak los is gescheurd. Het is geloof ik m’n dagje niet… Fietsrekkers hadden we niet meer over, gelukkig bracht een riem en de creatieve geest van Luc redding. De zak werd vastgemaakt en ik kon weer verder…

Toen we Sunamganj binnen reden viel de avond, maar gelukkig was het einde van de tocht in zicht…nog even concentreren om tussen de riksja’s door te geraken en het zou erop zitten voor vandaag! Eenmaal aangekomen parkeerde ik mijn stalen ros en streek neer op de trap om een traantje te laten, van geluk omdat ik op de eindbestemming was geraakt… De kamers in het circuit house werden verdeeld, ik deelde de kamer met Lieselot! We babbelden wat over de voorbije dag terwijl ik uitgeput op m’n bedje lag! Klop, klop… over een kwartiertje ga ik nog even de stad in om longi’s en sari’s te gaan zoeken. Wie wil kan mee! Ik sloeg de goede raad van Eleen en Joke om in mijn bed te blijven in de wind en besloot om mee te gaan.… op zoek naar een sari! Ik kocht een sari, een t-shirt en een laken met de Bengaalse tijger op. We gingen op zoek naar de rest! Ik had wat te maken met Bengalen die hun handen niet konden thuishouden, maar ik probeerde ze door een stomp op hun plaats te zetten, maar blijkbaar hadden ze de boodschap toch niet volledig begrepen. Ik zocht m’n toevlucht bij (kleine) Willem. Gelukkig konden we gauw met de riksja’s terug… Wouter hield me gezelschap! Aangekomen trok ik direct richting de kamer van Bea en Kristien, om even te kijken of ik geen koorts had. Kristien voelde zich geroepen even verpleegster te spelen. Gelieve plaats te nemen in de wachtkamer, de dokter komt zo meteen… m’n eerste echte lach van de dag was een feit. En inderdaad mijn vrees werd bevestigd! 38° was het verdict, het viel gelukkig nog mee. En een dafalgan deed wonderen… We moesten de stad nog in om iets te gaan eten, we zaten in een gezellig restaurantje, een voorgerechtje smaakte echt goed (een omelet), maar meer kon ik niet binnen krijgen. Anderen speelden met veel gemak wat echt vettige frieten naar binnen en zouden de dag erna er goed last van hebben (hé Bert…)

Na wat gezellig te hebben nagebabbeld moesten we terug richting het Circuit House. Ik kroop in m’n slaapzak, babbelde nog wat met Lieselot en dan was het oogjes toe en snaveltjes dicht… en ik fietste richting dromenland!

 

Zondag 2 januari 2005

 

Een verdomde Belgische mannenstem (die van Luc…) haalt mij uit m’n heerlijke droom… Vandaag zou het een dagje zonder fietsen worden, of toch bijna… We stonden op, verzamelden het nodige gerief voor een nacht en twee dagen boot en  bonden die op de fiets. We gaven de rest van onze bagage af aan de drivers, die we over 2 dagen zouden terugzien in Netrakona.

Toen sprongen we voor een kilometertje of twee op de fiets. We naderden, want in de verte zag ik twee luxueuze cruiseschepen (naar Bengaalse normen dan toch) dobberen op het water! We plaatsten onze fietsen op de boot en gingen nog even in het plaatselijke dorpje een ontbijt nuttigen, ondertussen werden er wat inkopen gedaan (bananen, water, mandarijnen, koffie, cake…)  Chapati’s, een omeletje, een theetje, het smaakte ons wel… na een half uurtje begaven we ons richting ons cruiseschip. Ik zou één en een halve dag het gezelschap krijgen van Bea, Kristien, Hugo, Lutgard, Willem en Luc. Ik zat daar dus tussen het bendetje volwassenen van de groep, maar ik vond het helemaal niet erg. Het humorniveau van Kristien stond goed op peil, die ochtend hebben we dan ook eens goed gelachen! Rond 10u30 kregen we van onze persoonlijke chef-kok met zijn Mcdonalsklakske een koffietje en Bea toverde een pak koeken tevoorschijn. Na de koffiepauze stopten we in een dorpje om kippen te gaan kopen, de meeste gingen van de boot af, ik werd dan maar bewaker en Bert kwam me wat gezelschap houden. We waren in het dorp waar we hadden aangelegd weer de attractie van de dag, in enkele seconden tijd stond de kade (howja kade) vol met starende Bengalen. Onze stuurman en chef-kok hadden moeite hen van ons cruiseschip af te houden… ze riepen boos naar sommige naderende mannen en kinderen, ik wou dat ik begreep wat ze zeiden…

Na een klein half uurtje vaarden we terug op de uitgestrekte wateren, ik besloot me wat op het dek te leggen en te genieten van de zon, maar voor ik het wist, zat ik dromenland. En toen naderde het middagmaal, kip met rijst en curry voorspelde ik, en wonder boven wonder, mijn voorspelling kwam uit! Onze chef-kok verlaagde zich even tot butler en stond om de minuut naast je met de kip of de rijst! Die Bengaalse gedienstigheid…

We aten gezellig samen ons middagmaal op, de anderen van de andere boot waren ook overgekomen! En na het middagmaal keerden ze terug richting eigen boot!

Ik bleef op het dek zitten en voor ik het wist was ik weer aan het dromen van fietsen en fietsen en fietsen… Toen ik terug wakker werd begon de avond al te vallen… Ik moest van mijn medereizigers nog een beetje op het bankje komen zitten om te genieten van de ondergaande zon en het ver kunnen kijken… Net voor het donker installeerden we ons matje en onze slaapzak en toen legden we aan in Gulabari. Een klein dorpje die enkele maanden terug volledig in nood zat. De fietsgroep van oktober had er dan ook een hele hoop geld achtergelaten!

We gingen even naar het toilet bij de plaatselijke politiepost, beter dan het boottoilet (= een plank uit de vloer)  Toen maakten we een wandelingetje door het dorpje, ondertussen was het echt donker geworden, ik zag geen steek, het heeft dan ook niet veel gescheeld of ik had kennis gemaakt met de Bengaalse grond.

We werden uitgenodigd om te komen zitten. Drie mensen konden plaats nemen op een stoel, de rest moest blijven recht staan, wat we niet erg vonden, maar de plaatselijke bewoners besloten dat wij op een stoel moesten zitten en zochten dan het volledige dorp af voor een stoel.

Toen we met de groep terugkeerden waren ze Tivial Persuit aan het spelen…Ik kroop erbij om wat te luisteren. Ze amuseerden zich en ondertussen kreeg ik een mentaal klopje. Het werd me allemaal wat te veel, wij met die verdomde luxe en zij, zij hadden niks, wij zaten gezellig een gezelschapspelletje aan het spelen, terwijl zij dag en nacht voor hun leven moeten vechten. Voor hen is het immens koud, terwijl het voor ons een lekker zomerweertje is… ik walg er plots van! We kregen nog wat te eten, ik at wat rijst en een ei! Het ging me echt niet, ze moesten niet komen vragen wat er was of ik kreeg tranen in m’n ogen…

Na het eten babbelden we nog wat en toen vond ik eindelijk de weg naar mijn slaapzak, ik was blij dat ik nog even kon liggen denken op mijn eentje!

En toen vaarde ik richting dromenland…

 

Maandag 3 januari 2005

 

Ik werd vanmorgen vroeg gewekt door het gekraak van de planken boven me op het dek en het geluid van het ontwaken van het dorp! Ik trok m’n gewone kleren weer aan en ging even een kijkje nemen! Ik hoorde dat onze dauwtrip rond the beels niet doorging, anders zouden we te veel tijd verliezen en zouden we te laat zijn om onze 35km van vandaag te fietsen! Ook onze stuurman wou zo vlug mogelijk naar huis, verstaanbaar…

Voor we vertrokken deelden we nog wat tandenborstels uit, we werden bijna overrompeld! Enkele mensen waren boos omdat ze er geen hadden, maar wij konden er ook niet aan doen dat we er geen meer hadden, maar toch gaf het me een soort schuldgevoel. Er waren zeker mannen bij die meer dan drie tandenborstels hadden kunnen veroveren, het was zo oneerlijk tegenover de rest van het dorp! Ik begreep wel dat ze voor hun eigen leven vechten…maar toch…

Na enkele uurtjes varen legden we even aan in een dorpje, we zouden even de benen strekken! Er was een marktje, wat winkeltjes, we slenterden er door… na een kwartiertje draaiden we ons om en wandelden weer richting het water, maar we kwamen een man tegen die ons binnenvroeg in zijn huisje. Hij was christen en de enige van zijn dorp die geen Hindu was. Een heel vriendelijk iemand, hij had een dochtertje Maria. De man gaf Maria in Luc zijn armen, maar Maria vond het niet zo plezant. Ze begon te wenen, de papa nam haar dan ook direct terug! Hij had ook een zoontje, de naam ontglipt me, hij toonde ons zijn schoolboekjes… maar we moesten terug.

Een klein uurtje later kwamen de anderen over van de boot samen met hun fiets, we zouden de tocht verder zetten met één boot…We kregen nog een middagmaal (rijst met kip en curry dus…) en dan zetten we terug voet op het vaste land. We bezochten daar, in Kalmakunda, een post van de Damiaanactie, waar we uitleg kregen hoe ze ontdekken dat iemand tbc of lepra heeft. We zouden normaal nog het kliniekje bezoeken, maar er was weeral eens tijdgebrek! We hadden immers nog zo’n 35km voor de boeg richting Netrakona!

En Willem had direct de vorm te pakken, hij flitste voorwaarts… ik besloot het maar op mijn gemakje te doen, ik zou er ook wel geraken! Luc hielde me wat gezelschap, wees me op wondermooie beelden, stopte voor een foto… ik was blij dat ik niet aan het crossen was bij Willem! Enkele kilometers later hergroepeerden we en dronken een cola. En voor de verandering waren we weer omringd door één en al Bengalen.

Netrakona naderde, nog even opletten voor de riksja’s en de slechte wegen en Sabalumby kwam in zicht. Hier in Sabalumby hadden ook de bouwkampers van de voorbije zomer gelogeerd. Voor sommigen onder ons was het dus ook een prettig weerzien…

Voor het avondmaal trokken we nog even de stad in. Er was een internetcafé en we maakten kennis met Mr. Kahn. Mr. Kahn is eigenaar van een winkel, een heel vriendelijk iemand. En Mr. Kahn vond vooral Eleen leuk…

Om 20u gaan we eten… kip met rijst en curry, we babbelden nog wat… Na het eten beslisten de meeste om rechtstreeks onder de wol te kruipen. Jurrian, Bert, Wouter, Lander, Luc en ik wilden nog graag eens naar een muziekwinkeltje! De jongens kozen allemaal hun trom uit, de winkelier maakte ons duidelijk dat het nog een tijdje kon duren, we besloten dan ook om een theetje te gaan drinken. Na een kwartiertje wandelden we terug… ze waren bijna klaar, nog juist de afwerking! Het jongetje, waar ik zijn naam jammer genoeg ben van vergeten, trok een lint door. Het zou dus toch nog een beetje wachten worden…, het zandmannetje had ondertussen wel zijn weg al gevonden naar mij en ik begon dus echt moe te worden… ik was dan ook blij als ik eindelijk m’n slaapzak in kon duiken…

 

Dinsdag 4 januari 2005

 

Nog voor de wekker afgaat wordt ik gewekt door het vroege straatlawaai en de zagende zangstem van onze moslim… ik kan de slaap niet meer vatten en besluit dan ook maar op te staan. Even naar het toilet, een douche… en dit allemaal zo stil mogelijk om mijn kamergenoten die vredig liggen te slapen niet te wekken. Het vreemde is dat ik hier echt geniet van het vroeg opstaan en het stilletjes luisteren naar het ontwaken van Bangladesh… het geeft me een speciaal gevoel waar ik geen woorden voor heb… het lijkt wel of ik de zon hoor opkomen…

Na het ontbijt die bestond uit chapati’s en groenten met curry en een koffietje kregen we opnieuw wat uitleg over de werking van Damiaanactie en het vluchthuis van Sabalumby. Willem vertelde ons dat we het vluchthuis niet zouden bezoeken, ik vond het enorm jammer, maar stak mijn teleurstelling weg. We mochten wel even hun shop bezoeken… en ze zullen geweten hebben dat wij daar waren geweest! Ik kocht het Nieuwjaarscadeautje voor m’n zus en m’n mama daar, zo had hun cadeautje ook een speciale betekenis.

Kristien en ik waren de laatste, we moesten ons haasten want we moesten nog een bezoek brengen aan de micro credit en een hulpgroep voor adolescenten. Als we bij de rest van de groep kwamen, gaven we vlug onze gekochte spulletjes af aan Mannik en sprongen op de fiets! En de bezoekjes waren best nog interessant, een meisje schreef haar naam op het bord, ik schreef de mijne er naast, jammer dat ik niet goed tegen het meisje kon praten…ze voerden ook nog een zangnummertje op en toen was het onze beurt, we besloten dan maar vrolijke vrienden te zingen…

En dan richting de micro credit… De vrouw probeerde wat uitleg te geven… we konden haar niet goed verstaan, ze vroeg of er nog vragen waren. Luc wou weten wat er gebeurde als de koe, die de vrouw haar opbrengsten bezorgde, doodging! Ze dachten dat hij het over de vrouw had die doodging! Ik was wat teleurgesteld… zo’n slechte communicatie, zij verstaan ons niet en wij hen niet… op zo’n moment wil je zo graag Bengaals kunnen praten en verstaan… was Willem er maar bij die zou het wel wat kunnen vertalen hebben!

We wilden terug vertrekken richting Sabalumby toen we ons plots herinnerden dat de achterband van Hugo’s fiets plat stond. We hadden geen materiaal om het defect te vermaken. De fiets werd dan ook op een riksja gezet en Hugo erbij! Ze zouden het defect herstellen aan Sabalumby, waar het nodige materiaal in de jeeps lag. Ondertussen vertrokken we met een deel van de groep naar het ziekenhuis van Netrakona. De renovatiewerken waren ondertussen volledig uitgevoerd, die van de zomer hebben goed gewerkt J! Het eten was lekker ook al was het weer kip met curry en rijst! Na het eten bezochten we de kliniek, ik voelde me wat ongemakkelijk om zomaar binnen te lopen in de kamer van de patiënten, ik voelde me er wat raar bij. En toen moesten we nog 40km fietsen. Gelukkig vertelde Willem ons dat er op enkele kilometers van Mymensingh een boot kon genomen worden. En vandaag was het weer het gewone parcours, zand met keien en keien met zand en misschien ook ja zand met keien! Ik moest weer een beroep gaan doen op mijn stuurvaardigheid! En toen was er eindelijk de boot en de muziekklassiekers van onze jeugdjaren werden luidkeels gezongen! Ook herinneringen aan jeugdprogramma’s uit de goede oude tijd werden bovengehaald.

Toen we terug op het droge waren, klommen we door het zand naar boven om nog een tiental minuutjes te fietsen richting Hotel Amir in het centrum van Mymensingh. Eenmaal aangekomen plaatsten we onze fietsen op het balkon van het hotel en vertrokken richting kamer. Ik deelde de kamer met Eleen. Ik besloot om een warme douche te nemen! En wat deed dat deugd!

Rond 20u vertrokken we naar een chinees restaurant met de riksja’s. Die ik deelde met Wouter, voor de tweede maal! Joke maakte na enkele meters kennis met Bengaalse grond, gelukkig zat ze vlug weer veilig in de Riksja! In het gezellig restaurant maakte we even kennis met de Bengaalse maffia, volgens Lander en Bert dan toch. Ook zocht een kakkerlak toenadering tot Jurrian, maar hij was duidelijk niet geïnteresseerd in de kakkerlak! Toen we na het eten buitenkwamen stonden onze riksjadrivers te wachten. Aangezien Wouter al het gezelschap had van Joke, ging ik bij Luc zitten. Aangekomen aan het hotel, besloten enkelen nog te gaan wandelen, de anderen gingen onder de wol en anderen zouden nog een telefoontje naar ons Belgielandje plegen. Na een klein half uurtje zat onze wandeling er op… en Luc kreeg zin in een appel. Hij nam dan ook de benen richting stalletje en kwam samen met Willem terug met wat fruit om fruitsla te maken. Maar van de fruitsla is niet veel in huis gekomen. Een stelletje Bengalen nodigde ons uit voor een whiskytje, ik had geen zin, maar ze besloten dan maar 2 cola’s te bestellen. Drinken zou ik wel…

Klokslag 23u mompelde ik een slaapwel en trok richting mijn kamer. Op naar een volgende dag…

 

Woensdag 5 januari 2005

 

En mijn dag begon met een stevig ontbijt… eitje, banaan, toast… Na het ontbijt vertrokken we richting het Damiaanziekenhuis van Mymensingh, waar we zouden zien hoe leprapatiënten hun wonden weken en daarna de losse stukjes vel afschrapen met stenen. Ik had nog steeds een beetje last van het zomaar binnenwandelen in de kamers van de patiënten! In een apart kamertje lag een baby’tje die enkele weken oud was en immuun is tegen de medicatie van tbc. Ik vond dit echt schrijnend en had het toen de dokter het vertelde het er ook echt moeilijk mee. Ik wou dat ik iets kon doen, maar in zo’n situatie sta je volledig machteloos, een ongemakkelijk gevoel bekroop me!

Toen we de rondleiding voortzetten, besliste ik vandaag niet mee te fietsen. Mijn fysieke en mentale toestand liet me wat in de steek en ik wou de andere niet tot last zijn.  Na de rondleiding liet ik het weten aan Willem. Hij vond het oké! We stapten terug in de jeeps richting ons hotel. Waar we de valiezen beneden plaatsten en onze fiets ook terug naar beneden droegen. Mannik nam mijn fiets en hing hem aan de achterkant van de jeep. De rest zou vertrekken voor een tocht van 70km! Ik wenste hen veel geluk en zwaaide hen na. En ik moest in de jeep gaan zitten. Toen kwam een vader met zijn dochter vragen of hij een foto mocht trekken. Met veel plezier knikte ik instemmend. De vader van het meisje trok wel 5 foto’s en knikte dan om me te bedanken. Een welgemeende glimlach was mijn antwoord! Ik had vooral plezier met het trotse gezicht van de vader, mijn dochter met een blank meisje, zag ik hem denken!

En toen vertrokken we ook wij, Mannik loodste de jeep door het drukke verkeer en moest na een kilometer wachten op de pick-up die in de verste verte niet meer te bespeuren viel. Ik keek met veel plezier naar de riksja’s die voorbijreden en soms wat van de weg afraakten door zo te kijken naar het blanke meisje in de jeep! En toen was Mannik daar terug! We moesten weer verder. Na nog eens een klein aantal kilometers stopten we opnieuw, deze keer moest de pick-up tanken. Ik had geluk, ik was omringd door een pracht van een landschap. Ik genoot met volle teugen!

We reden verder en Mannik probeerde een beetje te vertellen tegen me. Over zijn T-shirt die hij blijkbaar van een Belgische had gekregen. Ik vertelde hem als ik zou terugkomen ik hem ook een Belgisch T-shirt zou geven! Een bulderende lach en blinkende ogen waren het antwoord! Over waarom ik niet meefiets, over wat ik vind van Bangladesh, over de walkie talkie…

Onderweg waren ze asfalt aan het platvegen. De asfalt is nog niet volledig droog, maar toch rijden de auto’s en de riksja’s er zonder nadenken over! Ik kijk verwonderd naar dit spektakel. En bij ons gebeurt dat allemaal met machines en hier vegen ze de boel gewoon plat met een soort spade! Iets dat zo vanzelfsprekend is bij ons, zullen ze hier in the middl of now where nog nooit van gehoord hebben waarschijnlijk.

Enkele kilometers later stoppen we, Mannik maakt me duidelijk dat we moeten wachten op een teken van Willem. Samen gaan we op zoek naar een fles cola, maar die vinden we niet, maar een fles 7up vind ik ook meer dan oké hoor Mannik. Als we de fles gekocht hebben keren we terug naar de auto. Mannik doet de deur open, maakt me duidelijk dat ik er in moet zitten en er in blijven! Als een mannelijke Bengaal te dicht in mijn buurt komt, roept Mannik er eens goed op en de Bengaal vlucht weg. Ik vind het allemaal best nog grappig! Toch staan af en toe wat kinderen aan mijn raam, die smeken om een foto, ik neem er dan ook een paar! En dan val ik in slaap, Mannik komt me af en toe wakker maken met de vraag of Willem al gewalkietalkied heeft! Ik moet hem altijd teleurstellen, hij probeert dan zelf maar! Na enkele keren geprobeerd te hebben Willem te bereiken, horen we plots de heldere stem van Willem: yes, Mannik! Een schitterende glimlach op het gezicht van Mannik doet me ook glimlachen! Willem zegt Mannik verder te rijden. Enkele kilometers verder stoppen we en deze keer mag ik wel mijn ‘kooi’ verlaten. Ik maak kennis met een jongetje die 4 woorden engels kent: What is you name? Wanneer ik hem naar zijn naam vraag, verstaat hij me niet meer. Ik probeer wat Bengaals te spreken, maar veel verder dan Kémon Achen? En Balo! geraken we niet. We moeten dan beiden maar lachen. Ik besluit wat balons uit te delen. Het jongetje stelt zijn familie voor. Twee vrouwen, een klein kindje en een kindje die iets jonger is dan het jongetje zelf. Ook zij krijgen een ballon en een balpen. Een aarzelende glimlach, iets in het Bengaals. Ik begrijp het niet, ik haal verontschuldigend m’n schouders op. We moeten beginnen lachen, net op dat moment komt de fietsende groep toe! Ik doe teken dat ik even naar de groep moet, ze glimlachen, ik vraag me af of ze verstaan hebben wat ik probeerde duidelijk te maken! Ik eet een droge koek van Luc, babbel wat met Bert, Wouter en Willem. Zij moeten nog verder fietsen en wij mogen doorrijden tot in Jalchatra! De vele verhalen over “het paradijs” maken me benieuwd! Het duurt niet lang of we staan voor een poort met daarop Jalchatra Hospital, Damien Foundation Belgium! We rijden binnen, oké inderdaad dit is het paradijs. Ik word er stil van!

Ik word direct verwelkomd door de directeur van het ziekenhuis. Hij toont me mijn kamer! Ik bedank hem en hij vertelt me dat ik maar moet roepen als ik hem nodig heb!

Ik plaats mijn gerief in de kamer en besluit een wandelingetje te maken. Ik loop wat rond, knik goeiedag naar de verpleegsters en tuinmannen die ik tegen kom, met de patiënten die buiten zitten probeer ik een babbeltje te slaan! Dan ga ik tegen een boom zitten en plots komt er een Bengaal naar buiten met een stoel. Hij babbelt wat tegen me, vind mijn naam enorm grappig en herhaalt hem waarschijnlijk dan ook tien keer en zegt telkens opnieuw nice name! De man noemt Ronshed of zo, ik vind die Bengaalse namen echt niet makkelijk om te onthouden en uit te spreken, maar zij vinden het waarschijnlijk ook van de onze! Een heel vriendelijk iemand! Ik zal hem me nog lang herinneren! En dan komen de eerste fietsen aan… in stukjes en in brokjes volgt de rest van de groep! Lieselot en Kristien waren zelfs voorbij gereden, Luc moest dan ook nog even verder rijden om ze te gaan halen! De meeste namen een koude douche en dan vertrokken we richting “the mandipeople”. Een Christenstam die in Torhout en omstreken bekend staat om zijn rijstwijn. Na de vele verhalen over de slechtheid van de smaak van de wijn, was ik op het ergste voorbereid, maar het viel nog best mee! We werden ontvangen met bloemen en ze dansten. Ook wij moesten een liedje zingen, eentje solo gezongen en ééntje met de groep. Lutgard nam de solo op zich en het liedje met de groep werd dan maar de mosselman! We dansten nog wat met de Mandi tot Willem er ons op wees dat we doormoesten. Ik nam met pijn in het hart afscheid van dit volkje. Willem vertelde me dat ze zeker nog de hele nacht zullen doorfeesten! In de auto zat ik in het gezelschap van Bea, Kristien, Luc, Willem en Lieselot. Er werden heel wat liedjes uit de oude doos gehaald, ja nu hadden we wel inspiratie! Ook Y viva Espagna moest er door, ik mijmerde even terug naar de tijd van Carmen, wat leek dat ver weg! We zagen heel wat jakhalzen onderweg, of toch de ogen van die beestjes!

En toen wachtte ons avondmaal, eerst soep en dan frietjes met gewone gebakken kip. Dit werd met een warm applaus onthaald!

Na het eten zaten we nog wat gezellig bij de open haard. De meeste gingen dan ook rap naar hun bed, want morgen wacht ons opnieuw een drukke dag Bangladesh!

Donderdag 6 januari 2005

 

Na het ontbijt bezoeken we het ziekenhuis van Jalchatra. Opnieuw een harde confrontatie met de realiteit van tbc en lepra, ik kan er niet goed aan wennen dat ik zomaar bij die mensen binnenval, maar ik heb toch niet zo’n last meer van het wrange gevoel dat ik in het begin had! Op een bepaald moment vraagt de dokter aan een patiënt het verband van rond zijn tenen los te maken, uit zijn dikke teen komt dan ook een volledig verband, een holle teen had die man. Ik keek weg en keek dan nog eens terug om te kijken of het wel echt was, ik kon het niet goed geloven! De meeste konden er niet goed weg mee, een grapje van Kristien: Hij kan roken met zijn teen!

Na het bezoek aan het ziekenhuis, bekijken we nog een PowerPoint over Bangladesh en de werking van de Damiaanactie. Het zijn enorm harde cijfers die op je afkomen en je kan het je ook niet goed voorstellen!

Net voor de middag vertrekken we terug met de jeeps richting Mymensingh, waar we de trein naar onze thuisbasis, Dhaka, zouden nemen. Onderweg zag ik weer heel wat taferelen. Bea en ik zagen ook een lijk op zo’n kar liggen. Het doet enorm raar om zo’n dingen te zien en je weet echt niet hoe je er op moet reageren. In de auto zat ik op de voorbank naast Willem. Wat krap, maar goed te doen. Ik was blij dat ik nog eens in de aanwezigheid van Willem was, want ik begon te beseffen dat het einde stilletjes aan het naderen was en dat ik hem verdorie zou missen als ik weer in België zou zijn! Hij vertelde ook wat hij al allemaal in zijn leven had gedaan en hoe hij uiteindelijk in Bangladesh terecht was gekomen!

Eenmaal terug in Mymensingh gingen we op zoek naar het station, dat Mannik zo zeker van wist dat hij het wist zijn, niet dus! Een man van de Damiaanactie zou ons dan helpen plaatsten te vinden op de trein, zodat we de treinreis konden neerzitten! Het is hem goed gelukt en we hadden dan ook allemaal een zitplaatsje! De volledige treinreis werden we omringd door Bengaalse mannen, die wat te dicht stonden. Ik was blij dat ik aan het raam zat, sorry Eleen!!! En ik was ook blij dat ik in slaap was gevallen. Zo wist ik niet wat er allemaal gebeurde. Op een bepaald moment kwam er een engel uit de hemel gevallen. Een vrouw, Dipa, kwam naast Eleen zitten! We zaten misschien wat krap, maar Eleen was tenminste verlost van de Bengaalse mannen die te dicht kwamen!

In gebrekkig Engels knoopte Eleen een gesprek aan, ik volgde wat! Dipa gaf Eleen ook twee armbanden… heel lief van haar… jammer dat we haar niets konden teruggeven! Dipa moest van de trein en de halte er na was het onze beurt. We waren terug in Dhaka. We namen een taxi naar de Marino Guesthouse, aangezien onze drivers nog onderweg waren naar Dhaka via de dodenweg! We werden direct opnieuw geconfronteerd met de drukte van de hoofdstad. De chauffeur wist het hotel niet zijn, gelukkig kon Luc zich toch een beetje oriënteren en zijn we goed aangekomen in ons hotel. En inderdaad onze drivers waren nog niet aangekomen! We kregen elk onze kamer, dezelfde van de vorige keer, 302 zou dus nog voor een nachtje en een half nachtje onze slaapplaats worden. Om 20u zouden we eten, nog wat tijd dus, maar de bagage was nog niet aangekomen, dus veel konden we niet doen. Ik nam toch een douche met de zeep en de shampoo van het hotel. Het deed deugd na enkele uren geplet te zitten op de trein tussen de Bengalen! Het avondeten smaakte! Na het eten maakte ik nog even tijd om een mailtje te sturen naar huis! Het was een rustige avond, er was niks gepland, het enige dat we konden doen was wachten op de bagage! Rond 22u is deze dan ook eindelijk gearriveerd! Ik had helemaal nog geen zin om te gaan slapen, en keerde dan ook even terug naar de PC! Babbelde wat op msn, tegen mijn principes in, maar ja!  Na een kwartiertje rekende ik af, we babbelden nog wat met de hele groep over de voorbije weken en toen besloten Joke en ik onze kamer 302 te gaan opzoeken. We kropen onder de wol, babbelden nog wat na! Slaapwel Joke! Slaapwel Elien! Tot morgen! Tot morgen!

 

Vrijdag 7 januari 2005

 

Ons laatste dagje in Bangladesh. Ik werd opnieuw gewekt door de wake-up call! Het leek wel gisteren dat ik hier voor het eerst werd gewekt door die verdomde Bengaalse mannenstem! Maar nog niet treuren, we hadden nog een volledige drukke dag voor de boeg!

Goeiemorgen, allemaal!!! Het ontbijt die opnieuw bestond uit toast met een omeletje! We zouden de dag beginnen met een bezoek aan Dhamrai! Een Hindudorpje net buiten Dhaka! Ik zat in de auto met Lieselot, Willem en Luc!

De meest uiteenlopende taferelen gingen aan mij voorbij! Pretparken met daarnaast sloppenwijken waar de huisjes gebouwd zijn uit golfplaten met daarop reclame voor PEPSI, ik moest echt walgen! Het contrast tussen zo’n armzalig huisje en een verdomde multinational. Maar ik zal maar denken, het is beter dan geen golfplaten! Het uitgestrekte landschap van rijstvelden met daarin reclameborden! Luc vertelde dat dit landschap deze zomer volledig onder water stond, ik probeer het mij voor te stellen, maar het lukt me niet!

Ook Willem en Lieselot staren met veel ongeloof naar buiten! Willem uit zijn ongeloof, ik kan hem goed begrijpen, ik heb net hetzelfde gevoel!

Eindelijk komen we aan in Dhamrai! Hier bezoeken we een atelier waar men beeldjes maakt met de hand! Onze gids en eigenaar van het atelier geeft ons de nodige uitleg! Ik was meteen verkocht aan deze beeldjes! De man brengt ons dan ook naar het winkeltje, waar ik na lang twijfelen eindelijk beslis om een beeldje te kopen van de Hindugod van het geluk: Ganesh! Als ik na mijn koop nog wat ronddartel, wenkt Luc me met de boodschap even te komen met mijn beeldje! Hij plaatst het in een inham in de muur en zegt dat we de rest zullen zeggen dat ik dat beeldje gepikt heb! Ze zullen het echt geloven, hoor Luc!

Ik zet me naast Wouter wat in het zonnetje tot dat de rest ook zijn nodige inkopen heeft gedaan! En dan wandelen we richting een Hindutempel! We stoppen regelmatig onderweg om wat te kijken in wat winkeltjes. Er worden trommels, kruiden, gongs, posters…gekocht.

Aangekomen aan de tempel nemen we even een kijkje “binnen”, schoenen af en dan eens rustig kijken! Heel mooi om te zien, er hangt in zo’n tempeltje een heel speciale sfeer die mij onmiddellijk tot rust bracht, raar maar waar!

We moesten terug naar het huis van de gids waar we ons middagmaal kregen. We moesten met onze handen eten, niet zo gemakkelijk, maar na een tijdje lukte het me wel! Het was lekker, maar veel te veel!

Na het eten namen we de jeeps terug naar ons hotel, waar we ons gerief zouden afzetten en dan direct terug de wagens in voor een shopping in Dhaka! Op de terugweg vielen mijn medepassagiers in slaap en ik keek rustig rond!

En toen was het shopnamiddag… wat souveniertjes kopen voor de familie en wat vrienden! Ik dacht dat dat wel los zou lopen, maar tijdens het shoppen voelde ik mij echt niet op mijn gemak! Een raar gevoel bekroop me, maar gelukkig was de eerste winkel, een winkel zoals je hier de wereldwinkel zou hebben! Maar de volgende was een immens grote winkel, waarin heel wat Amerikanen rondliepen en die bewaakt was om arme mensen buiten te houden! Het was gewoon om van te walgen, ik had dan ook helemaal geen zin om iets te kopen! We hebben wel gevraagd om te tonen hoe je een sari moest aan doen, maar tegen dat we in het hotel terug waren, konden we het ons niet meer herinneren! Jammer maar helaas! Toen namen we de jeeps richting de laatste winkel. De winkel waar je de truitjes van het Bengaalse cricketteam kon krijgen. Ik kocht er eentje, omdat het opnieuw nieuwe modellen waren, maar had nog steeds wat last van dat ambetante, rare gevoel! Toen ik een koek met chocolade ging kopen, voelde ik mij volledig schuldig, ik vond het gewoon grof van mezelf! En toch heb ik het gedaan… waarom? Ik weet het niet! Als je buitenkomt in zo’n winkel wordt je direct omringd door bedelende handjes! Enkele kleine bedragen van thaka’s duw ik dan ook in hun handen, waarschijnlijk om een beetje af te raken van mijn schuldgevoel. Eindelijk zit ik terug in de jeep richting ons hotel! Daar aangekomen verzamel ik wat kleren, een zak balpennen om te gaan uitdelen in de sloppenwijken! We twijfelen nog even of we ze zelf gaan uitdelen of afgeven aan de balie van het hotel. Willem en ik besluiten om het zelf te doen! Het geeft je een enorm raar gevoel! Vragende ogen, snakkende handjes… Maar ik had wel een goed gevoel achteraf… Ik had toch iets gedaan…

Na een half uurtje moesten we opnieuw vertrekken richting stad om voor de laatste keer samen te gaan eten! Ook Lolita was opnieuw mee! Ik voelde me niet goed in het restaurant, opnieuw die verdomde rijkdom, maar ik vond dat ik mijn laatste avond hier niet mocht verprutsen en besloot te genieten! Het was een buffet (voorgerecht,hoofdgerecht en dessert) voor de prijs waar je hier in België zelfs geen spaghetti voor kan eten! Het eten was enorm lekker, met wat meer afwisseling dan wat we hier gewoon zijn, dus m.a.w. niet alleen kip met rijst en curry! Na het hoofdgerecht sprak Willem een bedankwoordje, ik kreeg tranen in mijn ogen, dat beloofde voor het afscheid dat nog moest komen! Door de krop in mijn keel heb ik zelfs geen dessert meer gegeten! Ik probeerde nog wat te genieten van de rest van mijn witte wijn! En dan moesten we richting hotel, waar we afscheid moesten nemen van Willem! Ik had het moeilijk en ik kon er dan ook niet aan doen dat ik een traantje moest laten vloeien! Ik zou hem echt missen en ik weet dat ik mijn leven nooit meer zo iemand zou ontmoeten! Ook Bea had het moeilijk, ik was blij dat ik niet de enige was met een krop in mijn keel! We babbelden met een kleine groep nog wat na met een glaasje campari! En dan zocht iedereen zijn weg richting zijn bed voor een nog korte nachtrust!

 

Zaterdag 8 januari 2005

 

Om 01u45 wekt de telefoon me! Vlug de laatste dingen in mijn valies proppen en dan met veel pijn in het hart de deur van de kamer achter mij dicht trekken! Ik wil helemaal niet naar huis, maar ik kan niet anders! Ik geef mijn valiezen af aan Mannik, de drivers zouden ons straks voor de laatste keer brengen, deze keer richting ZIA International Airport!

Met een bedrukt gezicht wacht ik op de rest en dan zitten we in de jeep richting  luchthaven. Een laatste blik op de sloppenwijken, het hotel, Dhaka…

Bij de luchthaven nemen we afscheid van Mannik en Monty! Ik zal ze ook missen, dat weet ik zeker!

Luc en Eleen hebben heel wat moeite om nog even mee binnen te raken in de luchthaven, het zal wel te maken hebben met de verhoogde veiligheidsmaatregelen voor dat congres! Als we aan het scannen van de bagage komen moeten we dan ook afscheid van hen nemen! Tot over enkele dagen en amuseer jullie fluister ik ze nog toe als ik hen een dikke knuffel geef! Ze kijken ons nog een tijdje na en stappen dan in de jeeps terug naar de Marino Guesthouse! In de luchthaven moeten we nog een tijdje wachten, maar dan zitten we op het vliegtuig richting Londen! Ergens heb ik nu toch het gevoel dat ik blij ben naar huis te kunnen! Ik heb bijna de volledige vlucht geslapen en voor ik het wist stond ik terug op Belgische bodem!

 

Zondag 23 januari 2005

 

Nu zit ik hier achter mijn computer, de laatste zinnetjes van mijn dagboek te typen! We zijn twee weken terug in België en ik heb last van heimwee naar Bangladesh! Het was het land waar ik van droomde, maar ik droom nog steeds van dat landje!

 

Bangladesh, ik mis je, je bent een hel van armoede en miserie maar je bent mijn hemel, mijn droom, mijn alles!