‘DE MORGEN’-FOTOGRAAF TIM DIRVEN REISDE MET DAMIAANACTIE DOOR EEN ZWAAR ZIEK LAND
De asociaalste ziekten die er zijn, zegt De Morgen-fotograaf Tim Dirven over lepra en tuberculose. “Ze treffen zo goed als alleen de allerarmsten, diegenen die ook zonder ziekte al uitgesloten zijn.” De taferelen die hij zopas in Bangladesh meemaakte, zal Dirven zo licht nog niet vergeten: uitgeputte mensen die have en goed, familie en werk moeten achterlaten om met hun laatste krachten bij het ziekenhuis aan te komen. “Genezing is mogelijk als tijdig de juiste diagnose gesteld wordt”, vertelt de fotograaf. “En vooral: als mensen de voorgeschreven behandeling correct en tot het einde toe blijven volgen.” Om dat doel te bereiken werkt de Damiaanactie samen met ‘dorpsdokters’, dorpelingen die een bijzondere opleiding krijgen om tbc en lepra op te sporen en erop toe te zien dat patiënten hun medicatie tijdig innemen. “Helaas, veel zieken zoeken pas hulp als er geen weg terug meer is. Als het licht in hun ogen al gaat doven. Als je het leven al uit ze ziet verdwijnen.
Mensen komen bij het ziekenhuis aan, denken dat ze gered zijn maar sterven dan.” Met zijn 143 miljoen inwoners is Bangladesh compleet overbevolkt. “Privacy is er amper”, getuigt Dirven. “En met de hygiëne is het slecht gesteld.
Hoewel het land gespaard bleef van de tsoenami en voor een keer niet weer alle ellende over zich heen kreeg, merk je goed dat de mensen er de speelbal van de natuur zijn, van het water dus.
Bangladesh ligt pal in een rivierdelta en lijkt soms één grote modderpoel. “Wat is er één week na mijn bezoek van het twintigjarige meisje Rohima Khatoon geworden dat geen 30 kilo meer woog?”, vraagt Dirven zich af. “Of van die oude, uitgemergelde man? Ik weet het niet. Insjallah, zeggen de dokters als de patiënten hen vragen of ze het er levend afbrengen. Nee, ik wist niet wat lepra en tbc voor deze mensen betekenden.” (LD)
Zaventem,
4u30, net aangekomen op de luchthaven. In spanning sta ik te wachten op de komst
van de rest van de groep. Kleine kriebels in mijn buik verraden m’n zenuwen.
Zenuwen voor het onbekende, voor m’n eerste vlucht.De tijd kruipt traag
voorbij. Eenmaal onze bagage kwijt, gaan we met de groep iets drinken. Ik ben
moe en hoop op het vliegtuig wat te kunnen slapen. En dan kunnen we eindelijk
richting douanecontrole stappen. We nemen van afscheid van Luc, want die neemt
samen met Eleen een latere vlucht. We zouden hen dan ook maar de volgende dag in
Bangladesh terugzien.
De
handbagage gaat door de scanner. Geen problemen tot Willem zegt: “Er zit iets
verdacht in mijn zak.” Een man laat hem duidelijk zien niet met zijn voeten te
spelen. De zak wordt omgedraaid. Een muggenspray wordt in beslag genomen. De
eerste hindernis van de reis zit er al op en we zijn nog maar vertrokken, dat
belooft…
Brussel
– Londen, de eerste vlucht is achter de rug. Nu is het enkele uren wachten
geblazen. We lopen wat rond in de taxfree shops, maar al gauw slaat de verveling
toe. We ploffen ons dan maar in de zetels, met zicht op wat vliegtuigen. Bert
houdt me wakker met wat droge mopjes, Lander krijgt het wat op z’n zenuwen van
die droge mopjes. Dan kunnen we eindelijk inchecken voor de vlucht
Londen –
Dhaka. Met wat vertraging hangen we in de lucht.
Ik kan de
slaap maar niet vatten, ik probeer de tijd te verdrijven met filmpjes kijken,
naar wat muziek te luisteren en een maak een babbeltje in gebrekkig Engels met
een Bengaalse man die naast me zit. De uren kruipen voorbij. Mijn ongeduld om
voet te zetten op Bengaalse grond neemt toe. Na bijna 10u vliegen wordt m’n
ongeduld beloond. De eerste kennismaking met het land waar ik al zo lang van
droom… eerst is er de controle van de paspoorten, norse Bengalen wenken je met
een knikje. Dan richting bagage. Na 2 uur wachten kunnen we eindelijk kennis
maken met Willem! De jeeps staan klaar, de bagage wordt ingeladen en dan kunnen
we kennismaken met Dhaka by night. Onderweg zien we mensen te voet langs de
drukke baan, oversteken zonder te kijken. De mensen bij me in de auto, krijgen
de slappe lach, zelf moet ik ook beginnen lachen. De vermoeidheid en het niet
weten hoe te reageren spelen me parten!
We komen
aan bij Marino Guesthouse. Onze eerste verblijfplaats. We maken direct kennis
met de Bengaalse gedienstigheid. Waag het niet zelf je valies te dragen! Ik deel
de kamer met Joke. Onze kamer 302 bevalt ons wel, een grote luxe, dit hadden we
niet verwacht. We trekken onze pyjama aan en vallen als een blok in slaap, al
zou het maar voor enkele uurtjes zijn…
Na wat
uurtjes slapen worden we gewekt door een Bengaalse mannenstem. Goodafternoon
Mam, this is your wake-up call. M’n gedachten vlogen direct terug naar
het dagboek van Sam. De herkenning was groot. Ik sprong uit m’n bed, klaar
voor m’n eerste echte dag Bangladesh, ik zag er al naar uit.
Na een
verfrissende douche, gingen we naar beneden om iets te eten. Net uit ons bed en
we krijgen direct rijst met kip en curry op ons bord. Na het eten maakten we
kennis met de eerste armoede. Een wandelingetje onder felle Bengaalse zon
doorheen de sloppenwijken net naast ons Guesthouse. Bhundu, Bhundu!! (Bengaals
voor vriend) Bengaalse kinderen lopen ons achterna, geven je een hand, kijken je
met blinkende oogjes aan. Ik moet er aan wennen. Ze vragen om thaka’s. Ik kan
niks geven, want geld hebben we nog niet. De tegenstelling tussen de mooie
blauwe lucht en de armoede geeft me een vreemd gevoel. Ik neem mijn eerste
foto’s. Ze kennen hier Luc en zijn digitaal fototoestel duidelijk al, want ze
willen kijken naar de achterkant van m’n toestel, maar er is niks te zien! Ze
zijn wat teleurgesteld! Ik kan er ook niks aan doen!
Na een
half uurtje keren we terug naar ons hotel, waar we wachten op Willem om te
vertrekken richting Old Dhaka! Luc polst naar m’n eerste ervaring met de
armoede. Ik weet niet goed wat antwoorden, woorden om te beschrijven wat ik
voel, vind ik niet. Ik haal m’n schouders op en bedenk dat ik waarschijnlijk
een beetje last heb van de eerste cultuurshock.
We
vertrekken met de jeeps richting Old Dhaka. Ik zit in het gezelschap van Bea,
Kristien en Luc. We duiken de drukte van de stad in. Je moet weten dat in Dhaka
zo’n 10 miljoen mensen wonen. Een wirwar van riksja’s, vrachtwagens,
overvolle bussen die in mijn ogen elk moment uit elkaar kunnen vallen,
babytaxi’s, wat auto’s, wandelende bengalen. Een hels lawaai, een enorme
vervuiling.
Hier geldt
echt wel de wet van de sterkste en van degene die het luidst kan claxoneren.
Toen ik dit las in dagboeken van mensen die er geweest waren, kon ik mij het
niet goed voorstellen, maar nu weet ik verdorie goed wat het is. Ik kan niet
goed begrijpen dat mensen hier kunnen wonen, laat staan overleven! Bea voelt
haar niet echt op haar gemak in het verkeer, af en toe een schreeuw naast me of
een kneep in mijn arm verraden haar angst.
Over een
tocht die normaal zo’n 15 minuten duurt doen we ongeveer 2 uur. Een constante
confrontatie met starende ogen, vragende blikken, verkopers die hun producten
aan de man proberen te brengen. Een bedelaar kijkt me recht in de ogen, ik draai
me weg, het geeft me een slecht gevoel, ik kijk terug en schud verontschuldigend
m’n hoofd. Dit zou niet de eerste keer zijn dat ik dit zou moeten doen, ik
weet echt niet hoe ik moet reageren. Ik voel me machteloos.
Eindelijk
komen we aan in Old Dhaka. Het blijkt dat we een auto kwijt zijn gespeeld.
Willem gaat kijken of hij ze niet ziet. Wij moeten wachten, wel geteld enkele
seconden en we zijn volledig omsingeld door een groep starende Bengaalse mannen.
Ze staren en blijven staren. Ze zeggen niks, ze doen niks, ze staren alleen
maar. Ik voel me niet echt op mijn gemak, maar ik zal er hopelijk wel aan
wennen. Later kom ik te weten dat het een kunst is van te blijven bewegen dan
wordt je niet volledig omsingeld.
Na een
tijdje komt Willem terug zonder nieuws over de verloren auto. Net op dat moment
krijgt hij bericht dat ze al bij de haven zijn. Ook wij starten dan te voet onze
toch door kleine steegjes richting de haven. Ik blijf dicht tegen Willem, dan
voel ik me wat zekerder. Nadat Willem onze kaartjes gekocht heeft om binnen te
gaan in Sadar Ghat, trekken we de haven binnen. We worden verwelkomd door
geroep, gezang en gestaar. We krijgen enorm veel aandacht. Ik stel me de vraag
als dit door het feit komt dat we blank zijn of door onze crickettruitjes. Als
je dan nog eens weet dat de Bangladesh de avond van onze aankomst in lange tijd
nog eens gewonnen hadden bij het cricket spelen, kan je je wel voorstellen wat
voor onthaal dat tot gevolg heeft.
Het is een
drukte van jewelste, hier in Sadar Ghat.
Schamele
bootjes leggen aan. Ik moest verdorie goed kijken waar ik m’n voeten plaatste.
Ik probeerde wat foto’s te nemen, maar het werd al donker. Hier valt de avond
werkelijk, het werd dan ook tijd dat we terugkeerden naar ons Guesthouse. Ik
sliep wat op de terugweg, net als m’n medepassagiers(Bea, Kristien en
Lieselot).
Aangekomen
in ons hotel, fristen we ons wat op, babbelden wat na op de kamer. Na een
kwartiertje moesten we al terug beneden zijn om bij Willem thuis iets te gaan
eten. Daar maakten we kennis met Ingrid, Willems vrouw, en Lolita, een meisje
uit de sloppen waar Ingrid en Willem voor zorgen.
Het eten
was heel lekker. Om 23u keerden we terug om van een verdiende nachtrust te gaan
genieten. Ik kroop in m’n slaapzak, liet de dag nog eens voor m’n ogen
passeren en viel dan moe maar voldaan in slaap!
Dinsdag
28 december
En daar
was dan eindelijk de trein, met gereserveerde plaatsen voor ons. Ik plofte me in
de zetel bij Willem, Joke en Eleen. Ik dacht wat te slapen, maar m’n aandacht
werd naar het prachtig landschap getrokken. Prachtige beelden, net een goeie
film, trokken aan mij voorbij. Ik wist dat Bangladesh een mooi land moest zijn,
maar zo mooi.Telkens als de trein stopte, stonden verkopers en bedelaars
bijeengepakt aan het raam. Mensen zonder been, arm, oog… Het deed me pijn dat
ik niet echt iets kon geven. Geld hadden we nog steeds niet, alleen wat koeken
die we nog hadden konden we uitdelen, maar onze voorraad was rap geslonken.
Als de
trein stil stond kropen kinderen op het dak van de trein, tijdens het rijden
hoorde je hen dan roepen om thaka’s en als je uit het raam ging hangen met je
hoofd zag je voetjes of gezichtjes boven op het dak. We hadden er wel plezier
mee.
Op een
bepaald moment stopten we voor een kwartiertje in een station. Willem ging wat
te eten halen, at zelf wat op het perron, maar liet z’n Singara uit zijn hand
pikken. Hij moest er enorm om lachen. En wij vonden het allemaal ook wel
grappig.
Een vrouw
kwam bedelen, maar een bewaker vond dat ze iets te dicht kwam, hij sloeg haar op
de hand, de vrouw zat een eindje verder te schreeuwen en te huilen van de pijn.
Ik wist niet goed hoe te reageren, opnieuw een moment van machteloosheid, niet
het eerste en zeker niet het laatste.
Het
verduisterde, ik vond het jammer dat ik het landschap niet meer kon zien.
Ondertussen waren Willem en Luc van plaats gewisseld. Luc zorgde voor wat
bezigheid bij Eleen. Een kaartspel met de bermudadriehoek. Het was een soort
truc, ik kan er nog steeds m’n hoofd over breken, ik vind de oplossing niet!
Na 6uur
trein kwamen we eindelijk aan op onze bestemming. We zouden met de riksja’s
richting het DFID gaan, maar kennissen van Willem zeiden dat de weg te
gevaarlijk was, ze zouden ons voeren met de wagen. Opeengepakt in de auto reden
we over hobbelige wegen.
Aangekomen
worden de bungalows verdeeld. Joke, Lieselot, Eleen en ik delen een kamer, de
andere kamer is voor Hugo en Lutgard.
We
bezoeken nog de Manipuri people. Ze deden wat dansen, we kregen wat te eten en
dronken thee. Toen keerden we terug richting onze verblijfplaats voor de nacht.
We aten rijst met kip en curry (wat anders??!!). En kropen toen veilig in onze
slaapzak onder ons muskietennet.
Vandaag
was de eerste fietsdag. Maar deze dag begon niet echt goed, want de eerste
Immodiumpatiëntjes vielen. Joke en Jurrian beslisten dan ook een volledige dag
in het bungalowpark van Srimangal te blijven.
Na een
stevig ontbijt mochten we onze stalen ros gaan uitzoeken. Ik bestudeerde ze één
voor één en besloot dan om met stalen ros ‘Annelies’ m’n dagen door te
brengen. Na het oplossen van technische defecten aan de fietsen vertrokken we
rond 9u voor een eerste tocht van 53km. We waren nog maar 500m ver en de eerste
val was een feit. Kristien maakte kennis met de Bengaalse grond, gelukkig zonder
veel erg. We fietsten verder over hobbelige zandwegeltjes op en neer door de
theevelden. Het was constant opletten geblazen voor de vele putten en bulten en
ondertussen proberen te genieten van een prachtig landschap. De schoonheid van
de beelden gaf me een onbeschrijfbaar gevoel. Het leek wel een droom! Het was
puur genieten en de pijn aan m’n achterwerk was in de verste verte niet in
m’n gedachten te vinden. Na enkele kilometers vroeg Willem of we een dorpje
wilden bezoeken. We knikten instemmend. Het was verbazingwekkend hoe mensen er
met een glimlacht blijven voort doen. Enkele prachtige beelden werden vastgelegd
en we trokken weer verder. En plots verscheen de eerste bamboebrug op onze weg.
Het zag er mij niet echt gemakkelijk uit, gelukkig brachten enkele dappere
bengalen redding. Toen ontstond plots een waar spektakel, alle kinderen die
stonden te kijken, klommen het bamboebrugje op.
Je moet
wel goed bedenken dat zo’n bamboebrugje bestaat uit een wankele leuning en 2
dikke bamboestokken tegen elkaar. Willem riep me toe dat ik een foto moest
nemen. Net op dat moment gaf ik aan de fietsoverzetters een balpen. Ik werd
overrompeld door kinderen die ook een balpen wilden. Willem bracht redding. Hij
maakte zich wat boos in het Bengaals en probeerde de kinderen een lijn te laten
vormen. Ze kregen toen één voor één een balpen. Maar m’n voorraad die ik
bij had was rap geslonken. De teleurgestelde gezichtjes van de balpenloze
kinderen gaven me een raar gevoel, maar het gevoel dat het “mijn momentje”
was geweest primeerde. Het gaf me een gelukzalig gevoel, het idee dat ik toch
iets had gedaan voor hen. De schattige glimlachjes en de blinkende oogjes deden
trillingen ontstaan in m’n buik, deze keer niet van de zenuwen. We trokken
weer verder met onze stalen ros naar een volgend avontuur. Enkele kilometers
verder stopten we in een dorpje om iets te eten. We waren weer het evenement van
de dag in het dorp. Een groep Bengaalse mannen staarden ons aan en trokken zich
van het verkeer niets aan. De starende blikken, ik begin er toch een beetje aan
te wennen, maar gewoon zal ik het wel nooit worden. We fietsten verder richting
onze verblijfplaats voor die avond. Berg op, berg af, genieten, stoppen voor een
foto en terug het stalen ros op.
Na lang
zwoegen en met een pijnlijk achterwerk zijn we eindelijk op de Tea Estate
geraakt, we werden verwelkomd met een kopje lekkere Bengaalse thee. Er werd
beslist wie binnen zou slapen en wie buiten. Bert, Wouter, Lander en Jurrian
besloten de koude van de nacht te trotseren. We fristen ons wat op, aten nog wat
rijst met kip en curry en zaten nog wat gezellig samen. Luc hield ons nog wat
bezig met een Japans spel, enkele mensen vonden rap de truc, wouter heeft er de
hele nacht z’n hoofd over gebroken. Om 23u kropen we allemaal onder de wol, om
de volgende dag fris te zijn voor een nieuwe mooie dag!
Donderdag
30 december 2004
We
verwelkomen vroeg in de morgen Joke, Jurrian, Willem en Ingrid die hadden
geslapen in het bungalowpark van de DFID. Ik voelde me niet zo goed. Het idee
dat ik moest eten deed me walgen. Ik had geen zin in curry of chapati’s (wat
ik normaal doodgraag eet). Ik kreeg dan ook geen hap door m’n keel. Een koek
van Joke deed wonderen, ik voelde me stukken beter.
Onze
fietstocht zou ons vandaag naar de waterfalls van Madhabkunda brengen. Een tocht
van zo’n 44 km. We begonnen onze dag met een bezoek aan de theefabriek. Willem
vertelde me dat vorig jaar alles hier nog met de hand gebeurde, ondertussen
waren het allemaal machines. De gids leidde ons rond. Op het einde van de
rondleiding kregen we allemaal een pak thee.
Toen kroop
ik opnieuw mijn stalen ros op. Het zou opnieuw een tocht worden door de
heuvelachtige theevelden. Prachtige beelden passeerden opnieuw de revue. Ik wou
er eigenlijk gewoon blijven zitten en uren genieten van de beeldschone natuur.
Zo’n uitgestrekt landschappen vind je bij ons niet meer. Het is werkelijk
zalig om zo ver te kunnen kijken.
Na enkele
kilometers stopten we bij een moslimschooltje. We wierpen een blik in de
klasjes. Houten bankjes die dreigden uit elkaar te vallen, er viel geen
schoolbord te bespeuren. Ik had wel eens graag gezien hoe ze daar les geven.
Ze nodigden ons uit voor thee, maar we weigerden vriendelijk, we hadden
immers nog een serieus aantal kilometers te doen over wegen die bestaan uit
putten, zand, en putten en zand.
We namen
onze fietsen bij de hand, zwaaiden nog wat naar de kinderen en concentreerden
ons dan weer ten volle op de baan. We reden door dorpjes, die ondertussen
dagelijkse kost geworden waren. Mensen laten hun werk vallen om te komen kijken,
vrouwen zie je schuchter kijken van op afstand. Kinderen moeten lachen. Een
vrouw op een fiets is in Bangladesh een nog nooit gezien tafereel en die vrouw
is dan nog eens blank, een waar spektakel dus.
Ik moest
me weer goed concentreren om geen kippen plat te rijden. Ook moest ik af en toe
m’n remmen toetrekken voor een koe of een geit die op z’n dooie gemak de weg
oversteekt. Ik begin er aan te wennen, want dat kom je hier dagelijks tegen.
Vandaag
moesten we ook heel wat overzetjes trotseren. Per vier met de fiets op
een wankel bootje naar de overkant. Eenmaal aan de overkant beginnen we
weer aan de welbekende wegen.
Lander
bezorgt ons de eerste platte band. Maar het defect wordt door Jurrian vlug
opgelost.
De zon
gaat al stilaan onder als we door de laatste theevelden hobbelen. We stoppen nog
even voor een reeks foto’s en vertrekken dan weer voor de laatste kilometers.
Onderweg
pikt Willem een Bengaal op en voert hem naar onze eindbestemming achteraan op
zijn fiet. Ik vond het best wel grappig.
Aangekomen
trekken we nog net voor het donker richting de waterfalls. Veel hebben we er
niet meer van gezien wat het was echt wel donker. Enkele schoten in het bos
schrikken ons op. Willem vertelt dat het stropers zijn van het volkje dat daar
in de bossen woont. Joke voelt zich niet op haar gemak.
Samen met
Wouter, Bert, Willem en Luc drinken we iets in een plaatselijke “kroeg”.
Wouter doet de schrik van zijn leven op doordat Luc het plezant vindt bedelaar
te spelen. Gelukkig kon Wouter er achteraf hartelijk om lachen.
Terug in
het Upazilla Guesthouse blijkt dat de elektriciteit wat zoek is, het water werkt
wel. Enkele mensen frissen zich vlug wat op, want het eten in de Parjatan wacht
op ons. Eerst een aperitiefje, Campari met mangosap, smaakt nog zo slecht niet.
Frietjes op z’n Bengaals als aperitiefhapje worden warm onthaald. En dan eten
we kip met curry en rijst.
Dan keren
we terug naar het Upazilla Guesthouse, de elektriciteit is ondertussen
teruggekeerd, maar van het lopend water is niks meer te bespeuren.
We doken
in de slaapzak, Kristien hield ons nog even wakker met wat moppen, maar we
vonden rap de weg naar dromenland.
De
laatste dag van het oude jaar. Vol goede moed sprong ik uit mijn bed, ik zag het
zitten en toen ik mijn stalen ros ging begroeten vertelde hij me ook wel zin te
hebben in een fietsritje.
We
trokken voor een stevig ontbijt richting de Parjatan. Een eitje, wat
chapati’s, groenten met curry, ons dagelijks ontbijt dus. We zaten gezellig
wat te babbelen tot Lander de boel kwam verstoren met de melding dat hij z’n
fietssleutel verloren was. Luc schrokte de rest van zijn ontbijt binnen en ging
terug naar de verblijflaats om Lander te helpen zoeken. Toen de rest van de
groep aankwam was de sleutel gevonden, later zouden we te weten komen dat de
sleutel wegzat bij het cadeau voor Bea. Nog heel wat technische defecten aan de
fietsen werden opgelost. En met grote vertraging konden we eindelijk vertrekken.
We hadden immers zo’n 73km voor de boeg. Het zou goed doorrijden worden want
we moesten voor het donker in Sylhet zien te geraken. Door zo’n drukke stad
rijden is sowieso niet alles en als dat dan nog eens in het donker moet
gebeuren.
Velen
hadden vandaag een fysiek of mentaal klopje, nu net ik in vorm was. Het was weer
genieten van het landschap, de mensen. Ik kan me moeilijk inbeelden dat er
vriendelijker mensen bestaan dan de Bengalen, al zijn er binnen dit volkje ook
wat uitzonderingen, zoals ik later nog zou ervaren. Maar we zullen maar zeggen
dat de uitzondering de regel bevestigt.
We
zijn nog maar goed en wel vertrokken of een remprobleem nekt me. Het contact
tussen willem en Luc met de Walkie Talkie.wil niet werken.Bert beslist dan maar
een spurtje in te zetten richting de rest van de groep. Ondertussen kan Luc toch
contact maken. Willem beveelt de rem los te maken en tot bij hen te rijden
zonder achterrem.
Ik
zet de achtervolging in, wat te rap naar het idee van Luc. Hij roept me toe:”
niet zo rap, je moet je niet forceren, ik kan nu ni meer volgen.” Ik vond het
best wel grappig. Als ik aankom is de rest ballonnen aan het uitdelen van De
Zondag.
Gelukkig
is het defect aan de fiets rap hersteld en kunnen we weer verder.
Na
20 km beslist Lutgard op te geven, ze heeft wat last van een opkomende griep.
Mannik voert haar rechtstreeks naar het hotel in Sylhet en wij fietsen verder
doorheen een landschap van rijstvelden en steenbakkerijen.
We
bezoeken ook een steenbakkerij. Kinderen boetseren de stenen in een hels tempo
in de juiste vorm. Kinderarbeid is hier de normaalste zaak van de wereld.
Vrouwen
en kinderen dragen tot 10 stenen op hun hoofd richting oven, een man zet
streepjes bij het aantal keren ze over en weer lopen. Ze verdienen tot 50thaka
per dag!(= ongeveer een halve euro.)
Op
de middag komen we dan weeral aan een plas water die moest overgestoken worden,
deze keer kon dit met een super-de-luxe(naar Bengaalse normen dan toch)
ferryboot. Enkele fietsen, wat auto’s en heel wat bedelaars maakten de
overtocht. Er was blijkbaar een technisch probleempje met de motor, want de
overtocht begon maar niet! Luc nam even een kijkje en verklaarde dat er iets was
met het contact met de batterij was, we geloofden hem maar op zijn woord. Een
bedelend kindje zonder been staarde me aan, Thaka, thaka en staarde me smekend
aan, het is moeilijk om nee te zeggen tegen zo’n blik!
Het
huilend geronk maakt me los van de blik van de bedelende kinderen, we konden
eindelijk vertrekken richting overkant.
Enkele
kilometers later, hebben we een volgende stop. Kinderen ploeteren door de modder
op zoek naar vis. Kristien koopt van een visser zijn mand op, een cadeautje voor
Ingrid op deze oudejaaarsdag. Na een foto springen we weer op de fiets, onze
toch richting Sylhet verder zettend.
Als
we Sylhet binnen rijden, valt de avond al. Het is weer een kwestie van
concentreren, niet tegen de riksja, naast je, voor je of achter je,rijden En
vooral niet denken in welke wirwar je aan het rijden bent. Gelukkig is ons Hotel
voor deze avond vlug in zicht.
Ik
deel de kamer met Eleen. Eleen had nog geen cadeau, we trokken dan ook samen de
stad in om iets te zoeken. Twee vrouwen alleen op stap door een drukke stad als
deze, was blijkbaar niet zo’n goed idee.
We
stapten dan ook vlug door, op een gegeven moment komen we Bert en Willem tegen.
Ze zitten in een winkeltje te babbelen met de verkoper. We lopen vlug binnen,
ondertussen zijn we ook verlost van wat mannelijke Bengalen die achter ons
lopen. We maken kennis met Titu, een werkelijk vriendelijke Bengaal. We krijgen
een theetje, weigeren lukt ons niet, ook al rammelen we tussen onze tanden er
geen zin in te hebben. Maar in ons hart zijn we wel dankbaar voor deze Bengaalse
gastvrijheid. De tijd begint te dringen en we moeten dan ook richting Hotel.
Titu schudt wel 4 keer mijn hand om mij een Gelukkig Nieuwjaar te wensen en zegt
telkens erna, Cool lady cool lady. Hij had er ook vooral veel plezier in dat ik
zo klein ben, ik heb namelijk de lengte van een doorsnee bengaal, maar Titu was
wel zeker een kop en een half groter dan die doorsnee bengaal. Een grappig zicht
blijkbaar voor hem.
En
dan zaten we gezellig aan de lange tafel voor ons avondmaal. Willem had chinees
besteld. En ik moet zeggen dat het smaakte. Er werd weer heel wat afgelachen en
toen was het tijd om de cadeautjes uit te delen. We hadden enkele dagen terug
naampjes getrokken en moesten dus een kleinigheidje kopen. Ik had ‘Joke’
getrokken, ik hoopte dat ze tevreden zou zijn. En ja, nadat ik mijn cadeau (van
Hugo) in ontvangst had genomen. Een longi… ik was wel tevreden. Joke was blij,
alleen blijkt dat ze haar armbandjes niet meer afkrijgt! Sorry, Joke!!!! J
We
zijn allemaal moe van de zware tocht van vandaag en kruipen dan ook voor de
jaarwisseling in ons bed, de meeste toch…
Het
Gelukkig Nieuwjaar wensen met de nodige kussen zou dan ook voor de volgenden
morgen zijn!
Gelukkig
Nieuwjaar en 3 dikke zoenen waren de ochtendrituelen van de dag. Het nieuwe jaar
en wat begon het goed voor mij (ehum)!!Het was vandaag mijn beurt om
immodiumpatiëntje te worden. Ik zag het niet zitten, voelde me mottig en toen
ik mijn stalen ros ging begroeten, fluisterde die ook in mijn oor wat ziekjes te
zijn.
Ik
besloot niet op te geven en probeerde vol goede moed op mijn fiets te stappen.
We hadden opnieuw een zware tocht af te leggen, zo’n 68km zouden moeten
afgelegd worden.
M’n
spieren, m’n botten, het leek allemaal tegen te werken, maar ik, koppige
stier, weigerde in de auto te kruipen. De wegen leken nog slechter dan anders,
ik dacht er nooit te geraken.
Na
een 3-tal kilometer zwoegen over stenen stopten we bij een moslimschooltje.
We
kregen thee en een koekje. Een jongen zong een stukje uit de Koran. Ik hoop dat
hij niet te zenuwachtig werd om voor ons, Belgjes, te zingen. Na een klein half
uurtje moesten we terug de weg op. Het was ons dagje wel, vele plassen water
waren op onze weg te vinden. Opnieuw met een man of vier op een bootje, de
fietsen mee en dan wachten tot de rest ook aan de overkant is… Zo verliezen we
heel wat tijd, maar we hebben dan ook de tijd wat rond te kijken, de beelden in
je op te nemen en er proberen woorden aan te geven, maar eigenlijk zeggen die
woorden meestal wat ik niet bedoel!
En
toen opnieuw een stop in een typisch Bengaals dorpje… Willem vertelde dat dit
dorp enkele maanden geleden volledig weggespoeld was. Er lag wat rijst te
drogen, maar ver zouden ze niet meer komen. Bert en Willem liet dan ook wat
thaka’s achter! Zo zouden ze hopelijk toch de winter doorkomen.
We
stopten voor een middagmaal, chapati’s, rijst, curry, singara’s, onze
dagelijkse kost dus… het verlangen bij sommige naar de Belgische boerenkost
stijgt, bij mij gaat het redelijk, die chapati’s zijn werkelijk heel lekker.
Maar die maag en die darmen willen vandaag echt niet mee, het smaakt me niet,
een cola’tje kan ik wel verteren.
Bea
brengt af en toe wat te eten richting onze fietsbewaker, howja bewaker…Luc
dus…
We
stampen weer verder richting eindbestemming, het begint echt wel door te wegen,
op en neer door het zand
We
stoppen om wat te drinken, ik ontdek dat m’n fietszak los is gescheurd. Het is
geloof ik m’n dagje niet… Fietsrekkers hadden we niet meer over, gelukkig
bracht een riem en de creatieve geest van Luc redding. De zak werd vastgemaakt
en ik kon weer verder…
Toen
we Sunamganj binnen reden viel de avond, maar gelukkig was het einde van de
tocht in zicht…nog even concentreren om tussen de riksja’s door te geraken
en het zou erop zitten voor vandaag! Eenmaal aangekomen parkeerde ik mijn stalen
ros en streek neer op de trap om een traantje te laten, van geluk omdat ik op de
eindbestemming was geraakt… De kamers in het circuit house werden verdeeld, ik
deelde de kamer met Lieselot! We babbelden wat over de voorbije dag terwijl ik
uitgeput op m’n bedje lag! Klop, klop… over een kwartiertje ga ik nog even
de stad in om longi’s en sari’s te gaan zoeken. Wie wil kan mee! Ik sloeg de
goede raad van Eleen en Joke om in mijn bed te blijven in de wind en besloot om
mee te gaan.… op zoek naar een sari! Ik kocht een sari, een t-shirt en een
laken met de Bengaalse tijger op. We gingen op zoek naar de rest! Ik had wat te
maken met Bengalen die hun handen niet konden thuishouden, maar ik probeerde ze
door een stomp op hun plaats te zetten, maar blijkbaar hadden ze de boodschap
toch niet volledig begrepen. Ik zocht m’n toevlucht bij (kleine) Willem.
Gelukkig konden we gauw met de riksja’s terug… Wouter hield me gezelschap!
Aangekomen trok ik direct richting de kamer van Bea en Kristien, om even te
kijken of ik geen koorts had. Kristien voelde zich geroepen even verpleegster te
spelen. Gelieve plaats te nemen in de wachtkamer, de dokter komt zo meteen…
m’n eerste echte lach van de dag was een feit. En inderdaad mijn vrees werd
bevestigd! 38° was het verdict, het viel gelukkig nog mee. En een dafalgan deed
wonderen… We moesten de stad nog in om iets te gaan eten, we zaten in een
gezellig restaurantje, een voorgerechtje smaakte echt goed (een omelet), maar
meer kon ik niet binnen krijgen. Anderen speelden met veel gemak wat echt
vettige frieten naar binnen en zouden de dag erna er goed last van hebben (hé
Bert…)
Na
wat gezellig te hebben nagebabbeld moesten we terug richting het Circuit House.
Ik kroop in m’n slaapzak, babbelde nog wat met Lieselot en dan was het oogjes
toe en snaveltjes dicht… en ik fietste richting dromenland!
Een
verdomde Belgische mannenstem (die van Luc…) haalt mij uit m’n heerlijke
droom… Vandaag zou het een dagje zonder fietsen worden, of toch bijna… We
stonden op, verzamelden het nodige gerief voor een nacht en twee dagen boot en
bonden die op de fiets. We gaven de rest van onze bagage af aan de
drivers, die we over 2 dagen zouden terugzien in Netrakona.
Toen
sprongen we voor een kilometertje of twee op de fiets. We naderden, want in de
verte zag ik twee luxueuze cruiseschepen (naar Bengaalse normen dan toch)
dobberen op het water! We plaatsten onze fietsen op de boot en gingen nog even
in het plaatselijke dorpje een ontbijt nuttigen, ondertussen werden er wat
inkopen gedaan (bananen, water, mandarijnen, koffie, cake…)
Chapati’s, een omeletje, een theetje, het smaakte ons wel… na een
half uurtje begaven we ons richting ons cruiseschip. Ik zou één en een halve
dag het gezelschap krijgen van Bea, Kristien, Hugo, Lutgard, Willem en Luc. Ik
zat daar dus tussen het bendetje volwassenen van de groep, maar ik vond het
helemaal niet erg. Het humorniveau van Kristien stond goed op peil, die ochtend
hebben we dan ook eens goed gelachen! Rond 10u30 kregen we van onze persoonlijke
chef-kok met zijn Mcdonalsklakske een koffietje en Bea toverde een pak koeken
tevoorschijn. Na de koffiepauze stopten we in een dorpje om kippen te gaan
kopen, de meeste gingen van de boot af, ik werd dan maar bewaker en Bert kwam me
wat gezelschap houden. We waren in het dorp waar we hadden aangelegd weer de
attractie van de dag, in enkele seconden tijd stond de kade (howja kade) vol met
starende Bengalen. Onze stuurman en chef-kok hadden moeite hen van ons
cruiseschip af te houden… ze riepen boos naar sommige naderende mannen en
kinderen, ik wou dat ik begreep wat ze zeiden…
Na
een klein half uurtje vaarden we terug op de uitgestrekte wateren, ik besloot me
wat op het dek te leggen en te genieten van de zon, maar voor ik het wist, zat
ik dromenland. En toen naderde het middagmaal, kip met rijst en curry voorspelde
ik, en wonder boven wonder, mijn voorspelling kwam uit! Onze chef-kok verlaagde
zich even tot butler en stond om de minuut naast je met de kip of de rijst! Die
Bengaalse gedienstigheid…
We
aten gezellig samen ons middagmaal op, de anderen van de andere boot waren ook
overgekomen! En na het middagmaal keerden ze terug richting eigen boot!
Ik
bleef op het dek zitten en voor ik het wist was ik weer aan het dromen van
fietsen en fietsen en fietsen… Toen ik terug wakker werd begon de avond al te
vallen… Ik moest van mijn medereizigers nog een beetje op het bankje komen
zitten om te genieten van de ondergaande zon en het ver kunnen kijken… Net
voor het donker installeerden we ons matje en onze slaapzak en toen legden we
aan in Gulabari. Een klein dorpje die enkele maanden terug volledig in nood zat.
De fietsgroep van oktober had er dan ook een hele hoop geld achtergelaten!
We
gingen even naar het toilet bij de plaatselijke politiepost, beter dan het
boottoilet (= een plank uit de vloer) Toen
maakten we een wandelingetje door het dorpje, ondertussen was het echt donker
geworden, ik zag geen steek, het heeft dan ook niet veel gescheeld of ik had
kennis gemaakt met de Bengaalse grond.
We
werden uitgenodigd om te komen zitten. Drie mensen konden plaats nemen op een
stoel, de rest moest blijven recht staan, wat we niet erg vonden, maar de
plaatselijke bewoners besloten dat wij op een stoel moesten zitten en zochten
dan het volledige dorp af voor een stoel.
Toen
we met de groep terugkeerden waren ze Tivial Persuit aan het spelen…Ik kroop
erbij om wat te luisteren. Ze amuseerden zich en ondertussen kreeg ik een
mentaal klopje. Het werd me allemaal wat te veel, wij met die verdomde luxe en
zij, zij hadden niks, wij zaten gezellig een gezelschapspelletje aan het spelen,
terwijl zij dag en nacht voor hun leven moeten vechten. Voor hen is het immens
koud, terwijl het voor ons een lekker zomerweertje is… ik walg er plots van!
We kregen nog wat te eten, ik at wat rijst en een ei! Het ging me echt niet, ze
moesten niet komen vragen wat er was of ik kreeg tranen in m’n ogen…
Na
het eten babbelden we nog wat en toen vond ik eindelijk de weg naar mijn
slaapzak, ik was blij dat ik nog even kon liggen denken op mijn eentje!
En
toen vaarde ik richting dromenland…
Ik
werd vanmorgen vroeg gewekt door het gekraak van de planken boven me op het dek
en het geluid van het ontwaken van het dorp! Ik trok m’n gewone kleren weer
aan en ging even een kijkje nemen! Ik hoorde dat onze dauwtrip rond the beels
niet doorging, anders zouden we te veel tijd verliezen en zouden we te laat zijn
om onze 35km van vandaag te fietsen! Ook onze stuurman wou zo vlug mogelijk naar
huis, verstaanbaar…
Voor
we vertrokken deelden we nog wat tandenborstels uit, we werden bijna
overrompeld! Enkele mensen waren boos omdat ze er geen hadden, maar wij konden
er ook niet aan doen dat we er geen meer hadden, maar toch gaf het me een soort
schuldgevoel. Er waren zeker mannen bij die meer dan drie tandenborstels hadden
kunnen veroveren, het was zo oneerlijk tegenover de rest van het dorp! Ik
begreep wel dat ze voor hun eigen leven vechten…maar toch…
Na
enkele uurtjes varen legden we even aan in een dorpje, we zouden even de benen
strekken! Er was een marktje, wat winkeltjes, we slenterden er door… na een
kwartiertje draaiden we ons om en wandelden weer richting het water, maar we
kwamen een man tegen die ons binnenvroeg in zijn huisje. Hij was christen en de
enige van zijn dorp die geen Hindu was. Een heel vriendelijk iemand, hij had een
dochtertje Maria. De man gaf Maria in Luc zijn armen, maar Maria vond het niet
zo plezant. Ze begon te wenen, de papa nam haar dan ook direct terug! Hij had
ook een zoontje, de naam ontglipt me, hij toonde ons zijn schoolboekjes… maar
we moesten terug.
Een
klein uurtje later kwamen de anderen over van de boot samen met hun fiets, we
zouden de tocht verder zetten met één boot…We kregen nog een middagmaal
(rijst met kip en curry dus…) en dan zetten we terug voet op het vaste land.
We bezochten daar, in Kalmakunda, een post van de Damiaanactie, waar we uitleg
kregen hoe ze ontdekken dat iemand tbc of lepra heeft. We zouden normaal nog het
kliniekje bezoeken, maar er was weeral eens tijdgebrek! We hadden immers nog
zo’n 35km voor de boeg richting Netrakona!
En
Willem had direct de vorm te pakken, hij flitste voorwaarts… ik besloot het
maar op mijn gemakje te doen, ik zou er ook wel geraken! Luc hielde me wat
gezelschap, wees me op wondermooie beelden, stopte voor een foto… ik was blij
dat ik niet aan het crossen was bij Willem! Enkele kilometers later
hergroepeerden we en dronken een cola. En voor de verandering waren we weer
omringd door één en al Bengalen.
Netrakona
naderde, nog even opletten voor de riksja’s en de slechte wegen en Sabalumby
kwam in zicht. Hier in Sabalumby hadden ook de bouwkampers van de voorbije zomer
gelogeerd. Voor sommigen onder ons was het dus ook een prettig weerzien…
Voor
het avondmaal trokken we nog even de stad in. Er was een internetcafé en we
maakten kennis met Mr. Kahn. Mr. Kahn is eigenaar van een winkel, een heel
vriendelijk iemand. En Mr. Kahn vond vooral Eleen leuk…
Om
20u gaan we eten… kip met rijst en curry, we babbelden nog wat… Na het eten
beslisten de meeste om rechtstreeks onder de wol te kruipen. Jurrian, Bert,
Wouter, Lander, Luc en ik wilden nog graag eens naar een muziekwinkeltje! De
jongens kozen allemaal hun trom uit, de winkelier maakte ons duidelijk dat het
nog een tijdje kon duren, we besloten dan ook om een theetje te gaan drinken. Na
een kwartiertje wandelden we terug… ze waren bijna klaar, nog juist de
afwerking! Het jongetje, waar ik zijn naam jammer genoeg ben van vergeten, trok
een lint door. Het zou dus toch nog een beetje wachten worden…, het
zandmannetje had ondertussen wel zijn weg al gevonden naar mij en ik begon dus
echt moe te worden… ik was dan ook blij als ik eindelijk m’n slaapzak in kon
duiken…
Nog
voor de wekker afgaat wordt ik gewekt door het vroege straatlawaai en de zagende
zangstem van onze moslim… ik kan de slaap niet meer vatten en besluit dan ook
maar op te staan. Even naar het toilet, een douche… en dit allemaal zo stil
mogelijk om mijn kamergenoten die vredig liggen te slapen niet te wekken. Het
vreemde is dat ik hier echt geniet van het vroeg opstaan en het stilletjes
luisteren naar het ontwaken van Bangladesh… het geeft me een speciaal gevoel
waar ik geen woorden voor heb… het lijkt wel of ik de zon hoor opkomen…
Na
het ontbijt die bestond uit chapati’s en groenten met curry en een koffietje
kregen we opnieuw wat uitleg over de werking van Damiaanactie en het vluchthuis
van Sabalumby. Willem vertelde ons dat we het vluchthuis niet zouden bezoeken,
ik vond het enorm jammer, maar stak mijn teleurstelling weg. We mochten wel even
hun shop bezoeken… en ze zullen geweten hebben dat wij daar waren geweest! Ik
kocht het Nieuwjaarscadeautje voor m’n zus en m’n mama daar, zo had hun
cadeautje ook een speciale betekenis.
Kristien
en ik waren de laatste, we moesten ons haasten want we moesten nog een bezoek
brengen aan de micro credit en een hulpgroep voor adolescenten. Als we bij de
rest van de groep kwamen, gaven we vlug onze gekochte spulletjes af aan Mannik
en sprongen op de fiets! En de bezoekjes waren best nog interessant, een meisje
schreef haar naam op het bord, ik schreef de mijne er naast, jammer dat ik niet
goed tegen het meisje kon praten…ze voerden ook nog een zangnummertje op en
toen was het onze beurt, we besloten dan maar vrolijke vrienden te zingen…
En
dan richting de micro credit… De vrouw probeerde wat uitleg te geven… we
konden haar niet goed verstaan, ze vroeg of er nog vragen waren. Luc wou weten
wat er gebeurde als de koe, die de vrouw haar opbrengsten bezorgde, doodging! Ze
dachten dat hij het over de vrouw had die doodging! Ik was wat teleurgesteld…
zo’n slechte communicatie, zij verstaan ons niet en wij hen niet… op zo’n
moment wil je zo graag Bengaals kunnen praten en verstaan… was Willem er maar
bij die zou het wel wat kunnen vertalen hebben!
We
wilden terug vertrekken richting Sabalumby toen we ons plots herinnerden dat de
achterband van Hugo’s fiets plat stond. We hadden geen materiaal om het defect
te vermaken. De fiets werd dan ook op een riksja gezet en Hugo erbij! Ze zouden
het defect herstellen aan Sabalumby, waar het nodige materiaal in de jeeps lag.
Ondertussen vertrokken we met een deel van de groep naar het ziekenhuis van
Netrakona. De renovatiewerken waren ondertussen volledig uitgevoerd, die van de
zomer hebben goed gewerkt J!
Het eten was lekker ook al was het weer kip met curry en rijst! Na het eten
bezochten we de kliniek, ik voelde me wat ongemakkelijk om zomaar binnen te
lopen in de kamer van de patiënten, ik voelde me er wat raar bij. En toen
moesten we nog 40km fietsen. Gelukkig vertelde Willem ons dat er op enkele
kilometers van Mymensingh een boot kon genomen worden. En vandaag was het weer
het gewone parcours, zand met keien en keien met zand en misschien ook ja zand
met keien! Ik moest weer een beroep gaan doen op mijn stuurvaardigheid! En toen
was er eindelijk de boot en de muziekklassiekers van onze jeugdjaren werden
luidkeels gezongen! Ook herinneringen aan jeugdprogramma’s uit de goede oude
tijd werden bovengehaald.
Toen
we terug op het droge waren, klommen we door het zand naar boven om nog een
tiental minuutjes te fietsen richting Hotel Amir in het centrum van Mymensingh.
Eenmaal aangekomen plaatsten we onze fietsen op het balkon van het hotel en
vertrokken richting kamer. Ik deelde de kamer met Eleen. Ik besloot om een warme
douche te nemen! En wat deed dat deugd!
Rond
20u vertrokken we naar een chinees restaurant met de riksja’s. Die ik deelde
met Wouter, voor de tweede maal! Joke maakte na enkele meters kennis met
Bengaalse grond, gelukkig zat ze vlug weer veilig in de Riksja! In het gezellig
restaurant maakte we even kennis met de Bengaalse maffia, volgens Lander en Bert
dan toch. Ook zocht een kakkerlak toenadering tot Jurrian, maar hij was
duidelijk niet geïnteresseerd in de kakkerlak! Toen we na het eten buitenkwamen
stonden onze riksjadrivers te wachten. Aangezien Wouter al het gezelschap had
van Joke, ging ik bij Luc zitten. Aangekomen aan het hotel, besloten enkelen nog
te gaan wandelen, de anderen gingen onder de wol en anderen zouden nog een
telefoontje naar ons Belgielandje plegen. Na een klein half uurtje zat onze
wandeling er op… en Luc kreeg zin in een appel. Hij nam dan ook de benen
richting stalletje en kwam samen met Willem terug met wat fruit om fruitsla te
maken. Maar van de fruitsla is niet veel in huis gekomen. Een stelletje Bengalen
nodigde ons uit voor een whiskytje, ik had geen zin, maar ze besloten dan maar 2
cola’s te bestellen. Drinken zou ik wel…
Klokslag
23u mompelde ik een slaapwel en trok richting mijn kamer. Op naar een volgende
dag…
En
mijn dag begon met een stevig ontbijt… eitje, banaan, toast… Na het ontbijt
vertrokken we richting het Damiaanziekenhuis van Mymensingh, waar we zouden zien
hoe leprapatiënten hun wonden weken en daarna de losse stukjes vel afschrapen
met stenen. Ik had nog steeds een beetje last van het zomaar binnenwandelen in
de kamers van de patiënten! In een apart kamertje lag een baby’tje die enkele
weken oud was en immuun is tegen de medicatie van tbc. Ik vond dit echt
schrijnend en had het toen de dokter het vertelde het er ook echt moeilijk mee.
Ik wou dat ik iets kon doen, maar in zo’n situatie sta je volledig machteloos,
een ongemakkelijk gevoel bekroop me!
Toen
we de rondleiding voortzetten, besliste ik vandaag niet mee te fietsen. Mijn
fysieke en mentale toestand liet me wat in de steek en ik wou de andere niet tot
last zijn. Na de rondleiding liet ik
het weten aan Willem. Hij vond het oké! We stapten terug in de jeeps richting
ons hotel. Waar we de valiezen beneden plaatsten en onze fiets ook terug naar
beneden droegen. Mannik nam mijn fiets en hing hem aan de achterkant van de
jeep. De rest zou vertrekken voor een tocht van 70km! Ik wenste hen veel geluk
en zwaaide hen na. En ik moest in de jeep gaan zitten. Toen kwam een vader met
zijn dochter vragen of hij een foto mocht trekken. Met veel plezier knikte ik
instemmend. De vader van het meisje trok wel 5 foto’s en knikte dan om me te
bedanken. Een welgemeende glimlach was mijn antwoord! Ik had vooral plezier met
het trotse gezicht van de vader, mijn dochter met een blank meisje, zag ik hem
denken!
En
toen vertrokken we ook wij, Mannik loodste de jeep door het drukke verkeer en
moest na een kilometer wachten op de pick-up die in de verste verte niet meer te
bespeuren viel. Ik keek met veel plezier naar de riksja’s die voorbijreden en
soms wat van de weg afraakten door zo te kijken naar het blanke meisje in de
jeep! En toen was Mannik daar terug! We moesten weer verder. Na nog eens een
klein aantal kilometers stopten we opnieuw, deze keer moest de pick-up tanken.
Ik had geluk, ik was omringd door een pracht van een landschap. Ik genoot met
volle teugen!
We
reden verder en Mannik probeerde een beetje te vertellen tegen me. Over zijn
T-shirt die hij blijkbaar van een Belgische had gekregen. Ik vertelde hem als ik
zou terugkomen ik hem ook een Belgisch T-shirt zou geven! Een bulderende lach en
blinkende ogen waren het antwoord! Over waarom ik niet meefiets, over wat ik
vind van Bangladesh, over de walkie talkie…
Onderweg
waren ze asfalt aan het platvegen. De asfalt is nog niet volledig droog, maar
toch rijden de auto’s en de riksja’s er zonder nadenken over! Ik kijk
verwonderd naar dit spektakel. En bij ons gebeurt dat allemaal met machines en
hier vegen ze de boel gewoon plat met een soort spade! Iets dat zo
vanzelfsprekend is bij ons, zullen ze hier in the middl of now where nog nooit
van gehoord hebben waarschijnlijk.
Enkele
kilometers later stoppen we, Mannik maakt me duidelijk dat we moeten wachten op
een teken van Willem. Samen gaan we op zoek naar een fles cola, maar die vinden
we niet, maar een fles 7up vind ik ook meer dan oké hoor Mannik. Als we de fles
gekocht hebben keren we terug naar de auto. Mannik doet de deur open, maakt me
duidelijk dat ik er in moet zitten en er in blijven! Als een mannelijke Bengaal
te dicht in mijn buurt komt, roept Mannik er eens goed op en de Bengaal vlucht
weg. Ik vind het allemaal best nog grappig! Toch staan af en toe wat kinderen
aan mijn raam, die smeken om een foto, ik neem er dan ook een paar! En dan val
ik in slaap, Mannik komt me af en toe wakker maken met de vraag of Willem al
gewalkietalkied heeft! Ik moet hem altijd teleurstellen, hij probeert dan zelf
maar! Na enkele keren geprobeerd te hebben Willem te bereiken, horen we plots de
heldere stem van Willem: yes, Mannik! Een schitterende glimlach op het gezicht
van Mannik doet me ook glimlachen! Willem zegt Mannik verder te rijden. Enkele
kilometers verder stoppen we en deze keer mag ik wel mijn ‘kooi’ verlaten.
Ik maak kennis met een jongetje die 4 woorden engels kent: What is you name?
Wanneer ik hem naar zijn naam vraag, verstaat hij me niet meer. Ik probeer wat
Bengaals te spreken, maar veel verder dan Kémon Achen? En Balo! geraken we
niet. We moeten dan beiden maar lachen. Ik besluit wat balons uit te delen. Het
jongetje stelt zijn familie voor. Twee vrouwen, een klein kindje en een kindje
die iets jonger is dan het jongetje zelf. Ook zij krijgen een ballon en een
balpen. Een aarzelende glimlach, iets in het Bengaals. Ik begrijp het niet, ik
haal verontschuldigend m’n schouders op. We moeten beginnen lachen, net op dat
moment komt de fietsende groep toe! Ik doe teken dat ik even naar de groep moet,
ze glimlachen, ik vraag me af of ze verstaan hebben wat ik probeerde duidelijk
te maken! Ik eet een droge koek van Luc, babbel wat met Bert, Wouter en Willem.
Zij moeten nog verder fietsen en wij mogen doorrijden tot in Jalchatra! De vele
verhalen over “het paradijs” maken me benieuwd! Het duurt niet lang of we
staan voor een poort met daarop Jalchatra Hospital, Damien Foundation Belgium!
We rijden binnen, oké inderdaad dit is het paradijs. Ik word er stil van!
Ik
word direct verwelkomd door de directeur van het ziekenhuis. Hij toont me mijn
kamer! Ik bedank hem en hij vertelt me dat ik maar moet roepen als ik hem nodig
heb!
Ik
plaats mijn gerief in de kamer en besluit een wandelingetje te maken. Ik loop
wat rond, knik goeiedag naar de verpleegsters en tuinmannen die ik tegen kom,
met de patiënten die buiten zitten probeer ik een babbeltje te slaan! Dan ga ik
tegen een boom zitten en plots komt er een Bengaal naar buiten met een stoel.
Hij babbelt wat tegen me, vind mijn naam enorm grappig en herhaalt hem
waarschijnlijk dan ook tien keer en zegt telkens opnieuw nice name! De man noemt
Ronshed of zo, ik vind die Bengaalse namen echt niet makkelijk om te onthouden
en uit te spreken, maar zij vinden het waarschijnlijk ook van de onze! Een heel
vriendelijk iemand! Ik zal hem me nog lang herinneren! En dan komen de eerste
fietsen aan… in stukjes en in brokjes volgt de rest van de groep! Lieselot en
Kristien waren zelfs voorbij gereden, Luc moest dan ook nog even verder rijden
om ze te gaan halen! De meeste namen een koude douche en dan vertrokken we
richting “the mandipeople”. Een Christenstam die in Torhout en omstreken
bekend staat om zijn rijstwijn. Na de vele verhalen over de slechtheid van de
smaak van de wijn, was ik op het ergste voorbereid, maar het viel nog best mee!
We werden ontvangen met bloemen en ze dansten. Ook wij moesten een liedje
zingen, eentje solo gezongen en ééntje met de groep. Lutgard nam de solo op
zich en het liedje met de groep werd dan maar de mosselman! We dansten nog wat
met de Mandi tot Willem er ons op wees dat we doormoesten. Ik nam met pijn in
het hart afscheid van dit volkje. Willem vertelde me dat ze zeker nog de hele
nacht zullen doorfeesten! In de auto zat ik in het gezelschap van Bea, Kristien,
Luc, Willem en Lieselot. Er werden heel wat liedjes uit de oude doos gehaald, ja
nu hadden we wel inspiratie! Ook Y viva Espagna moest er door, ik mijmerde even
terug naar de tijd van Carmen, wat leek dat ver weg! We zagen heel wat jakhalzen
onderweg, of toch de ogen van die beestjes!
En
toen wachtte ons avondmaal, eerst soep en dan frietjes met gewone gebakken kip.
Dit werd met een warm applaus onthaald!
Na
het eten zaten we nog wat gezellig bij de open haard. De meeste gingen dan ook
rap naar hun bed, want morgen wacht ons opnieuw een drukke dag Bangladesh!
Na
het ontbijt bezoeken we het ziekenhuis van Jalchatra. Opnieuw een harde
confrontatie met de realiteit van tbc en lepra, ik kan er niet goed aan wennen
dat ik zomaar bij die mensen binnenval, maar ik heb toch niet zo’n last meer
van het wrange gevoel dat ik in het begin had! Op een bepaald moment vraagt de
dokter aan een patiënt het verband van rond zijn tenen los te maken, uit zijn
dikke teen komt dan ook een volledig verband, een holle teen had die man. Ik
keek weg en keek dan nog eens terug om te kijken of het wel echt was, ik kon het
niet goed geloven! De meeste konden er niet goed weg mee, een grapje van
Kristien: Hij kan roken met zijn teen!
Na
het bezoek aan het ziekenhuis, bekijken we nog een PowerPoint over Bangladesh en
de werking van de Damiaanactie. Het zijn enorm harde cijfers die op je afkomen
en je kan het je ook niet goed voorstellen!
Net
voor de middag vertrekken we terug met de jeeps richting Mymensingh, waar we de
trein naar onze thuisbasis, Dhaka, zouden nemen. Onderweg zag ik weer heel wat
taferelen. Bea en ik zagen ook een lijk op zo’n kar liggen. Het doet enorm
raar om zo’n dingen te zien en je weet echt niet hoe je er op moet reageren.
In de auto zat ik op de voorbank naast Willem. Wat krap, maar goed te doen. Ik
was blij dat ik nog eens in de aanwezigheid van Willem was, want ik begon te
beseffen dat het einde stilletjes aan het naderen was en dat ik hem verdorie zou
missen als ik weer in België zou zijn! Hij vertelde ook wat hij al allemaal in
zijn leven had gedaan en hoe hij uiteindelijk in Bangladesh terecht was gekomen!
Eenmaal
terug in Mymensingh gingen we op zoek naar het station, dat Mannik zo zeker van
wist dat hij het wist zijn, niet dus! Een man van de Damiaanactie zou ons dan
helpen plaatsten te vinden op de trein, zodat we de treinreis konden neerzitten!
Het is hem goed gelukt en we hadden dan ook allemaal een zitplaatsje! De
volledige treinreis werden we omringd door Bengaalse mannen, die wat te dicht
stonden. Ik was blij dat ik aan het raam zat, sorry Eleen!!! En ik was ook blij
dat ik in slaap was gevallen. Zo wist ik niet wat er allemaal gebeurde. Op een
bepaald moment kwam er een engel uit de hemel gevallen. Een vrouw, Dipa, kwam
naast Eleen zitten! We zaten misschien wat krap, maar Eleen was tenminste
verlost van de Bengaalse mannen die te dicht kwamen!
In
gebrekkig Engels knoopte Eleen een gesprek aan, ik volgde wat! Dipa gaf Eleen
ook twee armbanden… heel lief van haar… jammer dat we haar niets konden
teruggeven! Dipa moest van de trein en de halte er na was het onze beurt. We
waren terug in Dhaka. We namen een taxi naar de Marino Guesthouse, aangezien
onze drivers nog onderweg waren naar Dhaka via de dodenweg! We werden direct
opnieuw geconfronteerd met de drukte van de hoofdstad. De chauffeur wist het
hotel niet zijn, gelukkig kon Luc zich toch een beetje oriënteren en zijn we
goed aangekomen in ons hotel. En inderdaad onze drivers waren nog niet
aangekomen! We kregen elk onze kamer, dezelfde van de vorige keer, 302 zou dus
nog voor een nachtje en een half nachtje onze slaapplaats worden. Om 20u zouden
we eten, nog wat tijd dus, maar de bagage was nog niet aangekomen, dus veel
konden we niet doen. Ik nam toch een douche met de zeep en de shampoo van het
hotel. Het deed deugd na enkele uren geplet te zitten op de trein tussen de
Bengalen! Het avondeten smaakte! Na het eten maakte ik nog even tijd om een
mailtje te sturen naar huis! Het was een rustige avond, er was niks gepland, het
enige dat we konden doen was wachten op de bagage! Rond 22u is deze dan ook
eindelijk gearriveerd! Ik had helemaal nog geen zin om te gaan slapen, en keerde
dan ook even terug naar de PC! Babbelde wat op msn, tegen mijn principes in,
maar ja! Na een kwartiertje rekende
ik af, we babbelden nog wat met de hele groep over de voorbije weken en toen
besloten Joke en ik onze kamer 302 te gaan opzoeken. We kropen onder de wol,
babbelden nog wat na! Slaapwel Joke! Slaapwel Elien! Tot morgen! Tot morgen!
Ons
laatste dagje in Bangladesh. Ik werd opnieuw gewekt door de wake-up call! Het
leek wel gisteren dat ik hier voor het eerst werd gewekt door die verdomde
Bengaalse mannenstem! Maar nog niet treuren, we hadden nog een volledige drukke
dag voor de boeg!
Goeiemorgen,
allemaal!!! Het ontbijt die opnieuw bestond uit toast met een omeletje! We
zouden de dag beginnen met een bezoek aan Dhamrai! Een Hindudorpje net buiten
Dhaka! Ik zat in de auto met Lieselot, Willem en Luc!
De
meest uiteenlopende taferelen gingen aan mij voorbij! Pretparken met daarnaast
sloppenwijken waar de huisjes gebouwd zijn uit golfplaten met daarop reclame
voor PEPSI, ik moest echt walgen! Het contrast tussen zo’n armzalig huisje en
een verdomde multinational. Maar ik zal maar denken, het is beter dan geen
golfplaten! Het uitgestrekte landschap van rijstvelden met daarin reclameborden!
Luc vertelde dat dit landschap deze zomer volledig onder water stond, ik probeer
het mij voor te stellen, maar het lukt me niet!
Ook
Willem en Lieselot staren met veel ongeloof naar buiten! Willem uit zijn
ongeloof, ik kan hem goed begrijpen, ik heb net hetzelfde gevoel!
Eindelijk
komen we aan in Dhamrai! Hier bezoeken we een atelier waar men beeldjes maakt
met de hand! Onze gids en eigenaar van het atelier geeft ons de nodige uitleg!
Ik was meteen verkocht aan deze beeldjes! De man brengt ons dan ook naar het
winkeltje, waar ik na lang twijfelen eindelijk beslis om een beeldje te kopen
van de Hindugod van het geluk: Ganesh! Als ik na mijn koop nog wat ronddartel,
wenkt Luc me met de boodschap even te komen met mijn beeldje! Hij plaatst het in
een inham in de muur en zegt dat we de rest zullen zeggen dat ik dat beeldje
gepikt heb! Ze zullen het echt geloven, hoor Luc!
Ik
zet me naast Wouter wat in het zonnetje tot dat de rest ook zijn nodige inkopen
heeft gedaan! En dan wandelen we richting een Hindutempel! We stoppen regelmatig
onderweg om wat te kijken in wat winkeltjes. Er worden trommels, kruiden, gongs,
posters…gekocht.
Aangekomen
aan de tempel nemen we even een kijkje “binnen”, schoenen af en dan eens
rustig kijken! Heel mooi om te zien, er hangt in zo’n tempeltje een heel
speciale sfeer die mij onmiddellijk tot rust bracht, raar maar waar!
We
moesten terug naar het huis van de gids waar we ons middagmaal kregen. We
moesten met onze handen eten, niet zo gemakkelijk, maar na een tijdje lukte het
me wel! Het was lekker, maar veel te veel!
Na
het eten namen we de jeeps terug naar ons hotel, waar we ons gerief zouden
afzetten en dan direct terug de wagens in voor een shopping in Dhaka! Op de
terugweg vielen mijn medepassagiers in slaap en ik keek rustig rond!
En
toen was het shopnamiddag… wat souveniertjes kopen voor de familie en wat
vrienden! Ik dacht dat dat wel los zou lopen, maar tijdens het shoppen voelde ik
mij echt niet op mijn gemak! Een raar gevoel bekroop me, maar gelukkig was de
eerste winkel, een winkel zoals je hier de wereldwinkel zou hebben! Maar de
volgende was een immens grote winkel, waarin heel wat Amerikanen rondliepen en
die bewaakt was om arme mensen buiten te houden! Het was gewoon om van te
walgen, ik had dan ook helemaal geen zin om iets te kopen! We hebben wel
gevraagd om te tonen hoe je een sari moest aan doen, maar tegen dat we in het
hotel terug waren, konden we het ons niet meer herinneren! Jammer maar helaas!
Toen namen we de jeeps richting de laatste winkel. De winkel waar je de truitjes
van het Bengaalse cricketteam kon krijgen. Ik kocht er eentje, omdat het opnieuw
nieuwe modellen waren, maar had nog steeds wat last van dat ambetante, rare
gevoel! Toen ik een koek met chocolade ging kopen, voelde ik mij volledig
schuldig, ik vond het gewoon grof van mezelf! En toch heb ik het gedaan…
waarom? Ik weet het niet! Als je buitenkomt in zo’n winkel wordt je direct
omringd door bedelende handjes! Enkele kleine bedragen van thaka’s duw ik dan
ook in hun handen, waarschijnlijk om een beetje af te raken van mijn
schuldgevoel. Eindelijk zit ik terug in de jeep richting ons hotel! Daar
aangekomen verzamel ik wat kleren, een zak balpennen om te gaan uitdelen in de
sloppenwijken! We twijfelen nog even of we ze zelf gaan uitdelen of afgeven aan
de balie van het hotel. Willem en ik besluiten om het zelf te doen! Het geeft je
een enorm raar gevoel! Vragende ogen, snakkende handjes… Maar ik had wel een
goed gevoel achteraf… Ik had toch iets gedaan…
Na
een half uurtje moesten we opnieuw vertrekken richting stad om voor de laatste
keer samen te gaan eten! Ook Lolita was opnieuw mee! Ik voelde me niet goed in
het restaurant, opnieuw die verdomde rijkdom, maar ik vond dat ik mijn laatste
avond hier niet mocht verprutsen en besloot te genieten! Het was een buffet
(voorgerecht,hoofdgerecht en dessert) voor de prijs waar je hier in België
zelfs geen spaghetti voor kan eten! Het eten was enorm lekker, met wat meer
afwisseling dan wat we hier gewoon zijn, dus m.a.w. niet alleen kip met rijst en
curry! Na het hoofdgerecht sprak Willem een bedankwoordje, ik kreeg tranen in
mijn ogen, dat beloofde voor het afscheid dat nog moest komen! Door de krop in
mijn keel heb ik zelfs geen dessert meer gegeten! Ik probeerde nog wat te
genieten van de rest van mijn witte wijn! En dan moesten we richting hotel, waar
we afscheid moesten nemen van Willem! Ik had het moeilijk en ik kon er dan ook
niet aan doen dat ik een traantje moest laten vloeien! Ik zou hem echt missen en
ik weet dat ik mijn leven nooit meer zo iemand zou ontmoeten! Ook Bea had het
moeilijk, ik was blij dat ik niet de enige was met een krop in mijn keel! We
babbelden met een kleine groep nog wat na met een glaasje campari! En dan zocht
iedereen zijn weg richting zijn bed voor een nog korte nachtrust!
Om
01u45 wekt de telefoon me! Vlug de laatste dingen in mijn valies proppen en dan
met veel pijn in het hart de deur van de kamer achter mij dicht trekken! Ik wil
helemaal niet naar huis, maar ik kan niet anders! Ik geef mijn valiezen af aan
Mannik, de drivers zouden ons straks voor de laatste keer brengen, deze keer
richting ZIA International Airport!
Met
een bedrukt gezicht wacht ik op de rest en dan zitten we in de jeep richting
luchthaven. Een laatste blik op de sloppenwijken, het hotel, Dhaka…
Bij
de luchthaven nemen we afscheid van Mannik en Monty! Ik zal ze ook missen, dat
weet ik zeker!
Luc
en Eleen hebben heel wat moeite om nog even mee binnen te raken in de
luchthaven, het zal wel te maken hebben met de verhoogde veiligheidsmaatregelen
voor dat congres! Als we aan het scannen van de bagage komen moeten we dan ook
afscheid van hen nemen! Tot over enkele dagen en amuseer jullie fluister ik ze
nog toe als ik hen een dikke knuffel geef! Ze kijken ons nog een tijdje na en
stappen dan in de jeeps terug naar de Marino Guesthouse! In de luchthaven moeten
we nog een tijdje wachten, maar dan zitten we op het vliegtuig richting Londen!
Ergens heb ik nu toch het gevoel dat ik blij ben naar huis te kunnen! Ik heb
bijna de volledige vlucht geslapen en voor ik het wist stond ik terug op
Belgische bodem!
Nu
zit ik hier achter mijn computer, de laatste zinnetjes van mijn dagboek te
typen! We zijn twee weken terug in België en ik heb last van heimwee naar
Bangladesh! Het was het land waar ik van droomde, maar ik droom nog steeds van
dat landje!
Bangladesh,
ik mis je, je bent een hel van armoede en miserie maar je bent mijn hemel, mijn
droom, mijn alles!